id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.510 Rolnummer: A. 241706/X-18654 Zaak: Arrest 259510 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 17/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-17 Raadplegingen: 397 - laatst gezien 2026-06-18 20:16 Fiche Arrest nr 259.510 van 17 april 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 259.510 van 17 april 2024 in de zaak A. 241.706/X-18.654 In zake: het MATHIAS CORVINUS COLLEGIUM ALAPÍTVÁNY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Carolus kantoor houdend te 1090 Brussel Odon Warlandlaan 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 16 april 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 16 april 2024 van de burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten-Node waarbij het congres ‘NatCon 2024’ wordt verboden. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 april 2024, om 22.00 uur. X-18654-1/9 Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wouter Vaassen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Stijn Butenaerts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
- De verzoekende partij sponsort op 16 en 17 april 2024 het congres ‘NatCon 2024’. Volgens de verzoekende partij komen op dat congres “diverse, wereldbekende (politieke) nationaal-conservatieve sprekers waaronder Nigel Farage, Viktor Orban en Eric Zemmour (die hun eigen veiligheidsbegeleiding hebben)” spreken. De uitbater van het hotel waar het congres zou plaatsvinden, meldt op 15 april 2024 dat het congres niet op die locatie kan doorgaan omwille van veiligheidsredenen. De verzoekende partij vindt hierna een alternatieve locatie voor het congres in een hotel op het grondgebied van de gemeente Sint-Joost-ten-Node. 3.
- Op 16 april 2024 – volgens de verzoekende partij omstreeks 12.50 uur – neemt de verwerende partij het bestreden besluit. Het luidt als volgt: “Overwegende de e-mail van 15 april 2024 van het etablissement […] waarin de Gemeente wordt geïnformeerd dat het evenement ‘National Conservatism Conference’, genaamd ‘NatCon’ zal plaatsvinden in voornoemd etablissement, op 16 april 2024, van 8u tot 23u, en op 17 april 2024, van 8u tot 20u ; X-18654-2/9 Overwegende dat het doel van dit evenement is om persoonlijkheden uit de media, de academische en culturele wereld samen te brengen, evenals politieke figuren die een zogenaamde ‘nationaal conservatieve’ visie op de samenleving delen ; dat er onder deze persoonlijkheden verschillende zijn met name van conservatief rechts, religieus rechts en Europese extreem-rechts ; Overwegende dat op de website van de conferentie in kwestie deze visie als volgt wordt samengevat : […] Dat deze visie niet enkel conservatief is op ethisch vlak (bijv. vijandigheid tegenover de legalisering van abortus, ten opzichte van relaties tussen personen van hetzelfde geslacht, enz.), maar ook gericht is op de verdediging van de ‘nationale soevereiniteit’, wat onder andere een ‘eurosceptische’ houding impliceert ; Overwegende bovendien dat er geen enkele aanvraag van de organisatoren bij de Burgemeester werd ingediend ; dat het immers de vertegenwoordiger was van het etablissement waar het evenement plaatsvindt die de Gemeente de dag ervoor om 22u11 op de hoogte heeft gebracht ; Overwegende de onmogelijkheid om op dergelijke korte termijn een gedetailleerde risicoanalyse uit te voeren ; Overwegende dat de organisatoren geprobeerd hebben deze conferentie voor een eerste keer te houden op het grondgebied van de Gemeente Etterbeek en de Stad Brussel ; Overwegende dat de Burgemeester van de gemeente Sint-Joost telefonisch contact heeft gehad met de Korpschef van de bevoegde politiezone, die bevestigt dat er daadwerkelijk risico’s zijn ; Overwegende immers dat er ernstige verstoringen van de openbare orde te vrezen zijn op het grondgebied van de Gemeente Sint-Joost-ten-Node indien dit evenement wordt toegestaan ; dat de organisatie van dit evenement de openbare orde ernstig dreigt te verstoren door het ogenschijnlijk provocerende en discriminerende karakter ervan ; dat sommige van de betrokken persoonlijkheden bekend staan als traditionalisten, homofoben en niet-respectvol ten opzichte van de mensenrechten en minderheden ; tevens zal zich onder de aanwezigen een auteur bevinden van controversiële werken over de politieke islam ; Overwegende dat het niet kan worden uitgesloten dat extremistische groeperingen in België of in Europa zich associëren met dit evenement of trachten de veiligheid van de deelnemers aan deze conferentie te ondermijnen ; dat sommigen van hen in hun land van herkomst onder politiebescherming zijn geplaatst; Overwegende dat er geen specifieke beschermende maatregelen werden genomen om de veiligheid van de deelnemers te waarborgen en dat het onmogelijk is om dergelijke maatregelen op dergelijke korte termijn te nemen ; Overwegende bovendien dat OCAD van oordeel is dat er sprake is van een bedreiging voor de deelnemers, die op niveau 2 (gemiddeld) wordt ingeschat, en dat het bijgevolg niet raadzaam zou zijn een dergelijke conferentie te houden ; X-18654-3/9 Dat dit evenement onmiskenbaar zou kunnen leiden tot gewelddadige reacties en in feite tot een aanzienlijke verstoring van de openbare orde, in het bijzonder de openbare veiligheid, rust en vrede ; Overwegende dat ter voorkoming van voorzienbare aantasting van de openbare orde en rust, ten nadele van met name omwonenden, voorbijgangers en de veiligheid van de betrokken personen, passende maatregelen moeten worden genomen ; dat ter verwezenlijking van deze doelstelling alle nodige maatregelen moeten worden genomen om de veiligheid van de betrokken goederen en personen te waarborgen, waarbij in het bijzonder rekening moet worden gehouden met het gevaar van verstoring van de openbare orde ; Overwegende, bijgevolg, dat de aanneming van een politiebesluit tot oplegging van een verbod op bovenvermelde manifestatie en elk ander daarmee samenhangend evenement op het grondgebied van de gemeente Sint-Joost-ten-Node noodzakelijk is ; Gelet op de hoogdringendheid ; BESLUIT : Artikel 1: Het evenement ‘National Conservatism Conference’, genaamd ‘NatCon’ voorzien op 16 april 2024, van 8u tot 23u, en 17 april 2024, van 8u tot 20u., in het etablissement […] wordt verboden. Elke bijeenkomst van deelnemers, organisatoren of tegenstanders is verboden op het grondgebied van de Gemeente Sint-Joost-ten-Node. Artikel 2: Inbreuken op dit politiebesluit worden bestraft overeenkomstig de bepalingen van het Gemeenschappelijk Algemeen Politiereglement voor alle 19 Brusselse gemeenten. Artikel 3: De politiediensten zijn belast met de uitvoering van dit besluit. Zij handelen in overeenstemming met de wet op het politieambt. Artikel 4: Dit besluit treedt onmiddellijk in werking. […]” IV. Ontvankelijkheid
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij niet beschikt over het vereiste belang omdat zij niet de organisator is van het congres dat door het bestreden besluit wordt verboden, doch slechts een ‘sponsor’ ervan. Uit de voorgelegde gegevens blijkt op afdoende wijze dat de verzoekende partij rechtstreeks betrokken is bij de organisatie van het congres, als partij die afspraken maakt met de verhuurders van de locatie en als financier. Als zodanig lijkt zij voldoende aannemelijk te kunnen maken dat het verbod op het congres haar een nadeel berokkent. Zij lijkt aldus van een voldoende belang bij de vordering te kunnen getuigen. De exceptie is niet ernstig. X-18654-4/9 V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- De verzoekende partij vordert dat de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurshandeling zou bevelen. Op dergelijke vordering kan maar worden ingegaan onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement op het eerste gezicht kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing (artikel 17, § 1 en § 4, RvS-wet). VI. Ernstig middel Standpunten van de partijen
- De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 10, 11, 19, 26 en 27 van de Grondwet, artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet, artikel 18 van de wetten van 18 juli 1966 ‘op het gebruik van de talen in bestuurszaken’ (hierna ook: bestuurstaalwet) en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de hoorplicht, de bescherming tegen discriminatie en het evenredigheidsbeginsel. Zij zet uiteen dat de bestreden beslissing ingaat tegen de vrijheid van vergadering en meningsuiting. Ze zou ook disproportioneel zijn, gelet op het gebrek aan voorafgaandelijk horen en gelet op de motivering die duidelijk enkel gericht is op het bepalen van de morele orde. Het is niet het congres, maar de eventuele tegenbetogingen waarvoor men duidelijk bevreesd zou zijn. Het congres dient volgens haar gewoon toegelaten te worden waarbij eventuele ad hoc veiligheidsmaatregelen en vaststellingen kunnen worden genomen. Men kan volgens de verzoekende partij de morele orde niet besturen in die zin. De beslissing diende volgens de verzoekende partij ook in het Nederlands gesteld te zijn. X-18654-5/9
- De verwerende partij werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat het onduidelijk is. De verzoekende partij zou niet aangeven in welke mate de aangehaalde bepalingen geschonden zijn. Het middel is volgens de verwerende partij in elk geval niet ernstig omdat het bestreden besluit gesteund wordt op een advies van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), zodat er grond is om in het belang van de openbare veiligheid deze beslissing te nemen. De beslissing zou wel degelijk gemotiveerd en proportioneel zijn. Wanneer de tijd te kort is, zou van het hoorrecht kunnen worden afgeweken. Wat de aangevoerde schending van de bestuurstaalwet betreft, mist het middel volgens de verwerende partij feitelijke grondslag nu de bestreden beslissing wel degelijk in twee talen is opgesteld. Beoordeling
- Het middel geeft duidelijk de wettelijke bepalingen en beginselen aan die geschonden geacht worden en legt – minstens voor enkele ervan – uit hoe het bestreden besluit deze bepalingen en beginselen schendt. Dit is met name het geval voor artikel 26 van de Grondwet, artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet en het evenredigheidsbeginsel. In zoverre de schending wordt aangevoerd van die bepalingen en dat beginsel, lijkt de exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel niet ernstig.
- Artikel 26 van de Grondwet verleent aan eenieder het recht om vreedzaam te vergaderen. Vergaderingen die niet in de open lucht plaatsvinden, mogen door de wet niet onderworpen worden aan een voorafgaande toelating. Artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet verleent aan de burgemeester de bevoegdheid om politieverordeningen te maken “[i]n geval van X-18654-6/9 oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners”. Van een schending van het evenredigheidsbeginsel is sprake wanneer een maatregel wordt genomen die kennelijk onevenredig is met de feiten die eraan ten grondslag liggen.
- Uit de uiteenzettingen op de zitting blijkt op het eerste gezicht dat het congres dat door het bestreden besluit wordt verboden, plaatsvindt in een gesloten ruimte die slechts toegankelijk is voor deelnemers die zich vooraf hebben ingeschreven. Uit de motieven van de bestreden beslissing lijkt te kunnen worden afgeleid dat deze vergadering volgens de verwerende partij niettemin tot een ernstige stoornis van de openbare rust kan leiden omwille van de “provocerende” opvattingen van de deelnemers en sprekers, wat aanleiding zou kunnen geven tot gewelddadige reacties. Nu de burgemeester pas de avond vóór het congres heeft vernomen dat het zou plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente, zou de tijd ontbreken om specifieke veiligheidsmaatregelen te treffen. Uit het bestreden besluit lijkt aldus niet te kunnen worden afgeleid dat aan het congres zelf een rustverstorend effect wordt toegeschreven. De bedreiging van de openbare orde lijkt louter te worden afgeleid uit de reacties die de organisatie ervan zou kunnen opwekken bij tegenstanders. Het lijkt hier dan ook te gaan om een vrees op tegenbetogingen of manifestaties op de openbare weg, in de omgeving van de locatie waar het congres plaatsvindt. Wanneer op de openbare weg ernstige confrontaties worden gevreesd tussen personen met verschillende maatschappelijke opvattingen, lijken voormelde bepalingen en het evenredigheidsbeginsel te vereisen dat veeleer maatregelen worden genomen ter beteugeling van de manifestaties op de openbare X-18654-7/9 weg, dan dat de vergadering in een besloten ruimte wordt verboden. Op de overheid lijkt op het eerste gezicht minstens een inspanningsverbintenis te rusten om de personen in de uitoefening van hun grondwettelijk vergaderingsrecht te beschermen. De omstandigheid dat uit de analyse van het OCAD blijkt dat voor de deelnemers een “gemiddelde” bedreiging bestaat, doet niet anders besluiten. Op het eerste gezicht vereist dergelijke bedreiging geen onevenredig zware inspanningen van de politiediensten in een grootstedelijke context. In zoverre de schending wordt aangevoerd van artikel 26 van de Grondwet, artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet en het evenredigheidsbeginsel, lijkt het middel op het eerste gezicht ernstig. VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Het congres vindt plaats op 16 en 17 april
- Met een gewone vordering tot schorsing zou onmogelijk kunnen worden verkregen dat het congres nog op 17 april 2024 kan worden gehouden. Aan de vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan. VIII. Belangenafweging
- De verwerende partij vraagt de Raad van State om met toepassing van artikel 17, § 2, RvS-wet het belang van de verzoekende partij af te wegen tegen het belang van de bescherming van de fysieke integriteit van burgers, hulp- en ordediensten. In de voorliggende zaak blijkt echter niet dat de schorsing van het – op het eerste gezicht onwettige – bestreden besluit een ernstig risico inhoudt op schade die niet zou kunnen worden voorkomen door de inzet van normale politionele middelen. Het blijkt niet dat de nadelige gevolgen van de schorsing op een kennelijk onevenredige wijze zwaarder wegen dan de voordelen ervan. X-18654-8/9 BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de burgemeester van de gemeente Sint-Joost-ten-Node van 16 april 2024 dat het evenement “National Conservatism Conference”, genaamd “NatCon”, voorzien op 16 en 17 april 2024, verbiedt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Francis Van Nuffel X-18654-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.510 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.701 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div