id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.534 Rolnummer: A. 240728/VII-42304 Zaak: Arrest 259534 - Dierenwelzijn - 18/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-23 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-09 00:47 Fiche Arrest nr 259.534 van 18 april 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 259.534 van 18 april 2024 in de zaak A. 240.728/VII-42.304 In zake : M.A. woonplaats kiezend in België tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 december 2023 strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 13 oktober 2023 waarbij “de hond […], in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, in volle eigendom [wordt] gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Anja Somers heeft op 25 januari 2024 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. VII-42.304-1/6 Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten
- Na een controle in de woning van verzoeker neemt een inspecteur van de lokale politie op 14 september 2023 een hond in beslag. De hond wordt overgebracht naar een erkend dierenasiel. Verzoeker wordt op 26 september 2023 door de lokale politie gehoord. Met de bestreden beslissing van 13 oktober 2023 wordt de hond definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel waar hij verblijft. IV. Ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring
- Artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat het verzoekschrift “een uiteenzetting van de middelen” moet bevatten. Onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan een voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden handeling wordt geschonden. De verplichting om minstens één “middel” uiteen te zetten is een essentiële vereiste omdat zij de Raad van State toelaat de gegrondheid van de grieven te onderzoeken in het kader van de opdracht die hem gegeven wordt door artikel 14, § 1, RvS-wet om uitspraak te doen over de beroepen tot nietigverklaring van bestuurshandelingen wegens overtreding van vormvereisten, wegens machtsoverschrijding of wegens machtsafwending. Het gebrek aan uiteenzetting van een “middel” leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep. VII-42.304-2/6
- Het verzoekschrift tot nietigverklaring van verzoeker bevat volgende kritiek op de motieven van de bestreden beslissing: “I. Nog voor de woning betreden wordt, komt er een geur van urine en uitwerpselen tegemoet. De garage ligt vol met vuilnis, zetels zijn kapotgebeten en er ligt opgedroogde urine op de grond. De garage geeft uit op een koertje, het afval is meer dan een meter hoog opgestapeld. De tuin is niet onderhouden en ligt vol afval. Ik heb meteen na kennis genomen te hebben dat mijn hond in beslag genomen was door PZ Getevallei mijn volledige woning en garage, koer, terras en tuin opgeruimd zodat alles terug volledig in orde was. Mijn woning en alles er rond bevinden zich momenteel nog altijd in deze propere staat, vrij van afval. Toch ontken ik ten zeerste dat er een geur van urine waarneembaar was nog voor de diensten de woning hadden betreden, echter is het waarnemen van geur niet te bewijzen. II. De hond zit opgesloten in de keuken, op verschillende plaatsen liggen uitwerpselen en (opgedroogde) urine. De keuken is zwart van de vuiligheid. Aangezien ik voltijds tewerkgesteld ben volgens een vast nachtelijk regime van 22u tot 6u beginnend van zondagavond en eindigend op vrijdagmorgen, zit mijn hond als ik werk inderdaad binnen in de keuken en aanliggende badkamer. Op de bewuste dag van de vaststellingen deed ik ook nog een flexi-job in Leuven die van 7u tot 10u30 duurde, hierdoor was ik inderdaad nog niet thuis om mijn hond buiten te laten. Als ik niet aan het werk ben heeft mijn hond altijd toegang tot de tuin en de volledige benedenverdieping van mijn woning, elke dag van de week, ook weekends. Ik kan echter niet ontkennen dat de staat van mijn woning beneden alle peil was, hiervoor heb ik geen excuses. Dit is echter een momentopname aangezien ik zelf ook in deze omgeving moet leven. Ik was op dat moment mezelf niet en worstelde met verscheidene persoonlijke problemen met het gevolg dat ik een zware depressie had en mijn omgeving tijdelijk niet onderhouden heb. Ik heb me in tussentijd laten behandelen bij een arts, en neem de nodige medicatie hiervoor. III. De hond heeft geen voeder, noch drinkwater ter beschikking Ik gaf mijn hond elke dag twee maal per dag eten, daarbuiten kreeg hij ook zijn snoepjes als beloning en zelfs restjes van de tafel. Ik gaf dit altijd op vaste tijdstippen, namelijk als ik naar het werk vertrok, rond 21u30, en voor dat ik ging slapen, wat gezien mijn nachtelijk werkregime in de late ochtend is. Drinkwater gaf ik nog frequenter aangezien ik dit steeds in het oog hield als ik thuis was. Dat zijn kommen leeg waren bij controle was omdat hij vrijwel meteen na het voederen alles opeet, zoals vele honden dat doen. Toch besloot ik toen ik thuiskwam na zelf verhaal te gaan halen bij de politie op 14 september zijn kommen voor voeding en water te controleren aangezien er mij verteld was dat dit één van de redenen was dat hij toen in beslag werd genomen. Ik stelde vast dat er nog etensresten in de vorm van korrels in zijn kom lagen, alsook nog een bodem water van ongeveer een centimeter. Dit heb ik toen ook meteen gefotografeerd. VII-42.304-3/6 IV. De betrokkene is verbaal agressief en deelt mee dat hij de inbeslagname onterecht vindt en dat hij niet zal stoppen tot hij zijn hond terug heeft. Hierdoor is het onzeker dat hercontroles zullen kunnen worden uitgevoerd om eventuele opgelegde maatregelen te controleren. Dat ik verbaal agressief zou geweest zijn tijdens mijn verhoor ontken ik ten zeerste, integendeel zelfs ik was enorm emotioneel en vermoeid. Ik blijf nog steeds vinden dat een inbeslagname niet nodig was, mijn hond heeft er altijd heel verzorgd en doorvoed uitgezien. Ik zorgde dat hij geen vuiltjes had in zijn ogen, ik kamde hem regelmatig en gaf hem meer dan voldoende voedsel. Een gesprek met mij met bijhorende stevige aanmaning en eventuele verdere controles hadden veel beter geweest, zeker voor mijn hond, maar ook voor mezelf. Dat ik niet zou stoppen tot ik mijn hond terug heb, heb ik net gezegd met de bedoeling dat ik bereid was alles te doen en open stond voor alle maatregelen die mij eventueel opgelegd konden worden, dus ook verdere controles. V. De feiten zijn ernstig en de betrokkene lijkt zich hier weinig van bewust zijn. Het is zeer moeilijk door te dringen tot de betrokkene. Tijdens het verhoor heb ik gezegd dat het besef er zeker wel gekomen is, dit staat trouwens ook zo genoteerd. Ik stel me dan ook de vraag hoe men tot deze vaststellingen kunnen komen is na een, in mijn inziens veel te kort, verhoor van slechts 9 vragen.” Verzoeker voegt hieraan volgende uiteenzetting toe: “Vanaf die bewuste dag in september leef ik in een staat van onmacht en onwetendheid. Mijn hond [E.] en ik worden voor het leven gestraft, voor één fout. Een fout die nooit had mogen gebeuren, dat besef ik enorm goed. Ik had zijn en mijn leefomstandigheden die bewuste periode beter moeten onderhouden, maar dat dit een permanente inbeslagname kan rechtvaardigen is voor mij een brug te ver. Zeker aangezien ik nergens terecht kon om mezelf te verdedigen, integendeel zowel ik en vooral [E.] zijn door de PZ Getevallei onmenselijk en onprofessioneel behandeld, een huis waar opeens 3 vreemden binnenstormen en met behulp van een borstelsteel mij op afstand proberen te houden zouden mij namelijk ook enorm veel angst inboezemen. Ook was het zeer duidelijk dat mijn hond [E.] geen hulp nodig had destijds, maar wel ik zelf. Het feit dat iets ernstig als een depressie door de afgevaardigde van Dierenwelzijn kan worden afgedaan als iets om zich achter te verschuilen is in deze tijdsgeest zelfs ronduit stuitend. In de ruim twee jaar dat [E.] hier woonde heb ik hem altijd met heel veel liefde grootgebracht! Hij heeft altijd zijn beweging gehad zowel in de tuin alsook op wandeling hier tussen de fruitvelden […]. Ook eten en drinken kreeg hij elke dag. In de zomer stonden er ook altijd twee kommen water voor hem klaar. Dat er uit het dierenartsonderzoek geen afwijkingen zijn gevonden toont ook zwart op wit aan dat hij altijd goed verzorgd en gevoed werd. Dat zagen VII-42.304-4/6 trouwens ook menig voorbijgangers op straat aangezien ik meermaals complimenten mocht ontvangen over hoe mooi [E.] is. [E.] is mijn kind, het is mijn derde hond, mijn twee eerste honden zijn beide gelukkige seniors geworden, tot een agressieve kanker hier een abrupt einde aan gemaakt heeft destijds. Beide verliezen draag ik voor het leven met me mee, maar heb ik leren plaatsen aangezien ze beiden een heel mooi leven gekend hebben. Dit is mijn droom voor [E.] ook, dat hij […] bij mij een gelukkige senior kan worden, een droom die mij met dit schrijven hopelijk gegund kan worden. In bijlage van dit verzoekschrift zitten bewijsstukken in de vorm van foto’s van het PV van de politie, de verklaring afgelegd door mezelf bij de politie, de beslissing van Dierenwelzijn en de huidige staat van de woning en tevens ook dat dit in het verleden ook altijd zo is geweest. Alsook bewijs van de unieke band die [E.] met mij had al vanaf hij een kleine pup was! Tot slot wil ik U allen bij voorbaat bedanken om dit dossier met de nodige [menselijkheid] te behandelen.”
- In zijn uiteenzetting duidt verzoeker geen rechtsregels of vormvereisten aan die zouden zijn overtreden. Verzoeker beperkt zich tot een uiteenzetting van zijn eigen visie op de feiten, en betoogt dat de bestreden beslissing in het licht daarvan niet gerechtvaardigd is. Hij vraagt in wezen een hervorming van de bestreden beslissing vanuit de verkeerde veronderstelling dat de Raad van State in tweede bestuurlijke aanleg de opportuniteit zou kunnen beoordelen van de bestemming die aan het in beslag genomen dier dient gegeven te worden. Als rechtsprekend orgaan kan de Raad van State echter slechts de kennelijke beoordelingsfouten van de verwerende partij sanctioneren, voor zover hij hiertoe ook uitdrukkelijk wordt uitgenodigd door de verzoekende partij, hetgeen hier niet is gebeurd. De uiteenzetting van verzoeker kan niet beschouwd worden als een “middel” in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement. Het beroep tot nietigverklaring is dan ook niet ontvankelijk. VII-42.304-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Francis Van Nuffel VII-42.304-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.534 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.