id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.572 Rolnummer: A. 231212/XIV-39198 Zaak: Arrest 259572 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen - 22/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-25 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-11 01:31 Fiche Arrest nr 259.572 van 22 april 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.572 van 22 april 2024 in de zaak A. 231.212/XIV-39.198 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof Carême kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van: 1) “de beslissing van de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV van 14 mei 2020 houdende de niet-inwilliging van verzoekers georganiseerd administratief beroep gericht tegen beslissing van ongekende datum van de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV (of van de door hem gemandateerde persoon) over diens aanvraag tot tegemoetkoming, zijnde de vergoeding toegekend aan de stagemeesters in de geneeskunde voor het begeleiden van artsen-specialisten in opleiding, in casu voor het referentiejaar 2018, en waarbij diens aanvraag voor een vergoeding voor het referentiejaar 2018 wordt geweigerd.” (eerste bestreden beslissing) en 2) “de initiële beslissing van ongekende datum van de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV (of van de door hem gemandateerde persoon) over diens aanvraag tot tegemoetkoming, zijnde de XIV-39.198-1/5 vergoeding toegekend aan de stagemeesters in de geneeskunde voor het begeleiden van artsen-specialisten in opleiding, in casu voor het referentiejaar 2018.” (tweede bestreden beslissing). II. Verloop van de rechtspleging
- Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 8 maart 2023 en aan verzoeker op 6 september
- Op 10 mei 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Op 22 november 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat aan verzoeker, met betrekking tot de tweede bestreden beslissing, de mededeling ter kennis gebracht bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Noch de verwerende partij noch verzoeker hebben gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XIV-39.198-2/5 III. Beoordeling Wat de eerste bestreden beslissing betreft
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
- In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring voorgesteld op grond van het enig middel.
- De verwerende heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
- Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het enig middel is in de aangegeven mate gegrond. Wat de tweede bestreden beslissing betreft
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld wat de tweede bestreden beslissing betreft. XIV-39.198-3/5 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding, wat de tweede bestreden beslissing betreft, is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV van 14 mei 2020 houdende de niet-inwilliging van verzoekers georganiseerd administratief beroep gericht tegen beslissing van ongekende datum van de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV (of van de door hem gemandateerde persoon) over diens aanvraag tot tegemoetkoming, zijnde de vergoeding toegekend aan de stagemeesters in de geneeskunde voor het begeleiden van artsen-specialisten in opleiding, in casu voor het referentiejaar 2018, en waarbij diens aanvraag voor een vergoeding voor het referentiejaar 2018 wordt geweigerd.
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan verzoeker. XIV-39.198-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.198-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.572 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div