id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 Rolnummer: A. 240453/IX-10374 Zaak: Arrest 259595 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 23/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-06 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-11 01:37 Fiche Arrest nr 259.595 van 23 april 2024 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 no lien 276835 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.595 van 23 april 2024 in de zaak A. 240.453/IX-10.374 In zake : T.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Soenen kantoor houdend te 9000 Gent Vaderlandstraat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 27 oktober 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Gent van 23 augustus 2023 houdende weigering tot omwisseling van het niet-Europees rijbewijs van verzoeker voor wat betreft de categorieën C1, C, C1E, CE, D1 en D en houdende het verlenen aan verzoeker van de mogelijkheid om binnen drie maanden vanaf de betekening van deze beslissing te slagen voor de examens voor het bekomen van de categorieën C1, C, C1E, CE, D1 en D, waarbij hij zolang met het huidige Belgisch rijbewijs mag blijven rijden. Tevens vraagt verzoeker om, bij wijze van voorlopige maatregel, in afwachting van de uitspraak over het beroep tot nietigverklaring, de verwerende partij te bevelen om “uiterlijk 14 dagen na de kennisgeving van het ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 IX-10.37 tussenkomende arrest, aan de verzoeker een rijbewijs af te leveren voor de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart 2024. Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Bruno Soenen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Lucas Asselman, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Anke Meskens, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 28 februari 2024, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Verzoeker is van Palestijnse origine. Op 22 juni 2018 wordt verzoeker in België ingeschreven in het vreemdelingenregister. IX-10.37 Na het afleggen van rijexamens, verkrijgt verzoeker op 14 maart 2020 een Belgisch rijbewijs voor de categorieën AM en B. Op 21 oktober 2021 wordt Palestina toegevoegd aan de lijst van landen en regio’s buiten de Europese Unie of Europese Economische Ruimte die erkende rijbewijzen afleveren. Verzoeker dient op 8 april 2022 bij de stad Gent een aanvraag in tot het omwisselen van zijn niet-Europees rijbewijs naar een Belgisch rijbewijs. Hij legt daartoe een rijbewijs voor van de Palestijnse Autoriteit, uitgereikt op 19 januari 2022 en waarop als eerste afgiftedatum 1 januari 2003 vermeld staat. Het voorgelegde rijbewijs maakt melding van de (Palestijnse) categorieën B, Cl, C, D1, D, E en 1, waarbij naast elke categorie een jaartal wordt weergegeven: 2003 voor het rijbewijs categorieën B en C1, 2011 voor het rijbewijs categorieën D1 en D, 2014 voor het rijbewijs categorieën C en E en 2015 voor het rijbewijs categorie 1. Op 9 april 2022 bezorgt de dienst Burgerzaken van de verwerende partij aan verzoeker een Belgisch rijbewijs voor de (Belgische) categorieën AM, B, C1, C, D1, D, C1E, CE en G. Op 1 augustus 2022 wordt verzoeker aangenomen als vrachtwagenchauffeur bij een dienst van de verwerende partij. Op 3 februari 2023 stelt de federale overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Vervoer de verwerende partij ervan in kennis dat er een administratieve fout is gebeurd bij de omwisseling van het rijbewijs van verzoeker op 9 april 2022. Enkel de categorieën B en C1 zouden rechtsgeldig omwisselbaar zijn, dit naar de Belgische categorie B. Voor de andere categorieën kon het Palestijnse rijbewijs van verzoeker, aldus de FOD Mobiliteit en Vervoer, niet rechtsgeldig worden omgewisseld naar een Belgisch rijbewijs. IX-10.37 Met een beslissing van onbekende datum wordt door de dienst Burgerzaken, loket Rijden van de verwerende partij aan verzoeker mondeling meegedeeld dat hij zijn rijbewijs nog maximaal drie maanden kan gebruiken, uiterlijk tot 3 mei 2023. Met een beslissing van 23 augustus 2023, besluit de verwerende partij formeel tot weigering van de vraag van verzoeker tot omwisseling van een niet-Europees rijbewijs voor wat betreft, aldus het beschikkend gedeelte van de beslissing, de “categorieën Cl, C, C1E, CE, D1 en D”. In dezelfde beslissing kent de verwerende partij aan verzoeker een termijn van drie maanden toe, te rekenen vanaf de betekening van de beslissing, om te slagen voor de examens voor het behalen van de categorieën “C1, C, C1E, CE, D1 en D”. In de beslissing luidt het dat verzoeker tot die tijd zijn huidige Belgische rijbewijs mag gebruiken. De beslissing en de motivering ervan luiden als volgt: “Op 08.04.2022 biedt [verzoeker] zich aan bij het loket van Dienst Burgerzaken voor de omwisseling van zijn Palestijns rijbewijs waarop naast de categorie B ook de categorieën Cl, C, C1E, CE, D1 en D vermeld staan. Meneer is op dat ogenblik al in het bezit van een Belgisch rijbewijs voor de categorieën AM en B dat afgeleverd werd na examens in België op 14.03.2020. Door een administratieve vergissing bij Dienst Burgerzaken wordt ten onrechte overgegaan tot de omwisseling van het Palestijns rijbewijs voor een Belgisch rijbewijs. Na controle door FOD Mobiliteit en Vervoer komt de fout aan het licht op 03.02.2023. [Verzoeker] wordt er aan het loket mondeling van verwittigd dat hij 3 maanden de tijd krijgt tot 03.05.2023 om in België examens te doen voor de overige categorieën. Tot dan mag hij met het huidige Belgische rijbewijs blijven rijden. Een niet-Europees rijbewijs dat wordt voorgelegd voor omwisseling mag niet behaald zijn tijdens inschrijving in België. Voor het nagaan van deze omwisselingsvoorwaarde, kan er rekening gehouden worden met de afgiftedatum, datum van eerste afgifte, vervanging of de hernieuwing van het niet-Europees rijbewijs. Het Palestijns rijbewijs van [verzoeker] heeft als afgiftedatum 19 januari ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 IX-10.37 2022 (zoals vermeld in vak 4a) en als eerste afgiftedatum 1 januari 2003 (zoals vermeld in vak 4d). [Verzoeker] is sinds 22 juni 2018 ingeschreven in België. Wanneer tijdens de omwisselingsprocedure zou rekening gehouden worden met de afgiftedatum van het Palestijns rijbewijs, zou de omwisseling moeten worden geweigerd aangezien de afgiftedatum na datum van inschrijving in België ligt. Er kan dus enkel rekening worden gehouden met de datum van eerste afgifte. Enkel de categorieën die vóór deze datum of op deze datum werden behaald, komen in aanmerking voor omwisseling naar een Belgisch rijbewijs volgens artikel 23, § 2, 1°, van de Wegverkeerswet, dat vrijstelling verleent aan de verzoeker met ‘een geldig nationaal buitenlands rijbewijs dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden’. De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer bepaalt in artikel 23: ‘§ 2. Van de examens, bedoeld bij § 1, 2°, 3° en 4°, is vrijgesteld de verzoeker die overlegt : 1° ofwel een geldig nationaal buitenlands rijbewijs dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden; (De Koning kan deze vrijstelling afhankelijk maken van voorwaarden inzake het verblijf van de verzoeker in de Staat die het rijbewijs heeft afgegeven.)’ In het Verdrag van Wenen geeft bijlage 6 aan dat de afgiftedatum op de voorkant staat (§4). In dezelfde bijlage is bepaald dat aan de achterzijde een tabel met categorieën kan worden opgesteld die de datum van afgifte van elke categorie vermeld[t] (§5), en er wordt op gewezen dat het Palestijns Gebied van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Artikel 41 van dit Verdrag bepaalt: ‘3. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat de nationale en internationale rijbewijzen, als bedoeld in paragraaf 1, onder a),
- b)en
- c)van dit artikel, op hun grondgebied worden afgegeven zonder een redelijke waarborg ten aanzien van de rijvaardigheid en lichamelijke geschiktheid van de bestuurder.’ Dit artikel bepaalt dat het rijbewijs alleen kan worden afgeleverd na verificatie van rijvaardigheid en lichamelijke geschiktheid, dewelke de noodzakelijke voorwaarde is voor het verkrijgen van een categorie. Met andere woorden, het in 2003 afgegeven rijbewijs kan niet garanderen dat categorieën die na die datum zijn afgeleverd (zoals de afleverdata op de achterzijde aantonen) voldoen aan deze bepaling. De enige categorie die objectief rechtsgeldig werd toegekend op datum van 1 januari 2003 overeenkomstig deze bepaling en dewelke garant staat voor ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 IX-10.37 de naleving van de verificatie van kennis en vaardigheden, is daarom de categorie B. Dit is de enige categorie waarin het Verdrag voorziet en de enige die werd afgeleverd op moment van eerste afgifte van het rijbewijs. Daarom wordt de vraag tot omwisseling van het niet-Europees rijbewijs van [verzoeker] voor wat betreft de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D geweigerd. Dit in overeenstemming met het Verdrag van Wenen, waarnaar de wet van 16 maart 1968 verwijst voor de vrijstelling van de theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 27 van Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. Aan [verzoeker] wordt hierbij (nogmaals) drie maanden de tijd gegeven vanaf de betekening van deze beslissing om te slagen voor de examens voor het bekomen van de andere categorieën (C1, C, C1E, CE, D1 en D). Daags na het verstrijken van voormelde periode van 3 maanden na betekening van deze beslissing dient [verzoeker] het huidig Belgisch rijbewijs bij de Dienst Burgerzaken af te geven en zal een aangepast Belgisch rijbewijs gratis worden afgegeven, zo niet zal het rijbewijs die dag nog buiten omloop worden gesteld. Beslissing Beslist het volgende: Artikel 1: Weigert de vraag van [verzoeker] tot omwisseling van zijn niet-Europees rijbewijs voor wat betreft de categorieën C1, C, C1E, CE, D1 en D wegens het niet voldoen aan de bepalingen voorzien in het Verdrag van Wenen waarnaar de wet van 16 maart 1968 verwijst voor de vrijstelling van de theoretische en praktische examens bedoeld in artikel 27 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. Artikel 2: Verleent [verzoeker] de mogelijkheid om binnen de drie maanden vanaf de betekening van deze beslissing te slagen voor de examens voor het bekomen van de andere categorieën (C1, C, C1E, CE, D1 en D). Zolang mag hij met het huidig Belgisch rijbewijs blijven rijden om zich in orde te kunnen stellen met de examens. Daags na het verstrijken van voormelde periode van drie maanden na de betekening van deze beslissing dient [verzoeker] het huidig Belgisch rijbewijs bij de Dienst Burgerzaken af te geven en zal een aangepast Belgisch rijbewijs gratis worden afgegeven, zo niet zal het rijbewijs diezelfde dag nog buiten omloop gesteld worden.” Dat is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden IX-10.37 4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting door verzoeker 5. Onder het onderdeel ‘Verzoek tot schorsing’ betoogt verzoeker onder meer wat volgt: “De bestreden beslissing stelt dat verzoekers niet-Europees rijbewijs voor wat de categorieën C1, C, C1E, CE, D1 en D niet worden omgewisseld maar dat hij binnen de 3 maanden na de betekening van de weigeringsbeslissing met het huidig Belgisch rijbewijs mag blijven rijden teneinde zich in orde te kunnen stellen met de examens. […] De verzoeker zit in een onzekere rechtstoestand. Verzoekers niet Europees rijbewijs is zogezegd niet rechtsgeldig omgewisseld […] voor wat de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D betreft maar hij mag wel (weliswaar voor een periode van 3 maanden) met het Belgisch rijbewijs voor wat de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D blijven rondrijden. Deze rechtshandeling schaadt verzoekers belangen en bevat een manifeste tegenstrijdigheid in wat manifest wordt beoogd. Verzoekers niet Europees rijbewijs zou voor wat de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D geen garantie bieden van rijgeschiktheid en rijvaardigheid maar hij mag anderzijds voor deze categorieën Cl, C, C1E, CE, D1 en D wel blijven rondrijden. Als verzoeker niet rijgeschikt en rijvaardig zou zijn én er een duidelijke grond is om aan te nemen dat hij niet bekwaam is om voor deze categorieën Cl, C, C1E, CE, D1 en D in België rond te rijden dan kan het bestuur niet geloofwaardig poneren dat hij in een overgangsfase nog mag rondrijden met een voertuig binnen deze categorieën Cl, C, C1E, CE, D1 en D. De termijn van drie maanden om zich in regel te stellen werd met de losse pols meegegeven, zonder dat er een rechtsgrond hiervoor werd gegeven. Deze werkwijze is hoogst ongebruikelijk en is nergens neergeschreven in een systeem dat tegenstelbaar is aan derden. IX-10.37 De verzoeker ging naar het rijexamencentrum om zich te informeren omtrent het opnieuw afleggen van rijexamens. Het examencentrum liet weten dat hij zich niet kon inschrijven voor rijexamens, daar zijn rijbewijs nog steeds geldig was! De verzoeker komt thans in een kafkaiaanse toestand terecht waarbij hij zich in regel moet stellen maar dit niet kan aangezien het (zogezegd niet erkend) rijbewijs nog geldig is! Om die reden dient de weigeringsbeslissing geschorst te worden zolang er geen uitspraak ten gronde is gedaan.” Voorts vermeldt verzoeker inzake de spoedeisendheid onder het onderdeel ‘Vordering van voorlopige maatregelen’ het volgende: “De verzoeker is, zoals blijkt uit de stukken tewerkgesteld net omwille van zijn competentie om rond te rijden met voertuigen, waarvoor een rijbewijs categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D noodzakelijk is. Verzoeker diende verschillende maanden in het magazijn te werken, daar hij als vrachtwagenchauffeur niet meer op de baan mocht van zijn werkgever. Wanneer verzoeker niet meer zou kunnen werken als vrachtwagenchauffeur zal hij ernstig loonverlies lijden. Hij is immers geschoold en heeft de nodige ervaring waardoor zijn capaciteiten ook verloond worden. Verzoeker legt zijn loonfiches voor om dit aan te tonen. (zie het stuk 13) Gezien de incoherente houding van het bestuur enerzijds en de financiële impact en het mogelijk verlies aan tewerkstelling anderzijds vordert verzoeker de afgifte van een rijbewijs met de bijhorende rij-categorieën in afwachting van de uitspraak ten gronde.” Beoordeling 6. Zoals hiervóór sub 4 in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. IX-10.37 7. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk zou veroorzaken. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd. 8. De voorwaarde van de spoedeisendheid is voorts een schorsingsvoorwaarde die afzonderlijk onderzocht moet worden. Het aanvoeren van ernstige middelen en de uiteenzetting van de spoedeisendheid zijn twee weliswaar cumulatief opgelegde, doch onderscheiden grondvoorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Zij nopen in beginsel dan ook tot een afzonderlijke beoordeling. De onwettigheden die tegen een bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich geen reden zijn om het bestaan van de spoedeisendheid te aanvaarden. 9. In zijn verzoekschrift heeft verzoeker geen afzonderlijke titel aan de voorwaarde van de spoedeisendheid gewijd. 10.1. Uit de uiteenzetting in zijn inleidend verzoekschrift onder de titel ‘Verzoek tot schorsing’ blijkt dat verzoeker de nadelen die het schorsingsarrest moet afwenden, steunt op de “onzekere rechtstoestand” waarin hij zich zal bevinden tijdens de doorlooptijd van de annulatieprocedure. IX-10.37 De genoemde ‘onzekerheid’, die volgens verzoeker zijn belangen schaadt en te wijten is aan tegenstrijdigheden in de bestreden beslissing, volgt volgens verzoeker uit het feit dat hem een termijn van drie maanden vanaf de betekening van de bestreden beslissing werd toegekend vooraleer zijn huidig Belgisch rijbewijs buiten omloop wordt gesteld. Verzoeker beweert in dit verband dat het rijexamencentrum hem liet weten dat hij zich niet kon inschrijven voor rijexamens, daar zijn rijbewijs nog steeds geldig was. 10.2. Aangezien, mede door het feit dat verzoeker gewacht heeft tot het einde van de termijn van zestig dagen om een vordering tot schorsing in te stellen, de termijn van drie maanden vanaf de betekening van de bestreden beslissing reeds verstreken is, is aan deze door verzoeker ingeroepen onzekerheid in ieder geval een einde gekomen. Uit de bestreden beslissing volgt immers dat het rijbewijs van verzoeker voor de categorieën C1, C, C1E, CE, D1 en D op dit ogenblik buiten omloop is gesteld en verzoeker voor deze categorieën niet meer over een geldig rijbewijs beschikt. 10.3. Bovendien betreft de door verzoeker ingeroepen onzekerheid in werkelijkheid een argument dat verband houdt met de wettigheid van het bestreden besluit. Verzoeker verliest aldus uit het oog dat de ernst van de middelen en de spoedeisendheid twee afzonderlijke schorsingsvoorwaarden zijn. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepsindiener en het staat aan verzoeker om aan te tonen dat hij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Voor het aantonen van de spoedeisendheid, volstaat het dan ook niet louter te beweren dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. IX-10.374 Verzoeker levert niet het bewijs van het bestaan van ernstige nadelen veroorzaakt door het bestreden besluit die zouden impliceren dat hij niet op de afwikkeling van een procedure ten gronde kan wachten. 11.1. Voor zover al kan worden aangenomen dat verzoeker, zoals hij in zijn verzoekschrift aangeeft onder het onderdeel ‘Vordering van voorlopige maatregelen’, de onherroepelijke schade situeert in het verlies van zijn dienstbetrekking als vrachtwagenchauffeur en het daarmee gepaard gaande loonverlies, kan worden vastgesteld dat hij zich in essentie beroept op een financieel nadeel. 11.2. Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Een dergelijk nadeel kan immers in principe na een annulatiearrest hersteld worden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van het financiële nadeel op de situatie van verzoeker een zodanige impact heeft dat hij dit niet kan dragen tot de uitspraak ten gronde. Opdat een financieel nadeel de spoedeisendheid van de vordering zou kunnen aantonen, is vereist dat verzoeker concreet aannemelijk maakt dat hij de duur van de annulatieprocedure niet zou kunnen overbruggen zonder dat hij door de bestreden beslissing in een dermate precaire situatie terechtkomt dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor hem persoonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure. 11.3. Ter staving van zijn standpunt legt verzoeker enkele loonfiches voor van zijn dienstbetrekking als vrachtwagenchauffeur. Verzoeker verzuimt ter zake enig zicht te geven op zijn financiële reserves op het tijdstip van de bestreden beslissing, zijn persoonlijke situatie, zijn gezinssituatie en -inkomsten, zijn financiële verplichtingen, zijn IX-10.374 vermogenstoestand en beschikbare middelen, alsook op de mogelijkheid om een werkloosheidsuitkering te verkrijgen of een ander beroepsinkomen te verwerven en bijgevolg een getrouw beeld te geven van de financiële precaire situatie die hij claimt. Overigens voert verzoeker aan dat hij “verschillende maanden in het magazijn [moest] werken, daar hij als vrachtwagenchauffeur niet meer op de baan mocht van zijn werkgever”, waaruit kan worden afgeleid dat verzoeker in de tussentijd over een beroepsinkomen beschikt. In die omstandigheden kan ook de onoverbrugbaarheid van het geleden financiële nadeel tot het einde van de annulatieprocedure niet zonder meer worden aangenomen. 12. Er is niet voldaan aan op zijn minst één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden ingewilligd. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VI. Voorlopige maatregelen 13. Verzoeker vraagt de Raad van State om, bij wijze van voorlopige maatregel, in afwachting van de uitspraak over het beroep tot nietigverklaring, de verwerende partij te bevelen om “uiterlijk 14 dagen na de kennisgeving van het tussenkomende arrest, aan de verzoeker een rijbewijs af te leveren voor de categorieën Cl, C, C1E, CE, Dl en D”. 14. Uit wat voorafgaat blijkt dat niet voldaan is aan één van de voorwaarden gesteld in het reeds genoemde artikel 17, § 1, namelijk dat de vereiste spoedeisendheid niet is aangetoond en de vordering tot schorsing aldus moet worden verworpen. IX-10.374 De verwerping van de hoofdvordering brengt de verwerping met zich mee van alle bijkomstige vorderingen tot het opleggen van voorlopige maatregelen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Wouter Pas IX-10.374 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.595 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.353 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div