id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.599 Rolnummer: A. 235727/IX-10011 Zaak: Arrest 259599 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 23/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-30 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-11 01:39 Fiche Arrest nr 259.599 van 23 april 2024 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 259.599 van 23 april 2024 in de zaak A. 235.727/IX-10.011 In zake : L.S. woonplaats kiezend te tegen : de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de dienst Administratieve Boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 20 december 2021 waarbij aan verzoekster een administratieve boete van 107 euro wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frédéric Vanneste heeft een verslag opgesteld. IX-10.011-1/16 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 maart
- Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Peter Vanhemelrijck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 11 november 2021 om 12.15 uur verricht een controleur van de Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM) een controle van de vervoerbewijzen op tram 4 ter hoogte van de halte Spaarstraat in Gent. Verzoekster legt een sms-ticket voor, maar volgens de controleur is dit niet geldig omdat het zou zijn aangekocht op het uur waarop de controle een aanvang heeft genomen zodat verzoekster een deel van het traject zou hebben afgelegd zonder geldig vervoerbewijs. De controleur stelt een proces-verbaal op ten laste van verzoekster voor de volgende inbreuk: “Geen geldig vervoerbewijs/geen bewijsstuk dat recht geeft op gratis vervoer (art. 66.1.) Sms op uur CCG verzonden.” IX-10.011-2/16 3.
- De bestreden beslissing is genomen op grond van (het inmiddels opgeheven) artikel 66, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 ‘betreffende de exploitatie en de tarieven van de VVM’ dat ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing luidt: “Zodra de reiziger in het voertuig plaats neemt, moet hij in het bezit zijn van een vervoerbewijs, dat geldig is of geldig is gemaakt voor de rit. Het vervoerbewijs moet geldig zijn voor de volledige rit die hij ermee aflegt.” 3.
- Met een aangetekende brief van 19 november 2021 stelt de dienst Administratieve Boetes van de VVM verzoekster in kennis van het voormelde proces-verbaal. Daarbij wordt meegedeeld: “Op 11.11.2021 om 12.15 werd door een beëdigd controleur (personeelsnummer […]) proces-verbaalnummer 1309801003 opgesteld ten laste van [verzoekster] voor volgende inbreuk: ‘code 01 – Geen geldig vervoerbewijs/geen bewijsstuk dat recht geeft op gratis vervoer (art. 66.1)’. Bijkomende informatie vindt u in het proces-verbaal in bijlage. U ontvangt dit schrijven omdat u reed zonder geldig vervoerbewijs. Voor de kwalificatie van ‘geldig vervoerbewijs’ verwijzen wij naar onze Algemene Reisvoorwaarden die u terugvindt op onze website www.delijn.be.” De dienst Administratieve Boetes vermeldt tevens het “[v]oorstel van beslissing” om een boete van 107 euro te betalen. 3.
- Op 28 november 2021 bezorgt verzoekster haar verweer aan de dienst Administratieve Boetes. In dat verweer stelt zij, gestaafd met stukken, dat zij op 10 november 2021 bij een vriendin heeft gelogeerd die een appartement heeft in de buurt van de halte Tolpoort. Daags nadien heeft zij om 12.14 uur tram 4 genomen richting het UZ Gent waarbij zij een sms-ticket heeft aankocht vooraleer aan de halte Tolpoort plaats te nemen op de tram. De controle is een halte verder uitgevoerd, zodat het logisch is dat het sms-ticket zeer recent was. IX-10.011-3/16 De stelling van de controleur dat het sms-ticket pas is aangekocht nadat de controle was begonnen, noemt verzoekster “manifest onwaar”. Ook de in het proces-verbaal vermelde opstaphalte Korenmarkt en afstaphalte Rabot zijn “manifest incorrect”. Verzoekster verklaart daaromtrent: “De dag nadien, op donderdag 11 november 2021, vatte ik de terugweg aan naar mijn thuis in Antwerpen. Daartoe nam ik in Gent om 12u14 opnieuw tram 4, nu richting UZ en opnieuw halte Tolpoort met een sms-ticket (zie het verstuurde sms-bericht in Stuk 1 en het ontvangen sms-ticket in Stuk 2). De tram had vertraging (zoals u kan zien in de communicatie met mijn vriendin, toegevoegd als Stuk 4) en arriveerde dus niet om 12u04, maar om 12u14 aan Tolpoort. Op het ogenblik dat de tram in de nabijheid was stuurde ik het sms-bericht om het ticket aan te kopen. De volgende halte (Spaarstraat: 400m verder) stapte controleur […] op de tram. Ik toonde haar mijn vervoersbewijs (ontvangen sms-ticket in Stuk 2). De controleur trok in twijfel of ik aan halte Tolpoort opgestapt was en beschuldigde me valselijk van het feit dat ik nog snel een sms bericht zou hebben gestuurd, toen ik merkte dat er controle was. Daarbij baseerde ze zich op het tijdstip van 12u15 in het sms-ticket. Een afstand van 400m (tussen halte Tolpoort en halte Spaarstraat) wordt wanneer aan een snelheid van meer dan 24 km/u gereden wordt in minder dan 1 minuut afgelegd. Het is dus heel normaal dat mijn sms-ticket zeer recent leek. Dat was het immers ook! De in het PV vermelde opstaphalte Korenmarkt en afstaphalte Rabot zijn overigens manifest incorrect en wellicht een materiële vergissing van de controleur aangezien ik tegen haar (aan Halte Spaarstraat, waar de controle plaatsvond) heb gezegd dat ik de vorige halte (Tolpoort) opstapte. Er is ook geen enkele mogelijkheid waarop de controleur kon vaststellen op welke halte ik zou zijn opgestapt, noch afgestapt. Indien hier camerabeelden van beschikbaar zijn, dan vraag ik die bij deze graag op, aangezien deze onomstotelijk kunnen aantonen dat ik aan halte Tolpoort ben opgestapt en aan Station Sint-Pieters ben afgestapt. Zie Stuk 5 en Stuk 6 voor mijn treintickets.” 3.
- Met een brief van 20 december 2021 stelt de dienst Administratieve Boetes van de VVM verzoekster ervan in kennis dat de boete van 107 euro wordt gehandhaafd. Verzoekster leest daarin de bestreden beslissing, die luidt: IX-10.011-4/16 “Op 11.11.2021 om 12.15 uur werd door een beëdigd controleur (personeelsnummer […]) proces-verbaalnummer 1309801003 opgesteld ten laste van [verzoekster] voor volgende inbreuk: 01 – Geen geldig vervoerbewijs/geen bewijsstuk dat recht geeft op gratis vervoer (art. 66.1) Uw verweer van 28.11.2021 In onze Algemene Reisvoorwaarden staat duidelijk vermeld dat de sms- ticketreiziger zich uit eigen beweging vóór het begin van de reis een m- ticket moet aanschaffen. Dit impliceert dat de reiziger zijn digitaal vervoerbewijs moet aangekocht hebben en dat de bevestigings-sms zichtbaar moet zijn op zijn gsm-toestel vooraleer hij op het voertuig plaatsneemt. U koopt best een sms-ticket aan wanneer u bus of tram ziet aankomen. De aankoop van een sms-ticket gaat vrijwel onmiddellijk. De controle op het voertuig startte om 12.15u., op dat ogenblik moeten alle reizigers in het bezit zijn van een geldig vervoerbewijs. U kocht uw sms- ticket aan terwijl u reeds op het voertuig zat en dit om 12.15u. Dit betekent dat u te laat uw sms-ticket hebt aangekocht en dat u een deel van het traject hebt afgelegd zonder geldig vervoerbewijs. De boete is dan ook terecht opgelegd en blijft behouden.” IV. Onderzoek van het enige middel Vooraf
- In het verzoekschrift voert verzoekster aan dat de bestreden beslissing “incorrect [is] en enkel gebaseerd op speculatie, niet op vaststellingen” in zoverre de verwerende partij overweegt: “U kocht uw sms-ticket aan terwijl u reeds op het voertuig zat en dit om 12.15u. Dit betekent dat u te laat uw sms-ticket hebt aangekocht en dat u een deel van het traject hebt afgelegd zonder geldig vervoersbewijs. De boete is dan ook terecht opgelegd en blijft behouden.” Vervolgens argumenteert verzoekster dat zij wel in het bezit was van een geldig vervoerbewijs voor de volledige rit, dat de tijdsvaststellingen door de controleur niet voldoende nauwkeurig zijn om te stellen dat zij een deel van het traject zonder vervoerbewijs reed en tot slot klaagt zij aan dat er geen gekalibreerde toestellen zijn om de tijd van de vaststellingen te bepalen. IX-10.011-5/16
- Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, blijkt hieruit dat verzoekster de schending aanvoert van de materiëlemotiveringsplicht doordat de bestreden beslissing niet steunt op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die beslissing in aanmerking kunnen worden genomen. Uit het antwoord van de verwerende partij blijkt dat zij dat ook uit de uiteenzetting van het middel heeft kunnen afleiden en dat zij de door verzoekster aangevoerde argumenten vanuit die optiek heeft beantwoord. Hierna wordt deze grief behandeld in de lezing zoals begrepen door de verwerende partij en het auditoraat. Standpunt van de partijen 6.
- In het eerste onderdeel van het middel voert verzoekster aan dat zij wel beschikte over een vervoerbewijs dat geldig was gemaakt vóór de rit en geldig was voor de volledige rit. Volgens verzoekster wordt dit aangetoond door het feit dat de controleur een foto heeft genomen van het sms-ticket. Uit het feit dat het sms-ticket zo recent was aangekocht – een halte voor de controle – heeft de controleur afgeleid dat een deel van de rit werd afgelegd zonder geldig vervoerbewijs, maar dit is niet het geval en is louter speculatie. Ook de vermelding in het proces-verbaal dat haar opstaphalte Korenmarkt is en de afstaphalte Rabot, is onjuist. De controleur is opgestapt aan de halte Spaarstraat en daar ook weer afgestapt, zodat zij onmogelijk kon vaststellen wat verzoeksters op- en afstaphaltes waren. Met verwijzing naar diverse stukken die dit moeten aantonen, stelt verzoekster dat zij kwam van het appartement van een vriendin, gelegen in de buurt van de halte Tolpoort en dat haar rit van de halte Tolpoort naar het Sint-Pietersstation liep. IX-10.011-6/16 In het tweede onderdeel van het middel voert verzoekster aan dat de tijdsvaststellingen niet voldoende nauwkeurig zijn, zodat onmogelijk kan worden geoordeeld dat zij een deel van het traject zonder geldig vervoerbewijs heeft gereden. Zij argumenteert dat de nauwkeurigheid van het sms-ticket een minuut bedraagt (12.15 uur) en de nauwkeurigheid van het tijdstip van de controle eveneens een minuut (12.15 uur). De afstand tussen de halte Tolpoort en de halte Spaarstraat bedraagt 400 meter en de tijd tussen beide haltes, wanneer de gemiddelde snelheid van de tram meer dan vierentwintig kilometer per uur bedraagt, is minder dan een minuut. Bovendien is het zo dat aangezien de sms- aanvraag is verstuurd om 12.14 uur en het ticket is afgeleverd om 12.15 uur, de vijftiende minuut nog maar net was aangevangen bij het aankopen van het sms- ticket. Indien de tijd op het sms-ticket ook in seconden zou zijn uitgedrukt, had het ticket wellicht 12.15.00 uur aangegeven. De aankoop van een sms-ticket gaat vrijwel onmiddellijk, zoals de verwerende partij ook erkent. Verzoekster merkt ook nog op dat zij op de tram aan de deur zat en dat zij als eerste is gecontroleerd. In het derde onderdeel van het middel voert verzoekster aan dat opdat een administratieve boete zou kunnen worden opgelegd, de vaststellingen objectief en correct moeten gebeuren. Daartoe moet, aldus verzoekster, worden gebruikgemaakt van gekalibreerde meettoestellen met een geldig kalibratiecertificaat. Verzoekster wenst te vernemen waar de kalibratiecertificaten zijn van de klok van de server die het sms-ticket heeft gecreëerd en van de klok die door de controleur is gebruikt om het tijdstip van de controle te noteren. Zij wijst erop dat de bestreden beslissing louter steunt op het tijdstip van het sms- ticket in vergelijking met het tijdstip van de controle. Zonder kalibratiecertificaat kan echter niet worden gegarandeerd dat de tijd correct is vastgesteld en dat de vaststellingen van de controleur dus juist zijn. IX-10.011-7/16 6.
- De verwerende partij antwoordt dat verzoekster niet in het bezit was van een geldig vervoerbewijs op het moment dat zij plaatsnam in de tram en dit ook niet aantoont. Verzoeksters verklaring dat zij het ticket heeft aangevraagd voorafgaand aan het opstappen aan de halte Tolpoort strookt niet met de werkelijkheid. Vooreerst diende verzoekster in het bezit te zijn van een geldig vervoerbewijs op het ogenblik dat zij op de tram plaatsnam. Dat was manifest niet het geval en verzoekster betwist dat ook niet. Voorts vond de controle plaats aan de halte Spaarstraat die zich op meer dan een minuut reisafstand van de halte Tolpoort bevindt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat de tram pas vertrekt als alle passagiers zijn opgestapt, niet meteen op snelheid is en dat het traject een zware bocht bevat waar trager moet worden gereden. Uit een opzoeking in het ‘De Lijn ticketing systeem’ blijkt dat verzoekster het sms- ticket om 12.15.25 uur heeft aangevraagd en dat het om 12.16.09 uur is afgeleverd, dus na de aanvang van de controle. Voorts stelt de verwerende partij dat verzoekster niet aantoont dat de tijdsvaststellingen onnauwkeurig zijn. Zij acht dit ook in mindere mate relevant nu is vastgesteld dat verzoekster onmogelijk tijdig een sms-ticket heeft aangevraagd. Niettemin verstrekt zij volgende aanvullende informatie aangaande de tijdsindicaties in het proces-verbaal: “De tablet van de controleur maakt met satelliet-verbinding connectie met de boordcomputer van het voertuig. Dat uur (12u15) is voor de volledige controle op dit voertuig hetzelfde voor alle proces-verbalen [lees: processen-verbaal] die op dit voertuig worden opgesteld. Op dat moment moeten ook alle reizigers reeds over hun vervoerbewijs beschikken. Alle vervoerbewijzen die dan nog worden gekocht, geactiveerd, bevestigd of gevalideerd zijn te laat. Te late vervoerbewijzen worden als geen vervoerbewijzen beschouwd. Elk vervoerbewijs moet immers gelden voor de volledige rit. Er werden op dit voertuig in totaal 6 proces-verbalen opgesteld voor code 01 – reizen zonder geldig vervoerbewijs. Slechts in 1 ervan is er betwisting: het dossier van [verzoekster]. IX-10.011-8/16 Er zijn geen andere lopende dossiers meer.” Voor de verwerende partij kan er geen twijfel over bestaan dat verzoekster op het ogenblik dat zij de controleur zag, laattijdig en in een poging om een geldboete te ontlopen, een aanvraag tot het verkrijgen van een sms-ticket heeft verstuurd. Zij was derhalve niet in het bezit van een geldig vervoerbewijs op het ogenblik dat zij heeft plaatsgenomen op de tram. 6.
- In de memorie van wederantwoord repliceert verzoekster dat het door de verwerende partij neergelegde stuk uit het ‘De Lijn ticketing systeem’ duidelijk aantoont dat er een probleem is met de tijdsregistratie. Blijkens dat stuk zou het sms-ticket zijn afgeleverd om 12.16.09 uur, maar dat is onmogelijk aangezien de controle volgens het proces-verbaal plaatsvond om 12.15 uur. Verzoekster is als eerste gecontroleerd – wat de verwerende partij niet tegenspreekt – en daarbij heeft de controleur een foto genomen van het scherm van verzoeksters gsm waarop het geldige sms-ticket stond. Er kan uiteraard geen foto worden genomen van een sms-ticket dat, volgens het stuk van de verwerende partij, op dat ogenblik nog niet zou zijn afgeleverd. Er is dus duidelijk een probleem met de tijdsvaststellingen, wat de enige maatstaf is die door de controleur en de verwerende partij wordt gehanteerd om te speculeren dat het ticket onderweg of pas bij de controle is aangekocht. Ofwel heeft de controle later plaatsgevonden dan 12.15 uur, wat de bewering van de verwerende partij dat het sms-ticket te recent was op losse schroeven zet, ofwel klopt de tijd in het ticketingsysteem van de verwerende partij niet. Hoe dan ook kan er geen boete worden gegeven op grond van onnauwkeurige tijdsgegevens. Aangezien de verwerende partij niet beschikt over een kalibratiecertificaat voor de tijdsbron van de server die de tickets aflevert, noch voor de tijdsbron die door de controleur wordt gebruikt om het tijdstip van de controle te noteren, dienen de tijdsvermelding op het sms-ticket en het tijdstip van de controle als onbetrouwbaar te worden beschouwd. IX-10.011-9/16 In zoverre de verwerende partij stelt dat verzoekster niet in het bezit was van een geldig vervoerbewijs op het moment dat zij plaatsnam in de tram en dit ook niet aantoont, repliceert verzoekster dat het onbetwistbaar is dat het vervoerbewijs dat zij heeft getoond tijdens de controle een geldig vervoerbewijs was. Zij merkt op dat niet zij moet bewijzen dat zij beschikte over een geldig vervoerbewijs, maar dat de verwerende partij moet bewijzen dat zij niet beschikte over een geldig vervoerbewijs op het ogenblik dat zij op de tram stapte. De verwerende partij kan dat bewijs onmogelijk leveren. In de mate dat de verwerende partij stelt dat verzoekster niet betwist dat zij niet over een geldig vervoerbewijs beschikte op het ogenblik dat zij plaatsnam op de tram, doet verzoekster gelden dat zij dat uiteraard wel betwist en dat dit de hele reden is voor het instellen van huidig beroep. Reeds bij de uiteenzetting van de feiten heeft zij te kennen gegeven dat zij een sms-ticket heeft aangekocht toen de tram in aantocht was en het sms-ticket enkele seconden later heeft ontvangen alvorens op de tram te stappen. Wat de nauwkeurigheid van de tijdsvaststellingen betreft, argumenteert verzoekster dat zij niet moet bewijzen dat de metingen onnauwkeurig zijn, maar dat de verwerende partij moet aantonen dat de meting wel nauwkeurig is, hetgeen zij blijkbaar niet kan. De bewering van de verwerende partij dat zij onmogelijk tijdig een sms-ticket heeft aangevraagd, steunt volgens verzoekster op deze onnauwkeurige, niet-gekalibreerde tijdsmeting van de verwerende partij. Dat in geen andere dossiers de opgelegde geldboete wordt betwist, is volgens verzoekster volstrekt irrelevant. Waar de verwerende partij stelt dat verzoekster op het ogenblik van de controle, laattijdig en wellicht in een poging om een geldboete te IX-10.011-10/16 ontlopen, een sms-ticket heeft aangevraagd, repliceert verzoekster dat dit louter speculatie is en dat reizigers niet beboet kunnen worden op grond van speculatie. Het enige wat objectief kan worden vastgesteld is dat zij op het ogenblik van de controle over een geldig vervoerbewijs beschikte, getuige de foto die door de controleur is genomen. De verwerende partij tracht aan de hand van tijdsgegevens waarvan de correctheid helemaal niet kan worden gegarandeerd aan te tonen dat het ticket erg recent was, maar komt niet verder dan een bewering dat het traject langer duurt dan een minuut omdat er een bocht in zit. Uit een door verzoekster bijgevoegde kaart van de route blijkt echter dat er van veel bocht geen sprake is. 6.
- In haar laatste memorie stelt de verwerende partij inzake het eerste onderdeel van het middel dat in de bestreden beslissing, meer bepaald in het proces-verbaal, wordt aangegeven dat de reisweg gaat van de starthalte Korenmarkt van tram 4 tot de eindhalte Rabot. Verzoekster levert niet het bewijs dat zij aan de halte Tolpoort is opgestapt. Zij kan ook een of meerdere haltes eerder zijn opgestapt. En zelfs indien zij aan de halte Tolpoort is opgestapt, is het onmogelijk dat zij tijdig haar sms-ticket heeft aangevraagd. Uit de reisweg die wordt vermeld op Google maps blijkt dat tussen de haltes Tolpoort en Spaarstraat, waar de controle plaatsvond, een reistijd van drie minuten is voorzien. Aangezien verzoekster het sms-ticket heeft aangevraagd om 12.15.25 uur en het ticket is afgeleverd om 12.16.09 uur, dus na de aanvang van de controle, kan verzoekster onmogelijk het sms-ticket tijdig – dit wil zeggen voorafgaand aan het instappen –hebben aangevraagd. Wat het tweede en het derde onderdeel van het middel betreft, stelt de verwerende partij dat de feiten vaststaan en behoorlijk bewezen zijn. Verzoekster heeft zelf verklaard dat zij, minstens, een halte voor de halte waar de controle plaatsvond, is opgestapt. Zelfs al zou de controle om 12.15.59 uur zijn aangevangen, is het onmogelijk dat verzoekster tijdig haar sms-ticket heeft aangevraagd en in het bezit was van een geldig ticket op het moment dat ze op de IX-10.011-11/16 tram heeft plaatsgenomen. De reisweg tussen de haltes Tolpoort en Spaarstraat duurt immers meerdere minuten. Indien verzoekster voorafgaandelijk aan het opstappen op de tram – dit moet minimaal om 12.13 uur zijn geweest, gelet op de reisweg van de tram – een sms-ticket zou hebben aangevraagd, zou zij tijdig een geldig en valabel sms-ticket hebben ontvangen, ruim voorafgaand aan de controle om 12.15 uur. 6.
- Verzoekster stelt in haar laatste memorie dat de drie minuten reistijd tussen de haltes Tolpoort en Spaarstraat waarvan de verwerende partij aan de hand van een opzoeking op Google maps gewag maakt inclusief een minuut wandeltijd is. Een eigen opzoeking op Google maps leert verzoekster dat de reistijd per auto een minuut bedraagt en verzoekster stelt dat een tram, die op zijn eigen bedding rijdt, binnen de bebouwde kom er niet langer over doet dan een wagen. Beoordeling
- De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Bij de beoordeling van de naleving van de materiëlemotiveringsplicht is de Raad van State niet bevoegd om zijn oordeel omtrent de feiten in de plaats te stellen van het oordeel van de administratieve overheid. Hij is enkel bevoegd om desgevraagd na te gaan of de administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. IX-10.011-12/16
- In de bestreden beslissing wordt aan verzoekster ten laste gelegd dat zij haar sms-ticket heeft aangekocht terwijl zij reeds op de tram zat (om 12.15 uur) en dat zij dus een deel van het traject heeft afgelegd zonder geldig vervoerbewijs.
- Wat het door verzoekster afgelegde traject betreft, neemt de verwerende partij blijkens de bestreden beslissing en proces-verbaal nr. 1309801003 aan dat verzoekster is opgestapt aan de halte Korenmarkt en is afgestapt aan de halte Rabot. Het betreft niet louter de reisweg van tram 4 zoals de verwerende partij in haar laatste memorie beweert. In het proces-verbaal wordt immers uitdrukkelijk vermeld “Opstaphalte: Korenmarkt” en “Afstaphalte: Rabot”. De verwerende partij is aldus van oordeel dat verzoekster vanaf de halte Korenmarkt tot de halte Spaarstraat, waar de controle is uitgevoerd en waar verzoekster volgens de verwerende partij een sms-ticket zou hebben aangekocht, zonder geldig vervoerbewijs heeft gereden. Nochtans heeft verzoekster in haar verweer van 28 november 2021 uiteengezet dat de controleur, die is opgestapt en afgestapt aan de halte Spaarstraat, onmogelijk kon vaststellen wat haar op- en afstaphaltes waren. Aan de hand van stukken heeft zij ook minstens een begin van bewijs geleverd dat zij is opgestapt aan de halte Tolpoort (en is afgestapt aan het Sint- Pietersstation). In de bestreden beslissing wordt op die argumentatie niet ingegaan. De verwerende partij blijft er dus van uitgaan dat verzoekster het traject van de halte Korenmarkt tot de halte Spaarstraat heeft afgelegd zonder geldig vervoerbewijs, hoewel verzoekster minstens het begin van bewijs levert dat dit niet correct is. In die zin is de motivering van de bestreden beslissing alvast niet deugdelijk. IX-10.011-13/16
- Er wordt niet betwist dat verzoekster op het moment dat zij is gecontroleerd een geldig sms-ticket kon voorleggen. De verwerende partij beweert evenwel dat het tijdstip van het sms-ticket dermate recent is dat het wel moet zijn aangekocht terwijl verzoekster reeds op de tram zat en dat zij aldus een deel van het traject zonder geldig vervoerbewijs heeft gereden.
- Blijkens de door de verwerende partij bijgevoegde opzoeking in het ‘De Lijn ticketing systeem’ heeft verzoekster om 12.15.25 uur een sms- ticket aangevraagd. Die aanvraag is aan de operator afgeleverd om 12.15.29 uur en het sms-ticket heeft aldus een geldigheidsduur van 12.15.29 uur tot 13.15.29 uur. Om 12.16.09 uur is het sms-ticket afgeleverd aan verzoekster. Uit de door verzoekster bijgevoegde screenshots van haar gsm blijkt dan weer dat het sms-ticket om 12.14 uur is aangevraagd en om 12.15 uur is afgeleverd.
- Blijkens de door de verwerende partij bijgevoegde opzoeking in de ‘Mobiele toepassing Controleurs’ is de controle aangevangen om 12.15 uur (uur van de boordcomputer) terwijl de vaststelling van de aan verzoekster ten laste gelegde overtreding is gebeurd om 12.16 uur. Een meer precieze aanduiding van het tijdstip is er niet, zodat de controle kan zijn aangevangen tussen 12.15.00 uur en 12.15.59 uur. De verwerende partij betwist niet dat verzoekster, zoals zij zelf verklaart, als eerste is gecontroleerd.
- Zoals hiervóór is vastgesteld, maakt verzoekster aannemelijk dat zij is opgestapt aan de halte Tolpoort. De afstand tussen de halte Tolpoort en de halte Spaarstraat bedraagt slechts 400 meter. De tram rijdt daarbij op een eigen bedding. Uit het door de verwerende partij bijgevoegde uittreksel uit Google maps blijkt dat de weg tussen de halte Tolpoort en de halte Spaarstraat vrijwel recht is en geen, zoals de verwerende partij beweert, zware bocht bevat. De IX-10.011-14/16 bewuste tramrit vond ook niet plaats tijdens het spitsuur en bovendien op een feestdag.
- De voorgaande gegevens in acht genomen, is het niet noodzakelijk zo dat de aankoop van het sms-ticket onmogelijk verricht kon zijn voordat verzoekster in de tram heeft plaatsgenomen. De verwerende partij kon dan ook niet met de vereiste zekerheid oordelen dat verzoekster een deel van het traject zonder geldig vervoerbewijs heeft afgelegd. Ook in dat opzicht is de motivering van de bestreden beslissing niet deugdelijk.
- Dat er geen andere dossiers zijn waarin de boete wordt betwist, doet aan de voorgaande onwettigheid geen afbreuk.
- Het enige middel is in de aangegeven mate gegrond. V. Rechtsplegingsvergoeding
- Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is een rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Aangezien verzoekster niet is vertegenwoordigd door een advocaat, is er geen aanleiding tot het toekennen van de door haar gevorderde rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING IX-10.011-15/16
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de dienst Administratieve Boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 20 december 2021 waarbij aan L.S. een administratieve boete van 107 euro wordt opgelegd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.011-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.599 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.