← België

Arrest 259611 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 24/04/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.611 Rolnummer: A. 239025/XIV-39196 Zaak: Arrest 259611 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 24/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-26 Raadplegingen: 125 - laatst gezien 2026-06-11 01:43 Fiche Arrest nr 259.611 van 24 april 2024 Fiscaliteit - Federale reglementen (fiscaliteit) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.611 van 24 april 2024 in de zaak A. 239.025/XIV-39.196 In zake: de BV CHERRY PICKERS FILMDISTRIBUTIE BELGIË vertegenwoordigd door bv Konsilanto woonplaats kiezend te 2550 Kontich Prins Boudewijnlaan 7B tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën van 30 januari 2023 waarbij aan de bestuurder en vertegenwoordiger van de verzoekende partij een administratieve geldboete van 500 euro wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. XIV-39.196-1/4 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 30 januari
  3. Op 22 maart 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-39.196-2/4 XIV-39.196-3/4 BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.196-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.611 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.