id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.616 Rolnummer: A. 235120/X-18038 Zaak: Arrest 259616 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-26 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-06-11 01:45 Fiche Arrest nr 259.616 van 24 april 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.616 no lien 276856 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 259.616 van 24 april 2024 in de zaak A. 235.120/X-18.038 In zake :
- W.D.
- H.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingediend op 26 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 22 september 2021 ‘tot vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie Vlaams-Brabant’, in zoverre het betrekking heeft op het onroerend goed gelegen […] te 3001 Heverlee. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.038-1/8 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 november
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Jongbloet, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekers zijn eigenaar van een onroerend goed gelegen te Heverlee. Aldaar bevinden zich de woning en de tuin van verzoekers. 4.
- Van 2 maart 2020 tot 18 juni 2020 wordt een openbaar onderzoek gehouden over de eventuele opname van onder meer verzoekers’ woning in de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Vlaams-Brabant. X-18.038-2/8 Het ontwerp van inventaris verantwoordt de opname van deze woning met het argument dat ze een representatief voorbeeld van het eclecticisme is. 4.
- De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in waarin zij betwisten dat hun woning een “waardig vertegenwoordiger” zou zijn van het eclecticisme. De toekenning van deze architectuurstijl is volgens verzoekers “manifest te hoog gegrepen”. Zij besluiten dat hun woning niet erfgoedwaardig is.
- Op 12 november 2020 geeft de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed advies. 6.
- Met een besluit van 22 september 2021 stelt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Vlaamse-Brabant vast. Onder meer verzoekers’ woning wordt erin opgenomen. 6.
- De bijlage bij het laatstgenoemde besluit bevat volgend antwoord op verzoekers’ bezwaarschrift: “De stijltoekenning dient inderdaad gecorrigeerd te worden: de stijl ‘eclecticisme’ kan moeilijk gehanteerd worden als bouwstijl voor architectuur gebouwd na
- De benaming van het bouwkundig element wordt om die reden gewijzigd in ‘Naoorlogse villa’. De bouwstijl ‘eclecticisme’ wordt geschrapt uit de erfgoedkenmerken. De beschrijving op basis van de erfgoedkenmerken wordt als volgt aangepast: ‘In 1947 werd de toelating verkregen door de heer [C.D.] voor het bouwen van een villa langs de toenmalige Tervuursesteenweg, en Hertogweg of de huidige Terbankstraat. De achterin gelegen villa is gebouwd in een klassiek-conventionele stijl, naar ontwerp van de architect [J.S.] uit Wilsele, en wordt aan het zicht onttrokken door een bomenrij die het perceel afbakent. De villa werd gerenoveerd in 1996.’ […] De conclusie van bezwaarindiener dat […] geen verantwoording van de erfgoedwaarde blijkt, wordt niet gevolgd. De bouwstijl ‘eclecticisme’ werd inderdaad verkeerdelijk toegekend. Deze foute stijltoekenning doet echter de architecturale waarde die aan het goed toegeschreven wordt, niet teniet. Als erfgoedwaarden worden voor deze villa de historische en architecturale waarde aangeduid. Deze erfgoedwaarden zijn nog steeds aanwezig omdat het goed een herkenbaar en representatief voorbeeld vormt van de naoorlogse villabouw ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.616 X-18.038-3/8 in Heverlee. Dit wordt inderdaad niet woordelijk in het vaststellingsvoorstel aangeduid, maar kan afgeleid worden uit de beschrijving op basis van de erfgoedkenmerken die voorlag voor opname in de vastgestelde inventaris. Conclusie: Het bezwaar heeft invloed op het ministerieel besluit. Het bouwkundig element ‘Eclectische villa’ […] wordt opgenomen in het vaststellingsbesluit met aangepaste benaming, erfgoedkenmerken en beschrijving op basis van de erfgoedkenmerken. De benaming wordt ‘Naoorlogse villa’. Het erfgoedkenmerk ‘eclecticisme’ wordt geschrapt. De beschrijving op basis van de erfgoedkenmerken wordt: ‘In 1947 werd de toelating verkregen door de heer [C.D.] voor het bouwen van een villa langs de toenmalige Tervuursesteenweg, en Hertogweg of de huidige Terbankstraat. De achterin gelegen villa is gebouwd in een klassiek-conventionele stijl, naar ontwerp van de architect [J.S.] uit Wilsele, en wordt aan het zicht onttrokken door een bomenrij die het perceel afbakent. De villa werd gerenoveerd in 1996.’” IV. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 7.
- Het tweede middel wordt genomen uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. 7.
- Verzoekers stellen dat de verwerende partij hun bezwaarschrift heeft verworpen met een motivering die niet correct en dus onwettig is. De verwerende partij erkent wel dat zij de aan het openbaar onderzoek onderworpen ontwerpinventaris diende aan te passen, doch de enige wijzigingen die werden doorgevoerd zijn de aanpassing van de naam van verzoekers’ woning van “eclectische villa” naar “villa” en de schrapping van de stijl eclecticisme. De beschrijving van de kenmerken van verzoekers’ woning is in de definitief vastgestelde inventaris identiek gebleven ten opzichte van de ontwerpinventaris.
- In haar memorie van antwoord benadrukt de verwerende partij dat er bij de behandeling van de bezwaren enkel en alleen is geoordeeld dat er sprake was van een foute stijltoekenning. De term “eclecticisme” mag nu eenmaal academisch gezien niet gebruikt worden voor constructies opgericht na
- X-18.038-4/8 Volgens de verwerende partij heeft deze louter academische aanpassing geen enkele weerslag op de inhoud van het bestreden besluit. Er wordt op geen enkele wijze aangetoond welke rechtsregel geschonden zou zijn, laat staan op welke wijze verzoekers hierdoor in hun belangen geschaad zouden zijn. De verwerende partij besluit dat het middel onontvankelijk is bij gebrek aan nadeel, minstens is het middel ongegrond.
- In hun memorie van wederantwoord herhalen verzoekers dat het bestreden besluit geen dragende motieven bevat om hun bezwaarschrift te verwerpen. Het gaat niet op hun woning te bestempelen als een villa in een (onbestaande) klassiek-conventionele architecturale stijl ter beantwoording van hun bezwaar dat deze woning geen erfgoedwaardige stijlkenmerken heeft.
- In haar laatste memorie voegt de verwerende partij toe dat alle specifieke kenmerken van verzoekers’ woning in het bestreden besluit worden beschreven, waarbij is besloten dat de naoorlogse villa in een klassiek-conventionele stijl gebouwd is. De redenering van verzoekers komt er volgens haar op neer dat voor elk pand eerst een uitvoerige kunsthistorische toelichting zou moeten worden voorzien waarin de toepasselijke stijl tot in het detail wordt beschreven, waarna de kenmerken van het pand puntsgewijze getoetst worden aan de stijlbeschrijving. Dit is niet het geval. De architecturale en bouwtechnische kwaliteiten zijn bepalend en deze worden te dezen zeer duidelijk en uitvoerig omschreven.
- In hun laatste memorie stellen verzoekers dat herkenbaarheid van de klassiek-conventionele stijl die het bestreden besluit in hun woning meent te kunnen ontwaren toch aardig moet tegenvallen, nu de verwerende partij er aanvankelijk een eclectische stijl in had gezien. Voorts hebben zij op geen enkel naslagwerk de hand kunnen leggen waarin de zogenaamde “klassiek-conventionele stijl” wordt beschreven. Uit geen enkele bron kan worden afgeleid dat dit een identificeerbare architectuurstijl of bouwkunststijl zou betreffen. Volgens verzoekers gaat het om een eufemisme voor “dertien-in-een-dozijn”. Het is ook volstrekt onduidelijk wat de kenmerken zouden zijn van de naoorlogse Heverlese villabouw. X-18.038-5/8 X-18.038-6/8 Beoordeling
- Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
- De laatstgenoemde verplichting is voor verzoekers een waarborg, zodat zij wel degelijk belang hebben bij het bestrijden van de niet-naleving ervan.
- In de bijlage bij het bestreden besluit wordt erkend dat verzoekers terecht bezwaar hebben geuit tegen de stijltoekenning eclecticisme. Toch verwerpt de verwerende partij verzoekers’ bezwaar dat hun woning geen erfgoedwaarde heeft. Het – ten opzichte van de ontwerpinventaris nieuwe – motief dat daarvoor wordt aangehaald is dat deze woning “een herkenbaar en representatief voorbeeld vormt van de naoorlogse villabouw in Heverlee”. Terecht merken verzoekers op dat het volstrekt onduidelijk is wat de typische kenmerken zouden zijn van de naoorlogse Heverlese villabouw. Het administratief dossier – dat overigens geen enkele foto van verzoekers’ woning bevat – bewaart hierover het stilzwijgen. De verwerende partij slaagt er niet in om ter zake enige toelichting te verstrekken of zelfs maar te verwijzen naar enige bron waarin daarover meer informatie kan worden teruggevonden. Gelet op deze onduidelijkheid van het vergelijkingspunt is het voornoemde motief onvoldoende draagkrachtig. Deze tekortkoming wordt niet goedgemaakt door de beschrijving van de kenmerken van verzoekers’ woning in het bestreden besluit waaruit wordt afgeleid dat ze is uitgevoerd in “een klassiek-conventionele stijl”, al was het maar omdat ook de inhoud hiervan in het ongewisse blijft zodat onduidelijk is wat er precies onder moet worden begrepen. De conclusie is dat het bestreden besluit niet afdoende laat begrijpen waarom verzoekers’ bezwaarschrift niet is gevolgd. X-18.038-7/8
- Het middel is ontvankelijk en gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 22 september 2021 ‘tot vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie Vlaams-Brabant’, in zoverre het betrekking heeft op het onroerend goed gelegen […] te 3001 Heverlee.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 20 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.038-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.616 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div