id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.640 Rolnummer: A. 237759/IX-10163 Zaak: Arrest 259640 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-29 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-11 01:52 Fiche Arrest nr 259.640 van 25 april 2024 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.640 no lien 276876 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 259.640 van 25 april 2024 in de zaak A. 237.759/IX-10.163 In zake: B.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 november 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de directeur van de stafdienst P&O, voor de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie van 5 oktober 2022 waarbij de gevraagde cumulmachtiging wordt geweigerd en waarbij aan verzoeker wordt meegedeeld dat hij een aanvraag kan indienen wanneer de situatie die aanleiding geeft tot de weigering ten einde is. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.163-1/14 Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 maart
- Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jürgen Vanpraet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is penitentiair bewakingsassistent in de hulpgevangenis te Leuven. Hij is tewerkgesteld in het stelstel van verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid a rato van 80%. Hij is tevens bestuurder van de bv I&B Concern. 3.
- Op 14 september 2021 dient verzoeker een aanvraag tot cumulmachtiging in, waarbij de rubriek ‘Inlichtingen betreffende de activiteit die het personeelslid bij cumulatie wenst uit te oefenen’ als volgt wordt ingevuld: IX-10.163-2/14 “1) Benaming van het bestuur of de instelling waar de activiteit uitgeoefend zou worden: I&B Concern BV 2) Adres: […] 3) Gaat het om een instelling van de Staat, een provincie, een gemeente, de privésector, enz. ? Privé 4) Voorziet u prestaties te verrichten voor een natuurlijke of rechtspersoon waarmee de FOD Justitie direct of indirect verbonden is door een overeenkomst (vb een leverancier bij de FOD Justitie, …) en/of is het mogelijk dat u via uw nevenactiviteit een zakelijke relatie ontwikkelt met de FOD Justitie: x nee […] 5) Gedetailleerde beschrijving van de activiteit […]: Grondwerken, Afbraak Gebouwen, Containerdienst Tuinaanleg 6) De gemotiveerde bevestiging dat de activiteit geen aanleiding kan geven, zelfs in de toekomst, tot een toestand van belangenconflict:
- De aard van de activiteit
- De plaats van tewerkstelling is anders dan de plaats van de afzetmarkt 7) Bruto jaarlijks beroepsinkomen desgevallend na berekening van de verhogingen die voortvloeien uit het indexcijfer van de consumptieprijzen: Nihil: onbezoldigd mandaat. 8) Raming van het overeenstemmende netto jaarlijks beroepsinkomen: Nihil: onbezoldigd mandaat. 9) Duur van de prestaties: - 10) Wanneer zouden deze prestaties verricht worden (vaste dagen, wekelijks, …)? Rustdagen, Verlofdagen Zouden de prestaties geheel of gedeeltelijk tijdens de diensturen uitgeoefend worden? Duur van de prestaties die tijdens de diensturen zouden uitgeoefend worden: Neen. 11) Enkel in te vullen in geval van aanvraag tot verlenging van een cumulmachtiging: is de activiteit t.o.v. uw laatste aanvraag cumulmachtiging: x ongewijzigd.” 3.
- Op 14 september 2021 verstrekt de hiërarchische meerdere van verzoeker volgend advies omtrent deze cumulaanvraag: IX-10.163-3/14 “Akkoord indien geen invloed op aanwezigheid in HGL + respecteren deontologische code.” In haar gemotiveerd advies van 20 september 2021 verklaart het inrichtingshoofd – directeur van de hulpgevangenis te Leuven zich akkoord en verwijst naar het advies van de hiërarchische meerdere. Op 20 september 2021 wordt de cumulaanvraag bezorgd aan de stafdienst P&O van de federale overheidsdienst Justitie (FOD Justitie). Deze stafdienst vraagt op 28 oktober 2021 aan verzoeker bijkomende informatie, zonder dewelke geen machtiging kan worden toegestaan. Meer bepaald wordt gevraagd hoeveel uren per week of per maand verzoeker aan de cumulactiviteit plant te besteden. Daarnaast wordt gevraagd hoe kan worden verklaard dit onbezoldigd te doen en om een kopie van inkomstenstaat te bezorgen. Tot slot wordt gevraagd hoe deze intensieve cumulactiviteit zal worden gecombineerd met een voltijdse job in de gevangenis. Omdat hij niet antwoordt, wordt verzoeker op 5 december 2021 en nogmaals op 7 december 2021 aan deze vraag om informatie herinnerd en wordt hij er telkens op gewezen dat zonder deze informatie geen machtiging kan worden toegestaan. Op 6 december 2021 verstrekt de directeur van de hulpgevangenis te Leuven het volgende advies: “Ik doe de volgende vaststellingen: -betrokkene heeft in 2021 tot vandaag een 60-tal dagen gewerkt. Hij is weinig beschikbaar voor de dienst; -momenteel is er een advies van de arbeidsgeneesheer lopend dat hij het aantal verplaatsingen te voet moet beperken. De door hem opgegeven activiteiten lijken in strijd met dit medisch advies. In de huidige omstandigheden lijkt een cumulatie inderdaad niet aangewezen. Betrokkene zou wel graag hebben dat zijn cumulatie geregeld is tegen het moment dat hij genezen is.” Op 9 december 2021 sluit de stafdienst P&O van de FOD Justitie zich a ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.640 IX-10.163-4/14 “ Naam en Graad Inrichting Aantal Bedrijf/organisatie Jaarlijks Duur voornaam ziektedagen netto- inkomen [verzoeker] PBA Leuven 88 Zelfstandige: Onbezoldigd? Rustdagen, Hulp grondwerken, verlofdagen afbraak gebouwen, containerdienst, tuinaanleg, I&B Concern De directeur van de inrichting geeft een ongunstig advies. Wij sluiten ons aan bij dit advies. In overeenstemming met artikel 12 van het KB van 2 oktober 1937 komt het aan de Directeur van de Stafdienst P&O toe om een gemotiveerde beslissing uit te brengen omtrent deze aanvraag.” 3.
- Op 13 december 2021 wordt de cumulmachtiging geweigerd. Deze beslissing luidt als volgt: “Voor de voorzitter van het directiecomité Gelet op het Koninklijk Besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, meer bepaald artikel 12; Gelet op het besluit van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Justitie van 9 mei 2018 houdende overdracht van bevoegdheid en van handtekening inzake personeel voor de centrale diensten, de Veiligheid van de Staat en de buitendiensten van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen; Overwegende de aanvraag tot cumulatiemachtiging van [verzoeker], penitentiair bewakingsassistent, van 14 september 2021 voor de functie van zelfstandige, waarbij betrokkene grondwerken, afbraak gebouwen, containerdienst en tuinaanleg zal doen in I&B Concern: Overwegende dat betrokkene verklaart de nevenactiviteit te zullen uitoefenen op zijn rust- en verlofdagen en dat hij dit onbezoldigd doet, terwijl hij zaakvoerder is van het bedrijf; Overwegende het ongunstig advies van de hiërarchische meerderen van 6 december 2021; Overwegende dat betrokkene niet antwoordde op de gevraagde bijkomende informatie van 28 oktober 2021, 5 december 2021 en 7 december 2021; Overwegende dat betrokkene in het stelsel zit van verminderde prestaties wegens persoonlijke redenen a rato van 80% vanaf 5 juni 2021 t.e.m. 4 juni
- Overwegende dat betrokkene het voorbije jaar veelvuldig afwezig was, nl. 87 kalenderdagen sinds 14 december 2020; IX-10.163-5/14 Overwegende dat de arbeidsgeneesheer op 24 november 2021 de aanbeveling deed de verplaatsingen te voet zoveel mogelijk te beperken, en dat er een herevaluatie in mei 2022 aangewezen is; Overwegende dat het uitoefenen van een bijberoep een extra belasting is; Overwegende dat betrokkene verklaart de nevenactiviteit te zullen uitoefenen op zijn rust- en verlofdagen, bovenop de voltijdse tewerkstelling bij DG EPI; dat hierdoor de aangevraagde activiteit niet kan worden beschouwd als zijnde bijkomstig; Besluit Om al deze redenen, elk op zichzelf maar minstens ook samengenomen. kan aan [verzoeker] geen cumulmachtiging worden toegestaan. Betrokkene kan een aanvraag indienen wanneer de situatie die aanleiding geeft tot de weigering ten einde is. Het uitoefenen van een bijkomende activiteit zonder toelating voor cumul kan aanleiding geven tot een tuchtprocedure. Overeenkomstig de procedurevoorschriften bepaald in de Gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan binnen de 60 dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing, per aangetekende brief, beroep worden aangetekend bij de Raad van State […].” 3.
- Op 15 maart 2022 dient verzoeker opnieuw een aanvraag tot cumulmach “1) Benaming van het bestuur of de instelling waar de activiteit uitgeoefend zou worden: I&B Concern BV 2) Adres: […] 3) Gaat het om een instelling van de Staat, een provincie, een gemeente, de privésector, enz. ? Privé 4) Voorziet u prestaties te verrichten voor een natuurlijke of rechtspersoon waarmee de FOD Justitie direct of indirect verbonden is door een overeenkomst (vb een leverancier bij de FOD Justitie, …) en/of is het mogelijk dat u via uw nevenactiviteit een zakelijke relatie ontwikkelt met de FOD Justitie: ▫ nee […] 5) Gedetailleerde beschrijving van de activiteit […]: Grondwerken, Afbraak Gebouwen, Containerdienst Tuinaanleg 6) De gemotiveerde bevestiging dat de activiteit geen aanleiding kan geven, zelfs in de toekomst, tot een toestand van belangenconflict:
- De aard van de activiteit
- De plaats van tewerkstelling is anders dan de plaats van de afzetmarkt IX-10.163-6/14 7) Bruto jaarlijks beroepsinkomen desgevallend na berekening van de verhogingen die voortvloeien uit het indexcijfer van de consumptieprijzen: Nihil: onbezoldigd mandaat. 8) Raming van het overeenstemmende netto jaarlijks beroepsinkomen: Nihil: onbezoldigd mandaat. 9) Duur van de prestaties: 40 uur per maand 10) Wanneer zouden deze prestaties verricht worden (vaste dagen, wekelijks, …)? Rustdagen, Verlofdagen Zouden de prestaties geheel of gedeeltelijk tijdens de diensturen uitgeoefend worden? Duur van de prestaties die tijdens de diensturen zouden uitgeoefend worden: Neen. 11) Enkel in te vullen in geval van aanvraag tot verlenging van een cumulmachtiging: is de activiteit t.o.v. uw laatste aanvraag cumulmachtiging: x ongewijzigd.” 3.
- Op 21 maart 2022 verstrekt de hiërarchische meerdere van verzoeker volgend advies omtrent de cumulaanvraag van 15 maart 2022: “Akkoord indien geen invloed op aanwezigheid in HGL+respecteren deontologische code.” In haar gemotiveerd advies van 21 maart 2022 geeft het inrichtingshoofd – directeur van de hulpgevangenis te Leuven het volgende advies: “De cumulatiemachtiging werd geweigerd op 13/12/
- De redenen tot weigering zijn nog niet veranderd: - betrokkene was veelvuldig afwezig in 2021, - betrokkene was in 2022 25 dagen aanwezig t.e.m. 21/03/2022, - arbeidsgeneesheer heeft een advies gegeven om tot mei 2022 verplaatsingen te voet te beperken (herevaluatie is nodig […]), - we weten niet of hij geantwoord heeft op de vragen van de stafdienst, gesteld in het najaar.” Op 21 maart 2022 wordt de betreffende cumulaanvraag bezorgd aan de stafdienst P&O van de FOD Justitie, waarbij door de penitentiair IX-10.163-7/14 administratief deskundige van de hulpgevangenis te Leuven het volgende wordt aangekaart: “Via deze weg stuur ik u een nieuwe aanvraag tot een cumulatiemachtiging van activiteiten van [verzoeker]. · Ondernemingsnummer: […] sinds 7 juni 2016 (zie ook de gedetailleerde gegevens kruispuntbank toegevoegd in bijlage 2). Een korte samenvatting: Een zelfde verzoek tot cumulatiemachtiging ingediend door [verzoeker] op 14/09/2021 werd bij besluit geweigerd op 13/12/2021 (zie bijlage 3). De redenen die destijds leidde[n] tot de weigering zijn echter op heden nog steeds ongewijzigd: · Betrokkene was veelvuldig afwezig in
- · Betrokkene was slechts 25 werkdagen aanwezig tussen 01/01 en 22/03/2022 (gemiddeld +/- 8 werkdagen per maand). · De arbeidsgeneesheer heeft op 04/11/2021 een advies gegeven om verplaatsingen te voet te beperken waardoor betrokkene slechts beperkt inzetbaar is (herevaluatie aangewezen mei 2022 – zie bijlage 4). · Heeft betrokkene ondertussen geantwoord op de vragen die hem werden overgemaakt op 28/10/2021 door de Stafdienst P&O (zie bijlage 5)?” 3.
- Op 5 oktober 2022 wordt aangaande de door verzoeker op 15 maart 2022 ingediende cumulaanvraag door de directeur van de stafdienst P&O voor de voorzitter van het directiecomité van de FOD Justitie het volgende meegedeeld aan verzoeker: “Gelet op het Koninklijk Besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, meer bepaald artikel 12; Gelet op het besluit van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Justitie van 9 mei 2018 houdende overdracht van bevoegdheid en van handtekening inzake personeel voor de centrale diensten, de Veiligheid van de Staat en de buitendiensten van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen; Overwegende de aanvraag tot cumulatiemachtiging van [verzoeker], penitentiair bewakingsassistent, van 15 maart 2022 voor de functie van zelfstandige, waarbij betrokkene grondwerken, afbraak gebouwen, containerdienst en tuinaanleg zal doen in I&B Concern; Overwegende dat betrokkene verklaart de nevenactiviteit te zullen uitoefenen op zijn rust- en verlofdagen en dat hij dit onbezoldigd doet, terwijl hij zaakvoerder is van het bedrijf; Overwegende het ongunstig advies van de hiërarchische meerderen van 21 maart 2022; IX-10.163-8/14 Overwegende dat betrokkene nog steeds niet geantwoord heeft op de gevraagde bijkomende informatie van 28 oktober 2021, 5 december 2021 en 7 december 2021; Overwegende dat betrokkene in het stelsel zit van verminderde prestaties wegens persoonlijke redenen a rato van 80% vanaf 5 juni 2021 t.e.m. 4 juni
- Overwegende dat betrokkene het voorbije jaar veelvuldig afwezig was, nl. 141 kalenderdagen sinds 18 januari 2021; Overwegende dat het uitoefenen van een bijberoep een extra belasting is; Overwegende dat betrokkene verklaart de nevenactiviteit te zullen uitoefenen op zijn rust- en verlofdagen, bovenop de voltijdse tewerkstelling bij DG EPI; dat hierdoor de aangevraagde activiteit niet kan worden beschouwd als zijnde bijkomstig; Besluit Artikel 1 Om al deze redenen, elk op zichzelf maar minstens ook samengenomen, kan aan [verzoeker] geen cumulmachtiging worden toegestaan. Betrokkene kan een aanvraag indienen wanneer de situatie die aanleiding geeft tot de weigering ten einde is. Artikel 2 Het uitoefenen van een bijkomende activiteit zonder toelating voor cumul kan aanleiding geven tot een tuchtprocedure. Overeenkomstig de procedurevoorschriften bepaald in de Gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan binnen de 60 dagen vanaf de kennisgeving tegen deze beslissing, per aangetekende brief, beroep worden aangetekend bij de Raad van State […].” Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
- De auditeur-verslaggever werpt ambtshalve de onontvankelijkheid ratione materiae op van het vernietigingsberoep. De auditeur-verslaggever wijst erop dat een beslissing waarvan het voorwerp identiek is aan de eerste beslissing een louter bevestigende beslissing is. Dit is het geval wanneer de tweede beslissing dezelfde draagwijdte en gevolgen heeft en niet genomen is op grond van andere motieven of na een nieuw onderzoek ten gronde of na kennisneming van nieuwe gegevens. Een dergelijke beslissing is in de regel niet aanvechtbaar voor de Raad van State, ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.640 IX-10.163-9/14 aangezien geen nieuwe beslissing genomen wordt maar verwezen wordt naar de reeds bestaande beslissing, hetgeen geen gevolgen in rechte heeft. Aldus stelt de auditeur-verslaggever vast dat de “beslissing” van 5 oktober 2022 niets meer is dan een louter bevestigende mededeling van de weigeringsbeslissing van 13 december 2021, waarvan de motieven quasi integraal zijn overgenomen. De bestreden beslissing kan derhalve niet als een voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling worden gekwalificeerd. In zijn laatste memorie verklaart verzoeker dat hij “zich niet kan aansluiten bij het verslag van de Auditeur”. Beoordeling
- Een louter bevestigende beslissing is een beslissing waarvan het voorwerp identiek is aan de eerste beslissing. Dit is het geval wanneer de tweede beslissing dezelfde draagwijdte en gevolgen heeft en niet is genomen op grond van andere motieven of na een nieuw onderzoek ten gronde of na kennisneming van nieuwe gegevens. Een dergelijke beslissing is in de regel niet aanvechtbaar voor de Raad van State, aangezien geen nieuwe beslissing wordt genomen, maar wordt verwezen naar de reeds bestaande beslissing, hetgeen geen gevolgen in rechte heeft.
- Verzoeker heeft op 15 maart 2022 een cumulatieaanvraag ingediend bij Op 13 december 2021 had de verwerende partij reeds een beslissing genomen tot weigering van de op 14 september 2021 gevraagde toelating tot cumulatie (hierna ook: de eerste cumulaanvraag). Zowel de eerste cumulaanvraag van 14 september 2021 als de tweede cumulaanvraag van 15 maart 2022 betreffen de activiteiten van grondwerken, afbraak gebouwen, containerdienst en tuinaanleg bij de bv I&B Concern. In beide aanvraagformulieren is de rubriek ‘Inlichtingen betreffende de IX-10.163-10/14 activiteit die het personeelslid bij cumulatie wenst uit te oefenen’ door verzoeker op een haar na identiek ingevuld. Het enige verschil bestaat erin dat bij de tweede aanvraag voor de duur van de prestaties veertig uren per maand wordt aangegeven.
- Wat de tweede cumulaanvraag van 15 maart 2022 betreft, werd op 21 maart 2022 een advies verstrekt door zowel verzoekers hiërarchische meerdere als door de directeur van de hulpgevangenis te Leuven. Het advies van laatstgenoemde verwijst uitdrukkelijk naar de eerdere weigering van de eerste cumulaanvraag en naar het feit dat de redenen tot weigering nog niet veranderd zijn. Bij het doorsturen op 21 maart 2022 van de aanvraag aan de stafdienst P&O van de FOD Justitie, werd er nogmaals op gewezen dat “[e]en zelfde verzoek tot cumulatiemachtiging […] bij besluit geweigerd [werd] op 13/12/2021” alsook op de omstandigheid dat “[d]e redenen die destijds leidde[n] tot de weigering […] op heden nog steeds ongewijzigd [zijn]”.
- Op 5 oktober 2022 heeft de directeur van de stafdienst P&O voor de voorzitter van het directiecomité van de FOD Justitie verzoekers tweede cumulaanvraag beantwoord. Dit antwoord heeft identiek hetzelfde voorwerp als de eerdere weigeringsbeslissing van 13 december
- Uit de lezing van deze bestreden beslissing van 5 oktober 2022 blijkt dat ze exact dezelfde draagwijdte en gevolgen heeft en op dezelfde motieven steunt als de eerdere weigeringsbeslissing.
- Uit het voorgaande kan ook worden afgeleid dat de tweede cumulaanvraag door de verwerende partij als dusdanig niet werd onderworpen IX-10.163-11/14 aan een nieuw onderzoek ten gronde en dat de bestreden beslissing van 5 oktober 2022 niet steunt op een dergelijk nieuw onderzoek ten gronde. Dat de tweede aanvraag werd behandeld zoals voorgeschreven door artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 ‘houdende het statuut van het Rijkspersoneel’(hierna: het statuut van het Rijkspersoneel) doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk. De verwerende partij heeft bij de aanvang te kennen gegeven dat reeds een weigeringsbeslissing werd genomen over een eerdere gelijkaardige (“[e]en zelfde”) cumulaanvraag en dat de omstandigheden niet zijn gewijzigd, zoals moge blijken uit het advies van de directeur van de hulpgevangenis te Leuven en uit het doorsturen van deze aanvraag naar de stafdienst P&O van de FOD Justitie. Dat het inrichtingshoofd ondanks haar opmerkingen toch advies heeft uitgebracht en de cumulaanvraag heeft doorgezonden, kan de verwerende partij bezwaarlijk ten kwade worden geduid. Het doorsturen van de vraag tot cumulatie langs hiërarchische weg wordt immers voorgeschreven door artikel 12, § 3, tweede lid, van het statuut van het Rijkspersoneel. Daarbij komt dat de gevangenisdirecteur niet de bevoegde instantie is om te beslissen over de machtiging tot cumulatie. Het getuigt net van de nodige zorgvuldigheid dat, ondanks de geuite twijfels omtrent verzoekers aanvraag, de procedure formeel werd gevolgd tot bij de instantie die bevoegd is om te beslissen over de machtiging tot cumulatie. Dat de verwerende partij kennis heeft genomen van de door verzoeker in zijn tweede cumulaanvraag uiteengezette argumenten, doet evenmin afbreuk aan de vaststelling dat verzoekers aanvraag als dusdanig geen nieuw onderzoek ten gronde vereiste en evenmin heeft gekregen. Zoals reeds aangehaald, zijn de door verzoeker in zijn tweede aanvraag aangehaalde argumenten wezenlijk identiek aan deze aangehaald in zijn eerdere aanvraag van IX-10.163-12/14 14 september
- Er is geen enkele fundamentele wijziging voorhanden die ertoe kan doen besluiten dat er sprake is van een nieuw feitelijk element dat een nieuw onderzoek ten gronde door de verwerende partij vereiste. Zoals het werd verwoord in de weigeringsbeslissing van 13 december 2021, was de situatie die aanleiding heeft gegeven tot de weigering nog niet ten einde. Van een stilzwijgende ambtshalve verleende cumulatiemachtiging – omdat niet zou zijn geantwoord binnen de beslissingstermijn bedoeld in artikel 12, § 4, derde lid, van het statuut van het Rijkspersoneel – waarop dan met de bestreden beslissing van 5 oktober 2022 wordt teruggekomen, kan geen sprake zijn.
- Door de bestreden “beslissing” van 5 oktober 2022 te steunen op dezelfde motieven als deze van de eerdere weigeringsbeslissing van 13 december 2021, heeft de verwerende partij in de “beslissing” van 5 oktober 2022 in wezen niets anders gedaan dan aangeven dat de constitutieve elementen van de eerdere weigeringsbeslissing nog steeds aanwezig zijn. Met de “beslissing” van 5 oktober 2022 wordt de rechtstoestand van verzoeker geenszins gewijzigd. Verzoekers rechtstoestand was reeds bepaald met de beslissing van 13 december 2021, genomen naar aanleiding van de eerste cumulaanvraag. De bestreden beslissing van 5 oktober 2022 is een louter bevestigend hernemen van de weigeringsbeslissing van 13 december 2021, waarvan de motieven zijn overgenomen. De thans bestreden beslissing kan niet als een voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling worden gekwalificeerd.
- De exceptie is gegrond. Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk ratione materiae. IX-10.163-13/14 V. Kosten
- Nu de verwerende partij in de mededeling van 5 oktober 2022 – verkeerdelijk – aangaf dat er tegen de beslissing beroep openstond bij de Raad van State, is er reden de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. Daar is evenwel geen rechtsplegingsvergoeding bij vermits verzoeker niet kan worden beschouwd als de door artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bedoelde “in het gelijk gestelde partij”. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.163-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div