← België

Arrest 259645 - Plannen van aanleg - 25/04/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 Rolnummer: A. 235605/X-18082 Zaak: Arrest 259645 - Plannen van aanleg - 25/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-29 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-06-13 22:04 Fiche Arrest nr 259.645 van 25 april 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 no lien 276881 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 259.645 van 25 april 2024 in de zaak A. 235.605/X-18.082 In zake :

  1. P.V.
  2. G.V.
  3. F.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Heirman kantoor houdend te 9080 Lochristi Ruilare 89/B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de GEMEENTE OOSTERZELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 2 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van “het ministerieel besluit van 7 december 2021 betreffende het beroep [van verzoekers] tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele van 17 juni 2021 betreffende de definitieve vaststelling van het rooilijnplan voor de gedeeltelijke verplaatsing van buurtweg nr. 14 ‘Boonakkerlos’, Landskouter”. X-18.082-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 253.980 van 13 juni 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Er is een verzoek tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 31 augustus
  6. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 december
  7. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Geerts, die loco advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Ruben Merckx, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-18.082-2/14 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. Het woonhuis van eerste en tweede verzoekers ligt in Landskouter, dit is een deelgemeente van de gemeente Oosterzele, en wordt ontsloten via de straat Rooberg. Eerste en tweede verzoekers hebben de helft van de blote eigendom van dit woonhuis, evenals een aantal omliggende percelen, geschonken aan derde verzoeker.
  10. Verzoekers’ woonhuis kan vanaf de straat Rooberg worden bereikt via het met grind verharde gedeelte van buurtweg nr. 14 “Boonakkerlos” (hierna: de grindweg). Op de grindweg sluit een ongeveer 70 meter lange oprijlaan naar dit woonhuis aan. Ten zuidwesten van de oprijlaan is het in de Atlas der Buurtwegen ingetekende tracé van buurtweg nr. 14 al tientallen jaren niet meer op het terrein zichtbaar: dit tracégedeelte blijkt ingenomen te zijn door een landbouwperceel waarvan verzoekers eigenaar zijn. De grindweg sluit voorts aan op een onverharde trage weg, die niet is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen (hierna: de zuidelijke trage weg). De zuidelijke trage weg sluit – net als eertijds het inmiddels verdwenen gedeelte van buurtweg nr. 14 – aan op de onverharde buurtweg nr. 5 “Boonakker”. Ter verduidelijking volgt hierna de weergave van de basiskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.082-3/14
  11. Op 25 maart 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele het rooilijnplan voor de gedeeltelijke verplaatsing van buurtweg nr. 14, ‘Boonakkerlos’ te Landskouter voorlopig vast. Het plan strekt er toe het verdwenen tracégedeelte van buurtweg nr. 14 te vervangen door de zuidelijke trage weg. Er wordt aan verzoekers geen vergoeding voor een eventuele waardevermindering toegekend.
  12. Tijdens het van 19 april tot 19 mei 2021 gehouden openbaar onderzoek dienen verzoekers een bezwaarschrift in.
  13. Op 17 juni 2021 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele het rooilijnplan voor de gedeeltelijke verplaatsing van buurtweg nr. 14, ‘Boonakkerlos’, Landskouter, definitief vast “om de juridische situatie te conformeren met de bestaande toestand”. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van wat in randnummer 5 is vermeld. X-18.082-4/14
  14. Op 28 juni 2021 dienen verzoekers tegen deze beslissing beroep in bij de Vlaamse regering, met het oog op de vernietiging ervan.
  15. Op 7 december 2021 verwerpt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken dit beroep en besluit zij om de gemeenteraadsbeslissing van 17 juni 2021 niet te vernietigen. IV. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel Het aangevoerde middel 10.
  16. Het eerste middel is genomen uit de schending van de artikelen 4, 9 en 17 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) en van het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod op willekeur. 10.
  17. In een eerste middelonderdeel stellen verzoekers dat de gemeente – zoals zij reeds hebben aangevoerd in hun beroepsschrift – er zichzelf op voorhand toe verbonden heeft de bezwaren te weerleggen en het nut van de gevraagde verlegging van de betrokken buurtweg nr. 14 gunstig te beoordelen. De gemeenteraad heeft immers in het besluit van 25 maart 2021 méér beslist dan louter het voorlopig vaststellen van het rooilijnplan. In dat besluit wordt daarenboven principieel akkoord gegaan met de verplaatsing van de buurtweg en wordt akkoord gegaan met de door de landmeter-expert voorgestelde vergoedingen voor waardevermindering of waardevermeerdering. Volgens verzoekers bewijst dit dat “andere vooringenomen (private) belangen hun opwachting maken dan het algemeen belang”. 10.
  18. In een tweede middelonderdeel betogen verzoekers dat noch in de gemeenteraadsbesluiten, noch in het bestreden ministerieel besluit een concrete en correcte belangenafweging wordt gemaakt, laat staan dat het algemeen belang van de wegverplaatsing zou zijn beoordeeld. Het verdwenen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 X-18.082-5/14 tracégedeelte van buurtweg nr. 14 loopt door een tuinbouwplantage en is dus “schijnbaar eertijds met doorlopende tolerantie van de gemeente, wederrechtelijk onttrokken aan zijn openbare bestemming”. Dit weggedeelte is tot heden niet formeel afgeschaft “en is dus desgevallend door het publiek bestuur nog steeds afdwingbaar in rechte”. Verzoekers kunnen “slechts vermoeden dat enkel privaat belang, zonder meer, het motief tot verplaatsing is”. Volgens verzoekers kan noch in het bestreden ministerieel besluit, noch in het administratief dossier enig draagkrachtig motief voor de wegverplaatsing worden teruggevonden. 10.
  19. In een derde middelonderdeel voegen verzoekers toe dat de verwerende partij zich in het bestreden besluit ook moest uitspreken over de algemene rechtsbeginselen en meer bepaald rekening had moeten houden met het principe van artikel 4, 2°, van het gemeentewegendecreet volgens hetwelk de wijziging van een gemeenteweg een uitzonderingsmaatregel is die afdoende moet worden gemotiveerd. Nochtans blijkt – zoals in het tweede middelonderdeel is uiteengezet – niet dat het bestreden besluit steunt op enig draagkrachtig motief.
  20. Wat betreft het eerste middelonderdeel, stellen verzoekers in hun memorie van wederantwoord dat de Vlaamse minister er in het bestreden besluit mee akkoord is gegaan dat de gemeenteraad willekeurig heeft gehandeld en “de kar voor het paard [heeft] gespannen”. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel, lichten verzoekers toe dat de wettigheid van het bestreden ministerieel besluit aangetast wordt door de onwettigheid van het gemeenteraadsbesluit van 17 juni
  21. Wat betreft het eerste middelonderdeel, stellen verzoekers in hun laatste memorie dat de gemeenteraad op 17 juni 2021 niet langer vrij kon oordelen over de verplaatsing nu daarover in se reeds eerder officieel beslist was, meer bepaald op 25 maart
  22. X-18.082-6/14 Beoordeling 13.
  23. Wat het eerste middelonderdeel betreft, moet worden vastgesteld dat artikel 17 van het gemeentewegendecreet voor de vaststelling van een rooilijnplan een procedure in meerdere stappen oplegt. In een eerste stap stelt de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast. In een tweede stap wordt over dit ontwerp een openbaar onderzoek georganiseerd en tot slot stelt de gemeenteraad in de laatste stap het rooilijnplan definitief vast. Verzoekers gaan eraan voorbij dat de gemeenteraad te dezen in overeenstemming met het gemeentewegendecreet in de eerste stap op 25 maart 2021 het ontwerp-rooilijnplan voorlopig heeft vastgesteld en dus principieel akkoord is gegaan met de daarin vervatte wegverplaatsing. Door in diezelfde eerste stap standpunt in te nemen over de vergoedingen voor waardevermindering of waardevermeerdering heeft de gemeenteraad deze vergoedingen tot voorwerp van het openbaar onderzoek gemaakt. In de derde stap heeft de gemeenteraad op 17 juni 2021 de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften onderzocht en beoordeeld. Zoals op goede gronden in het bestreden ministerieel besluit is uiteengezet, valt niet in te zien hoe uit deze handelswijze van de gemeenteraad enige onwettigheid zou kunnen worden afgeleid. 13.
  24. Het eerste middelonderdeel is niet gegrond. 14.
  25. Wat het tweede middelonderdeel betreft, moet vooreerst worden vastgesteld dat in het gemeenteraadsbesluit van 17 juni 2021 volgende motieven van algemeen belang voor de gedeeltelijke wegverplaatsing zijn opgenomen: “De huidige toestand verzekert de trage verbinding tussen de Rooberg en de Boonakker en maakt sinds jaar en dag deel uit van de ‘Bunkerroute’ die gerealiseerd werd in
  26. […] Met de voorgestelde maatregel, namelijk het officialiseren van de [feitelijke] situatie, wordt het bestaan van dit deel van de ‘Bunkerroute’ verzekerd. De ‘Bunkerroute’ is een bewegwijzerde wandelroute met een cultuurhistorisch aspect die loopt langs verschillende bunkers die een verhaal vertellen over het oorlogsgebeuren in de streek. In het algemeen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 X-18.082-7/14 belang is dit een noodzakelijke maatregel. Het is aan de overheid om de wettelijke toestand te conformeren met de feitelijke toestand [en] zodoende geen onduidelijkheden te creëren naar de burger toe. […] De [juridische] verplaatsing kadert binnen het onbruik van een deel van de gemeenteweg, en de feitelijke verplaatsing ervan. Het is voor de gemeente Oosterzele duidelijk dat het niet gewenst is deze [juridische] situatie, welke niet conform is met de realiteit, te bestendigen. Het te verplaatsen deel van de voetweg loopt momenteel dwars door een perceel dat gebruikt wordt door een tuinbouwer voor het kweken van bomen. Bij het ontstaan van de ‘Bunkerroute’ werd in overleg met de eigenaar van [het perceel waarover de zuidelijke trage weg loopt], afgesproken om deze […]weg te gebruiken, ter vervanging van het deel van de voetweg dat nu voorligt om te verplaatsen. […] Men wil de feitelijke ligging regulariseren, zodat de gemeente over een realiteitsgetrouw gemeentelijke wegenregister […] zou beschikken.” 14.
  27. Voorts spreekt het bestreden ministerieel besluit zich – ter weerlegging van verzoekers’ beroepsgrief ter zake – als volgt uit wat betreft de motieven van algemeen belang voor de gedeeltelijke wegverplaatsing: “Uit de bestreden gemeenteraadsbeslissing van 17 juni 2021 blijkt op afdoende wijze dat de verplaatsing van gemeenteweg nr. 14 ten dienste staat van het algemeen belang waarbij de gedeeltelijke verplaatsing van gemeenteweg nr. 14 het fijnmazig netwerk van trage wegen (op recreatief vlak) zal bevorderen en waarbij het bestaan van de ‘Bunkerroute’ (een bewegwijzerde wandelroute met een cultuurhistorisch aspect die langs verschillende bunkers loopt en die een verhaal vertellen over het oorlogsgebeuren in de streek) verder zal worden verzekerd. De gemeenteraadsbeslissing tot het (gedeeltelijke) verplaatsen van gemeenteweg nr. 14 en het bijhorend rooilijnplan bevestigen in feite het tracé van een lokaal toeristisch-recreatieve route en heft het in onbruik geraakte deel op dat nu diagonaal door een landbouwperceel loopt. Indien dit tracé opnieuw zou geopend worden – zoals beroepsindieners meer wenselijk achten – zou dit net nefast zijn voor het gebruik van het betrokken landbouwperceel (in tweeën gesneden en dan nog diagonaal). De Vlaamse regering dient vast te stellen dat de bestreden gemeenteraadsbeslissing ook geen afbreuk doet aan de behoeften van de toekomstige generatie. Integendeel. Verder dient te worden opgemerkt dat het in onbruik zijn van een deel van deze gemeenteweg nr. 14 en de feitelijke vervanging ervan door een private toegangsweg hetwelk al meer dan 30 jaar gaande is, geenszins de gemeente verhindert om deze feitelijke situatie juridisch te bekrachtigen. Uit de bestreden beslissing blijkt afdoende dat de verplaatsing van de gemeenteweg nr. 14 ten dienste staat van het algemeen belang waarbij een veilige doorgang wordt bestendigd voor het publiek en waarbij ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 X-18.082-8/14 desgevallend verkeersmaatregelen en -beperkingen zullen worden genomen om het ‘trage karakter’ van de weg te kunnen behouden teneinde te vermijden dat allerhande gemotoriseerd verkeer gebruik zou maken van de verplaatste gemeenteweg. Op basis van het administratief dossier dat door de diensten van de gemeente Oosterzele werd samen gesteld, dient de Vlaamse Regering vast te stellen dat de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele op goede gronden, na uitgebreid onderzoek en op gemotiveerde wijze heeft kunnen vaststellen dat de gemeenteweg nr. 14 in realiteit niet meer werd gebruikt over het bestaande tracé, en dat de verplaatsing ervan op goede gronden als wenselijk kan worden beschouwd in het licht van en rekening houdend met de doelstellingen van artikel 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen. De beroepsindieners slagen er alvast ook geenszins in aan te tonen dat de vaststellingen en overwegingen van de gemeenteraad omtrent de wenselijkheid van de verplaatsing niet correct, onzorgvuldig of kennelijk onredelijk zouden zijn. De motieven en overwegingen van de gemeenteraad worden formeel afdoende tot uiting gebracht in het bestreden besluit, en kunnen door de Vlaamse Regering worden bijgetreden.” 14.
  28. Verzoekers laten na om de in de twee vorige randnummers bedoelde motieven van algemeen belang in hun middel te betrekken. Bijgevolg tonen zij niet aan dat deze motieven niet draagkrachtig zouden zijn ter verantwoording van de gedeeltelijke wegverplaatsing. 14.
  29. Het tweede middelonderdeel wordt verworpen. 15.
  30. In zoverre het derde middelonderdeel samenvalt met het tweede middelonderdeel wordt verwezen naar de verwerping van dit middelonderdeel hiervoor. 15.
  31. Voorts wordt in het derde middelonderdeel wezenlijk aangevoerd dat de Vlaamse minister zich onvoldoende zou hebben uitgesproken over het ontbreken van afdoende motieven voor de wegverplaatsing. In randnummer 14.2 hiervoor is geciteerd wat de verwerende partij daarover in het bestreden besluit heeft overwogen. Nu verzoekers nalaten om deze redengeving in hun kritiek te betrekken blijkt niet dat ze niet zou volstaan om dit besluit te schragen. X-18.082-9/14 15.
  32. Ook het derde onderdeel – en bijgevolg het gehele middel – dient te worden verworpen. B. Het tweede middel Uiteenzetting van het middel 16.
  33. Het tweede middel is genomen uit de schending van artikel 13, § 1, van het gemeentewegendecreet en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. 16.
  34. Verzoekers benadrukken dat krachtens artikel 13, § 1, van het gemeentewegendecreet enkel grondstroken waarvan bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, in aanmerking komen als gemeenteweg. Zoals blijkt uit de in hun verzoekschrift opgenomen luchtfoto’s is het verdwenen tracégedeelte van buurtweg nr. 14 al minstens de afgelopen dertig jaar niet meer in gebruik door het publiek. Een weg die verdwenen is, kan niet worden verplaatst. Verzoekers voegen eraan toe dat het publiek gebruik van de zuidelijke trage weg gedurende de afgelopen dertig jaar niet door het bestuur wordt aangetoond en zelfs niet is onderzocht. In hun notariële akte van 2017 is uitdrukkelijk gesteld dat hun goed niet bezwaard is met een erfdienstbaarheid van openbaar nut.
  35. In hun memorie van wederantwoord voegen verzoekers toe dat een in de buurtwegenwet van 10 april 1841 bedoelde buurtweg kan verjaren door dertigjarig niet-gebruik door het publiek. Zij hebben aangetoond dat het verdwenen tracégedeelte van buurtweg nr. 14 al minstens de afgelopen dertig jaar niet meer in gebruik is door het publiek. X-18.082-10/14 Volgens verzoekers heeft de gemeenteraad wel degelijk toepassing gemaakt van artikel 13 van het gemeentewegendecreet. Er is immers uitdrukkelijk gesteld dat het de bedoeling is om de feitelijke bestaande toestand te regulariseren.
  36. In hun laatste memorie voegen verzoekers toe dat uit de bestreden beslissing geenszins blijkt of de verwerende partij heeft onderzocht welke impact deze beslissing heeft op hun oprijlaan. Beoordeling
  37. Met de in het vorige randnummer weergegeven argumentatie uit verzoekers’ laatste memorie geven zij een nieuwe en bijgevolg onontvankelijke invulling aan hun middel.
  38. De weg waarop het bestreden besluit betrekking heeft, is een in de Atlas der Buurtwegen opgenomen buurtweg die is ontstaan door de opname in deze atlas. Artikel 13 van het gemeentewegendecreet betreft een specifieke situatie waar een publieke erfdienstbaarheid van doorgang ontstaat door een dertigjarig gebruik door het publiek. Verzoekers tonen niet aan dat het onterecht zou zijn dat in het bestreden ministerieel besluit is vastgesteld dat “[d]e gemeenteraad van de gemeente Oosterzele […] in deze geen toepassing [heeft] gemaakt van artikel 13 […] van het Decreet Gemeentewegen”. Voorts moet worden opgemerkt dat de vraag of er al dan niet sprake is van dertigjarig gebruik door het publiek van een private grondstrook een burgerlijk recht betreft, zodat het aan de justitiële rechter – en niet aan de Raad van State – toekomt om erover te oordelen. Hetzelfde geldt voor de vraag of een buurtweg verjaard is omdat hij door het publiek niet meer wordt gebruikt. X-18.082-11/14
  39. Het tweede middel kan niet tot vernietiging leiden. C. Het derde middel Uiteenzetting van het middel 22.
  40. Het derde middel is afgeleid uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en “het beginsel van onpartijdigheid”. 22.
  41. Verzoekers lichten toe dat de “weerhouden bedragen ter vergoeding […] op een niet objectieve wijze vastgesteld [werden] door een terzelfdertijd betrokken rechter en partij”.
  42. In hun memorie van wederantwoord voegen verzoekers toe dat “door het lokaal bestuur, de gemeente, zelfs niet overwogen [werd], niettegenstaande de duidelijke niet instemming vanwege verzoekers met de besluitvorming, om overeenkomstig art. 28 van het Decreet Gemeentewegen een college met landmeters-experts aan te stellen”.
  43. In hun laatste memorie stellen verzoekers dat het gegeven dat het Grondwettelijk Hof geen graten ziet in het feit dat de waardevermeerdering en de waardevermindering in eerste instantie wordt vastgesteld door een landmeter- expert die door de gemeente is aangesteld, geen afbreuk doet aan de verdere verplichtingen van artikel 28 van het gemeentewegendecreet ingeval van betwisting. Beoordeling
  44. Artikel 28 van het gemeentewegendecreet luidt: “Art. 28 - §
  45. De aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg geeft aanleiding tot een waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gesitueerd is. De vergoeding voor waardevermindering is verschuldigd door de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 X-18.082-12/14 gemeente aan de eigenaar van de grond in kwestie. De vergoeding voor waardevermeerdering is verschuldigd door de eigenaar van de betrokken grond en komt ten goede aan de gemeente. […] §
  46. De waardevermindering of de waardevermeerdering wordt vastgesteld door een landmeter-expert, aangesteld door de gemeente. Bij betwisting door de eigenaar wordt de waardevermindering of de waardevermeerdering vastgesteld door een college dat bestaat uit de landmeter-expert die de gemeente heeft aangesteld en een landmeter-expert die de eigenaar aanstelt. Bij de berekening van de waardevermindering of de waardevermeerdering wordt onder meer rekening gehouden met het verschil in venale waarde, de gelijke behandeling van burgers voor de openbare lasten opgelegd in het kader van het algemeen belang, de bestaande openbare en private erfdienstbaarheden, en de vigerende overheidsbesluiten over het grondgebruik. De waardevermeerdering wordt geacht nihil te zijn als de gemeenteweg in de feiten verdwenen is, omdat infrastructuren door of in opdracht van de overheid zijn aangelegd of omdat de gemeenteweg werd bebouwd krachtens een rechtsgeldige, niet-vervallen vergunning die werd verleend vóór 1 september
  47. Waardeverminderingen en waardevermeerderingen ingevolge wijzigingen of verplaatsingen van een gemeenteweg op een goed van dezelfde eigenaar door de toepassing van dit decreet worden geacht elkaar te neutraliseren. […].”
  48. Het recht op vergoeding van de waardevermindering of de waardevermeerdering is een burgerlijk recht in de zin van artikel 144, eerste lid, van de Grondwet zodat het aan de justitiële rechter – en niet aan de Raad van State – toekomt om erover te oordelen.
  49. Bovendien moet worden vastgesteld dat volgens de bijgebrachte stukken het enige wat verzoekers hierover in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift zeggen de terloopse vermelding is dat aan de omliggende eigenaars slechts een aalmoes werd toegekend. Het blijkt niet dat de gemeente het bezwaarschrift niet met de gepaste zorgvuldigheid heeft onderzocht door het enkele feit dat zij die vermelding niet heeft begrepen als een vraag van verzoekers om hen een vergoeding toe te kennen waarvan de omvang bepaald zou moeten worden door een college bestaande uit een door hen aangestelde landmeter-expert en een landmeter-expert die de gemeente heeft aangesteld. X-18.082-13/14
  50. Het derde middel wordt verworpen. V. Conclusie
  51. Gelet op de verwerping van alle middelen hiervoor, moet het beroep hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
  52. De Raad van State verwerpt het beroep.
  53. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1200 euro, een bijdrage van 44 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 X-18.082-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.645 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.980 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.