← België

Arrest 259646 - Wegenwezen - 25/04/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.646 Rolnummer: A. 236058/X-18118 Zaak: Arrest 259646 - Wegenwezen - 25/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-03 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-06-11 01:54 Fiche Arrest nr 259.646 van 25 april 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.646 no lien 276882 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 259.646 van 25 april 2024 in de zaak A. 236.058/X-18.118 In zake : E.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elien De Martelaere kantoor houdend te 2560 Nijlen (Kessel) Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen : de GEMEENTE STEKENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tom Huygens kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 april 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Stekene van 25 januari 2022 “Vaststellen dertig jaar gebruik weg tussen Vogelzangstraat en Korte Dweersstraat”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-18.118-1/6 Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 december
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jadzia Talboom, die loco advocaten Elien De Martelaere en Stijn Verbist verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jorn Houvenaeghel, die loco advocaat Tom Huygens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. In de gemeente Stekene loopt in een bosrijke omgeving een onverharde weg die de verbinding maakt tussen de Vogelzangstraat en de Korte Dweersstraat (hierna: de betrokken weg). De betrokken weg loopt deels over percelen die eigendom zijn van verzoeker.
  6. Op 3 mei 2021 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stekene tot het opstarten van de procedure om de betrokken weg te erkennen als gemeenteweg overeenkomstig artikel 13 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet). X-18.118-2/6
  7. Nadat zij verzoeker in het bezit gesteld heeft van haar nota ‘voorstel erkenning van betrokken weg tussen Vogelzangstraat en Korte Dweersstraat als gemeenteweg’, organiseert de verwerende partij op 10 januari 2022 een hoorzitting met verzoeker over haar voornemen tot erkenning.
  8. Op 25 januari 2022 neemt de gemeenteraad van de gemeente Stekene het bestreden besluit. IV. Enig middel Standpunt van verzoeker 7.
  9. Het enige middel is genomen uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, evenals uit de schending van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. 7.
  10. In het middel bekritiseert verzoeker de motivering op grond waarvan de verwerende partij heeft aangenomen dat de betrokken weg gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek is gebruikt. Volgens verzoeker wordt op geen enkele manier uitgelegd waarom getuigenverklaringen waarin beweerd wordt dat de betrokken weg al meer dan dertig jaar door het publiek wordt gebruikt meer waarde zouden hebben dan getuigenverklaringen waarin het tegenovergestelde wordt gesteld. Zo wordt niet gemotiveerd waarom een voormalig eigenaar niet betrouwbaar zou zijn, maar een toenmalige postbode wel. Van een zorgvuldig bestuur mag verwacht worden dat het in concreto aangeeft waarom de bijgebrachte getuigenverklaringen het bewijs vormen van een dertigjarig publiek gebruik. Louter verwijzen naar getuigenverklaringen volstaat niet. De verwerende partij dient aan te tonen dat er gedurende dertig jaar sprake was van een voortdurend en onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig bezit van de weg. Zij kan niet louter voortgaan op het feit dat de weg ruim gekend is bij omwonenden, recreanten en andere gebruikers. Bovendien draait de verwerende partij de bewijslast om en ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.646 X-18.118-3/6 verwacht zij van verzoeker dat hij zou bewijzen dat de weg niet publiek gebruikt wordt. Dit is juridisch niet correct en maakt de beslissing onwettig. Verzoeker besluit dat de motivering van de verwerende partij om tot een dertigjarig publiek gebruik te besluiten onvoldoende, foutief, willekeurig, tegenstrijdig en zeer summier is.
  11. In zijn memorie van wederantwoord stelt verzoeker dat, in tegenstelling tot wat de verwerende partij meent, de aanwezigheid van water en elektriciteit geenszins het dertigjarig publiek gebruik van de weg aantoont, maar enkel een bevoorrading van de naastgelegen private percelen. Dat een aantal wandelroutes in het verleden passeerden langsheen de betrokken weg toont evenmin het dertigjarig publiek gebruik van de weg aan. Het uitstippelen van een route is geenszins een bewijs van het gebruik van de weg. Bovendien worden wandel- en fietstochten niet georganiseerd om aan een wegenis een openbaar karakter te geven: de deelnemers volgen het parcours omdat de organisator dat zo heeft bepaald, maar hebben niet de bedoeling om daaraan een openbaar karakter te geven.
  12. In zijn laatste memorie wijst verzoeker erop dat het bestreden besluit twee aspecten vertoont: enerzijds, stelt de gemeenteraad een dertigjarig gebruik van de grondstrook door het publiek vast en, anderzijds, beslist de gemeenteraad dat deze grondstrook in aanmerking komt als gemeenteweg wat rechtsgevolgen heeft voor de aanpalende eigenaars. Zonder het ene kan het andere niet bestaan. Gelet op de “rechtstreekse en onmiddellijke doorslag” van het eerste naar het tweede aspect is het feit dat verzoeker kritiek uit op het eerste aspect “voldoende […] om onder de rechtsmacht van de Raad van State te ressorteren”. Beoordeling
  13. Het enige middel betwist het standpunt van de gemeenteraad dat er sprake is van het in artikel 13 van het gemeentewegendecreet bedoelde dertigjarig gebruik door het publiek van de betrokken grondstrook. Er dient evenwel te worden vastgesteld dat een dergelijke betwisting een burgerlijk recht in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.646 X-18.118-4/6 de zin van artikel 144, eerste lid, van de Grondwet betreft, zodat het aan de justitiële rechter – en niet aan de Raad van State – toekomt om erover te oordelen. Aan deze vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de in verzoekers laatste memorie ingeroepen omstandigheid dat artikel 13 van het gemeentewegendecreet als noodzakelijke vereiste voor de erkenning als gemeenteweg oplegt dat de gemeenteraad een dertigjarig gebruik van de grondstrook door het publiek vaststelt.
  14. De door de verwerende partij aangevoerde exceptie is gegrond. Het enige middel is niet ontvankelijk. V. Conclusie
  15. Gelet op de onontvankelijkheid van het enige middel, moet het beroep hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.118-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.118-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.646 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.