← België

Arrest 259696 - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden - 06/05/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.696 Rolnummer: A. 238646/XIV-39161 Zaak: Arrest 259696 - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden - 06/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-17 Raadplegingen: 127 - laatst gezien 2026-06-11 02:15 Fiche Arrest nr 259.696 van 6 mei 2024 Economische zaken - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.696 van 6 mei 2024 in de zaak A. 238.646/XIV-39.161 In zake: de NV DALI DIAMOND COMPANY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens en Tess Leppers kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door minister van Financiën -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van de Federale Overheidsdienst van Financiën van 12 januari 2023, waarbij wordt beslist: '[…] dat Dali Diamond Company het verschuldigde bedrag uit hoofde van de overeenkomst ‘Revolving Facility Agreement N° 2-K15/531-832' mag terugbetalen, onder de strikte voorwaarde dat de betaalde gelden worden bevroren bij een kredietinstelling in België of bij een andere kredietinstelling gevestigd in de Europese Unie’” Verzoeker vordert in zijn verzoekschrift tevens een schadevergoeding tot herstel. XIV-39.161-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 15 maart 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 24 april
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing kortedebattenprocedure
  5. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij beslissing van de van de Algemene administratie van de thesaurie van 26 februari
  6. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. XIV-39.161-2/4 In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.
  7. De verzoekende partij vordert in het verzoekschrift ook een schadevergoeding tot herstel. Artikel 25/3, § 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ bepaalt dat “indien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […] het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”. Tot een vaststelling van onwettigheid is de Raad van State in dit arrest, dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, niet gekomen. Die vaststelling alleen reeds volstaat om het verzoek tot schadevergoeding tot herstel af te wijzen. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De Raad van State verwerpt de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
  11. Het door de verzoekende partij te veel betaalde bedrag aan rolrecht en bijdrage dient te worden teruggestort. XIV-39.161-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.161-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.696 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.