← België

Arrest 259718 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 14/05/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.718 Rolnummer: A. 240162/IX-10343 Zaak: Arrest 259718 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 14/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-23 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-11 02:21 Fiche Arrest nr 259.718 van 14 mei 2024 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.718 van 14 mei 2024 in de zaak A. 240.162/IX-10.343 In zake: XXXX tegen: de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 september 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de mondelinge selectieproef technisch adviseur aan CVO Groeipunt dd. 20 september 2023”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 257.579 van 9 oktober 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 12 oktober 2023 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 28 november 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. IX-10.343-1/3 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.343-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.343-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.718 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.579 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.