id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.738 Rolnummer: A. 240350/VII-42244 Zaak: Arrest 259738 - Natuurbehoud - Vergunningen - 16/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-21 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-11 02:25 Fiche Arrest nr 259.738 van 16 mei 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 259.738 van 16 mei 2024 in de zaak A. 240.350/VII-42.244 In zake: H.D. woonplaats kiezend in België tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 september 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos van 28 juli 2023 waarbij de ontheffing van het verbod tot ontbossing op een perceel gelegen te Essen, wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 14 december
- Op 21 februari 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de VII-42.244-1/4 Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en architect Ilse Konings, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. VII-42.244-2/4 Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Met artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de wetgever stringente gevolgen willen verbinden aan het niet respecteren van de termijn voor het indienen van een memorie van wederantwoord, meer bepaald door het instellen van een onweerlegbaar vermoeden van het ontbreken van het vereiste belang. Dat vermoeden kan enkel door het bewijs van overmacht of onoverkomelijke dwaling ongedaan worden gemaakt. De enige finaliteit van de hoorzitting is bijgevolg voornoemd bewijs te leveren of aan te tonen dat geen correcte toepassing werd gemaakt van voornoemd artikel 21, tweede lid. Verzoekster betwist niet dat zij geen memorie van wederantwoord heeft ingediend na de ontvangst van de memorie van antwoord van het Vlaamse Gewest. Voor dat verzuim beroept zij zich niet op een omstandigheid die aangemerkt kan worden als overmacht.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-42.244-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.244-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.738 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div