id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.739 Rolnummer: A. 240598/VII-42275 Zaak: Arrest 259739 - Kansspelen - 16/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-29 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-06-11 02:26 Fiche Arrest nr 259.739 van 16 mei 2024 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 259.739 van 16 mei 2024 in de zaak A. 240.598/VII-42.275 In zake: de BV WEDWINKEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Omar Souidi kantoor houdend te 1860 Meise Plasstraat 3 tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 25 september 2023 om geen convenant af te sluiten met de bv Wedwinkel voor het exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Turnhoutsebaan 322 te Antwerpen (Borgerhout). II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-42.275-1/7 Auditeur Wendy Depester heeft op 16 februari 2024 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Philtjens, die loco advocaten Omar Souidi en Joost Bosquet verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Marie Schepers, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV aan de Turnhoutsebaan 322 te Antwerpen (Borgerhout). 3.
- Naar luid van artikel 4, § 1, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) is het verboden om een kansspelinrichting te exploiteren zonder voorafgaande vergunning van de Kansspelcommissie die overeenkomstig deze wet is toegestaan en behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald. VII-42.275-2/7 Overeenkomstig artikel 25, punt 7, van dezelfde wet is voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV een vergunning klasse F2 vereist, die telkens voor hernieuwbare periodes van drie jaar kan worden aangevraagd. Volgens artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet moet de uitbating van een (vaste) kansspelinrichting klasse IV geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. 3.
- Voor de exploitatie van de betrokken kansspelinrichting beschikt de verzoekende partij over een kansspelvergunning klasse F
- Deze vergunning werd verleend voor de periode van 14 oktober 2020 tot en met 13 oktober
- 3.
- In het kader van de hernieuwing van de kansspelvergunning vraagt zij op 5 juli 2023 aan de stad Antwerpen om het door artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet vereiste convenant af te sluiten. 3.
- Met een besluit van 25 september 2023 weigert de gemeenteraad van de stad Antwerpen om het convenant af te sluiten. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-42.275-3/7 Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
- Ter verantwoording van de ingeroepen spoedeisendheid zet de verzoekende partij het volgende uiteen: “[…] De loutere nietigverklaring van de bestreden beslissing is niet van dien aard om de dreigende schade te vermijden die erin bestaat dat sluiting van de kansspelinrichting wordt vermeden. Zonder de verdere exploitatie van de kansspelinrichting kunnen niet langer inkomsten worden gegenereerd, waardoor het voortbestaan van de onderneming in het gedrang komt. De procedure tot nietigverklaring is niet van dien aard […] een dreigend faillissement tijdig af te wenden en verzoekende partij in de gelegenheid te stellen haar wettigheidsgrieven aan te kaarten en te zien beoordelen op een tijdstip dat deze onregelmatigheden desgevallend nog kunnen worden rechtgezet (en op die manier nog een daadwerkelijk rechtsherstel in natura kunnen betekenen). […] Te deze maakt de bestreden beslissing de verdere exploitatie van een bestaande handelszaak (een kansspelinrichting) onmogelijk, zonder dat een voorlopige exploitatie kan worden nagestreefd tijdens de procedure ten gronde. Dit leidt ertoe dat vaste kosten verder lopen en inkomsten teloor gaan. Daarbij bestatigt de accountant van verzoekende partij dat aan huur en personeelskosten een vaste kost per maand van 23.950 € in rekening wordt gebracht, daar waar bij gebrek aan inkomsten van één vestiging het faillissement onherroepelijk zou worden. In die omstandigheden kan het verloop van een reguliere vernietigingsprocedure niet nuttig worden afgewacht, noch kan een loutere schorsing in dat geval rechtsherstel brengen […]. De weigering om een convenant af te sluiten, waardoor met zekerheid geen vergunning kan worden bekomen, verhindert dat een bestaande ondernemingsvestiging kan worden voortgezet. Dit alleen reeds maakt naast de economische teloorgang van de zaak, dat sprake is van een onherroepelijke aantasting van de reputatie en handelsfonds van de bewuste vestiging, zodat een nietigverklaring geen rechtsherstel meer kan bieden. Tegen het tijdstip dat een gebeurlijke nietigverklaring tussenkomt, dient de huur te worden opgezegd, en dient personeel te worden ontslagen. De vestiging gaat in dat geval definitief verloren. Het is immers in geen geval te verantwoorden dat gedurende een duurtijd van een tweetal jaar personeel wordt aangehouden, en lokalen worden gehuurd. Dit verlies aan bekwaam personeel, en het leed dat werd aangericht door ontslag en het stopzetten van de activiteiten op een welbepaalde locatie kan door een reguliere schorsing niet worden teniet gedaan. Enkel de gevorderde schorsing kan in dat geval het dienstig rechtsgevolg hebben dat de verwerende partij ertoe wordt aangezet tot intrekking en heroverweging over te gaan, waarbij zij aan de hand van een consequent en VII-42.275-4/7 consistent beleid de afweging betreffende de wenselijkheid van de lokalisatie van een kansspelinrichting maakt, met respect voor de grondrechten van het recht op ondernemen en het gelijkheidsbeginsel. Het feit dat de bestreden beslissing een weigeringsbeslissing uitmaakt staat de hoogdringendheid dan ook niet in de weg, gezien de hernieuwingsaanvraag een bestaande en actieve vestiging van een kansspelinrichting betreft. Dit aspect maakt dat uw Raad ook het dreigende einde van een bestaande handelsvestiging in haar beoordeling en afweging van hoogdringendheid dient te betrekken. Zij maakt dat een gewone vordering tot nietigverklaring niet meer van aard kan zijn rechtsherstel in natura te bieden.” Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. De Raad van State mag alleen rekening houden met hetgeen in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. Hij mag geen acht slaan op hetgeen in latere geschriften of ter terechtzitting door de verzoekende partij VII-42.275-5/7 bijkomend nog wordt bijgebracht. De verwerende partij kan immers daarop niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.
- Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Een dergelijk nadeel kan immers in principe na een annulatiearrest hersteld worden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat het voortbestaan van de verzoekende partij als commerciële onderneming op korte termijn in gevaar wordt gebracht doordat zij door de gedwongen stopzetting van een belangrijk deel van haar activiteiten onmiskenbaar op een faillissement afstevent, dan wel dat het financieel evenwicht van de onderneming onherroepelijk wordt verstoord, kortom dat het te verwachten financiële nadeel een zodanige impact heeft dat de verzoekende partij dit niet kan dragen tot de uitspraak ten gronde.
- Uit de raadpleging van de in de Kruispuntbank voor Ondernemingen vermelde bedrijfsgegevens, heeft het auditoraat terecht kunnen afleiden dat met de in het verzoekschrift gegeven uiteenzetting niet wordt aangetoond dat de financiële toestand van de verzoekende partij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in die mate aan het wankelen wordt gebracht dat een faillissement op korte termijn onafwendbaar is. Uit die gegevens blijkt immers dat de verzoekende partij actueel nog een ander wedkantoor exploiteert. Door niet van meet af aan een volledige inkijk te geven in de bedrijfsstructuur en -inkomsten, komt de verzoekende partij niet tegemoet aan de stelplicht die uit artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voortvloeit. Zij maakt voorts niet aannemelijk dat de beweerde imagoschade, voortkomend uit de (tijdelijke) sluiting van het wedkantoor, van die aard is dat de bestreden beslissing, in afwachting van een uitspraak over het annulatieberoep, haar in een schadelijke toestand brengt die onmogelijk te verdragen valt. VII-42.275-6/7 Bovendien kan de reputatie van de verzoekende partij steeds gezuiverd worden door een gebeurlijk annulatiearrest.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.275-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.739 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.559 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.