id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.797 Rolnummer: A. 238460/VII-41923 Zaak: Arrest 259797 - Dierenwelzijn - 21/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-21 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-06 21:25 Fiche Arrest nr 259.797 van 21 mei 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 259.797 van 21 mei 2024 in de zaak A. 238.460/VII-41.923 In zake :
- G.V.
- B.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lobke Roodhooft kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van het Vlaamse Gewest, departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn van 21 december 2022 waarbij één volwassen hond en twee pups definitief in volle eigendom worden gegeven aan een erkend asiel. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. VII-41.923-1/6 Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 mei
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lobke Roodhooft, die verschijnt voor de verzoekers en advocaat Jean-François De Bock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten
- Bij een controle op 15 november 2022 worden bij verzoekers een volwassen hond en twee pups in beslag genomen. Met het bestreden besluit van 21 december 2022 worden de in beslag genomen dieren definitief in volle eigendom overgedragen aan een erkend asiel. Op 17 en 21 januari 2023 worden de drie dieren door derden geadopteerd. VII-41.923-2/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- In het verzoekschrift tot nietigverklaring zetten de verzoekers als volgt uiteen dat zij beschikken over het vereiste belang bij de nietigverklaring : “Verzoekers waren eigenaar van de honden […]. […] Gezien de bestreden beslissing […] inhoudt dat de eigendom van de drie […] honden definitief wordt overgedragen aan een erkend asiel, dienen verzoekers zonder meer aangemerkt te worden als rechtstreeks benadeelden en geadresseerden van deze beslissing. […] Hieruit volgt dat verzoekers een evident belang hebben bij het aanvechten van dit besluit met een vernietigingsberoep dat tot gevolg kan hebben dat zij de eigendom over de dieren niet verliezen. […] Het belang van verzoekers staat bijgevolg zonder enige twijfel vast.”
- De verwerende partij antwoordt dat de dieren werden geadopteerd, zodat verzoekers geen belang hebben bij de procedure. Volgens de verwerende partij volgt dit gebrek aan belang uit de omstandigheid dat de bestreden beslissing geleid heeft tot een dubbele eigendomsoverdracht conform het burgerlijk recht.
- Verzoekers laten hierop in de memorie van wederantwoord het volgende gelden : “Het bestaan van een burgerlijke overeenkomst heeft niet tot gevolg dat de Raad van State onbevoegd wordt, zoals verwerende partij doet uitschijnen. Een burgerlijke overeenkomst doet verzoekers niet meteen hun belang verliezen. Verzoekers hebben nog steeds een materieel belang bij een vernietiging van de bestuurlijke beslissing (de bestreden beslissing), ondanks het feit dat de Raad van State de burgerlijke overeenkomst niet nietig kan verklaren. Indien de Raad van State immers zou beslissen dat de bestreden beslissing nietig is, is dit voor verzoeker een belangrijk argument om aan te voeren voor de burgerlijke rechter om zo alsnog de nietigverklaring van de eigendomsoverdracht te verkrijgen, dan wel schadevergoeding te vorderen.” VII-41.923-3/6 Beoordeling
- Het beroep tot nietigverklaring bedoeld in artikel 14 RvS-wet kan op grond van artikel 19 RvS-wet slechts op ontvankelijke wijze worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Deze vereiste betekent dat de bestreden handeling nadelig moet zijn voor de verzoekende partij, en dat de gevorderde vernietiging aan dat nadeel kan verhelpen. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat.
- Een verzoekende partij heeft geen stelplicht om haar belang bij het beroep reeds in het inleidend verzoekschrift te omschrijven of toe te lichten. Wanneer een verzoekende partij dit echter toch doet, bakent zij zelf de grenzen af van het debat over het belang. Zij kan zich bijgevolg in de loop van het geding op geen andere nadelen beroepen om haar belang te staven, tenzij zij die nadelen niet kon kennen bij het indienen van het vernietigingsberoep.
- De dieren die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing werden door derden geadopteerd. De vernietiging van de bestreden beslissing kan er aldus onmogelijk nog toe leiden dat deze dieren aan de verzoekers worden teruggegeven. Nu de verzoekers hun belang bij het beroep steunen op de mogelijkheid dat de dieren hen, na de vernietiging, zouden worden teruggegeven en het eigendomsrecht over de dieren zouden terugkrijgen, blijkt dan ook dat dit belang niet actueel is. De enkele omstandigheid dat de verzoekers als voormalige eigenaars de rechtstreeks benadeelden en bestemmelingen zijn van de bestreden beslissing, is onvoldoende om te getuigen van het vereiste belang. De verzoekers voeren met de verwijzing naar die omstandigheid niet aan, laat staan dat zij aannemelijk zouden maken, dat hun belang zou kunnen bestaan uit de morele genoegdoening die gepaard zou gaan met het vernietigingsarrest. VII-41.923-4/6 De omstandigheid dat de verzoekers het nadeel dat zij zouden hebben geleden, vergoed wensen te zien door het vorderen van de vernietiging van de overeenkomst(en) en/of het eisen van een schadevergoeding voor de burgerlijke rechtbank, verleent aan de verzoekers geen voldoende rechtstreeks belang bij de vernietiging. Zij ontlenen hun belang dan immers louter uit de omstandigheid dat de bestreden beslissing door de Raad van State onwettig wordt verklaard. Het belang dat louter bestaat uit het zien onwettig verklaren van een bestreden beslissing om de toekenning van een vordering door een burgerlijke rechtbank te faciliteren, is onvoldoende rechtstreeks.
- Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kort debat
- In deze zaak volstond een kort debat. De zaak wordt op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief beslecht. VI. Rechtsplegingsvergoeding
- Het vernietigingsberoep wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die ontstaan is door de definitieve adoptie van de dieren door derden. In deze omstandigheden kan de verwerende partij niet beschouwd worden als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, RvS-wet. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. VII-41.923-5/6
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-41.923-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.797 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.