id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.893 Rolnummer: A. 240401/X-18498 Zaak: Arrest 259893 - Sluitingen van vestigingen - 28/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-30 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-11 03:01 Fiche Arrest nr 259.893 van 28 mei 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 259.893 van 28 mei 2024 in de zaak A. 240.401/X-18.498 In zake: de BV R.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Masson kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vlaamse Kaai 32/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Stad Antwerpen dd. 30/10/2023 waarbij verzoekster een stopzetting verkreeg van de aanvraag van de uitbatingsvergunning voor shishabar te 2170 Antwerpen, Bredabaan 726”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 257.873 van 13 november 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 22 november 2023 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. X-18.498-1/3 Op 6 februari 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. X-18.498-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.498-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.893 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.873 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div