id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.900 Rolnummer: A. 240396/XII-9423 Zaak: Arrest 259900 - Overheidsopdrachten - 29/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-06 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-11 03:01 Fiche Arrest nr 259.900 van 29 mei 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 259.900 van 29 mei 2024 in de zaak A. 240.396/XII-9423 In zake: de NV LESUCO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Gauthier Vlassenbroeck kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE BEVEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Ann-Sofie Custers kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV SPORTINFRABOUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Wouters en Geert Van Engelgem kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 31 oktober 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de gemeente Beveren van 18 september 2023 […] om de opdracht ‘Aanleg van 6 kunstgrasterreinen voetbal’ aan Sportinfrabouw te gunnen en aan Lesuco niet te gunnen”. XII-9423-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 258.040 van 28 november 2023 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemeente Beveren van 18 september
- Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft de voorzitter van de XIIe kamer bij beschikking van 19 maart 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 16 mei
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Opheffing van de schorsing
- De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. XII-9423-2/4
- Op 20 december 2023 deelt de verzoekende partij overigens mee dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beveren de bestreden beslissing op 4 december 2023 heeft ingetrokken. IV. Kosten
- Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing, past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde het rolrecht, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State heft de bij arrest nr. 258.040 van 28 november 2023 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9423-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9423-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.900 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.040 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.