← België

Arrest 259915 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/05/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.915 Rolnummer: A. 236981/VII-41627 Zaak: Arrest 259915 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/05/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-06 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-11 03:01 Fiche Arrest nr 259.915 van 30 mei 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.915 no lien 277353 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 259.915 van 30 mei 2024 in de zaak A. 236.981/VII-41.627 In zake : C.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jadzia Talboom kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Tussenkomende partijen :

  1. CommV BOTERMELKHOF CONSTRUCT
  2. G.W.
  3. G.W.
  4. G.W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ciska Servais kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het cassatieberoep, ingesteld op 8 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0913 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 30 juni 2022 in de zaak 2021-RvVb-0928-A. VII-41.627-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  6. Bij arrest nr. 257.549 van 5 oktober 2023 is het debat heropend en werd het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het aanvullend onderzoek. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 20 oktober 2023 een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 17 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 april
  7. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Bruyndonckx, die loco advocaten Stijn Verbist en Jadzia Talboom verschijnt voor verzoeker en advocaat Yannick Ballon, die loco advocaat Ciska Servais verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. VII-41.627-2/6 III. Feiten 3.
  9. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent op 17 juni 2021 aan de CommV Botermelkhof Construct een stedenbouwkundige vergunning “voor het afbreken van de bestaande bebouwing, het rooien van bomen en het bouwen van 57 assistentiewoningen met parkeergarage”. 3.
  10. Het bestreden arrest verwerpt het beroep van verzoeker tot vernietiging van voormelde vergunningsbeslissing. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  11. De tussenkomende partijen werpen op dat verzoeker in zijn enig middel de Raad van State verzoekt om de verenigbaarheid van het aangevraagde met de goede ruimtelijke ordening, in het bijzonder het mobiliteitsaspect ervan, volledig opnieuw te beoordelen. Een dergelijk verzoek valt volgens hen buiten de bevoegdheid van de Raad van State, zodat het cassatieberoep onontvankelijk is.
  12. In zijn verzoekschrift voert verzoeker in essentie aan dat het bestreden arrest gebrekkig gemotiveerd is, en als zodanig artikel 149 van de Grondwet en artikel 32 van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ schendt. De exceptie mist aldus feitelijke grondslag en wordt verworpen. V. Onderzoek van het middel Uiteenzetting van het middel
  13. Verzoeker voert aan dat het bestreden arrest artikel 149 van de Grondwet en artikel 32 van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ schendt. VII-41.627-3/6 Hij zet uiteen dat het bestreden arrest gebrekkig gemotiveerd is. De RvVb zou akte nemen van de pertinente stukken van verzoeker die aantonen dat het risico op zeer negatieve effecten op vlak van parkeren en mobiliteit reëel is, ondanks het feit dat het project in principe voldoet aan de parkeernorm, maar vervolgens louter stellen dat uit de aangehaalde overwegingen van de bestreden vergunningsbeslissing blijkt dat het aangevraagde project 12 parkeerplaatsen meer omvat dan de parkeernorm bepaald in het RUP (1 per 2 serviceflats) en dat het voor de RvVb niet duidelijk is om welke reden verzoeker meent dat deze vaststelling niet zou volstaan om het aangevraagde op dat punt in overeenstemming te vinden met de goede ruimtelijke ordening. Dit kan volgens verzoeker niet anders worden opgevat dan een gemis aan motivering of het negeren van pertinente stukken in het kader van het jurisdictioneel beroep. Verzoeker zou immers hebben aangetoond dat de vermeende concrete omstandigheden manifest indruisen tegen de stukken. Niet alle pertinente stukken zouden aldus in overweging zijn genomen door de RvVb, waardoor het onduidelijk zou zijn of de RvVb de voorgelegde gegevens wel onderzocht heeft, wat volgens verzoeker evident een schending van de motiveringsplicht inhoudt. Beoordeling
  14. Verzoeker heeft de kritiek dat het bestreden arrest de “pertinente stukken” niet in overweging heeft genomen pas voor het eerst geformuleerd in de toelichtende memorie. In zoverre het middel met deze kritiek wordt uitgebreid, is het onontvankelijk.
  15. De in artikel 149 van de Grondwet en artikel 32, tweede lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ ingeschreven rechterlijke motiveringsverplichting heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak voldoet aan deze motiveringsplicht wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet - al waren ze verkeerd of onwettig - die hem ertoe brengen zijn beslissing te nemen. Alleen een gemis aan ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.915 VII-41.627-4/6 motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van artikel 149 van de Grondwet. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek.
  16. Het middel komt enkel op tegen volgende motieven van het bestreden arrest: “Uit [de aangehaalde] overwegingen [van het bestreden deputatiebesluit] blijkt dat het aangevraagd[e] project 12 parkeerplaatsen meer omvat dan de parkeernorm bepaald in het RUP (1 per 2 serviceflats). Het is voor de Raad niet duidelijk om welke reden [verzoeker] meent dat deze vaststelling niet zou volstaan om het aangevraagde op dat punt in overeenstemming te vinden met de goede ruimtelijke ordening.” Het gaat hier om uitdrukkelijke motieven die antwoorden op argumenten die verzoeker aan de RvVb had voorgelegd. Deze motieven kunnen niet worden gelijkgesteld met een gemis aan motivering. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
  17. In zoverre het ontvankelijk is, is het middel ongegrond. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  19. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 600 euro, elk voor een vierde. VII-41.627-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig mei tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.627-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.915 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.549 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.