← België

Arrest 259989 - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden - 04/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.989 Rolnummer: A. 238848/XIV-39176 Zaak: Arrest 259989 - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden - 04/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-06 07:45 Fiche Arrest nr 259.989 van 4 juni 2024 Economische zaken - Economische sancties waaronder het bevriezen van tegoeden Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.989 van 4 juni 2024 in de zaak A. 238.848/XIV-39.176 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Ghysels en Roeland Moeyersons kantoor houdend te 1050 Brussel Marsveldplein 5/B5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën dd. 10 februari 2023 houdende niet-toestemming voor de vrijgave van bij NSD gedeponeerde en bij Euroclear bevroren fondsen op basis van artikel 6ter, vijfde lid van Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen en houdende bevestiging dat de bij NSD gedeponeerde en bij Euroclear bevroren tegoeden bevroren moeten blijven op grond van artikel 2 van voornoemde verordening (EU) nr. 269/2014.” XIV-39.176-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 20 maart 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 mei
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing kortedebattenprocedure
  5. Op 7 februari 2024 beslist de administrateur-generaal van de algemene administratie van de Thesaurie tot intrekking van de bestreden beslising. XIV-39.176-2/4 Het voorliggende beroep heeft derhalve zijn voorwerp verloren, en is aldus doelloos geworden in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen.
  6. Ingevolge de intrekking van de bestreden beslissing moet de verwerende partij worden beschouwd als de partij die ten gronde in het ongelijk werd gesteld en moeten de kosten haar ten laste worden gelegd. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekster.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. XIV-39.176-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.176-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.