← België

Arrest 259999 - Energie (subsidies, premies), behalve stedenbouwkundige en milieuvergunningen - 04/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.999 Rolnummer: A. 236889/XIV-39347 Zaak: Arrest 259999 - Energie (subsidies, premies), behalve stedenbouwkundige en milieuvergunningen - 04/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-14 Raadplegingen: 244 - laatst gezien 2026-06-19 03:34 Fiche Arrest nr 259.999 van 4 juni 2024 Economische zaken - Energie (subsidies, premies), behalve stedenbouwkundige en milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.999 no lien 277531 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 259.999 van 4 juni 2024 in de zaak A. 236.889/XIV-39.347 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door het VLAAMS ENERGIE- EN KLIMAATAGENTSCHAP (VEKA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Damien Verhoeven, Bert Van Herreweghe en Vincent Verbelen kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 25 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid van de Vlaamse overheid Vlaams Energie- en Klimaatagentschap van 27 juni 2022 waarbij “de aanvraag in het kader van de call voor de ondersteuning van middelgrote installaties o.b.v. zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines wordt geweigerd aan [verzoeker].”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.347-1/9 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 maart
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jef Goffings, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Vincent Verbelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 14 maart 2022 dient de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting, waarbij verzoeker, als CEO ervan, als contactpersoon is aangeduid, een steunaanvraag in bij het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid van de Vlaamse overheid Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (hierna: het VEKA) in het kader van calls voor het jaar 2022 voor het indienen van steunaanvragen voor middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines. 3.
  6. Op 21 april 2022 kent de administrateur-generaal van het VEKA, in een collectieve beslissing, onder meer aan de nv Werkhuizen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.999 XIV-39.347-2/9 Hengelhoef Industrial Contracting een eenmalige subsidie toe voor een bedrag van maximaal 43.957,38 euro. Het dossiernummer is C1_[XXXX]_
  7. De artikelen 2 en 9 van die beslissing luiden: “Art.
  8. De steun wordt uitbetaald conform de voorwaarden opgenomen in artikel 7.11.4 van het Energiebesluit van 19 november
  9. Het uit te betalen steunbedrag is gelijk aan de aangevraagde steun, in overeenstemming met artikel 7.11.3, §3, elfde en twaalfde lid, van het Energiebesluit van 19 november
  10. Het steunbedrag wordt betaald via een overschrijving naar het rekeningnummer van de aanvrager, zoals opgegeven in de subsidieaanvraag.” “Art.
  11. Als blijkt dat de begunstigden de toekenningsvoorwaarden, vermeld in dit besluit, alsook de voorwaarden vastgesteld door de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, het decreet van 29 maart 2019 houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 ter uitvoering van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, niet respecteren dan zal de uitbetaling van de subsidie door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap worden stopgezet en worden reeds uitgekeerde bedragen teruggevorderd.” 3.
  12. Met een brief, gedateerd op 22 april 2022, meldt de administrateur-generaal van het VEKA aan verzoeker: “Hierbij meld ik u dat uw steunaanvraag in het kader van de call voor de ondersteuning van middelgrote installaties o.b.v. zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines is weerhouden voor financiële steun. U wordt een subsidie voorzien van 43.957,38 euro op ordernummer […]. Dit ordernummer dient op elke factuur vermeld te worden. De datum waarop u dit schrijven in ontvangst nam geldt als de betekening van de beslissing over uw steunaanvraag. Indien u in uw aanvraagformulier hier mee instemde komt de bezorgdatum van de documenten in uw E-BOX overeen met de datum van betekening. Conform artikel 7.11.3, §3 van het Energiebesluit van 19 november 2010 (hierna: Energiebesluit) mag u na deze datum van kennisgeving van de beslissing met de investering starten. Graag vestig ik daarbij uw aandacht op artikel 7.11.3, §4 van het Energiebesluit waarbij u uiterlijk 60 dagen na de betekening van deze beslissing een bewijs van het stellen van een bankwaarborg ten gunste van het Vlaamse Gewest moet bezorgen aan het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap. De bankwaarborg bedraagt 7,5% van het toegekende steunbedrag en minstens 2.000 euro. Als dit gevraagde bewijs niet binnen deze vooropgestelde termijn wordt bezorgd, wordt u drie jaar vanaf de datum van de betekening van de beslissing uitgesloten van deelname aan de call voor de ondersteuning van middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines.” XIV-39.347-3/9 De elektronische ondertekening van deze brief door de administrateur-generaal draagt de vermelding: “getekend op: 2022-04-22 13:30:37 + 02:0.” Voorts blijkt uit deze brief dat hij betrekking heeft op het dossiernummer C1_[XXXX]_
  13. 3.
  14. Met een e-mail van 30 mei 2022 om 9u09 meldt het VEKA aan verzoeker: “[…] Met deze e-mail herinneren we u graag aan de termijn van 60 dagen na de betekening van de beslissing voor het indienen van deze borgtocht/bankwaarborg voor uw project in het Energieportaal. De datum van de betekening van de beslissing is de dag waarop u de notificatiebrief ontvangen heeft, waarin meegedeeld werd dat u steun zal ontvangen via de call groene stroom voor uw project. Dit is een essentiële stap om uw steunaanvraag succesvol te volbrengen. Het niet tijdig stellen van de waarborg én het niet tijdig bezorgen van een bewijs daarvan in het Energieportaal heeft tot gevolg dat de aanvrager het recht op de investeringssteun verliest en dat de aanvrager voor drie jaar uitgesloten wordt voor deelname aan de call groene stroom […].” 3.
  15. Op 20 juni 2022 stelt de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting ten gunste van het VEKA een borg voor een bedrag van 3.296,80 euro bij de bank BNP Paribas Fortis. Deze borgstelling wordt op 20 juni 2022 door de voornoemde bank aangetekend verstuurd naar het VEKA. 3.
  16. Bij brief van 27 juni 2022 deelt de administrateur-generaal van het VEKA aan verzoeker mee dat zijn steunaanvraag “in het kader van de call voor de ondersteuning van middelgrote installaties o.b.v. zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines, voor een Overige PV-installaties niet weerhouden is.” De motieven van deze beslissing zijn vermeld in de bijlage bij de voornoemde brief. Die stelt: XIV-39.347-4/9 “Bijlage 1: De beoordeling van uw subsidieaanvraag Een correcte borgstelling voor een goedgekeurde subsidieaanvraag bestaat conform artikel 7.11.3, §4 van het Energiebesluit van 19 november 2010 uit het tijdig en correct bezorgen van een digitaal afschrift ervan via het door het Vlaams Energie en Klimaatagentschap ter beschikking gestelde elektronisch formulier. Voor dit project werd geen borg gesteld, conform artikel 7.11.3, §4 van Energiebesluit van 19 november
  17. Als gevolg hiervan wordt u, conform voornoemd artikel uit het Energiebesluit, als aanvrager voor drie jaar vanaf de datum van de betekening van de beslissing uitgesloten van deelname aan de call voor de ondersteuning van middelgrote installatie op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines. U verliest tevens het recht op steun voor deze voorliggende subsidieaanvraag.” Als kenmerk is het dossiernummer vermeld, met name C1_[XXXX]_
  18. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid – Gebrek aan hoedanigheid Uiteenzetting van de door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie
  19. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve het gebrek aan hoedanigheid in hoofde van verzoeker opgeworpen, in essentie omdat verzoeker in eigen naam het voorliggende beroep heeft ingediend zonder dat hij de adressant is van de bestreden beslissing. De adressant van de bestreden beslissing is immers de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting, die te dezen geen partij is in het geding. Standpunt van de partijen
  20. De verwerende partij betwist in de memorie van antwoord onder het kopje “verzoekschrift is onontvankelijk: [verzoeker] heeft geen persoonlijk belang” het belang van verzoeker, erop wijzend dat het verzoeker en niet de rechtspersoon nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting is, die de verzoekende partij is in de voorliggende procedure. Verzoeker is niet de aanvrager/begunstigde van de steun maar enkel de contactpersoon, terwijl de aanvrager en begunstigde van de steun de voormelde rechtspersoon is, zoals blijkt XIV-39.347-5/9 uit de steunaanvraag en de beslissing van het VEKA houdende toekenning van steun. Evenmin is het verzoeker die de borg heeft gesteld, noch is het verzoeker die wordt uitgesloten van de call of waaraan de steun wordt ontzegd. In de laatste memorie sluit de verwerende partij zich aan bij de exceptie opgeworpen door het auditoraat.
  21. Verzoeker antwoordt in de memorie van wederantwoord onder het kopje “Het belang van de verzoekende partij” dat hij een subsidie misloopt van 43.957,38 euro en dat de nietigverklaring hem een direct en persoonlijk voordeel verschaft, wat hij detailleert. Hij wijst er ten overvloede op dat hij persoonlijk werd aangeschreven ter kennisgeving van de bestreden beslissing. Hij is zelf de bestemmeling van de bestreden beslissing en enkel hij kon, met andere woorden, het voorliggende beroep indienen. In de laatste memorie wijst verzoeker erop dat hij door de verwerende partij werd aangeduid als de bestemmeling van de bestreden beslissing en dat enkel hij het beroep kon indienen. Indien het verzoekschrift zou worden ingediend door de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting, zou wellicht de verwerende partij de niet-ontvankelijkheid opnieuw opwerpen, argumenterend in dat geval dat het de huidige verzoeker en niet de voornoemde rechtspersoon is die is aangeduid als bestemmeling. Beoordeling
  22. De hoedanigheid of procesbevoegdheid is het vermogen om een geschil bij de rechter aan te brengen met het verzoek er uitspraak over te doen. Een verzoekende partij dient over de vereiste hoedanigheid te beschikken om het beroep tot nietigverklaring in te stellen. Deze vereiste van hoedanigheid –procesbevoegdheid of kwaliteit – dient te worden onderscheiden van de vereiste van het belang. Een verzoekende partij kan in eigen naam geen vordering instellen die erop gericht is een aanspraak die haar niet toebehoort, alsnog ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.999 XIV-39.347-6/9 gerealiseerd te zien worden. Zij beschikt in dit geval niet over de vereiste hoedanigheid om het beroep tot nietigverklaring in te stellen (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406, Van Dooren). Opdat een verzoekende partij de vereiste hoedanigheid zou hebben bij het beroep ingediend in eigen naam, is vereist dat zij een zekere persoonlijke en individuele band vertoont met de bestreden beslissing, dat de bestreden beslissing haar benadeelt en zij, aldus, beschikt over het vereiste belang om de vernietiging ervan te benaarstigen. De rechtsvordering waarvan het specifieke opzet erin bestaat een geweigerd voordeel alsnog te verkrijgen, kan alleen worden ingesteld door diegene die op dat voordeel aanspraak kan maken. Alleen aan die persoon kan immers dat voordeel worden verleend.
  23. De bestreden beslissing kan derhalve enkel worden aangevochten door degene wiens steunaanvraag, naar de beslissing stelt, niet werd “weerhouden”, of namens wie die aanvraag niet werd “weerhouden”. In de voorliggende zaak dient te worden vastgesteld dat het annulatieberoep door verzoeker is ingesteld, wat inhoudt dat de hoedanigheid in zijnen hoofde moet worden onderzocht.
  24. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de steunaanvraag van 14 maart 2022 is ingediend voor de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting (supra, punt 3.1), alsook dat aan die rechtspersoon bij beslissing van 21 april 2022 (supra, punt 3.2.) de steun werd toegekend. De voornoemde rechtspersoon is derhalve de begunstigde van de steun. Voorts blijkt uit de bestreden beslissing en inzonderheid uit de vermelding van het dossiernummer, dat die duidelijk betrekking heeft op deze steunaanvraag. De bestreden beslissing richt zich derhalve tot de voornoemde rechtspersoon die immers ziet dat de steun waarom hij heeft verzocht, niet werd “weerhouden” om de redenen uiteengezet in XIV-39.347-7/9 de bestreden beslissing. Het betreft derhalve het ontnemen van een aanspraak die toebehoort aan de voornoemde rechtspersoon. Verzoeker is, al is hij naar hij stelt CEO van de rechtspersoon, een natuurlijke persoon die in rechte te onderscheiden is van de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Conctracting. Hij is dus niet de adressant van de bestreden beslissing. De omstandigheid dat de kennisgeving van de steun, alsook van de bestreden beslissing, (louter) is gericht aan hem verandert hieraan niets. Hij is immers door de aanvragende rechtspersoon (uitdrukkelijk) aangewezen als de contactpersoon wat deze steunaanvraag betreft, zodat die kennisgeving is gebeurd in zijn hoedanigheid van (gemandateerde) contactpersoon van de nv Werkhuizen Hengelhoef Industrial Contracting. Dat hij, als CEO, ook een eigen belang zou hebben bij het beroep, is te dezen in rechte niet relevant nu die ontvankelijkheidsvereiste moet worden onderscheiden van de in het geding zijnde eis van hoedanigheid of procesbekwaamheid. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker die in eigen naam het voorliggende beroep heeft ingediend, beoogt een aanspraak die hem niet toebehoort, alsnog gerealiseerd te zien. Hij beschikt in het voorliggende geschil daartoe niet over de vereiste hoedanigheid om het beroep tot nietigverklaring in te stellen.
  25. De ambtshalve opgeworpen exceptie is in de aangegeven mate gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  26. De Raad van State verwerpt het beroep.
  27. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van XIV-39.347-8/9 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  28. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Chantal Bamps, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.347-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.999 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.