id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.002 Rolnummer: A. 237337/IX-10128 Zaak: Arrest 260002 - Examens (onderwijs) - 05/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-10 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 07:27 Fiche Arrest nr 260.002 van 5 juni 2024 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 260.002 van 5 juni 2024 in de zaak A. 237.337/IX-10.128 In zake : M.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Maxim Donck kantoor houdend te 8400 Oostende Hendrik Serruyslaan 52 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Impact bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Impact van 26 augustus 2022 waarbij aan verzoekster een oriënteringsattest B wordt toegekend met clausulering voor ASO, TSO en KSO, met gunstig advies tot overzitten. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 254.698 van 7 oktober 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. IX-10.128-1/7 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
- Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Maxim Donck, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 28 februari 2024, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten van de zaak zijn toegelicht in arrest nr. 254.698 van 7 oktober 2022; er wordt naar verwezen. IX-10.128-2/7 IX-10.128-3/7 IV. Ontvankelijkheid - belang Uiteenzetting van de exceptie
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij de exceptie op dat verzoekster geen blijk geeft van het rechtens vereiste belang. Zij voert aan dat de verwerping van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid toe te schrijven is aan een gebrek aan diligentie in hoofde van verzoekster, zodat ook het gevolg daarvan – namelijk dat bij aanvang van het schooljaar 2022-2023 geen beoordeling van de opgeworpen middelen is gebeurd – op het conto van verzoekster komt. De verwerende partij betoogt dat verzoekster haar studieloopbaan niet heeft voortgezet in een school van de betrokken scholengroep, dat zij het schooljaar 2022-2023 mogelijk met vrucht heeft beëindigd en dat een nietigverklaring verzoekster geen bijkomend voordeel meer kan opleveren. Beoordeling
- Zoals de Raad van State heeft uiteengezet in onder meer arrest nr. 218.919 van 17 april 2012, ontleent een leerling aan wie een oriënteringsattest B is toegekend een gekwalificeerd moreel nadeel zowel aan het verlies van een schooljaar dat met het overzitten gepaard gaat als, in voorkomend geval, aan de onmogelijkheid om de door hem geambieerde onderwijsvorm of studierichting te volgen. Dat nadeel blijft in beginsel het beroep schragen. Er is geen reden om het hier anders te zien.
- De exceptie wordt verworpen. IX-10.128-4/7 V. Ambtshalve middel Uiteenzetting van het middel
- De vraag rijst, ambtshalve, of de beroepscommissie bij het nemen van de bestreden beslissing rechtsgeldig was samengesteld. Artikel 123/17, § 2, eerste lid, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs bepaalt dat de beroepscommissie bij een beroep tegen een evaluatiebeslissing bestaat uit ‘interne leden’ en ‘externe leden’. De interne leden zijn leden van de klassenraad, waaronder “alleszins de voorzitter van de klassenraad, die de betwiste evaluatiebeslissing heeft genomen”. De voorzitter van de delibererende klassenraad is dus in beginsel decretaal verplicht om in de beroepscommissie te zetelen.
- De stukken van het neergelegde administratief dossier lieten niet toe na te gaan of het vóórmelde voorschrift werd nageleefd. Uit de vervolgens op vraag van de Raad van State neergelegde notulen van de delibererende klassenraad moet prima facie worden afgeleid dat de interne leden van de beroepscommissie (P.D.S. en P.D.W.) geen van beiden voorzitter van de delibererende klassenraad waren (dat was R.O.) en zelfs van de delibererende klassenraad geen deel uitmaakten.
- Met een brief van 19 februari 2024 zijn de partijen verzocht om standpunt in te nemen over de vraag naar de rechtsgeldige samenstelling van de beroepscommissie. Standpunt van de verwerende partij
- Op de terechtzitting bevestigt de verwerende partij dat de voorzitter van de delibererende klassenraad geen lid was van de beroepscommissie en dat daarvoor geen verantwoording kan worden gegeven. IX-10.128-5/7 Beoordeling
- De beroepscommissie is een collegiaal orgaan, waarvan de wijze van samenstelling al sinds 1 september 2014 uitdrukkelijk is bepaald in artikel 123/17, § 2, eerste lid, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs. Opdat een dergelijk collegiaal orgaan rechtsgeldig zijn bevoegdheid kan uitoefenen, moet het regelmatig zijn samengesteld. Met andere woorden, de regelmatigheid van de samenstelling van de beroepscommissie raakt de bevoegdheid ervan; een onregelmatige samenstelling leidt aldus tot de onbevoegdheid van het betrokken orgaan van actief bestuur. De regelmatige samenstelling van een collegiaal orgaan raakt daarom de openbare orde.
- De Raad van State stelt vast – en de verwerende partij bevestigt – dat de voorzitter van de delibererende klassenraad geen deel uitmaakte van de beroepscommissie en dat geen verantwoording voorligt die de afwezigheid van die voorzitter kan wettigen. De beroepscommissie was derhalve samengesteld met miskenning van het voorschrift van het vóórmelde artikel 123/17, § 2, eerste lid, 2°, zodat zij niet rechtsgeldig tot de bestreden beslissing kon komen.
- Het middel is gegrond.
- Deze vastgestelde onwettigheid impliceert dat de beslissing waarbij de beroepscommissie werd samengesteld, moet worden ingetrokken en de beroepscommissie opnieuw moet worden samengesteld overeenkomstig de hiervóór aangehaalde decretale bepaling. IX-10.128-6/7 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Impact van 26 augustus 2022 waarbij aan M.A. een oriënteringsattest B wordt toegekend met clausulering voor ASO, TSO en KSO, met gunstig advies tot overzitten.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 44 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.128-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.002 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div