← België

Arrest 260006 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 05/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.006 Rolnummer: A. 233434/IX-9874 Zaak: Arrest 260006 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 05/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-06 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-06 07:14 Fiche Arrest nr 260.006 van 5 juni 2024 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 260.006 van 5 juni 2024 in de zaak A. é.434/IX-9874 In zake : XXXX tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy – Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp 1.

  1. Het beroep, ingesteld op 15 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën van 10 februari 2021 waarbij aan verzoekster wordt meegedeeld dat de eindvermelding ‘te verbeteren’ voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2019 definitief is geworden. 1.
  2. Er wordt in het inleidend verzoekschrift tevens een provisionele schadevergoeding tot herstel van 1 euro gevorderd, die in de memorie van wederantwoord nader wordt begroot als volgt: “[…] een schadevergoeding ex aequo et bono […] ten bedrage van 5.000 € per 12 maanden dat de negatieve beoordeling aangehouden werd sinds 29/1/2020 [en] een eenmalige schadevergoeding […] ex aequo et bono geraamd op 2.500 € voor de externe reputatieschade van directoriale beslissingen die nauw samenhangen met de betwiste akte” en die in de laatste memorie door verzoekster wordt geherformuleerd als volgt: IX-9874-1/4 “Verzoekster vordert in onderhavige procedure schadevergoeding voor de binnen de BBI interne reputatieschade en de externe (buiten de BBI gel[e]den) reputatieschade. Verzoekster vordert een schadevergoeding ex aequo et bono voor de (binnen de BBI) geleden interne reputatieschade toe te kennen ten bedrage van 5.000 € per 12 maanden dat de negatieve beoordeling werd aangehouden sinds 29/1/2020, en een eenmalige schadevergoeding ex aequo et bono van 2.500 € voor de externe (buiten de BBI) geleden reputatieschade.” II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
  4. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. IX-9874-2/4 III. Verzoek tot afstand
  6. Met een brief van 8 maart 2024 doet verzoekster “afstand van geding”. IV. Kosten
  7. Gelet op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ dienen het rolrecht en de bijdrage voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel aan verzoekster te worden terugbetaald. BESLISSING
  8. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Het onverschuldigde rolrecht van 200 euro en de onverschuldigde bijdrage van 20 euro voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel dienen aan de verzoekende partij te worden terugbetaald.
  10. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9874-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9874-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.