id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.011 Rolnummer: A. 238313/XIV-39122 Zaak: Arrest 260011 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 05/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-06 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-06 07:14 Fiche Arrest nr 260.011 van 5 juni 2024 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.011 no lien 277542 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 260.011 van 5 juni 2024 in de zaak A. 238.313/XIV-39.122 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLITIEZONE 5341 ZUID bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Clonen en Flora Wauters kantoor houdend te 2610 Antwerpen Sneeuwbeslaan 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de politieraad van de meergemeentezone “van recente doch onbekende datum waarbij de betrekking van diensthoofd […] (adviseur niveau 1A, klasse A3) vacant is verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 256.773 van 14 juni 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. XIV-39.122-1/7 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristien Vanderheiden die verschijnt voor verzoeker en advocaat Flora Wauters die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is adviseur bij de lokalepolitiezone. Hij oefent tot aan de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 augustus 2022 (zie infra, nr. 3.3.) de betrekking van diensthoofd (adviseur klasse A3) uit. 3.
- Op 27 juni 2022 verklaart de politieraad deze door verzoeker beklede betrekking vacant (hierna: de beslissing van 27 juni 2022). XIV-39.122-2/7 3.
- Op 18 augustus 2022 beslist de korpschef om verzoeker met ingang van 1 september 2022 te herplaatsen naar een andere dienst (hierna: de beslissing van 18 augustus 2022). 3.
- Verzoeker dient op 12 september 2022 vooreerst een beroep tot nietigverklaring en tot schorsing in van de beslissing van 27 juni 2022 (zie supra, nr. 3.2.). De politieraad trekt op 24 oktober 2022 de beslissing van 27 juni 2022 in. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 27 juni
- In het annulatieberoep werd de afstand van geding uitgesproken. 3.
- Verzoeker dient op 12 september 2022 ook een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in van de beslissing van 18 augustus 2022 (zie supra, nr. 3.3.). De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 augustus
- De beslissing van 18 augustus 2022 werd heden bij arrest nr. 260.010 vernietigd. 3.
- Op 28 november 2022 verklaart de politieraad de betrekking die verzoeker tot aan de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 augustus 2022 beklede, opnieuw vacant. Dit is de bestreden beslissing. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. XIV-39.122-3/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie wat het voorwerp van het beroep betreft Standpunt van de partijen
- Onder het kopje “in hoofdorde: verzoekschrift is zonder voorwerp” werpt de verwerende partij in de memorie van antwoord op dat, daar geen van de kandidaten voor de door de bestreden beslissing vacant verklaarde betrekking geschikt werd bevonden, er “geen beraadslaging van de resultaten in de politieraad” werd voorzien en dat de gevoerde selectieprocedure “zonder verder gevolg” werd afgesloten. De verwerende partij besluit dat de bestreden beslissing geen rechtsgevolgen heeft gekend, zodat het beroep zonder voorwerp is geworden. In de laatste memorie sluit de verwerende partij zich aan bij het auditoraatsverslag. Aanvullend wijst de verwerende partij erop dat de politieraad op 26 april 2023 dezelfde functie opnieuw vacant heeft verklaard. Verzoeker stelde zich kandidaat, maar werd wederom niet-geschikt bevonden. Een externe kandidaat werd wel geschikt bevonden en de politieraad stelde deze geschikt bevonden kandidaat op 23 oktober 2023 aan in de functie. Verzoeker heeft geen van deze beslissingen aangevochten. De verwerende partij beklemtoont dat de bestreden beslissing bijgevolg geen enkel rechtsgevolg had voor verzoeker.
- In zijn verzoekschrift zet verzoeker onder het kopje “ontvankelijkheid van het annulatieberoep ratione materiae” onder verwijzing naar het arrest nr. 220.036 van 28 juni 2012, uiteen dat de bestreden beslissing een rechtstreeks aanvechtbare rechtshandeling is. Hij wijst erop dat de vacantverklaring op zich reeds grievend is daar de vacantverklaring de betrekking betreft waarvan hij titularis was voor de door hem bestreden herplaatsing en waarop hij na de eventuele inwilliging van zijn beroep tegen die herplaatsing weer aanspraak kan maken. In de memorie van wederantwoord repliceert verzoeker dat het beroep, anders dan de verwerende partij voorhoudt, niet zonder voorwerp is. Hij ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.011 XIV-39.122-4/7 zet uiteen dat de bestreden beslissing hem schaadt ongeacht de uitkomst van de selectieprocedure. De bestreden beslissing had immers een grote emotionele weerslag op verzoeker, zij was zeer grievend daar hij moest meedingen naar zijn eigen functie en zij heeft verzoekers eer en goede naam ernstig in het gedrang gebracht. Enkel een nietigverklaring kan volgens verzoeker dat leed herstellen. In de laatste memorie voert verzoeker aan dat het beroep “op dit ogenblik” nog steeds ontvankelijk is, met name zolang de door hem bestreden herplaatsing niet is vernietigd. Pas na vernietiging van de herplaatsing is de vacantverklaring onbestaande omdat men een ingenomen functie niet vacant kan verklaren. Voorts gaat verzoeker niet akkoord met het standpunt vertolkt in het auditoraatsverslag dat de vacantverklaring niet meer kan worden vernietigd omdat ze een definitief resultaat heeft opgeleverd. Verzoeker herhaalt dat de vacantverklaring op zich onwettig was en verregaande gevolgen had, zodat ze nog steeds grievend is en verzoeker nog steeds gebaat is bij een vernietiging. Voorts maakt verzoeker de vergelijking met de rechtspraak inzake het behoud van belang bij het aanvechten van een voorlopige schorsing nadat de periode van voorlopige schorsing is verstreken. Tot slot wijst verzoeker erop dat hij ingevolge de bestreden beslissing kosten heeft moeten maken en zich moest inspannen om deel te nemen aan de selectieprocedure. Beoordeling
- De bestreden beslissing is een vacantverklaring van een betrekking. Het is de eerste stap in een complexe administratieve procedure en is specifiek en noodzakelijk gericht op de eindbeslissing waarbij een kandidaat in de vacantverklaarde – en door verzoeker teruggewenste – betrekking wordt benoemd. In de regel kan een dergelijke vacantverklaring niet op een ontvankelijke wijze het voorwerp van een beroep tot nietigverklaring uitmaken. Wel kan de eventuele onwettigheid ervan worden aangevoerd tegen de aanvechtbare eindbeslissing. Anders is het evenwel wanneer de vacantverklaring op zich reeds grievend is voor verzoeker, zoals wanneer de vacantverklaring de betrekking betreft waarvan verzoeker de titularis was en verzoeker er – na inwilliging van het beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing waarbij hij werd herplaatst –, weer aanspraak ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.011 XIV-39.122-5/7 op zou kunnen maken. Het is binnen dat kader dat de opgeworpen exceptie moet worden beoordeeld.
- Centraal staat ter beoordeling of de bestreden vacantverklaring nog enig rechtsgevolg kan teweegbrengen. In dat verband wordt vastgesteld dat de herplaatsing van verzoeker die aan de te dezen bestreden vacantverklaring voorafging, door de Raad van State werd vernietigd bij arrest nr. 260.010 van heden. Zoals in dat arrest wordt uiteengezet, doet de nietigverklaring van een administratieve rechtshandeling door de Raad van State, met terugwerkende kracht, deze administratieve rechtshandeling erga omnes uit de rechtsorde verdwijnen. Ingevolge de retroactieve werking van een vernietigingsarrest moet de vernietigde beslissing worden geacht volledig, en dus retroactief, ongedaan te zijn gemaakt. In het rechtsverkeer zal aldus moeten worden gehandeld alsof die vernietigde beslissing nooit is genomen. Een vernietigingsarrest brengt derhalve de zaken weer in de toestand waarin ze zich bevonden vóór het nemen van de door het arrest vernietigde beslissing (“status quo ante”).
- Te dezen impliceert de nietigverklaring van de bestreden herplaatsing door ‘s Raads arrest nr. 260.010 van heden dat verzoeker nog steeds de betrekking bekleedt van waaruit hij werd herplaatst en dat hij wordt geacht deze ononderbroken te hebben bekleed. Zonder de herplaatsing van verzoeker was er immers geen vacature. Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de thans bestreden vacantverklaring geen voorwerp meer heeft. Verzoeker betwist dit niet in zijn laatste memorie. Hij voert immers aan dat na nietigverklaring van de herplaatsing – hypothese die zich inmiddels heeft voltrokken – de vacantverklaring onbestaande is omdat men een ingenomen functie niet vacant kan verklaren.
- De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. XIV-39.122-6/7
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Chantal Bamps, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.122-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.011 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.773 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.