id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.043 Rolnummer: A. 235915/IX-10022 Zaak: Arrest 260043 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 06/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-14 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-11 03:07 Fiche Arrest nr 260.043 van 6 juni 2024 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 260.043 van 6 juni 2024 in de zaak A. 235.915/IX-10.022 In zake: K.D. woonplaats kiezend bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten Fontainasplein 9-11 1000 Brussel tegen: de HOGERE ZEEVAARTSCHOOL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de algemeen directeur van de Hogere Zeevaartschool van 31 januari 2022 houdende aanstelling van HP als assistent Maritieme Economie (10% opdracht) met ingang van 16 september 2021 voor één jaar. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.022-1/9 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft om de voortzetting van de procedure verzocht. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 16 februari 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 april
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 1 september 2021 verklaart de Hogere Zeevaartschool, thans de Antwerp Maritime Academy, de betrekkingen vacant van assistent Maritieme Economie (contractuele aanstelling 10%) en assistent Algemene Economie en Bedrijfseconomie (contractuele aanstelling 20%). IX-10.022-2/9 Verzoeker stelt zich op 7 september 2021 kandidaat “voor de vacature assistent Economie (en eventueel Maritieme Economie)”. HP en JD stellen zich eveneens kandidaat. Verzoeker wordt op 10 september 2021 uitgenodigd voor een selectiegesprek op 14 september
- De selectiecommissie stelt een verslag van de gevoerde selectiegesprekken op. Op 16 september 2021 beslist de verwerende partij tot aanstelling van HP voor de beide opdrachten. Op 31 januari 2021 wordt de beslissing van 16 september 2021 als zijnde “onvolledig gemotiveerd” ingetrokken en wordt de contractuele aanstelling van HP als assistent Maritieme Economie, barema 502, 10% opdracht, met ingang van 16 september 2021 voor één jaar door de algemeen directeur goedgekeurd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord op dat verzoeker niet over het rechtens vereiste belang beschikt aangezien hij zich geen kandidaat heeft gesteld voor de vacature ‘Maritieme Economie’. 4.
- In het auditoraatsverslag mocht de verwerende partij lezen dat de exceptie faalt, omdat uit de kandidaatstelling van verzoeker en het geheel van zijn sollicitatiebrief blijkt dat hij kandidaat was voor de beide aanstellingen en dat de selectiecommissie dat ook zo heeft begrepen, zoals blijkt uit de selectietabel en de door haar opgestelde rangorde, waarop de bestreden beslissing steunt. IX-10.022-3/9 4.
- Aangezien de verwerende partij die zienswijze niet meer tegenspreekt in een laatste memorie, die zij niet indient, mag worden aangenomen dat zij de ontvankelijkheid van het beroep niet langer betwist. Er is ook geen reden om dat ambtshalve te doen. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel
- In een eerste middel voert verzoeker de onbevoegdheid van de steller van de akte aan en de schending van het selectiereglement van de verwerende partij.
- In het auditoraatsverslag mocht verzoeker lezen dat de algemeen directeur op grond van het delegatiebesluit, goedgekeurd door het bestuurscollege op 12 oktober 2015, beslissingsbevoegdheid heeft voor het uitschrijven van vacatures, het samenstellen van de selectiecommissie, het toewijzen van vacatures en het sluiten van overeenkomsten voor aanstelling en benoeming, zodat het middel ongegrond is.
- In zijn laatste memorie dringt verzoeker niet meer aan op het eerste middel, laat staan dat hij voormelde analyse weerspreekt. De Raad van State ziet ook geen reden om ambtshalve de bevoegdheid van de steller van de akte in vraag te stellen en sluit zich na eigen onderzoek aan bij de voormelde beoordeling. Het middel is ongegrond. B. Tweede middel
- Verzoeker voert in een tweede middel de schending aan van artikel II.270, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs, omdat HP niet in het bezit is IX-10.022-4/9 van het bewijs inzake de beheersing van de onderwijstaal op het vereiste ERK- niveau C
- Volgens het auditoraat is het middel gegrond om de volgende redenen: IX-10.022-5/9 “Artikel II. 270, § 1 van de Codex Hoger Onderwijs luidt: ‘§
- Elk lid van het onderwijzend personeel en van het academisch personeel, belast met een onderwijsopdracht, moet de onderwijstaal waarin hij een opleidingsonderdeel doceert op adequate manier beheersen. Dit betekent dat het personeelslid die taal moet beheersen op het ERK-niveau C
- Dit vereiste beheersingsniveau van de onderwijstaal wordt aangetoond aan de hand van kwalificatiegetuigschriften uitgereikt door officieel erkende instellingen waaruit blijkt dat het personeelslid de onderwijstaal op het vereiste niveau beheerst. Het vereiste beheersingsniveau wordt vermoed aanwezig te zijn als het betrokken personeelslid een diploma secundair onderwijs of een bachelor- of masterdiploma of doctoraat behaald heeft in de onderwijstaal waarin hij doceert, in een instelling waarin die taal de onderwijstaal is. In afwijking van het tweede lid is voor een personeelslid dat doceert in een opleiding in het studiegebied Muziek en podiumkunsten of Audiovisuele en beeldende kunst de beheersing van het Frans of Engels op ERK-niveau B1 voldoende. Aan de voorwaarden vermeld in deze paragraaf moet voldaan zijn vóór 15 februari 2015.’ De taalvereiste is een bij decreet opgelegde voorwaarde voor benoeming. Het vereiste beheersingsniveau van de onderwijstaal wordt aangetoond aan de hand van kwalificatiegetuigschriften, uitgereikt door officieel erkende instellingen waaruit blijkt dat het personeelslid de onderwijstaal op het vereiste niveau beheerst[…]. Het vacaturebericht vermeldt dat de kandidaten dienen te voldoen aan de vereiste talenkennis ‘Nederlands, Frans en Engels (attest ERK C1 verplicht voor het Nederlands en het Frans (Codex Hoger Onderwijs – Art.II.270)’. De bestreden beslissing overweegt dat [HP] ‘bereid (is) in academiejaar 2021-2022 het noodzakelijke certificaat C1 Nederlands, te behalen, overeenkomstig artikel II.270 van de Codex Hoger Onderwijs’. Met deze overweging bevestigt de verwerende partij dat het behalen van een getuigschrift C1-niveau Nederlands een vereiste is om de aanstelling als assistent voor een Nederlandstalige opleiding bij verwerende partij te bekomen en [HP] hier op het ogenblik van de bestreden beslissing niet aan voldeed. Overigens stelt verzoeker terecht dat [HP] ook niet voldoet aan het vermoeden over het vereiste beheersingsniveau, bepaald in artikel II.270 § 1 van de Codex Hoger Onderwijs, te beschikken. Zo behaalde laatstgenoemde zijn masterdiploma (master en sciences nautiques) aan de Franstalige afdeling van de [Hogere Zeevaartschool] […] zodat hieruit bijgevolg niet [kan] worden afgeleid dat hij het vereiste niveau Nederlands bezit. Het getuigschrift van de cursus ‘Maritiem Nederlands - deel 2 uitgebreide kennis’ is dan weer geen kwalificatiegetuigschrift ERK-C1[…] uitgereikt IX-10.022-6/9 door een officieel erkende instelling, minstens wordt dit niet aangetoond door de verwerende partij. Tot slot spreekt het voor zich dat de gekozen kandidaat aan de benoemingsvoorwaarden, met inbegrip van de taalvereisten, dient te voldoen op het ogenblik waarop de aanstelling aanvangt teneinde het opleidingsonderdeel op adequate manier te kunnen doceren.”
- De verwerende partij weerspreekt dit standpunt niet in een laatste memorie, die zij immers niet indient.
- Na eigen onderzoek kan de Raad de aangehaalde analyse bijvallen en maakt hij ze zich eigen. Het middel is gegrond. C. Derde middel
- In het derde middel voert verzoeker de schending aan van het gelijkheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht.
- Het middel kan niet tot een ruimere nietigverklaring leiden dan het hiervóór gegrond bevonden tweede middel, zodat het geen onderzoek behoeft. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de algemeen directeur van de Hogere Zeevaartschool van 31 januari 2022 houdende aanstelling van H.P. als assistent Maritieme Economie (10% opdracht) met ingang van 16 september 2021 voor één jaar.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. IX-10.022-7/9 IX-10.022-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.022-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.043 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.