id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.049 Rolnummer: A. 229893/XII-8856 Zaak: Arrest 260049 - Overheidsopdrachten - 06/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-14 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-06-11 03:07 Fiche Arrest nr 260.049 van 6 juni 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 260.049 van 6 juni 2024 in de zaak A. 229.893/XII-8856 In zake : de NV SCHEERLINCK SPORT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Van Wesemael kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 235 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF ARENDONK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
(133686)). Inschrijvers Lesuco en Scheerlinck bieden een grasmat aan met 6 fi[l]amenten per tuft. Het méér in aantal fi[l]amenten (grassprieten) wordt bij inschrijver Sportinfrabouw als positief beoordeeld; hierdoor zal de infill minder zichtbaar zijn en zal de infill minder opspringen bij een baltoets. Verder heeft dit als positief gevolg dat er meer grassprieten aanwezig zijn en deze dichter opeen zijn geplaatst, zodat dit een voller / groener resultaat geeft. • Het hogere poolgewicht bij inschrijver Scheerlinck en in mindere mate bij inschrijver Lesuco (ten opzichte van inschrijver Sportinfrabouw) wordt als positief beschouwd. Bovenstaande in beschouwing genomen, heeft elke inschrijver zowel voor- als nadelen in de aanbieding van het kunststofgrastapijt. Op basis van deze verschillende voor- en nadelen, moet besloten worden dat geen enkele inschrijver zich in het kader van dit gunningscriterium onderscheidt en dat het aanbod dat gedaan wordt voor dit gunningscriterium globaal gezien als gelijkwaardig wordt beschouwd. Gelet hierop, kan geen verschil in puntentoekenning verantwoord worden. Aan elke offerte wordt derhalve een gelijke score toegekend.” Vervolgens behalen alle offertes een puntenscore van 24/30 voor dit gunningscriterium, zowel voor de basisuitvoering als voor de variante uitvoering. Wat het derde gunningscriterium ‘Onderhoudskosten’ betreft, leidt de beoordeling tot de volgende puntentoekenning: “ XII-8856-7/25 .” Wat het vierde gunningscriterium ‘Garanties’ betreft, luidt het gunningsverslag als volgt: “Beoordeling – algemene voorwaarden vanuit de inschrijvers In de garantievoorwaarden wordt bij alle inschrijvers beschreven dat de garanties enkel gelden bij een normaal gebruik van het kunstgrasveld, met het correcte schoeisel, mits het correct uitvoeren van het wekelijkse onderhoud en invullen van een logboek, mits een normale intensiteit van gebruik van het veld, mits het uitvoeren van een jaarlijks onderhoud, enz… Beoordeling – overzicht van de termijnen Aannemer Sportinfrabouw NV • 10 jaar fabrieksgarantie op kunstgrastapijt • 5 jaar FIFA Quality • 20 jaar fabrieksgarantie op shockpad Scheerlinck Sport NV • 10 jaar fabrieksgarantie op kunstgrastapijt • 10 jaar FIFA Quality • 25 jaar fabrieksgarantie op shockpad ➔ Aanbieder Scheerlinck kan op het shockpad 25 jaar fabrieksgarantie aanbieden. Aanbieder Sportinfrabouw biedt met hetzelfde type shockpad aan, maar kan als fabrieksgarantie slechts 20 jaar voorleggen. Aanbieder Scheerlinck biedt aanvullend 10 jaar garantie op uitrusting tegen roestvorming (omheining, doelen, dugouts). Lesuco NV • 12 jaar fabrieksgarantie op kunstgrastapijt • 8 jaar FIFA Quality • 24 jaar fabrieksgarantie op shockpad Aanbieder Lesuco biedt op de verlichting een garantie aan van 10 jaar (behoudens ‘bestaande en[/]of occasion materialen’). De lampen worden gewaarborgd om 20.000 branduren mee te gaan, mits het afsluiten van een jaarlijks onderhoudscontract. Beoordeling - beschrijving • Aanbieders Scheerlinck en Sportinfrabouw kunnen een fabrieksgarantie van 10 jaar aanbieden. Lesuco biedt een XII-8856-8/25 fabrieksgarantie van 12 jaar aan. Deze garantie van Lesuco wordt beperkt positief beoordeeld nu er een strikt voorbehoud wordt [...] geformuleerd voor een aantal zaken die deze garantie niet dekt. • Aanbieders Lesuco en Scheerlinck bieden resp. 24 en 25 jaar garantie aan op het onderliggende shockpad van de variante aanbieding. Dit stemt overeen met 2 keer de levensduur van een kunstgrastapijt en wordt positief beoordeeld. Aanbieder Sportinfrabouw kan - hoewel aangeboden met hetzelfde type shockpad als aanbieder Scheerlinck [-] ‘slechts’ een fabrieksgarantie op het shockpad van 20 jaar voorleggen. Ook dit stemt overeen met 2 keer de levensduur van een kunstgrastapijt zodat het verschil in de aangeboden garantieduur voor het shockpad in de praktijk weinig onderscheidend is. Aanbieders Lesuco en Scheerlinck worden inzake garantie op het onderliggende shockpad (binnen de variante aanbieding) wel iets positiever beoordeeld. • Sportinfrabouw kan een FIFA quality garanderen van 5 jaar, Lesuco biedt 8 jaar en Scheerlinck biedt 10 jaar FIFA quality aan. Deze soort garantie valt onder de in het bestek vermelde ‘eventuele extra garanties’. Vaststelling is dat zowel Sportinfrabouw, Lesuco als Scheerlinck Sport een FIFA quality aanbieden. Het verschil in duur kan slechts leiden tot een licht betere beoordeling. • Alle garanties dienen gekaderd te worden in het begin aan dit gunningscriterium vermelde ‘Beoordeling – algemene voorwaarden vanuit de inschrijvers’. Hieruit dient afgeleid te worden dat in de praktijk steeds teruggegrepen wordt naar een ‘normaal gebruik’, ongeacht de garantie. Omwille van bovenstaande, worden de aangeboden garanties van inschrijvers Lesuco en Scheerlinck […] als iets positiever beoordeeld en krijgen [ze] een licht hogere score. Beide inschrijvers krijgen 10% méér in de beoordeling op dit gunningscriterium.” Deze beoordeling leidt tot de volgende puntentoekenning voor het vierde gunningscriterium: XII-8856-9/25 “ .” Het gunningsverslag geeft het volgende totaaloverzicht weer van de puntenscores: “ .” Er wordt dan ook voorgesteld de opdracht te gunnen aan de nv Sportinfrabouw, voor haar variante offerte (kurk infill). 3.
- Op 31 oktober 2019 beslist de verwerende partij om de gunningsbeslissing van 29 mei 2019 in te trekken, het nieuwe gunningsverslag goed te keuren en de opdracht te gunnen aan de nv Sportinfrabouw, voor haar variante offerte en een bedrag van 617.803,43 euro, btw inbegrepen. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Bij arrest nr. 246.417 van 17 december 2019 wordt het beroep in XII-8856-10/25 de zaak A. 228.866/XII-8790 verworpen, gelet op de intrekking van de gunningsbeslissing van 29 mei
- IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- Het beroep, woordelijk gericht tegen het besluit van de verwerende partij van 31 oktober 2019 “waarbij de gunningsbeslissing van 29 mei 2019 […] ingetrokken wordt, en de opdracht opnieuw gegund wordt aan de nv Sportinfrabouw”, mag in het licht van het enig middel en het gegeven dat de verzoekende partij de eerste gunningsbeslissing van 29 mei 2019 zelf in rechte voor de Raad van State heeft bestreden, worden geacht uitsluitend te zijn gericht tegen de beslissing van 31 oktober 2019 waarbij de opdracht wordt gegund aan de nv Sportinfrabouw. V. Ontvankelijkheid van het beroep 5.
- In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve een exceptie inzake het belang van de verzoekende partij onderzocht. Opgemerkt wordt dat in het gunningsverslag een voorbehoud wordt gemaakt wat de geldige ondertekening van de offerte van de verzoekende partij betreft en dus de regelmatigheid van de offerte. Dat zou mogelijks een impact kunnen hebben op de ontvankelijkheid van het beroep of van het enig middel. Na onderzoek van de statuten van de verzoekende partij (artikel 14), waaruit blijkt dat de gedelegeerd bestuurder de vennootschap geldig kan vertegenwoordigen ten overstaan van derden, stelt de auditeur-verslaggever vast dat het voorbehoud in het gunningsverslag niet correct blijkt te zijn. Het indieningsrapport van de offerte van de verzoekende partij werd elektronisch ondertekend door P.B. Bij beslissing van de raad van bestuur van de verzoekende partij van 30 juni 2015 werd P.B. aangeduid als gedelegeerd bestuurder van de vennootschap, “tot de algemene vergadering te houden in 2020”. Aldus blijkt deze persoon op het tijdstip van het indienen van de offertes wel degelijk over de vereiste vennootschapsrechtelijke bevoegdheid te beschikken om namens de XII-8856-11/25 verzoekende partij een offerte in te dienen voor de voorliggende opdracht. De vaststellingen in het gunningsverslag die betrekking hebben op de bij de offerte gevoegde volmacht zijn irrelevant aangezien deze volmacht überhaupt niet vereist was om de betrokken persoon toe te laten de offerte namens de verzoekende partij in te dienen. In haar laatste memorie gedraagt de verwerende partij zich inzake de ontvankelijkheid van het beroep, wat het vereiste belang betreft, naar de wijsheid van de Raad van State. 5.
- De Raad van State sluit zich aan bij de bevindingen van de auditeur-verslaggever zodat er geen reden is om aan te nemen dat de verzoekende partij ingevolge het voormelde voorbehoud in het gunningsverslag niet zou beschikken over het vereiste belang bij het beroep of het enig middel. VI. Onderzoek van het tweede en het vijfde onderdeel van het enig middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert in het enig middel een schending aan van de artikelen 4, eerste lid, en 81, §§ 1 en 2, eerste lid, 3°, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), artikel 5, 9°, van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, het beginsel van de gelijkheid der inschrijvers, het transparantiebeginsel, het beginsel patere legem quam ipse fecisti, de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel, “Doordat, eerste onderdeel, bij de beoordeling van het eerste gunningscriterium geen rekening gehouden werd met de onderhoudskosten ter beoordeling van de totale prijs van de offertes, XII-8856-12/25 En doordat er voor het niet-betrekken van de onderhoudskosten in de beoordeling van de totale prijs van de offertes geen enkele motivering gegeven wordt, Doordat, tweede onderdeel, bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium, zowel de woordelijke motivering als de geschetste technische verschillen geen enkele concrete doorwerking vinden in de uiteindelijke quotering, En doordat, derde onderdeel, bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium, de bestreden beslissing twee manifest verschillende offertes op volstrekt gelijke wijze behandelt zonder enige redelijke verantwoording, En doordat bij de beoordeling van het vierde gunningscriterium, het verschil in kwaliteit van de aangeboden werken wél weergegeven wordt in de uiteindelijke quotering, terwijl de doorwerking van dit verschil in kwaliteit niet terug te vinden is in de beoordeling van het tweede gunningscriterium, En doordat bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium, verwerende partij ten onrechte stelt dat een hoger aantal vezels per m2 een gunstig element zou betreffen, Doordat, vierde onderdeel, bij de beoordeling van het derde gunningscriterium gewezen wordt op het feit dat in de basisofferte en variante offerte van verzoekster een gelijke prijs gegeven wordt en geen kwalitatief verschil in onderhoud weerhouden wordt, maar toch een verschillende quotering gegeven wordt aan de basisofferte en variante offerte van verzoekster, Doordat, vijfde onderdeel, bij de beoordeling van het vierde gunningscriterium, het aanzienlijke verschil in de aangeboden garanties in de offerte van verzoekster t.o.v. de offerte van Sportinfrabouw geen concrete doorwerking kent in de puntentoekenning, En doordat het bij de beoordeling van het vierde gunningscriterium volstrekt onduidelijk is welke elementen ertoe geleid hebben dat de offertes van de inschrijvers als dusdanig beoordeeld werden, Terwijl artikel 81 §§ [1 en 2], lid 1, 3° WOO bepaalt dat de gunning van een overheidsopdracht gebaseerd moet zijn op de economisch meest voordelige offerte, vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding die weergegeven wordt in de gunningscriteria, En terwijl artikel 5, 9° Rechtsbeschermingswet bepaalt dat de gemotiveerde beslissing de juridische en feitelijke motieven moet omvatten, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, En terwijl iedere gemotiveerde gunningsbeslissing de juridische en feitelijke overwegingen dient te vermelden die aan de beslissing ten gronde liggen en afdoende moet zijn teneinde belanghebbenden in staat te stellen terdege te oordelen of het zin heeft om zich tegen de beslissing te verweren, En terwijl het ‘patere legem quam ipse fecisti’-beginsel vereist dat verwerende partij het Bestek naleeft, en dus ook waar het Bestek m.b.t. de beoordeling van het tweede gunningscriterium voorschrijft dat, indien de inschrijver een product aanbiedt met een betere eigenschap, en deze eigenschap specifieert in dit onderdeel van het gunningscriterium, deze inschrijver hiervoor in positieve zin beoordeeld zal worden, XII-8856-13/25 En terwijl een aanbestedende overheid de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en op een transparante wijze dient te behandelen, Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde bepalingen en beginselen van behoorlijk bestuur schendt.” 6.
- Het tweede onderdeel van het enig middel heeft betrekking op de beoordeling van het tweede gunningscriterium ‘Kwaliteit van de aangeboden materialen inzake kunstgrastapijt’. De verzoekende partij zet in de toelichting bij dit onderdeel uiteen dat de beoordeling van het tweede gunningscriterium in het gunningsverslag aanvangt met een overzicht van de technische verschillen tussen de offertes waaruit blijkt dat de gekozen inschrijver en de verzoekende partij heel verschillende types van grastapijten aangeboden hebben. In de motivering wordt duidelijk aangegeven dat alle offertes voldoen aan de minimale eisen, maar wordt ook vastgesteld dat er talloze technische verschillen zijn tussen de aangeboden oplossingen. Ondanks het feit dat de offertes grote verschillen vertonen, besluit de verwerende partij om alle offertes voor dit gunningscriterium een identieke score van 24/30 toe te kennen. Zowel de woordelijke motivering als de geschetste technische verschillen vinden volgens de verzoekende partij geen enkele concrete doorwerking in de uiteindelijke quotering. Het bestek bepaalt bovendien dat indien de inschrijver een product aanbiedt met een betere eigenschap, en deze eigenschap specifieert in dit onderdeel van het gunningscriterium, deze inschrijver hiervoor in positieve zin zal worden beoordeeld. 6.
- Het vijfde onderdeel van het enig middel heeft betrekking op de beoordeling van het vierde gunningscriterium ‘Garanties’. De verzoekende partij doet gelden dat er sprake is van duidelijke verschillen in de aangeboden garanties. Zo zet zij in de toelichting bij haar middel uiteen dat zij een FIFA Quality kan garanderen van 10 jaar ten opzichte van slechts 5 jaar voor de gekozen inschrijver. Zij kan met andere woorden garanderen dat de speelkwaliteiten conform de FIFA-normen gedurende een dubbel zo lange termijn behouden kunnen blijven. Ook heeft zij een bijkomende garantie van 10 jaar geboden op de uitrusting (omheining, doelen, ...) die door de overige inschrijvers niet wordt aangeboden. Bovendien biedt zij een fabrieksgarantie van 25 jaar aan op de shockpad, die slechts 20 jaar bedraagt bij de gekozen inschrijver. Het enige identieke element XII-8856-14/25 betreft volgens de verzoekende partij de fabrieksgarantie op het kunstgrastapijt, die voor zowel haar offerte als die van de gekozen inschrijver 10 jaar bedraagt. Ondanks deze duidelijke verschillen behaalt de verzoekende partij voor zowel de basis als de variante offerte 4,5/5, terwijl de gekozen inschrijver nog steeds een score van 4/5 behaalt. De verzoekende partij betoogt dat het verschil in aangeboden garanties dan ook geen concrete doorwerking vindt in de puntentoekenning aangezien er slechts sprake is van een verschil van 0,5 punten. Zij meent dan ook dat haar offerte duidelijk wordt ondergewaardeerd. 7.
- In haar memorie van antwoord wijst de verwerende partij, wat het tweede onderdeel van het enig middel betreft, in de eerste plaats op de beoordelingsvrijheid waarover zij beschikt bij het toetsen van de offertes aan de hand van de gunningscriteria. Zij benadrukt dat de op haar rustende motiveringsplicht niet impliceert dat ook de motieven van de motieven in de gunningsbeslissing moeten worden weergegeven. Zij doet voorts gelden dat zij geen kennelijke beoordelingsfout heeft begaan: “Verzoekende partij toont op geen enkele wijze aan waar verwerende partij kennelijk de grenzen van de aan haar toekomende grote beoordelingsvrijheid zou hebben geschonden. Aan verwerende partij kan niets verweten worden. Zij heeft immers haar motieven veruitwendigd in de bestreden beslissing, woordelijk omschreven en punten toegekend in overeenstemming met de motieven zoals ze terug te vinden zijn in de offertes van de inschrijvers […]. Zo heeft verwerende partij de verschillende offertes onderzocht en zowel de positieve en/of negatieve elementen van de respectievelijke offertes onderzocht en geanalyseerd, deze met elkaar vergeleken en vervolgens gequoteerd overeenkomstig de in het bestek opgenomen wijze van puntentoekenning. Uit de bestreden beslissing (meer precies het verslag van nazicht) blijkt tevens waarom de variante aanbieding van Sportinfrabouw voor wat betreft bepaalde gunningscriteria een hogere score kreeg toebedeeld dan de variante offerte van verzoekende partij.” De verwerende partij heeft de technische eigenschappen van de aangeboden kunstgrastapijten uitvoerig vergeleken en de aanbiedingen van de inschrijvers vervolgens gequoteerd overeenkomstig de in het bestek opgenomen wijze van puntentoekenning. Geen offerte onderscheidde zich in grote mate ten XII-8856-15/25 opzichte van de anderen, zodat de biedingen gelijkwaardig waren. De enige correcte score was een gelijke score. Rekening houdend met het geheel van elementen die beoordeeld werden in het licht van het betrokken gunningscriterium en rekening houdend met de concrete inhoud van de offertes, was er geen reden om aan de ene of de andere offerte meer of minder punten toe te kennen voor het tweede gunningscriterium. Er wordt niet aangetoond dat de gelijke score onredelijk is. Deze wordt uitvoerig gemotiveerd in het gunningsverslag. 7.
- Inzake het vijfde onderdeel van het enig middel brengt de verwerende partij in haar memorie van antwoord opnieuw de beoordelingsvrijheid waarover zij beschikt bij de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria in herinnering. De kritieken van de verzoekende partij inzake de beoordeling van het vijfde gunningscriterium zijn volgens haar ongegrond dan wel niet relevant. Zij benadrukt daarbij vooreerst dat aan het aanbod van de verzoekende partij inzake de garanties wel degelijk een betere score is toebedeeld (4,5/5) om welke reden alleen al de kritieken van de verzoekende partij ongegrond zouden zijn. Zoals gemotiveerd in het verslag van nazicht maken de vijf jaar verschil in fabrieksgarantie voor de shockpad geen fundamenteel verschil uit aangezien beide garanties overeenstemmen met twee keer de levensduur van een kunstgrastapijt. Voor het kunstgrastapijt wordt eenzelfde garantie geboden zodat hier bezwaarlijk gesproken kan worden van een niet-objectieve beoordeling. Gezien de FIFA Quality een extra garantie betreft, kon dit volgens haar slechts leiden tot een beperkt betere beoordeling. XII-8856-16/25 Dat er slechts een beperkt hogere score werd gegeven, is volgens haar ook te wijten aan de reeds zeer lage weging van het gunningscriterium en de relatief kleine verschillen tussen de offertes. 8.
- In haar memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij dat de verwerende partij slechts een nietszeggend verweer voert inzake het tweede onderdeel van het enig middel waarbij in essentie wordt verwezen naar de motieven van het gunningsverslag. Daarin geeft de verwerende partij evenwel een identieke quotering voor iedere offerte, terwijl zij gelijktijdig motiveert dat alle offertes behept zijn met diverse plus- en minpunten, zonder dat ook maar op enige wijze blijkt welke plus- en minpunten geleid hebben tot een hogere of lagere quotering, om uiteindelijk tot een gelijke quotering voor iedere offerte te komen. 8.
- Inzake het vijfde onderdeel van het enig middel merkt de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord nog op dat de verwerende partij zich opnieuw verschuilt achter de ruime beoordelingsbevoegdheid van de aanbestedende overheid. Zij stelt ook vast dat de verwerende partij in haar repliek voorbijgaat aan de aanvullende garantie van 10 jaar op de uitrusting (omheining, doelen, dugouts) tegen roestvorming die wel door haar en niet door de gekozen inschrijver werd aangeboden en die een derde onderscheidend criterium uitmaakt dat tot een positievere beoordeling had moeten leiden. In het licht daarvan kan volgens de verzoekende partij bezwaarlijk gesteld worden dat er slechts sprake zou zijn van kleine verschillen tussen de offertes. 9.
- In haar laatste memorie betwist de verwerende partij, wat het tweede onderdeel betreft, vooreerst dat zij bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium een soort van gemakkelijkheidsoplossing zou hebben gekozen door iedereen een score van 24/30 te geven en hierdoor de verschillen tussen de offertes zou hebben geneutraliseerd. Zij benadrukt dat zij, rekening houdend met al de technische aspecten, een beoordeling heeft gedaan van het aanbod per inschrijver. Er zijn voor de verscheidene technische aspecten van het aangeboden materiaal inzake kunstgrastapijt wel degelijk verschillen en deze zijn benoemd in de bestreden beslissing. Zij betoogt dat zij evenwel tot het besluit moest komen dat, XII-8856-17/25 rekening houdend met al deze verschillen en na daarvan een afweging te hebben gemaakt (voor bepaalde aspecten scoorde de ene inschrijver beter en voor andere aspecten een andere inschrijver), er geen bijzondere redenen waren om de ene offerte beter te quoteren dan de andere. De totale score is derhalve, om die reden, dezelfde geworden. Dit betekent volgens haar geenszins dat het gunningscriterium geneutraliseerd is geworden. 9.
- Met betrekking tot het vijfde onderdeel van het enig middel betoogt de verwerende partij in haar laatste memorie bovendien dat de in het auditoraatsverslag gevolgde redenering inzake het tweede onderdeel, niet zonder meer kan worden toegepast op het vijfde onderdeel. Daar waar er in het tweede onderdeel sprake is van een gelijke score voor al de offertes wat de beoordeling van het tweede gunningscriterium ‘Kwaliteit van de aangeboden materialen inzake kunstgrastapijt’ betreft, geldt dit niet voor het vierde gunningscriterium ‘Garanties’. Er wordt volgens de verwerende partij geenszins in concreto aangetoond dat de toegekende scores niet in redelijke verhouding zouden staan tot de inhoud van de offertes. Datgene wat werd aangeboden verschilt relatief weinig ten opzichte van elkaar. Bovendien heeft het betrokken gunningscriterium een zeer beperkte weging van slechts 5 punten, zodat ook de verschillen in punten in die omstandigheden beperkt zijn. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de wet overheidsopdrachten 2016 behandelen de aanbesteders de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen zij op een transparante en proportionele wijze. Krachtens het geschonden geachte artikel 81, § 1, van de wet overheidsopdrachten 2016 gunt de aanbestedende overheid de opdracht aan de economisch meest voordelige offerte. Overeenkomstig artikel 81, § 2, eerste lid, 3°, van deze wet wordt de economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid vastgesteld “rekening houdend met de beste XII-8856-18/25 prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. […]”. De formele motiveringsplicht vereist dat de niet-gekozen inschrijver op grond van de motivering in het gunningsverslag waarop de gunningsbeslissing steunt, afdoende te weten komt waarom de aanbestedende overheid, in het licht van de gunningscriteria, de voorkeur geeft aan deze of gene offerte. De aanbestedende overheid beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria over een beoordelingsruimte. Het is in de eerste plaats de aanbestedende overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt en die daaraan dienovereenkomstig punten toekent. De Raad van State is niet bevoegd om de beoordeling van de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht vermag hij desgevraagd wel na te gaan of deze beoordeling rust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur daarbij niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij het beoordelen van een offerte dient de aanbestedende overheid immers op een zorgvuldige wijze te peilen naar de intrinsieke waarde van een offerte in de onderlinge vergelijking met de andere offertes waarbij het verschil zich op een evenredige wijze moet vertalen in een onderscheiden quotering of waardering. Een toetsing van de offertes aan de gunningscriteria veronderstelt dat een afdoende vergelijking van de offertes plaatsvindt, waarbij het aangebodene wordt getoetst aan de verwachtingen van de overheid, met vermelding en vergelijking van de respectieve sterke en zwakke punten van elk van de ingediende offertes. XII-8856-19/25 Betreffende de kritiek op de beoordeling van het tweede gunningscriterium (tweede onderdeel van het middel)
- In het tweede onderdeel oefent de verzoekende partij kritiek uit op de beoordeling van het tweede gunningscriterium ‘Kwaliteit van de aangeboden materialen inzake kunstgrastapijt’ doordat de verwerende partij, ondanks de vaststelling dat de offertes grote verschillen vertonen, besluit om alle offertes een identieke score van 24/30 toe te kennen. Zowel de woordelijke motivering als de geschetste technische verschillen in het gunningsverslag vinden volgens de verzoekende partij geen enkele concrete doorwerking in de uiteindelijke quotering.
- In het gunningsverslag wordt bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium eerst een technisch overzicht van de offertes gegeven, waaruit reeds onmiddellijk en duidelijk blijkt dat er technische verschillen tussen de offertes voorhanden zijn. Daarna worden er ook in de beschrijvende beoordeling technische verschillen tussen de offertes vastgesteld waaraan positieve en minder positieve beoordelingen worden verbonden. Vervolgens blijkt de verwerende partij echter niet over te gaan tot omzetting van de vastgestelde en besproken verschillen tussen de offertes in een afdoende en evenredige quotering en rangschikking van de offertes, maar stelt zij zonder meer dat de offerte van elke inschrijver “zowel voor- als nadelen [heeft]”. Zij besluit “dat geen enkele inschrijver zich in het kader van dit gunningscriterium onderscheidt en dat het aanbod […] globaal gezien als gelijkwaardig wordt beschouwd”. Vervolgens wordt voor dit gunningscriterium aan alle drie de offertes een identieke score van 24/30 toegekend, zowel voor de basisuitvoering als de variante uitvoering.
- Gunningscriteria zijn echter geen technische bestekbepalingen waaraan moet worden voldaan, maar beoordelingsnormen of toetsstenen waaraan wordt afgemeten en op grond waarvan de offertes min of meer stelselmatig worden vergeleken. De verwerende partij heeft zelf ervoor gekozen de kwaliteit van de XII-8856-20/25 aangeboden materialen inzake het kunstgrastapijt als gunningscriterium op te nemen. Het bestek stelt daarbij ook uitdrukkelijk een kwalitatief differentiërende toetsing van de offertes in het vooruitzicht, nu er bij de omschrijving van het gunningscriterium wordt bepaald dat, indien de inschrijver een product aanbiedt met betere eigenschappen dan de minimumeisen van het bestek, de inschrijver “hiervoor in positieve zin [zal] beoordeeld worden”. Hoewel de toekenning van een globale gelijke score voor een gunningscriterium niet uit te sluiten valt, is dit slechts toelaatbaar na concrete afweging van de onderscheiden plus- en minpunten van de diverse offertes. Te dezen blijkt de verwerende partij in het gunningsverslag duidelijke technische verschillen tussen de offertes te hebben vastgesteld met een aantal positieve en minder positieve beoordelingen. Door vervolgens zonder meer te oordelen dat de offerte van elke inschrijver “zowel voor- als nadelen [heeft]” en een identieke score toe te kennen, blijkt de verwerende partij nagelaten te hebben om de vastgestelde verschillen op een evenredige wijze te vertalen in een onderscheiden quotering of waardering. Anders dan de verwerende partij het ziet, is het vereiste om de vastgestelde verschillen op een evenredige wijze te vertalen in een onderscheiden quotering niet beperkt tot de gevallen waarin een offerte “zich in grote mate ten opzichte van de anderen [onderscheidt]”.
- Voorts komt het de Raad van State als weinig waarschijnlijk voor, mede gelet op de aard van de opdracht, dat alle zes door de verwerende partij beoordeelde offertes (zowel de basis offertes als de variante offertes van de drie inschrijvers) een volledig identiek kwaliteitsniveau van de aangeboden materialen inzake het kunsttapijt zouden aanbieden. Minstens blijkt niet op welke concrete motieven de verwerende partij haar conclusie steunt dat alle offertes een gelijkwaardige kwaliteit aanbieden. XII-8856-21/25 Met haar handelwijze blijkt de verwerende partij het tweede gunningscriterium dan ook de facto te hebben geneutraliseerd door aan alle offertes zonder meer eenzelfde score toe te kennen, gesteund op de niet afdoende motivering dat aan alle offertes voor- en nadelen verbonden zijn. Betreffende de kritiek op de beoordeling van het vierde gunningscriterium (vijfde onderdeel van het middel)
- In het vijfde onderdeel van het enig middel voert de verzoekende partij kritiek op de beoordeling van het vierde gunningscriterium ‘Garanties’. Zij betoogt in essentie dat zij, ondanks de duidelijke verschillen wat de geboden garanties betreft, zowel voor haar basis als voor haar variante offerte slechts een score van 4,5/5 behaalt, terwijl de gekozen inschrijver nog steeds een score van 4/5 behaalt. Volgens de verzoekende partij is er dan ook sprake van een manifeste onderwaardering van haar offerte.
- Zoals blijkt uit het bestek heeft het vierde gunningscriterium ‘Garanties’, met een weging van 5 punten, betrekking op de garanties op de schokabsorberende laag (zijnde rubber dan wel shockpad + kurk), de garanties op het kunstgras, de garanties op de speltechnische eigenschappen, evenals eventuele extra garanties. In het gunningsverslag wordt geen verschil vastgesteld tussen de offertes wat de algemene voorwaarden betreft. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de door de inschrijvers aangeboden garanties en de daaraan verbonden termijnen. Daaruit blijkt dat er ook op dit punt duidelijke verschillen tussen de offertes voorhanden zijn. Waar de gekozen inschrijver een fabrieksgarantie van 20 jaar biedt op de shockpad, blijkt de verzoekende partij een langere garantietermijn van 25 jaar te bieden. Tevens blijkt dat de gekozen inschrijver een FIFA Quality van 5 jaar kan garanderen, zijnde slechts de helft van de door de verzoekende partij XII-8856-22/25 geboden garantie van 10 jaar. Bovendien blijkt de verzoekende partij een bijkomende garantie van 10 jaar te hebben geboden op de uitrusting (omheining, doelen, ...), die door de overige inschrijvers niet wordt aangeboden. Enkel wat de garantie op het kunstgras betreft, blijkt de offerte van de gekozen inschrijver en de verzoekende partij gelijkwaardig in de zin dat zij beiden een fabrieksgarantie van 10 jaar bieden op het kunstgrastapijt. Vervolgens beperkt de verwerende partij zich in essentie tot de beoordeling dat de offerte van de verzoekende partij, net als die van de derde inschrijver op het vlak van de aangeboden garanties “als iets positiever [wordt] beoordeeld en […] een licht hogere score [van 10 % krijgt]’ dan die van de gekozen inschrijver.
- Hoewel de beoordeling van het vierde gunningscriterium, anders dan het tweede gunningscriterium, aldus resulteert in een onderscheiden quotering, wordt ook met betrekking tot de beoordeling van dit gunningscriterium vastgesteld dat niet blijkt dat het voormelde verschil in het gunningsverslag op een evenredige wijze wordt vertaald in een onderscheiden quotering of waardering. De verzoekende partij wordt bijgevallen waar zij stelt dat het in het gunningsverslag vastgestelde verschil in aangeboden garanties geen concrete doorwerking vindt in de puntentoekenning aangezien er slechts sprake is van een puntenverschil van 0,5 punten.
- Dat aan het betrokken gunningscriterium slechts een beperkte weging van 5 punten werd toegekend is, rekening houdend met de duidelijke verschillen tussen de offertes van de gekozen inschrijver en de verzoekende partij, zoals die door de verwerende partij zelf in het gunningsverslag werden vastgesteld, niet van aard om anders te oordelen.
- Ook de argumentatie van de verwerende partij dat datgene wat werd aangeboden relatief weinig verschilt ten opzichte van elkaar, overtuigt niet. XII-8856-23/25 Zo zet de verzoekende partij uiteen dat de door haar geboden FIFA Quality van 10 jaar, ten opzichte van slechts 5 jaar voor de gekozen inschrijver, inhoudt dat zij kan garanderen dat de speelkwaliteiten conform de FIFA-normen gedurende een dubbel zo lange termijn behouden kunnen blijven. Dat het verschil in garantietermijn op het onderliggende shockpad van 25 tegenover 20 jaar weinig onderscheidend zou zijn omdat beide termijnen overeenstemmen met twee keer de levensduur van een kunstgrastapijt, wordt voorts gerelativeerd doordat de verwerende partij zelf bij de beoordeling van het derde gunningscriterium aangeeft dat na de levensduur (en dus vervanging) van het kunstgrastapijt de onderliggende shockpad behouden kan blijven. Ook na de levensduur van een kunstgrastapijt blijkt de garantie op het onderliggende shockpad aldus relevant te blijven. De Raad van State stelt ten slotte vast dat in de beschrijvende beoordeling van het vierde gunningscriterium in het gunningsverslag ook op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de door de verzoekende partij geboden bijkomende garantie van 10 jaar geboden op de uitrusting (omheining, doelen, ...) die door de overige inschrijvers niet wordt aangeboden. Besluit
- Uit wat voorafgaat volgt dat, wat het besproken tweede en vierde gunningscriterium betreft, de gunningscriteria niet zorgvuldig blijken te zijn gehanteerd en de bestreden beslissing aldus niet op deugdelijke motieven steunt.
- Gelet op het geringe verschil in totale puntenscore tussen de offertes van de verzoekende partij en de gekozen inschrijver, valt niet uit te sluiten dat een onderscheiden quotering voor het tweede en het vierde gunningscriterium, evenredig met de vastgestelde verschillen, tot een andere eindbeoordeling, in het voordeel van de verzoekende partij zou leiden. XII-8856-24/25 Bijgevolg staat niet langer vast dat de opdracht werd gegund aan de inschrijver die de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend, rekening houdend met de gunningscriteria.
- Het tweede en het vijfde onderdeel van het enig middel zijn in de besproken mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van het autonoom gemeentebedrijf Arendonk van 31 oktober 2019 waarbij de opdracht ‘Aanleg kunstgrasveld Sportpark Heikant’ wordt gegund aan de nv Sportinfrabouw.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, Inge Vos, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-8856-25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div