id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.057 Rolnummer: A. 236746/IX-10064 Zaak: Arrest 260057 - Varia (onderwijs en cultuur) - 07/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-10 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-11 03:07 Fiche Arrest nr 260.057 van 7 juni 2024 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 260.057 van 7 juni 2024 in de zaak A. 236.746/IX-10.064 In zake : de OPDRACHTHOUDENDE INTERGEMEENTELIJKE VERENIGING VOOR BIBLIOTHEEKWERKING, CULTUUR EN ACADEMIE VOOR DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Onderwijs van 2 mei 2022 om in het deeltijds kunstonderwijs voor het schooljaar 2022-2023 de onderwijsbevoegdheid in het domein ‘dans’, cluster 1, optie ‘dans’ in de eerste en de tweede graad van de Academie Muziek en Woord te Hemiksem niet toe te kennen. IX-10.064-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 mei
- Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- IX-10.064-2/4 III. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- Met een brief van 22 maart 2024 heeft de raadsman van de verwerende partij aan de Raad van State meegedeeld dat “[t]engevolge het arrest van de Raad van 14 december 2023, nr. 258.224, […] er een nieuw besluit [is]”, waarmee “onderwijsbevoegdheden [worden] toegekend met ingang van 1 september 2024 aan de verzoekende partij, namelijk domein dans, cluster 1, optie dans in de eerste en de tweede graad”. Volgens de verwerende partij “impliceert [dit] dat het geding dat hier gevoerd wordt, zijn voorwerp verliest, dat de vordering doelloos is geworden”.
- In haar laatste memorie doet verzoekster in dat verband het volgende gelden: “
- Door de nieuwe beslissing van de minister van 4 maart 2024 heeft verzoekende partij nu eindelijk haar aanvraag alsnog toegekend gekregen. Mogelijk zal de Raad van State hier een impact vaststellen op het voorwerp van de procedure. In elk geval vraagt verzoekende partij nog steeds de vernietiging van de bestreden beslissing: minstens ter wille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer dient deze beslissing vernietigd te worden. Onwettige beslissingen die in tegenspraak zijn met het eerdere vernietigingsarrest en met de nieuwe beslissing van de minister, kunnen niet rechtmatig overeind blijven.” Beoordeling
- Ter terechtzitting bevestigt verzoekster nogmaals dat zij met de beslissing van de bevoegde Vlaamse minister van 4 maart 2024 “genoegdoening” heeft verkregen. Meegaande in die zienswijze en vaststellende dat deze beslissing van 4 maart 2024 het resultaat is, niet van een beoordeling van een nieuwe aanvraag van verzoekster, maar van een heroverweging van het oorspronkelijk gevraagde, doet het de Raad van State besluiten dat deze laatste IX-10.064-3/4 beslissing in de plaats is gekomen van de bestreden beslissing. Dat is een reden om het beroep te verwerpen.
- Nu de beslissing van 4 maart 2024 op duidelijke en ondubbelzinnige wijze de gevraagde onderwijsbevoegdheid toekent en die beslissing in de plaats is gekomen van de bestreden beslissing, bestaat er geen aanleiding om in te gaan op de vraag van verzoekster om de laatstgenoemde beslissing “ter wille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer” te vernietigen.
- Wél komt het in de gegeven omstandigheden gepast voor om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.064-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.057 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div