id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.067 Rolnummer: A. 229624/X-17621 Zaak: Arrest 260067 - Monumenten en Landschappen - 07/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-14 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-11 03:08 Fiche Arrest nr 260.067 van 7 juni 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 260.067 van 7 juni 2024 in de zaak A. 229.624/X-17.621 In zake :
- M.D.
- A.D.
- G.D.
- L.D.
- J.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Piet Verkinderen en Michiel Descheemaeker kantoor houdend te 8310 Assebroek Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het verzoekschrift, ingediend op 25 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing vervat in de e-mail van S. D., raadgeefster van de minister bevoegd voor onroerend erfgoed, van 24 september 2019 dat de opheffing van de bescherming als monument van de fabrieksschoorsteen van de steenbakkerij te Nieuwpoort “niet aan de orde [is]”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.621-1/6 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De eerste vier verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Angelique Van De Meirssche, die loco advocaat Veerle Tollenaere verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partijen stellen samen met de gemeente Nieuwpoort eigenaar te zijn van de fabrieksschoorsteen van de steenbakkerij, gelegen aan de Ramskapellestraat te Nieuwpoort. Bij ministerieel besluit van 2 juni 1992 is deze fabrieksschoorsteen als monument beschermd.
- Met een brief van 9 april 2019 aan de verwerende partij vragen de verzoekende partijen om de bescherming van de fabrieksschoorsteen op te heffen. X-17.621-2/6
- Met een e-mail van 24 september 2019 antwoordt S. D., raadgeefster van de minister bevoegd voor onroerend erfgoed, aan de verzoekende partijen dat de opheffing van de bescherming als monument van de fabrieksschoorsteen “niet aan de orde [is]”. Dit is het bestreden besluit.
- Met een besluit van 28 september 2021 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed tot de voorlopige opheffing van de bescherming als monument van de fabrieksschoorsteen. Bij de start van de opheffingsprocedure wordt uitdrukkelijk verwezen naar de vraag van de verzoekende partijen tot opheffing. IV. Ontvankelijkheid Exceptie 7.
- In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij als exceptie aan dat de e-mail van S. D. geen voor de Raad van State aanvechtbare beslissing is. S. D. beschikt niet over de bevoegdheid om beslissingen te nemen die een rechtsgevolg hebben voor de verzoekende partijen en de vernietiging van de e-mail van 24 september 2019 zou hen geen enkel voordeel bijbrengen. 7.
- In hun memorie van wederantwoord erkennen de verzoekende partijen dat de bestreden beslissing uitgaat van “het foutieve bestuursrechtelijke orgaan”, maar zij menen dat dit niet wegneemt dat de e-mail van 24 september 2019 “[hun] rechtstoestand […] in een definitieve plooi heeft gelegd”. 7.
- In hun laatste memorie herhalen de verzoekende partijen dat in de e-mail een beslissing is vervat die S. D. heeft genomen nadat ze – met haar eigen woorden – “[haar] administratie” heeft geconsulteerd. Deze beslissing houdt voor de verzoekende partijen een eindbeslissing in, waarbij hun verzoek om de bescherming op te heffen, wordt afgewezen. X-17.621-3/6 X-17.621-4/6 Beoordeling
- Alleszins volgt uit het besluit van 28 september 2021 van de bevoegde Vlaamse minister dat het onterecht is dat de verzoekende partijen voorhouden dat de e-mail van S. D. een eindbeslissing zou bevatten. Deze e-mail doet niet meer dan het standpunt van kabinetsmedewerkster S. D. weergeven, dat de bevoegde Vlaamse minister in het voornoemde besluit niet heeft gevolgd. Uit het voorgaande volgt dat het terecht is dat de verwerende partij aanvoert dat de e-mail van 24 september 2019 de rechtstoestand van de verzoekende partijen niet wijzigt en niet voor nietigverklaring door de Raad van State in aanmerking komt. Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden, elk voor een vijfde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1000 euro, op een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.621-5/6 De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 80 euro wordt aan hen terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.621-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.067 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div