← België

Arrest 260143 - Niet begeleide minderjarigen - 17/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.143 Rolnummer: A. 240742/VII-42306 Zaak: Arrest 260143 - Niet begeleide minderjarigen - 17/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-19 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-06-11 03:11 Fiche Arrest nr 260.143 van 17 juni 2024 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.143 no lien 277723 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.143 van 17 juni 2024 in de zaak A. 240.742/VII-42.306 In zake : F.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ahmed Sakhi Mir-Baz kantoor houdend te 2050 Antwerpen Tijl Uilenspiegellaan 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 december 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 10 oktober 2023 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat hij geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van VII-42.306-1/5 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 24 april 2024 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 13 juni
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij wordt op 5 september 2023 als niet-begeleide minderjarige vreemdeling aangemeld door de dienst Vreemdelingenzaken bij de dienst Voogdij. Hij heeft verklaard van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 7 februari
  6. De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfel over verzoekers voorgehouden leeftijd. Op 14 september 2023 ondergaat verzoeker in het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël te Leuven een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker “op datum van 14-09-2023 een leeftijd heeft van zeker ouder dan 18 jaar, waarbij 23,0 jaar een minimum leeftijd is. Waarschijnlijk ligt deze nog hoger.” VII-42.306-2/5 De dienst Voogdij beslist op 10 oktober 2023 op grond van het voormelde medisch onderzoek verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat hij geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring Exceptie
  7. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis op. Verwijzend naar artikel 19 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 iuncto artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, stelt zij dat verzoeker nalaat aan te tonen dat hij zijn vordering binnen de in deze bepalingen voorgeschreven termijn van zestig dagen heeft ingediend. Gelet op de e-mail die zij op 12 oktober 2023 aan verzoeker verzond met als bijlage de bestreden beslissing en op het door verzoeker ondertekende ontvangstbewijs dat dateert van 13 oktober 2023, is de verwerende partij van oordeel dat de laatst nuttige dag voor het indienen van een vernietigingsberoep maandag 11 december 2023 was. Zij acht de elektronische neerlegging van het verzoekschrift op 16 december 2023 aldus laattijdig.
  8. Verzoeker stelt in zijn verzoekschrift dat hij pas op 20 oktober 2023 kennis heeft genomen van de bestreden beslissing. Bijgevolg beoordeelt hij zijn eigen verzoekschrift als ontvankelijk ratione temporis. Beoordeling
  9. De Raad van State kan niet anders dan met de verwerende partij vaststellen dat verzoeker reeds op 13 oktober 2023 kennis heeft genomen van de bestreden beslissing. Verzoeker bevestigde met name zelf kennis te hebben genomen van de bestreden beslissing op 13 oktober 2023 door deze datum ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.143 VII-42.306-3/5 onderaan de bestreden beslissing aan te brengen, vergezeld van zijn handtekening. Verzoeker betwist deze ondertekening niet. Bovendien wordt de bewering van verzoeker dat hij pas op 20 oktober 2023 kennis heeft genomen van de bestreden beslissing door geen enkel stuk gestaafd, noch geeft verzoeker enige toelichting daaromtrent.
  10. Uit wat voorafgaat blijkt dat de beroepstermijn begon te lopen op 14 oktober 2023 zodat 12 december 2023 de laatst nuttige dag betrof voor het indienen van het verzoekschrift en met als gevolg dat het thans voorliggende verzoekschrift, ingediend op 16 december 2023, buiten de beroepstermijn is ingesteld die is voorgeschreven door artikel 4, §1, derde lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 december
  11. De exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk ratione temporis. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  13. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-42.306-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.306-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.143 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.