← België

Arrest 260148 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 18/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.148 Rolnummer: A. 237193/X-18238 Zaak: Arrest 260148 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 18/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-01 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-11 03:11 Fiche Arrest nr 260.148 van 18 juni 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 260.148 van 18 juni 2024 in de zaak A. 237.193/X-18.238 In zake:

  1. N.B.
  2. S.M. beiden woonplaats kiezend te tegen:
  3. de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cédric Molitor kantoor houdend te 1200 Brussel Brand Whitlocklaan 114 bus 12 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 30 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de directeur-generaal van Brussel Fiscaliteit van 12 juli 2022 waarbij wordt geoordeeld dat het voertuig van de eerste verzoekende partij niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang overeenkomstig artikel 5, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 15 januari 2018 ‘betreffende het instellen van een lage-emissie zone’. X-18.238-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  6. Beide verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben daarna telkens een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 9 januari
  7. Op 5 maart 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). III. Beoordeling
  8. De eerste verwerende partij is vreemd aan de bestreden beslissing. Zij wordt buiten de zaak gesteld.
  9. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. X-18.238-2/4 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de Raad van State-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De stad Brussel wordt buiten de zaak gesteld.
  11. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  12. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en, gelet op artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de Raad van State-wet, op een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de tweede verwerende partij. X-18.238-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Johan Lust X-18.238-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.