← België

Arrest 260152 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.152 Rolnummer: A. 236547/X-18168 Zaak: Arrest 260152 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-19 Raadplegingen: 153 - laatst gezien 2026-06-11 03:02 Fiche Arrest nr 260.152 van 18 juni 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.152 no lien 277405 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 260.152 van 18 juni 2024 in de zaak A. 236.547/X-18.168 In zake : 1. D.D. 2. P.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de STAD IEPER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Engelse Wandeling 2F5 2. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen 3. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-18.168-1/14 I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 2 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van:

  1. a)het besluit van de gemeenteraad van de stad Ieper van 7 februari 2022 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Campus Veurnseweg’ (hierna: het bestreden gemeentelijk RUP) en
  2. b)het besluit van de dienst Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest (hierna: de dienst Mer) van 6 augustus 2020 dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport (hierna: plan-MER) voor het voorgenomen gemeentelijk RUP ‘Campus Veurnseweg’ van de stad Ieper niet nodig is. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april 2024. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor verzoekers, advocaat Thomas Quintens, die loco advocaten Guillaume Vyncke en Meindert Gees verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Thomas Quintens, die loco advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke verschijnt voor X-18.168-2/14 de tweede verwerende partij, en advocaat Joost Hoste, die verschijnt voor de derde verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Verzoekers wonen in de onmiddellijke omgeving van de schoolcampus van het Vrij Technisch Instituut (VTI), die gelegen is aan de Augustijnenstraat te Ieper, ten noordwesten van het stadscentrum. Het bijzonder plan van aanleg ‘Noord-Westsektor’ van de stad Ieper, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 22 oktober 1987, bestemt deze campus tot zone voor gemeenschapsuitrustingen. In het noorden palen aan de campus landbouwpercelen die krachtens het bij koninklijk besluit van 14 augustus 1979 vastgestelde gewestplan Ieper-Poperinge gelegen zijn in agrarisch gebied, met ten noordoosten daarvan de weg N8 (Veurnseweg – Oude Veurnestraat), die aftakt in de straten Haiglaan en Helakker. 4. In 2020 neemt de stad Ieper het initiatief om een gemeentelijk RUP op te maken dat een aanzienlijke uitbreiding van de schoolcampus in het naastgelegen agrarisch gebied, tot aan de N8, mogelijk moet maken. Aldus wordt er, naast het VTI, plaats gecreëerd voor de inplanting van schoolinfrastructuur voor de Sint-Maartenscholen die nu nog op vier andere sites in het centrum van de stad gevestigd zijn. Voor auto’s komt de hoofdontsluiting van de nieuwe scholencampus langs de N8 en voor fietsers wordt de ontsluiting in het verlengde van de wegen N8-Helakker voorzien. X-18.168-3/14 De stad Ieper vraagt aan de provincie West-Vlaanderen een planologische delegatie, daar het voornoemde agrarisch gebied gelegen is buiten het kleinstedelijk gebied Ieper zoals het afgebakend is door het bij ministerieel besluit van 6 juli 2009 goedgekeurde provinciaal RUP. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de basiskaart van de website geopunt.be waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 5.1. De stad Ieper laat voor de uitbreiding van de schoolcampus een mobiliteitseffectrapport opmaken. In de versie van dit rapport van april 2020 X-18.168-4/14 (hierna: het MOBER versie 2020) wordt de bestaande toestand als volgt beschreven: “De N8 bestaat uit twee maal één rijstrook voor gemotoriseerd verkeer en één niet-beschermd[…] fietspad, [dat van de rijstroken gescheiden is] door middel van witte streeplijnen. Figuur 63: N8 (Veurnseweg) richting het kruispunt met N38 (Noorderring).” 5.2. Het concluderende deel van het MOBER uit 2020 stelt het volgende: “7.6 Milderende of verbeterende maatregelen Vervolgens worden alle hiervoor besproken maatregelen gerangschikt als milderende of verbeterende maatregelen. Milderende maatregelen zijn gericht op het voorkomen of beperken van negatieve effecten. Verbeterende maatregelen zijn gericht o[m] de positieve effecten verder te versterken. […] Er wordt eveneens een opsplitsing gemaakt tussen korte termijn maatregelen en lange termijn maatregelen. Met korte termijn maatregelen (KT) worden maatregelen bedoeld die bij de opening van de school moeten uitgevoerd zijn. Lange termijn maatregelen (LT) zijn verbeteringsmaatregelen die niet noodzakelijk zijn, maar op lange termijn en afhankelijk van andere studies wenselijk zijn. Milderende maatregelen Verbeterende maatregelen […] Maatregelen voor het fietsverkeer […] Kruispunt Augustijnenstraat-Scholierenpad- Vrijbosroute met voorrang voor het doorgaand fietsverkeer (KT) […] Vrijliggende fietspaden langs N8 tussen ontsluitingsweg en N38 (KT) […] .” X-18.168-5/14 5.3. In april 2020 stelt de stad Ieper een scopingnota voor het voorgenomen gemeentelijk RUP op waarin het volgende wordt gesteld: “Gezien de milderende […] maatregelen van de MOBER opgenomen worden in [het] RUP, kent het RUP een positief effect ten aanzien van de referentiesituatie […].” De scopingnota oordeelt dat er geen volwaardig plan-MER moet opgemaakt worden daar er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Toegelicht wordt dat de hoofdontsluiting van de nieuwe scholencampus niet langer langs de Augustijnenstraat gesitueerd zal zijn, maar dat deze verplaatst wordt naar de N8, zodat (de woonwijk rond) de Augustijnenstraat gevrijwaard wordt van het bijkomend gemotoriseerd verkeer. 6. Op 24 september 2020 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen aan de stad Ieper de gevraagde delegatie. 7. Op 6 augustus 2020 neemt de dienst Mer het tweede bestreden besluit, waarin het volgende gesteld wordt: “Het RUP bepaalt […] het gebruik van een klein gebied op lokaal niveau gezien het slechts een klein percentage van de totale oppervlakte van het gebied van de stad betreft. […] [I]n het bijzonder rekening houdend met de in de scopingnota opgenomen beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen RUP, van de effecten ervan en van de gebieden die door het RUP kunnen worden beïnvloed en met de verwerking van de inspraak en adviezen, besluit het Team Mer dat werd aangetoond dat voorliggend plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. […] Besluit Op basis van bovenstaande motivering bepaalt het Team Mer dat er geen plan-MER opgesteld moet worden voor het voorliggende RUP. Als het plan wijzigt n.a.v. de plenaire vergadering, het openbaar onderzoek of om een andere reden, dient u na te gaan of het uitgevoerde onderzoek tot milieueffectrapportage nog geldig is voor het gewijzigde plan. Indien nodig kan u [de dienst] Mer vragen om opnieuw na te gaan of de opmaak van een plan-MER nodig is.” X-18.168-6/14 8. Met een besluit van 3 mei 2021 stelt de gemeenteraad van de stad Ieper het ontwerp van gemeentelijk RUP ‘Campus Veurnseweg’ voorlopig vast. 9.1. Van 17 mei 2021 tot 16 juli 2021 wordt over het ontwerp van gemeentelijk RUP een openbaar onderzoek gehouden. Er worden vijftien bezwaarschriften ingediend waaronder een dat verzoekers indienen als woordvoerders van het Actiecomité Leefbare Augustijnenwijk en dat ondertekend is door meer dan 300 personen. 9.2. In het laatstgenoemde bezwaarschrift wordt onder meer aangevoerd dat de residentiële wijk rond de Augustijnenstraat onvoldoende draagkracht heeft voor de inplanting van een scholencampus met een dergelijke omvang (2400 leerlingen en 400 leraars), dat de kruising van het Scholierenpad met de Augustijnenstraat een zeer gevaarlijk punt zal zijn bij de exponentiële toename van fietsers en voetgangers ten gevolge van de schooluitbreiding en dat er op de N8, die nu al overbelast is, een niet te overziene verkeerschaos zal ontstaan. 9.3. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek geeft de Milieuraad van de stad Ieper volgend advies: “Voor wie de school te voet te ver is moet fietsen de norm worden, zowel voor scholieren als personeelsleden. […] Cruciaal is echter comfort en veiligheid. Dit is momenteel nog ondermaats, zeker in de buurt van het VTI. [Zo zijn er] langs de N8 […] enkel moordst[r]ookjes geschilderd, etc. […] Om bovenstaande redenen doet de Milieuraad deze aanbevelingen: […] • Als gekozen wordt om een nieuwe campus te bouwen op de VTI-site dan moeten het comfort en de veiligheid van fietsers gegarandeerd zijn alvorens de nieuwe campus opent.” 10. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) brengt op 12 oktober 2021 een voorwaardelijk gunstig advies uit waarin het volgende wordt gesteld: X-18.168-7/14 “Het […] mobiliteitsprobleem [blijft] een zeer heikel punt […] voor de campus Veurnseweg. In dat opzicht kan de Gecoro helaas niet anders dan vaststellen dat er sinds de startnota nog maar weinig concrete vooruitgang is geboekt op dit nochtans cruciale vraagstuk voor het GRUP. Het is een objectieve vaststelling dat de meeste mobiliteitsissues veeleer in een fase van ‘onderzoek’ zitten en zelfs nog niet alle noodzakelijke verkeerstechnische aanpassingen zijn ‘gebudgetteerd’, laat staan in een fase van ‘uitvoering’ zijn. Nochtans rust er een verpletterende verantwoordelijkheid op alle bevoegde overheden die de sleutel in handen hebben om de nieuwe scholencampus voor alle (!) weggebruikers op een gegarandeerd veilige manier te ontsluiten. De Gecoro onderschrijft (nogmaals) het standpunt dat de scholencampus onder géén beding operationeel mag zijn zonder dat er een levensnoodzakelijk minimumniveau aan verkeersveiligheid is gewaarborgd. De Gecoro onderschrijft dan ook volmondig deze bezorgdheid omtrent de mobiliteit die en masse werd geuit in de ingediende bezwaarschriften.” 11.1. Eind 2021 wordt een nieuwe versie opgemaakt van het MOBER (hierna: het MOBER versie 2021). Het MOBER versie 2021 bevat volgende bespreking: “De ontwikkeling van het project Campus Veurnseweg zal eveneens een toename van de intensiteit van het fietsverkeer veroorzaken. […] Zoals beschreven […], zal het toekomstig fietsverkeer hoofdzakelijk vanuit de Vrijbosroute-Scholierenpad en vanuit Helakker-N8 (Oude Veurnestraat) komen. […] De bestaande toestand van de Helakker en van de N8 (Oude Veurnseweg) is niet volledig geschikt om grote aantallen fietsers veilig naar de betrokken schoolsite te leiden. Helakker zou voorzien kunnen worden met een fietspad of fietsstrook, maar aangezien de smalle straatbreedte en beperkt gemotoriseerd verkeer is dit niet noodzakelijk.[…] Om de gevolgde routes naar de toekomstig schoolsite door fietsers veilig te maken, worden de volgende maatregelen geconcludeerd: […] 7. Langs de N8 tussen de Haiglaan en de N38 (Noorderring) dienen voldoende uitgeruste en veilige fietspaden aangelegd te worden. 8. Langs […] de Oude Veurnestraat dienen voldoende uitgeruste en veilige fietspaden aangelegd te worden.” 11.2. Het concluderende deel van het MOBER uit 2021 stelt het volgende: “7.6 Milderende of verbeterende maatregelen Vervolgens worden alle hiervoor besproken maatregelen gerangschikt als milderende of verbeterende maatregelen. Milderende maatregelen zijn X-18.168-8/14 gericht op het voorkomen of beperken van negatieve effecten. Verbeterende maatregelen zijn gericht op de positieve effecten verder te versterken. […] Er wordt eveneens een opsplitsing gemaakt tussen korte termijn maatregelen en lange termijn maatregelen. Met korte termijn maatregelen (KT) worden maatregelen bedoeld die bij de opening van de school moeten uitgevoerd zijn. Lange termijn maatregelen (LT) zijn verbeteringsmaatregelen die niet noodzakelijk zijn, maar op lange termijn en afhankelijk van andere studies wenselijk zijn. Milderende maatregelen Verbeterende maatregelen […] Maatregelen voor het fietsverkeer […] Kruispunt Augustijnenstraat- Kruispunt Augustijnenstraat- Scholierenpad-Vrijbosroute met Scholierenpad-Vrijbosroute met veilig[e] oversteekplaats op voorrang voor het fietsverkeer (LT) verkeersplateau aanleggen (KT) […] Vrijliggende fietspaden langs N8 tussen Haiglaan en N38 (LT) […] .” 12.1. Bij besluit van 7 februari 2022 stelt de gemeenteraad van de stad Ieper het bestreden gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit, waarvan melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 april 2022. 12.2. In de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP worden de in het MOBER versie 2021 vermelde milderende maatregelen (korte termijn) vertaald. Meer bepaald stelt artikel 0 van de voorschriften het volgende: “De volgende maatregelen moeten gerealiseerd of voldoende gegarandeerd zijn op het ogenblik van de afgifte van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de school: […] - Bijkomend zebrapad over de Augustijnenstraat; - Het aanleggen van een verkeersplateau op de kruising van het Scholierenpad en de Augustijnenstraat; […].” De in het MOBER versie 2021 vermelde verbeterende maatregelen (randnr. 11.2) worden niet in de stedenbouwkundige voorschriften vertaald. X-18.168-9/14 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 13.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 4.2.1 en 4.2.3, §§ 1 tot 3, van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM), alsook uit de schending van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 13.2. Volgens verzoekers is er bij de voorbereiding van het bestreden gemeentelijk RUP een al te summiere beoordeling van de mogelijke milieueffecten uitgevoerd. Alles wijst erop dat er wel degelijk significante effecten te verwachten zijn met betrekking tot de toekomstige mobiliteit. De dienst Mer heeft op basis van de scopingnota beslist dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is. Deze scopingnota steunt op zijn beurt op het MOBER uit 2020, dat evenwel later nog is gewijzigd. Toen de dienst Mer op 6 augustus 2020 het tweede bestreden besluit nam had zij geen kennis van het MOBER versie 2021. Over de mogelijke milieueffecten en de noodzaak om een plan-MER op te maken is onredelijk en onzorgvuldig beslist. De dienst-Mer heeft een beslissing genomen zonder op de hoogte te zijn van de in het MOBER versie 2021 opgenomen lijst van milderende en verbeterende mobiliteitsmaatregelen. 14. In hun memories van antwoord beamen de verwerende partijen dat de dienst Mer zich gesteund heeft op het MOBER versie 2020, dat integraal deel uitmaakte van de scopingnota. Een en ander is ook geheel logisch, nu de beslissing tot ontheffing van de plan-MER-plicht moet worden genomen vóór de voorlopige vaststelling van het RUP. Volgens de verwerende partijen leert nazicht van het MOBER versie 2020 dat er met het MOBER versie 2021 in wezen geen verschillen bestaan. Het MOBER versie december 2021 bevat slechts één enkele toevoeging ten opzichte van de eerdere versie, meer bepaald met betrekking tot een bijkomende evaluatie van de stationsomgeving. Deze toevoeging heeft evenwel geen wezenlijke invloed op de inhoud van het MOBER, noch op de beoordeling ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.152 X-18.168-10/14 van de mobiliteitseffecten die ten gevolge van het planopzet zouden kunnen ontstaan. In het MOBER versie 2020 dat ter beoordeling van de dienst Mer lag werden dezelfde conclusies getrokken en dezelfde milderende en verbeterende maatregelen besproken als in het MOBER versie 2021. Van een aanpassing, dan wel bijsturing, van de milderende en verbeterende maatregelen waarop verzoekende partijen alluderen, is gewoonweg geen sprake. De dienst Mer kon dan ook met kennis van zaken tot haar ontheffingsbesluit komen, nu zij op het moment van haar beslissing kon steunen op een volledig MOBER. De verwerende partijen benadrukken dat het MOBER versie 2020 woordelijk overeenstemt met het MOBER 2021, waarop verzoekers zich – “puur chronologisch” – baseren. Voorts wijzen de verwerende partijen op het feit dat in het MOBER inderdaad wordt gesteld dat de milderende maatregelen (korte termijn) dienen te zijn uitgevoerd op het moment van de opening van de school, daar waar de verbeterende maatregelen (lange termijn) later kunnen worden uitgevoerd doch niet noodzakelijk zijn. De verplichting om voorafgaandelijk de milderende maatregelen uit te voeren is ook opgenomen in de scopingnota. De stad Ieper heeft met andere woorden reeds in de scopingnota zelf aangegeven dat de milderende maatregelen verplichtend zouden worden opgelegd in de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP. Uit die vaststelling kan worden afgeleid dat de mogelijke effecten die zouden kunnen bestaan, onmiddellijk en al op het niveau van de scopingnota werden ondervangen. Gelet op deze verplichte doorwerking van de milderende maatregelen in de stedenbouwkundige voorschriften is het geenszins onlogisch, laat staan onredelijk, dat de dienst Mer tot het besluit is gekomen dat er geen sprake is van ernstige negatieve effecten, zodat er geen plan-MER moet worden opgesteld. Mocht er na 6 augustus 2020 beslist zijn dat een in het MOBER versie 2020 voorziene milderende maatregel géén verplicht deel zou uitmaken van de stedenbouwkundige voorschriften, dan zou er sprake zijn van een wijziging en zou de dienst Mer opnieuw moeten worden bevraagd, bij gebreke waaraan de ontheffingsbeslissing niet langer actueel zou kunnen worden geacht. Dit is in casu evenwel niet het geval, zodat de beslissing van de dient Mer tot ontheffing van de plan-MER-plicht volledig overeind blijft. X-18.168-11/14 Beoordeling 15. Met verzoekers moet worden vastgesteld dat er een belangrijk verschil is tussen het MOBER versie 2020 en het MOBER versie 2021. Het MOBER versie 2020 stelt als milderende maatregelen (korte termijn) voorop om de negatieve effecten te voorkomen of te beperken: de aanleg van vrijliggende fietspaden langs een deel van de N8 en het geven van voorrang aan het doorgaand fietsverkeer op het kruispunt van de Augustijnenstraat en het Scholierenpad (hierna: de twee in 2020 voorziene kortetermijnmaatregelen voor de veiligheid van de fietsers). In het MOBER versie 2021 zijn in de kolom van de milderende maatregelen van de in randnummer 11.2 weergegeven tabel de twee in 2020 voorziene kortetermijnmaatregelen voor de veiligheid van de fietsers verdwenen. Het MOBER versie 2021 kwalificeert deze twee maatregelen nu als verbeterende maatregelen (lange termijn) die niet moeten worden omgezet in de stedenbouwkundige voorschriften. Het voormelde verschil betreft een voor de milieueffectbeoordeling relevant punt. Zoals de verwerende partijen stellen, wordt er in de aan de dienst Mer voorgelegde scopingnota van uitgegaan dat al de in het MOBER versie 2020 voorziene milderende maatregelen – zoals de twee in 2020 voorziene kortetermijnmaatregelen voor de veiligheid van de fietsers – vertaald worden in de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk RUP. Deze maatregelen zijn echter niet opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften van het definitief vastgestelde bestreden gemeentelijk RUP. Het ontbreken van de twee in 2020 voorziene kortetermijnmaatregelen voor de veiligheid van de fietsers klemt des te meer, nu zowel de Gecoro als de Milieuraad van de stad Ieper er in hun adviezen op hebben aangedrongen dat – met de woorden van deze laatste – “de veiligheid van fietsers gegarandeerd [moet] zijn alvorens de nieuwe campus opent”. 16. Uit het voorgaande volgt verder dat het voorontwerp van het gemeentelijk RUP waarop de scopingnota en de ontheffingsbeslissing van de dienst Mer betrekking hebben, verschilt van het bestreden gemeentelijk RUP op ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.152 X-18.168-12/14 een voor de milieueffectbeoordeling relevant punt. Het resultaat daarvan is dat de dienst Mer niet in de gelegenheid is gesteld om een voor het bestreden gemeentelijk RUP dienstige beoordeling te maken. 17. Aangezien de dienst Mer zich enkel op basis van de scopingnota heeft uitgesproken, die steunt op het MOBER versie 2020, wordt vastgesteld dat er voor het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP, dat steunt op het MOBER versie 2021, geen dienstige ontheffingsbeslissing van de dienst Mer voorligt. 18. Daarmee staat vast dat het eerste bestreden besluit onwettig is, doch niet – anders dan verzoekers blijkbaar aannemen – dat dit ook zou gelden voor het tweede bestreden besluit. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. Het verantwoordt de vernietiging hierna van de eerste bestreden beslissing. 19. Het onderzoek en de berechting van de eerste bestreden beslissing, zijnde de eindbeslissing en de enige van de bestreden beslissingen die van aard is uit zichzelf de bestaande rechtsorde te wijzigen, leidt aldus niet tot de vaststelling van de onwettigheid van de tweede bestreden beslissing. In deze omstandigheden en aangezien de tweede bestreden beslissing louter voorbereidend is, wordt het beroep ertegen verworpen. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Ieper van 7 februari 2022 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Campus Veurnseweg’. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige. 2. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-18.168-13/14 3. De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 22 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan verzoekers. Verzoekers worden, elk voor de helft, veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan de tweede verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien juni tweeduizend tweeëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.168-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.152 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.