id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.213 Rolnummer: A. 239847/IX-10306 Zaak: Arrest 260213 - Penitentiair recht (met inbegrip van cassatie) - 21/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-27 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-11 03:13 Fiche Arrest nr 260.213 van 21 juni 2024 Justitie - Penitentiair recht (met inbegrip van cassatie) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 260.213 van 21 juni 2024 in de zaak A. 239.847/IX-10.306 In zake: het INRICHTINGSHOOFD VAN DE GEVANGENIS VAN LEUVEN CENTRAAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luna Ghekiere kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: XXXX -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 17 augustus 2023, strekt tot de nietigverklaring van beslissing BC/22-0138 van de Nederlandstalige beroepscommissie van de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen van 15 juni
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking nr. 15.600 van 25 september 2023 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. IX-10.306-1/8 De verzoekende partij heeft gevraagd dat de procedure wordt voortgezet. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 juni
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luna Ghekiere, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten en bestreden uitspraak 3.
- De beroepscommissie van de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen heeft in de bestreden beslissing de “[n]uttige feiten ter beoordeling van het beroep” als volgt weergegeven: “Op 22 mei 2022 werd een fouille op het lichaam uitgevoerd. Men vindt de kopie van deze beslissing niet meer terug. De klachtencommissie van Leuven Centraal heeft de beslissing tot fouille op het lichaam vernietigd. Ze heeft als tegemoetkoming een extra beltijd van 10 minuten toegekend. Het beroep richt zich enkel tegen het aspect van de tegemoetkoming.” 3.
- Met de thans bestreden uitspraak BC/22-0138 van 15 juni 2023 verklaart de beroepscommissie het beroep van het inrichtingshoofd ontvankelijk, IX-10.306-2/8 maar ongegrond en bevestigt zij de beslissing van de klachtencommissie van Leuven Centraal. Om tot die uitspraak te komen, overweegt de beroepscommissie wat volgt (voetnoten weggelaten): “De klachtencommissie kan een tegemoetkoming bepalen wanneer ze de beslissing van de directie vernietigt en wanneer de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. In dit dossier heeft de klachtencommissie de beslissing tot fouillering op het lichaam vernietigd. De fouillering heeft echter plaatsgevonden. De gevolgen kunnen daarom niet meer ongedaan gemaakt worden. De klachtencommissie kon een tegemoetkoming toekennen. Het inrichtingshoofd verzet zich tegen het toekennen van extra beltijd als tegemoetkoming. Ze verwijst hiervoor naar een arrest van de Raad van State. De beroepscommissie is vooreerst van oordeel dat extra beltijd als tegemoetkoming niet uitgesloten is. De basiswet vermeldt het volgende over de tegemoetkoming: ‘Voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, bepaalt de Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden toegekend.’ Ze stelt dat een financiële vergoeding uitgesloten is. De Raad van State heeft echter bevestigd dat het enkel gaat om het toekennen van een geldsom. Extra beltijd valt dus niet onder een financiële vergoeding, zoals voorzien in de wet. Het is niet omdat de tegemoetkoming een extra kost met zich meebrengt voor de penitentiaire administratie dat het een financiële vergoeding is. Anders zou het de bedoeling van de tegemoetkoming volledig uithollen. De klachten- of beroepscommissie kan dus wel een tegemoetkoming toekennen die in geld waardeerbaar is, zolang het niet gaat om een geldsom. Daarnaast stelt het inrichtingshoofd dat men geen extra beltijd als tegemoetkoming kan toekennen omdat het gefinancierd wordt door het Steunfonds. De beroepscommissie bevestigt dat men de kost van de tegemoetkoming niet kan verhalen op het Steunfonds. Het Steunfonds heeft als doel om de meest hulpbehoevende gedetineerden te helpen door een solidariteitsmechanisme. De gedetineerde moet dit dan ook in principe terugbetalen van zodra hij werk heeft. Het is de inrichting die de kost van de tegemoetkoming moet dragen. Daarentegen is de beroepscommissie wel van oordeel dat de extra beltijd ook op een andere manier kan worden toegekend, zonder de kost hiervan bij het Steunfonds te leggen. De beroepscommissie laat de directie vrij in de manier van uitvoering van deze tegemoetkoming. IX-10.306-3/8 De klachtencommissie heeft bovendien de juiste procedure gevolgd bij het toekennen van de tegemoetkoming. Zo heeft ze de directie hierover gehoord. De beroepscommissie is van oordeel dat de klachtencommissie de tegemoetkoming heeft opgelegd conform de wettelijke voorwaarden.” IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- Het enige middel is genomen uit de schending van artikel 174 van de Grondwet, artikel 43 van de wet van 22 mei 2003 ‘houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat’ en artikel 158, § 4, iuncto artikel 162, § 3, van de basiswet van 12 januari 2005 ‘betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden’ (“de basiswet”). Verzoekster vat het eerste middelonderdeel samen als volgt: “Doordat de bestreden beslissing het hoger beroep van de verzoekende partij verwerpt op grond dat ‘(de Basiswet) stelt dat een financiële vergoeding uitgesloten is’, ‘het enkel gaat om het toekennen van een geldsom’ en ‘extra beltijd dus niet valt onder een financiële vergoeding zoals voorzien in de wet’. Terwijl artikel 158, § 4, tweede lid jo. 162, § 3 van de Basiswet voorziet dat voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, de Beroepscommissie bepaalt, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden toegekend. En terwijl de Beroepscommissie door tien minuten extra beltijd als tegemoetkoming toe te kennen én te bevestigen dat de kost daarvan niet ten laste van het Steunfonds kan vallen, noodzakelijk heeft beslist dat de kosten daarvan door de gevangenisadministratie zelf moeten gedragen worden, wat de facto neerkomt op het toekennen van een financiële vergoeding. En terwijl verzoekende partij in haar beroepschrift aanvoerde dat de beslissing om tien minuten extra beltijd te verlenen als compensatie in de zin van artikel 158, § 4, tweede lid van de Basiswet een extensieve lezing uitmaakt van voornoemd artikel. Zodat de bestreden beslissing, door te oordelen dat tien minuten extra beltijd niet onder een financiële vergoeding valt en de klachtencommissie IX-10.306-4/8 de tegemoetkoming heeft opgelegd conform de wettelijke voorwaarden, voormelde wetsbepalingen schendt.” Het tweede middelonderdeel vat zij als volgt samen: “Doordat de bestreden beslissing het hoger beroep van de verzoekende partij verwerpt op grond dat ‘men de kost van de tegemoetkoming niet kan verhalen op het Steunfonds’, ‘het de inrichting (is) die de kost van de tegemoetkoming moet dragen’ en ‘de extra beltijd ook op andere manier kan worden toegekend, zonder de kost hiervan bij het Steunfonds te leggen’. Terwijl overeenkomstig artikel 174 gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 jo. artikel 43 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat de Kamer van volksvertegenwoordigers elk jaar de begroting van het algemeen bestuur goedkeurt. En terwijl alleen begrote uitgaven mogen worden gedaan. Zodat de bestreden beslissing, door te oordelen dat het de inrichting is die de kost van tien minuten extra beltijd moet dragen, zonder de kost hiervan bij het Steunfonds te leggen, voormelde wetsbepalingen schendt.” Beoordeling a. eerste middelonderdeel
- Artikel 158, § 4, van de basiswet luidt: “Bij vernietiging van de beslissing worden de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de Klachtencommissie. Voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, bepaalt de Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden toegekend.” Met toepassing van artikel 162, § 3, van de basiswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op de beroepscommissie.
- Het adjectief “financieel” verwijst naar wat met geld te maken heeft. IX-10.306-5/8 De “financiële vergoeding”, zoals bedoeld in artikel 158, § 4, van de basiswet, is dus een vergoeding die wordt uitbetaald in de vorm van een geldsom.
- Uit de parlementaire werken waarop verzoekster zich beroept, blijkt niet dat een tegemoetkoming door toekenning van een ander voordeel dan een geldsom financieel zou kunnen zijn op grond van het feit dat de toekenning van deze prestatie niet kosteloos zou zijn.
- Door te beslissen dat een tegemoetkoming die niet bestaat uit de toekenning van een geldbedrag geen financiële vergoeding is en mag worden toegekend krachtens artikel 158, § 4, van de basiswet, heeft de beroepscommissie de draagwijdte van deze bepaling niet geschonden.
- Het eerste middelonderdeel faalt naar recht. b. tweede middelonderdeel
- Artikel 174 van de Grondwet luidt: “Elk jaar wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers de eindrekening vastgesteld en de begroting goedgekeurd. Evenwel stellen elk jaar de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, ieder wat hem betreft, de dotatie voor hun werking vast. Alle staatsontvangsten en -uitgaven moeten op de begroting en in de rekeningen worden gebracht.” Artikel 43 van de wet van 22 mei 2003 ‘houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat’ bepaalt: “Elk jaar keurt de Kamer van volksvertegenwoordigers de begroting van het algemeen bestuur goed.” IX-10.306-6/8
- De geschonden geachte bepalingen betreffen de goedkeuring van de begroting en de vaststelling van de eindrekening door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze bepalingen hebben geen invloed op de beoordeling door de beroepscommissie dat de kost van de tien minuten extra beltijd door de penitentiaire inrichting gedragen dient te worden.
- Het tweede middelonderdeel is onontvankelijk. c. besluit
- Het enige middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verwerende partij niet bekendgemaakt. IX-10.306-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig juni tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.306-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.213 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.