← België

Arrest 260319 - Dierenwelzijn - 28/06/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 Rolnummer: A. 242252/XII-9685 Zaak: Arrest 260319 - Dierenwelzijn - 28/06/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-04 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-06-06 01:25 Fiche Arrest nr 260.319 van 28 juni 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 no lien 277923 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.319 van 28 juni 2024 in de zaak A. 242.252/VII-42.559 In zake: S.D. wonende te 9968 Oosteeklo Cisterciënzenstraat 13 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nicholas De Mot kantoor houdend te 9000 Gent Bevrijdingslaan 232 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 21 juni 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de afdeling dierenwelzijn van het departement Omgeving bij de Vlaamse overheid van 6 juni 2024 waarbij de hond van verzoeker in volle eigendom wordt gegeven aan een erkend asiel. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-42.559-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2024, om 10.30 u. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Verlee, die loco advocaat Nicholas De Mot verschijnt voor verzoeker en advocaat Joost Hoste, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.1. Op 29 maart 2024 wordt de Mechelse herder van verzoeker met enkele messteken opgenomen in een dierenartsenpraktijk, die de dienst Dierenwelzijn van de verwerende partij hiervan op de hoogte brengt. Op 8 april 2024 neemt de inspecteur-dierenarts bij deze dienst de hond in beslag, waarbij beslist wordt dat de hond gehospitaliseerd blijft bij de dierenarts tot de gezondheid van het dier het toelaat om de hond over te brengen naar een erkend opvangcentrum in afwachting van de bestemmingsbeslissing. 3.2. De lokale politie voert op 9 april 2024 een controle uit bij verzoeker, en gaat ook over tot zijn verhoor. 3.3. Op 6 juni 2024 beslist het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving om de hond, met toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna : dierenwelzijnswet), in volle eigendom te geven ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-2/14 aan het erkend asiel, met dien verstande dat het dier gehospitaliseerd blijft in de dierenartsenpraktijk tot er voldoende herstel is om opgehaald te worden. Dit is de bestreden beslissing, die als volgt wordt gemotiveerd : “De vaststellingen geacteerd in pv […] 08-04-2024: - De dienst dierenwelzijn wordt op 8/04/2024 op de hoogte gebracht dat een Mechelse herder zou opgenomen zijn met een zevental messteken bij dierenartsenpraktijk [V.]. Na contact met de dierenarts blijkt dat zij de hond vrijdag 5/04/2024 bij de eigenaar zijn gaan halen. De eigenaar vertelde dat hij aangevallen werd door iemand. [B]ij de lokale politie […] werd [geen] melding gemaakt van een ‘aanval’ alsook geen melding van een gewonde Mechelaar zodat het verhaal op zijn minst dubieus is. Betrokkene is gekend voor alcohol en drugsproblematiek. De hond werd geopereerd en volgens informatie verkregen op 2/05/2024 verblijft het dier tot op heden nog steeds in hospitalisatie bij de dierenarts. Zodra de gezondheid van het dier het toelaat, wordt de hond overgebracht naar een erkend opvangcentrum in afwachting van de bestemmingsbeslissing van onze dienst. Gezien het grote vermoeden dat de verwondingen door de eigenaar zelf zijn aangebracht, wordt de hond Mechelse Herder met identificatienummer […] in beslag genomen. - Op 10/04/2024 ontvangt onze dienst navolgend PV […] dd 9/04/2024 van de lokale politie […]. Op 9/04/2024 omstreeks 08.29 uur biedt de lokale politie zich aan bij betrokkene. Betrokkene is vriendelijk maar aanvankelijk niet happig om de politie binnen te laten maar uiteindelijk betreden zij de woonst via het schuifraam achteraan. - De woning is onverzorgd evenals de tuin errond, in de tuin liggen handwerktuigen, omvergevallen plastiek, vuilnisbakken her en der verspreid. Het gras is al in tijden niet gemaaid. Ter hoogte van het schuifraam achteraan op het terras, staat een hondenbench zonder inhoud. De bodem is gevuld met water mogelijks door de regenval. - Op het schuifraam zijn restanten van opgedroogde dierensnoeten te zien. De politie krijgt toestemming om enkel de benedenverdieping te controleren. Betrokkene zegt dat hij zich erg schaamt voor de toestand boven daar hij nog volop bezig is met poetsen. - Betrokkene gaat op een gegeven ogenblik naar boven, de politie hoort het geluid van een blikje dat wordt opengedaan. Zij merken nadien een alcoholgeur op. - Betrokkene is met momenten zeer emotioneel en begint te wenen. Hij geeft aan dat hij het moeilijk heeft na zijn relatiebreuk van 9 maanden geleden en dat hij er verkeerd aan gedaan heeft om opnieuw verdovende middelen te gaan gebruiken (naar eigen zeggen cocaïne) en overmatig alcohol te drinken. Hij vermeldt dat hij sedert 11 dagen ‘clean’ is en dat hij ongeveer 8 à 9 biertjes per dag drinkt. Op de salontafel staan een drietal geopende blikjes CARA-pils en een cavaglas met nog een restant dat op cava lijkt. VII-42.559-3/14 - Betrokkene vertelt dat hij zich vrijwillig wil laten opnemen en dat hij daartoe de vraag gesteld heeft aan zijn huisarts (opmerking: deze vraag tot vrijwillige hulp komt pas dd. 08/04/2024 op de dag dat betrokkene in kennis wordt gesteld door zijn dierenarts dat er een (nieuw) onderzoek door dierenwelzijn komt. - Betrokkene is zeer zenuwachtig in zijn praten springt hij ook van de hak op tak en hij moet meermaals tot de kern van de zaak gebracht worden. Hij herhaalt verschillende zinnen meermaals. Op een gegeven moment begint hij fel te zweten. Hij steekt de ene sigaret na de andere op, en als zijn pakje sigaretten op is, maakt hij een zelfgerolde sigaret. - De benedenverdieping is karig bemeubeld. De verlichting bestaat uit ‘peertjes’. De tegelvloer ligt er vuil bij en is in geen tijden schoongemaakt. Er staat een emmer met water en een onbepaalde substantie in de woonkamer. De emmer oogt niet vers. Bij gebrek aan een asbak dooft betrokkene één van zijn sigaretten in deze emmer met water. Alle ruimten zijn rommelig en de vloer is overal even vies. - Betrokkene verplaatst zich op blote voeten. De onderkant van zijn voeten zijn zwart. - Betrokkene toont de leibanden van de hond. Enerzijds een soort sliphalsband en anderzijds een speciale halsband om de hond te corrigeren zonder dat de halsband dichtslibt en een lange leiband. Betrokkene toont een doosje met natte voeding (kleine hoeveelheden) dat hij naar eigen zeggen gebruikt als beloning. De hond zou droogvoeding krijgen maar als gevraagd wordt om de verpakking te tonen, is er geen dergelijke voeding aanwezig. De hond zou ook eens iets van tafel krijgen. - De hond is ongeveer 3,5 jaar oud. Betrokkene is met de hond naar de hondenschool in […] geweest. Dit kan hij niet meer omdat hij niet over een auto beschikt. Hij geeft aan dat hij het nog steeds nodig acht om naar de hondenschool te gaan. - Betrokkene zegt dat hij soms lange wandelingen doet maar dat hij niet altijd het beste baasje is als hij onder invloed is. Als gevraagd wordt wat daarmee wordt bedoeld, zegt hij dat [hij] dan minder gaat wandelen. - Betrokkene is sedert 27/03/2024 in ziekteverlof omdat hij ‘diep’ zit en hij zichzelf moet laten helpen. Betrokkene zegt dat hij dit aangekaart heeft met zijn huisarts en dat zal gekeken worden om (opnieuw) in vrijwillige opname te gaan omwille van zijn verslavingsproblematiek. - Er zijn ook financiële zorgen daar hij al enige tijd achterstallige huur heeft. [D]e hond verblijft sedert 28/03/2024 bij de dierenarts in zijn praktijk. Betrokkene deelt mee dat hij een zeer goede verstandhouding heeft met zijn dierenarts. Er zou met de dierenarts overeen gekomen zijn dat hij enkel de operatieve ingreep dient te betalen. - Betrokkene geeft aan dat hij een foto heeft op 27/03/2024 waarop een verwonding te zien is aan zijn rechterwenkbrauw. Betrokkene zegt dat hij aangevallen werd en dat zijn hond hem daarbij verdedigd heeft. Hij kan echter geen exacte omstandigheden, tijdstip, locatie, betrokkenen, enz. meedelen. Hij zegt dat hij soms black outs heeft ten gevolge van zijn alcohol en druggebruik. - Hij zou thuisgekomen zijn en vastgesteld hebben dat hij gekwetst was aan de rechter wenkbrauw. Er wordt opgemerkt dat hij oudere verwondingen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-4/14 heeft aan de bovenzijde van beide handen. Wat de verwonding aan de linkerhand betreft, deelt hij mee dat hij deze kwetsuur opliep op zijn werk, de verwondingen aan zijn rechterhand kan hij niet verklaren. - Er wordt gevraagd de kleren te tonen die hij droeg toen hij aangevallen werd, deze blijken al gewassen. Betrokkene zegt dat er bloed afkomstig van zijn hond op de grond te zien was en dat hij dat reeds schoon gemaakt heeft. - Over de feiten kan betrokkene weinig vertellen. Hij wijt het aan zijn alcohol- en druggebruik dat hij op regelmatige basis black outs heeft. Hij zegt dat hij moet aangevallen zijn maar hij kan niet zeggen waar hij zich op dat moment bevond, wat de omstandigheden waren en wie de opponent(

  1. en)was (waren). - Er wordt gevraagd of hij moeilijkheden heeft met bepaalde personen, waarop hij negatief antwoordt. - Ondanks het feit dat betrokkene zich niet herinnert hoe hij en zijn hond aan de letsels komen, benadrukt hij dat er zeker van is dat hij zijn hond nooit iets zou aandoen - Op 22/04/2024 vernemen wij dat de hond nog steeds gehospitaliseerd moet blijven. - Navolgend proces-verbaal van de lokale politie […] dd 25/04/2024 […] - betrokkene stuurt volgende mails naar de politie - resultaat labo onderzoek van betrokkene : dit betreft een urine onderzoek van 13/04/2024 waarbij toxicologisch onderzoek negatief is en opname formulier 13/04/2024 AZ […] - nota van de hondenschool dat betrokkene hondenschool gevolgd heeft doch periode wordt niet vermeld en foto’s van betrokkene met zijn hond - Dierenarts verslag van 3/05/2024 - Op 3/05/2024 ontvangen wij een diergeneeskundig verslag van [V.] - De praktijk werd op 29/03/2024 omstreeks 18.30 u. opgebeld en niet op 5/04/2024 zoals ze aanvankelijk gezegd hadden. Bij aankomst op boven genoemd adres troffen ze betrokkene en zijn hond […] aan in de voortuin. - Betrokkene gaf een verwarde indruk en bleek zelf verwond aan zijn hoofd. Hij drong er op aan [de hond] mee te nemen. Wij verdenken [verzoeker] niet van het verwonden van zijn eigen hond. - [De hond] lag bij aankomst op zijn zijde. De steekwonden werden door de vacht bedekt. Nadat de vacht geschoren was, werd pas de omvang van de wonden zichtbaar. Drie op de rechterzijde en één in de linker lies. Dit klopt niet met wat betrokkene verklaard heeft namelijk dat hij en zijn hond op 27 maart gewond waren en op 28 maart de praktijk belde omdat de hond moeilijk ademde. - Op 17/05/2024 vernemen wij dat de hond nog steeds gehospitaliseerd moet blijven. - Op 31/05/2024 vernemen wij dat de hond nog steeds gehospitaliseerd is. - Op 3/06/2024 ontvangen wij het diergeneeskundig verslag van de hond. - Op 29/03/2024 werd de hond […], leeftijd 2 jaar en 11 maanden, in de praktijk behandeld. Pols 148 Temperatuur 39,8 Slijmvliezen bleek ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-5/14 Huidturgor vertraagd - De hond werd geopereerd aan verschillende steekwondes : 2 wondes thv rechterthorax, 2,[…] cm schouderstreek, 3 cm thv 7ste intercostaal ruimte 1 wonde thv rechter abdomen, 3 cm 1 wonde linker liesstreek - Pneumothorax - De hond verkreeg na de operatie erge diarree en atopische dermatitis met haaruitval - Betrokkene contacteerde onze diensten en stuurde verschillende mails. Enkele konden niet geopend worden en betrokken stuurde deze opnieuw op 5/06/2024 aan onze dienst - Mail dd 2/05/2024 dat betrokkene op wachtlijst staat voor centrum De Sleutel - Afspraak voor implant op 26/04 - Foto’s van betrokkene met zijn hond als pup en volwassene Betrokkene werd op 9/04/2024 verhoord door de lokale politie. Betrokkene verklaart dat: Heden leg ik een verklaring af over de verwondingen van mijn hond […]. Ik heb de laatste weken vele zwarte gaten in mijn geheugen. Dit komt door mijn alcohol- en drugsproblematiek. Op 27 maart heb ik ’s avonds gemerkt dat ik gewond was aan mijn rechter wenkbrauw. Mijn hond was ook gewond aan zijn zij. Ik zag wat bloed aan zijn linker zij. Ik heb geen idee wat er die dag gebeurd is. Ik moet aangevallen zijn gezien mijn verwondingen. Hoe of waar weet ik niet. Ik ga vaak wandelen met mijn hond zelfs tot in […]. Het kan overal gebeurd zijn. In mijn woning heb ik enkel wat bloed opgemerkt op de plaats waar [de hond] ligt. Ik heb die dag alcohol en coke gebruikt, waardoor ik mij niets kan herinneren. Ik zie [de hond] doodgraag. Ik heb hem zo een 3,5 jaar. Ik ben met hem ook naar de hondenschool geweest. Op 28 maart heb ik [de dierenartsenpraktijk] gebeld omdat [de hond] moeilijk ademde. Ik had zijn verwondingen verkeerd ingeschat. Ik snap dat er vragen gesteld worden omdat mijn hond verwondingen heeft. Ik zou hem echter nooit iets aandoen, zelfs niet onder invloed. Ik wil dat [de hond] terug komt. Ik wil eerst mijn leven terug op de rails krijgen. Ik ben aan het kijken voor een vrijwillige opname voor mijn alcohol en drugprobleem. Ik zou graag hebben dat [de dierenartsenpraktijk] opgebeld wordt om te horen dat ik mijn hond nooit iets zou aandoen. Ik zou ook graag hebben dat binnenkort de politie onaangekondigd langskomt om te zien dat alles hier proper ligt na mijn opname. Voor de mogelijke slagen die ik gekregen heb en [de hond] mij verdedigd heeft, heb ik geen aangifte gedaan. Ik had schrik omdat ik al een verleden heb bij de politie en [de hond] niet kwijt wilde. Uit bovenstaande blijkt dat : - Het dier niet werd gehouden volgens zijn fysiologische en ethologische behoeften (vuile omgeving) VII-42.559-6/14 - Betrokkene reeds een historiek heeft in verband met overtredingen op de dierenwelzijnswet - Betrokkene financiële moeilijkheden heeft - De vraag om vrijwillige hulp komt pas nadat zijn dierenarts hem op de hoogte had gebracht dat zijn hond in beslag genomen wordt - Uit het dierenartsenverslag blijkt dat het dier meerdere messteken heeft gekregen met als gevolg ook een pneumothorax en een dringende operatie noodzakelijk was. Volgens betrokkene stelde hij verwondingen vast op 27/03 en belde de dierenarts op 28/03 doch de dierenarts werd pas gebeld op 29/03. Wat er op wijst dat betrokkene heeft nagelaten zijn dier de nodige en urgente medische zorgen te bieden waardoor zijn dier gedurende een ruime periode fysiek geleden heeft. - Het verhaal van betrokkene is zeer dubieus en ongeloofwaardig […]. Er werd nergens een melding bij de politie gemaakt. Er werd nergens het vinden van bloedsporen op straat of voor de deur gemeld. Met dergelijke verwondingen zou het dier niet kunnen stappen en al minstens bloedsporen moeten achterlaten. Betrokkene verklaart zelf dat er zwarte gaten zijn door zijn alcohol en drugsgebruik en dat hij die dag alcohol en coke had gebruikt. Betrokkene kan zijn verwondingen niet verklaren. Uit de foto van de rechterhand welke door de politie gemaakt werd en vervat zit in PV […] lijken de verwondingen sterk op letsels welke veroorzaakt worden door een hondenbeet. Ook in de leeftijd van de hond vergist betrokkene zich. - De verklaringen van betrokkene kunnen de vaststellingen uit het PV niet weerleggen. - De feiten zijn ernstig doch betrokkene minimaliseert de feiten door de schuld van zich af te schuiven. - Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van het dier en herhaling van dergelijke feiten gewaarborgd kan worden, waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn. De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen. Het dier heeft geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften.” IV. Voorwaarden voor de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid 4. De Raad van State kan bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurshandeling bevelen onder de dubbele voorwaarde dat minstens één middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte op het eerste gezicht kan verantwoorden, en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-7/14 behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing (artikel 17, § 1 en § 4, RvS-wet). V. Onderzoek van de middelen tot nietigverklaring A. Eerste middel Standpunten van de partijen 5. Verzoeker voert in een eerste middel tot nietigverklaring (in het verzoekschrift “tweede middel” genoemd) de schending aan van het motiveringsbeginsel. Volgens verzoeker zou de bestemmingsbeslissing genomen zijn op basis van foute gegevens : “Zo werd er gesteld dat het dier niet gehouden werd volgens zijn ethologische en fysiologische behoeften. Zulks wordt echter niet gemotiveerd. De hond […] bleek gezond te zijn, welopgevoed en vertoonde geen tekenen van ondervoeding, negatief gedrag of dergelijke. Uit niets blijkt dat het dier leeft in een omgeving die schadelijk is. Dat de woning er niet netjes bijligt is in deze geen criterium. Wel relevant is om te bepalen of het dier conform zijn behoeften wordt gehouden, kan worden gezien aan het dier zelf en of het alle benodigdheden heeft. Zoals verzoeker verklaarde, ging hij dagelijks wandelen met het dier en verzorgde hij het dier goed, zoals duidelijk te zien is op de foto’s. In de bestemmingsbeslissing geeft men aan dat de hond in een vuile omgeving woont, doch heeft deze genoeg ruimte in huis alsook in een ruime tuin. Voor een hond kan niet gesteld worden dat deze niet conform zijn behoeften wordt gehouden in een huis dat niet opgeruimd is. Verder wordt beargumenteerd dat betrokkene reeds een historiek heeft in verband met overtredingen op de dierenwelzijnswet. Er wordt echter nergens verwezen naar een eerder dossier, dan wel enige hint naar wat deze eerdere inbreuken dan wel mogen zijn. In ieder geval is het verzoeker een raadsel wat het diensthoofd hiermee bedoelt. Een andere overweging die gemaakt wordt, zijn de financiële moeilijkheden waarin verzoeker zou verkeren. Deze financiële moeilijkheden interfereren duidelijk niet met het opnemen van de zorg voor de hond, bovendien zijn er duidelijke financiële afspraken met de dierenarts. Armoede is geen argument om een huisdier af te nemen van een persoon. Zulks gaat voorbij aan het recht op een privéleven. In de bestemmingsbeslissing wordt aangevoerd dat de dierenarts op 29/03 werd verwittigd in plaats van 28/03 en dat pas twee dagen na de feiten een dierenarts werd ingelicht. Wat verzoeker hierover verklaarde is dat hij de dag ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-8/14 na de aanval de dierenarts opbelde. Waarschijnlijk vergist verzoeker zich van datum, gezien zijn geïntoxiceerde toestand op dat moment.” 6. De verwerende partij antwoordt dat de bestreden beslissing de materiëlemotiveringsplicht niet schendt. Zij wijst op de motieven van de beslissing die gebaseerd zijn op feitelijke vaststellingen, en niet kennelijk foutief of onredelijk zijn. Beoordeling 7. De materiëlemotiveringsplicht als beginsel van behoorlijk bestuur schrijft voor dat iedere beslissing van het bestuur moet berusten op motieven die in feite en in rechte aanwezig zijn, die pertinent zijn en de beslissing verantwoorden. 8. Na een uitgebreide uiteenzetting van de feitelijke gegevens overweegt de bestreden beslissing dat hieruit, onder meer, blijkt dat : - het dier niet werd gehouden volgens zijn fysiologische en ethologische behoeften (vuile omgeving) ; - betrokkene zelf verklaart dat er zwarte gaten in zijn geheugen zijn door zijn alcohol- en drugsgebruik, en dat hij, op de dag waarop zijn hond verwond werd, alcohol en cocaïne had gebruikt. Deze motieven lijken reeds op zich de conclusie te kunnen wettigen dat het welzijn van de hond bij verzoeker onvoldoende gewaarborgd wordt zodat een teruggave onverantwoord is. In tegenstelling tot wat verzoeker voorhoudt, lijkt de netheid van de omgeving waarin de hond verblijft wel degelijk relevant te zijn voor de beoordeling van de vraag of het dier wordt gehouden volgens zijn behoeften. Verder lijkt de omstandigheid dat verzoeker met een alcohol- en drugsverslaving kampt, moeilijk verenigbaar te zijn met de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met de zorg voor een hond, hetgeen alvast lijkt bevestigd te worden door de VII-42.559-9/14 “zwarte gaten” waarvan verzoeker gewag maakt, en de omstandigheid dat verzoeker vraagt om te worden opgenomen voor de behandeling van zijn verslaving. De kritiek van verzoeker op andere motieven van de bestreden bestemmingsbeslissing lijkt niet van aard te zijn deze conclusie te kunnen ontkrachten. 9. Het eerste middel lijkt op het eerste gezicht de nietigverklaring van de bestreden beslissing niet te kunnen verantwoorden. B. Tweede middel Standpunten van de partijen 10. Verzoeker voert in het tweede middel tot nietigverklaring (in het verzoekschrift “derde middel” genoemd) de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel en fair play-beginsel. Verzoeker zet uiteen : “Uit de bestreden beslissing blijkt een ongelooflijke vooringenomenheid. Verzoeker geeft aan te zijn aangevallen met zijn hond en diens verwondingen verkeerd te hebben ingeschat. Hierop werd een dierenarts ingeschakeld en werd de hond behandeld. Er werd een PV opgesteld naar aanleiding van deze aanval. Dit onderzoek loopt nog wat betekent dat verzoeker het vermoeden van onschuld geniet. Al te voorbarig en zonder enig bewijs gaat het diensthoofd er van uit dat verzoeker schuld draagt en legt de facto een straf op, namelijk de onteigening van het dier. Indien verzoeker veroordeeld wordt voor feiten van dierenmishandeling […] kan aangenomen worden dat wat in het PV staat, klopt. Het is echter niet aan een ambtenaar om reeds te oordelen over de waarachtigheid van verklaringen die behoren tot een opsporingsonderzoek. Dat het afdelingshoofd uitspraken doet waarbij zij stelt dat de vaststellingen het PV tegenspreken en dat verzoeker de schuld van zich afschuift zijn dan ook absoluut ontoelaatbaar en een schending van het vermoeden van onschuld alsook de scheiding der machten. Dat er administratieve gevolgen worden getrokken uit lopende opsporingsonderzoeken kan absoluut niet door de beugel en toont aan dat de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-10/14 overheidsinstantie bevooroordeeld handelt wanneer zij vooraleer verzoeker veroordeeld werd, een beslissing neemt tot bestemming.” 11. De verwerende partij betwist de ernst van het tweede middel. Er werd slechts een maatregel genomen op basis van het gevoerde bestuurlijk onderzoek, geen straf uitgesproken. Zo er een strafonderzoek zou lopen, verhindert dit niet dat inmiddels een bestuurlijke maatregel wordt genomen. Uit het bestreden besluit blijkt dat alles zorgvuldig werd onderzocht en dat van vooringenomenheid geen sprake is. Het zou pas van onzorgvuldig en onbehoorlijk bestuur getuigen indien de verwerende partij de uitleg van verzoeker (“Ik werd aangevallen maar herinner me er niets van”) zonder meer zou aannemen als de waarheid. Beoordeling 12. Uit de beoordeling van de ernst van het eerste middel blijkt dat de bestemmingsbeslissing reeds afdoende lijkt te worden verantwoord door de vaststellingen dat : - het dier niet werd gehouden volgens zijn fysiologische en ethologische behoeften (vuile omgeving) ; - betrokkene zelf verklaart dat er zwarte gaten in zijn geheugen zijn door zijn alcohol- en drugsgebruik, en dat hij, op de dag waarop zijn hond verwond werd, alcohol en cocaïne had gebruikt. De kritiek die verzoeker in het tweede middel uiteenzet, is gericht tegen andere motieven van het bestreden besluit, en lijkt aan deze conclusie geen afbreuk te kunnen doen. De eventuele omstandigheid dat een opsporingsonderzoek zou gevoerd worden naar de omstandigheden waarin de steekwonden werden toegebracht, lijkt overigens niet te verhinderen dat de verwerende partij een bestemmingsbeslissing neemt, waarbij rekening wordt gehouden met de vaststellingen zoals zij uit de processen-verbaal blijken. VII-42.559-11/14 13. Het tweede middel lijkt op het eerste gezicht de nietigverklaring van de bestreden beslissing niet te kunnen verantwoorden. C. Derde middel Standpunten van de partijen 14. Verzoeker voert in het derde middel tot nietigverklaring (in het verzoekschrift “vierde middel” genoemd) de schending aan van het redelijkheidsbeginsel. Verzoeker zet uiteen dat hij zeer verbolgen is over de bestemmingsbeslissing waarbij niet werd overwogen of er mogelijks andere, minder ingrijpende maatregelen zijn die konden getroffen worden. Volgens verzoeker kon een tijdelijke opvang worden geregeld, maar werd die overweging zelfs niet gemaakt. Nochtans zou alles erop wijzen dat het dier goed verzorgd wordt door verzoeker en dat er zich nooit problemen hebben gesteld. De omstandigheid dat verzoeker niet veroordeeld werd, zou des te meer reden zijn om slechts tijdelijke maatregelen te nemen. De bestreden beslissing zou voorbijgaan aan alle andere mogelijkheden die artikel 42 van de dierenwelzijnswet biedt. Volgens verzoeker kan geen redelijkheid worden gekoppeld aan de beslissing om definitieve gevolgen te koppelen aan onbewezen feitelijkheden. 15. De verwerende partij wijst in haar antwoord op de feiten die in het bestreden besluit werden opgenomen, waaruit zou blijken dat het geenszins kennelijk onredelijk is om het dier definitief in volle eigendom te geven aan een asiel. De tijdelijke opvang wordt door artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet overigens niet voorzien als mogelijke bestemming. Beoordeling 16. Uit de beoordeling van de ernst van het eerste middel blijkt dat de bestemmingsbeslissing reeds afdoende lijkt te worden verantwoord door de vaststellingen dat : - het dier niet werd gehouden volgens zijn fysiologische en ethologische ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 VII-42.559-12/14 behoeften (vuile omgeving) ; - betrokkene zelf verklaart dat er zwarte gaten in zijn geheugen zijn door zijn alcohol- en drugsgebruik, en dat hij, op de dag waarop zijn hond verwond werd, alcohol en cocaïne had gebruikt. Het lijkt niet kennelijk onredelijk te zijn om op grond hiervan te besluiten dat het welzijn van de hond bij verzoeker onvoldoende gewaarborgd wordt zodat een teruggave onverantwoord is. Artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet lijkt overigens niet de door verzoeker geopperde mogelijkheid van tijdelijke opvang als mogelijke bestemming te voorzien. Het blijkt ook niet dat verzoeker aan de verwerende partij een voorstel heeft gedaan waarbij de hond in het kader van een teruggave tijdelijk, op zijn kosten, en met de nodige waarborgen op het vlak van het dierenwelzijn, zou worden opgevangen in afwachting dat hij zelf er terug de nodige zorg voor kan dragen. In deze omstandigheden komt het niet als kennelijk onredelijk voor dat zonder meer voor een eigendomsoverdracht aan een asiel werd gekozen. 17. Het derde middel lijkt op het eerste gezicht de nietigverklaring van de bestreden beslissing niet te kunnen verantwoorden. D. Conclusie 18. Bij gebreke aan een middel dat de nietigverklaring van de akte op het eerste gezicht kan verantwoorden, is niet voldaan aan de voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan te bevelen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-42.559-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig juni tweeduizend vierentwintig door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.559-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.319 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.041 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.