id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.351 Rolnummer: A. 240888/XIV-39434 Zaak: Arrest 260351 - Apothekers en apotheken - 01/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-16 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-06-11 03:19 Fiche Arrest nr 260.351 van 1 juli 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.351 no lien 277975 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 260.351 van 1 juli 2024 in de zaak A. 240.888/XIV-39.434 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Vincke kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Maalse Steenweg 138 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdende te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- De vordering, ingesteld op 4 januari 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 21 november 2023 van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg houdende intrekking van verzoekers visum. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Auditeur Frederick Ongena heeft een verslag opgesteld. XIV-39.434- 1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 juni
- Staatsraad Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Simon Raymaekers, die loco advocaat Kris Vincke verschijnt voor verzoeker en advocaat Franky De Mil, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is apotheker en baat een apotheek uit. 3.
- Met een e-mail van 13 augustus 2023 deelt de voorzitter van de Orde der apothekers van West-Vlaanderen aan de verwerende partij mee dat ten aanzien van verzoeker een klacht werd ingediend. De verwerende partij krijgt kennis van twee processen-verbaal van de lokale politie van Brugge en van een moraliteitsverslag, opgesteld door een agent van gerechtelijke politie van de Politiezone Brugge. Eveneens wordt de verwerende partij in kennis gesteld van een klacht. 3.
- Bij brief van 11 augustus 2023 nodigt de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg (hierna: de toezichtcommissie) verzoeker uit om te worden gehoord op 21 november
- XIV-39.434- 2/7 Bij brief van 20 november 2023 laat verzoekers raadsman de toezichtcommissie weten niet aanwezig te kunnen zijn op de hoorzitting van 21 november 2023 en vraagt hij om een uitstel. 3.
- De toezichtcommissie gaat niet in op de vraag tot uitstel en brengt verzoeker bij brief van 24 november 2023 in kennis dat zijn visum vanaf 21 november 2023 wordt ingetrokken. Dit is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Op 12 maart 2024 legt verzoeker, uit eigen initiatief, een “memorie van wederantwoord” neer. Het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ voorziet evenwel niet in de mogelijkheid om een dergelijk procedurestuk als repliek op de nota met opmerkingen in het administratief kort geding in te dienen. De “memorie van wederantwoord” wordt dan ook uit het debat geweerd. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. XIV-39.434- 3/7 VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
- Ter verantwoording van de spoedeisendheid laat verzoeker gelden dat door de onmiddellijke intrekking van zijn visum hij zijn beroepswerkzaamheid niet langer kan uitoefenen. Hij benadrukt dat zijn RIZIV- nummer werd geschrapt en hij niet langer is terug te vinden op de lijst van erkende apothekers en dat elke dag dat de apotheek niet open is, de indruk bij potentiële klanten wordt gewerkt dat de apotheek niet langer wordt uitgebaat, temeer daar hij alleen instaat voor deze uitbating. Volgens verzoeker spreekt het voor zich dat de intrekking van het visum en het verlies van de uitbating van de apotheek, als enige vorm van inkomen, zeer vergaande gevolgen zal hebben en hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel zal toebrengen. Tot slot voegt hij daaraan toe dat eveneens in aanmerking moet worden genomen dat hij naast zijn vaste kosten, een zeer hoge alimentatievergoeding moet betalen en dat het logisch is dat de bestreden beslissing dient te worden geschorst nu deze geenszins door de verwerende partij werd gemotiveerd. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
- Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. XIV-39.434- 4/7 Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- In zoverre verzoeker ter verantwoording van de spoedeisendheid laat gelden dat hij door de onmiddellijke intrekking van zijn visum zijn beroepswerkzaamheid niet langer kan uitoefenen en het verlies van de uitbating van de apotheek, als enige vorm van inkomen, zeer vergaande gevolgen zal hebben en hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel zal toebrengen, temeer daar hij naast zijn vaste kosten een zeer hoge alimentatievergoeding moet betalen, beroept verzoeker zich aldus op een financieel-economisch nadeel. Een dergelijk nadeel verantwoordt evenwel in de regel de spoedeisendheid niet. Het voorgaande neemt niet weg dat op grond van bijzondere redenen er toch van spoedeisendheid sprake is wanneer daaruit blijkt ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.351 XIV-39.434- 5/7 dat verzoeker niet kan wachten op een uitspraak te gronde. Het komt aan verzoeker toe om concrete, op zijn situatie betrokken (verifieerbare) gegevens aan te brengen om de spoedeisendheid aan te tonen. Hoewel het zich laat verstaan dat de intrekking van zijn visum voor verzoeker ingrijpende gevolgen heeft op financieel vlak en dat het volledig wegvallen van zijn beroepsinkomen als apotheker op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast, dan nog is vereist dat verzoeker, wil hij de spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantoont aan de hand van verifieerbare gegevens én stavingstukken, dat het door hem aangevoerde financieel nadeel onomkeerbaar is en dat de omvang cq impact van een financieel en economisch nadeel bijgevolg, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat verzoeker de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt, niet zal kunnen overbruggen. Te dezen beperkt verzoeker zich, tot het louter poneren van zijn vermeende nadeel, wat op zich niet volstaat om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden, nu hij, bij gebrek aan enig concreet, precies en dienstig gegeven ter staving van zijn aangevoerde betoog, niet doet blijken dat hij zich thans in een toestand zou bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht.
- In zoverre verzoeker bijkomend aanvoert dat elke dag dat de apotheek niet open is, de indruk bij potentiële klanten wordt gewerkt dat de apotheek niet langer wordt uitgebaat, volstaat de vaststelling dat dit nadeel evenmin ter adstructie van de spoedeisendheid kan worden aangevoerd, nu de spoedeisendheid in hoofde van verzoeker moet bestaan. Gevolgen voor derden, zoals te dezen in hoofde van “potentiële klanten”, kunnen de spoedeisendheid bijgevolg niet aantonen, nu zulks immers niet aantoont dat verzoeker door dit vermeende nadeel, zich persoonlijk in een toestand bevindt “met onherroepelijke schadelijke gevolgen”. XIV-39.434- 6/7 Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker niet overtuigt dat de aangevoerde nadelen veroorzaakt door de bestreden beslissing van die aard zijn dat het inhoudt dat hij daardoor niet de procedure ten gronde kan afwachten. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. 2.Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op 1 juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, wnd. kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Chantal Bamps. XIV-39.434- 7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.351 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div