← België

Arrest 260358 - Dierenwelzijn - 02/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.358 Rolnummer: A. 232465/VII-40979 Zaak: Arrest 260358 - Dierenwelzijn - 02/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-08 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-11 03:17 Fiche Arrest nr 260.358 van 2 juli 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.358 van 2 juli 2024 in de zaak A. 232.465/VII-40.979 In zake: J.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Vereecke kantoor houdend te 9000 Gent Gebroeders De Smetstraat 80 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 december 2020, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van 9 oktober 2020 met het dossiernummer G-20-3538 waarbij met toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ twee honden definitief in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.979-1/5 Eerste auditeur Melissa Celis heeft op 21 november 2023 een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna : algemeen procedurereglement). Bij arrest nr. 258.730 van 8 februari 2024 werd het debat heropend en werd de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging. Eerste auditeur Melissa Celis heeft op 1 maart 2024 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 19 april 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het algemeen procedurereglement. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni
  3. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Els Vereecke, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Joy Moens, die loco advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.979-2/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Beoordeling
  4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de RvS-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  5. In het verzoek om te worden gehoord zet verzoeker uiteen dat noch hijzelf, noch zijn advocaat, een aangetekend schrijven hebben ontvangen waarmee het auditoraatsverslag werd betekend. De termijn om het verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, zou bijgevolg niet zijn ingegaan. Vervolgens wijst verzoeker erop dat hij noch bij aangetekende zending, noch via een elektronisch bericht, in kennis werd gesteld van de gevolgen van het niet-indienen van een verzoek tot voortzetting. Ten slotte voert verzoeker aan dat zijn voornemen om de procedure voort te zetten afdoende blijkt uit de omstandigheid dat hij een memorie van wederantwoord heeft ingediend, alsook uit zijn aanwezigheid op de zitting van 1 februari
  6. Verzoeker heeft beroep gedaan op de elektronische procesvoering. De betekening van het auditoraatsverslag aan verzoeker gebeurt VII-40.979-3/5 dan ook via neerlegging in het elektronisch dossier en niet via aangetekende zending (artikel 85bis, §1, tweede lid, en § 13, van het algemeen procedurereglement).
  7. Uit het dossier van de rechtspleging blijkt dat het auditoraatsverslag op 7 maart 2024 in het elektronisch dossier werd neergelegd, en dat verzoeker hiervan kennis heeft genomen op 13 maart
  8. Bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag heeft de hoofdgriffier, overeenkomstig artikel 14sexies van het algemeen procedurereglement, melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de RvS-wet. Verzoeker werd dan ook wel degelijk in kennis gesteld van de gevolgen van het niet tijdig indienen van een verzoek tot voortzetting van de procedure.
  9. Noch de omstandigheid dat een memorie van wederantwoord werd ingediend, noch de aanwezigheid van verzoeker op de zitting waarop het beroep van verzoeker in het kader van de kortedebattenprocedure werd behandeld, kan worden gelijkgesteld met het verzoek tot voortzetting van de procedure in de zin van artikel 21, zevende lid, van de RvS-wet.
  10. Het vermoeden van afstand van geding is hier dan ook van toepassing. BESLISSING
  11. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  12. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.979-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-40.979-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.358 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.730 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.