← België

Arrest 260362 - Dierenwelzijn - 02/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.362 Rolnummer: A. 241882/VII-42511 Zaak: Arrest 260362 - Dierenwelzijn - 02/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-11 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-11 03:18 Fiche Arrest nr 260.362 van 2 juli 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.362 no lien 277985 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.362 van 2 juli 2024 in de zaak A. 241.882/VII-42.511 In zake : G.K. woonplaats kiezend te België tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 7 mei 2024, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van 13 maart 2024 waarbij een hond van verzoekster in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend asiel waar hij verblijft. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni
  3. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die verschijnt in persoon, is gehoord. VII-42.511-1/7 Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Feiten 3.
  4. Bij een controle op 1 februari 2024 in een woning die bewoond wordt door de heer M. worden verschillende dieren in beslag genomen, waaronder een hond van verzoekster. 3.
  5. Op 20 februari 2024 wordt verzoekster verhoord. 3.
  6. Met het bestreden besluit wordt de hond van verzoekster in volle eigendom overgedragen aan het asiel waar de hond verblijft. De beslissing steunt op volgende motieven : “De vaststellingen en foto’s d.d. 1/2/2024 geacteerd in PV […] - Betrokkene [M.] woont in een woning dewelke hij al jaren kraakt; […] - Het terras, tuin en kennel liggen vol met rommel, afval en vuil; - Ondanks de open lucht, komt een indringende geur van urine en uitwerpselen tegemoet; - In de kennel zitten 2 honden tussen de rommel, afval en vuiligheid; - Beide honden vertonen angstig gedrag; […] - Via de kennel is er toegang tot een bijgebouw waar kapotte matrassen op de grond liggen en vuile met urine doorweekte dekens; - De geur in de kennel en bijgebouw is zeer intens ; […] - Gezien de omstandigheden worden de dieren in beslag genomen […] VII-42.511-2/7 Wat erop wijst dat de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. De historiek : [Verzoekster] heeft in het verleden reeds meerdere malen honden achtergelaten bij [M.] terwijl ze weet dat de huisvesting en verzorging niet in orde is; Het verhoor van [verzoekster] op 20/2/2024 waarin zij onderstaande verklaart: - Ze heeft de hond geadopteerd […] in 2021 ; - Ze wilde al een klacht indienen tegen [M.] omdat hij zijn dieren mishandelt […] - Haar financiële situatie is verbeterd, alleen haar gezondheid is niet in orde ; - Ze heeft 3 maanden geleden een schouderprothese gehad en daarom had ze aan [M.] gevraagd om de hond bij te houden; - De laatste tijd ging ze haar hond halen bij [M.] om te wandelen en dat ging goed; - Ze heeft de situatie gezien waarin de honden zich bevonden; ze heeft vaak gevraagd of hij de honden eten gegeven had; telkens was hij het vergeten en dan was het meermaals van de dag of 2 dagen voordien geleden ; - Ze mocht de hond niet mee naar huis nemen; - Ze heeft er niet aan gedacht om de hond mee te nemen als ze er mee ging wandelen; - Haar financiële situatie was beter, maar ze heeft er niet aan gedacht om haar hond naar een pension te brengen; nochtans wist ze hoe haar hond daar zou gehouden worden en dat hij geen eten kreeg; - Haar hond is wel zindelijk, maar [M.] liet de honden altijd alleen en dan moesten ze hun behoeften doen in de kennel; ze heeft hem gezegd dat de kennel niet proper was en dat het er stonk; - Ze doet geen afstand van de hond; ze gaat hem bij haar houden en als er iets voorvalt naar een pension brengen; Betrokkene heeft haar hond vrijwillig achtergelaten bij [M.] terwijl ze wist dat hij daar niet goed gehuisvest en verzorgd zou worden; Betrokkene wist dat [M.] zijn eigen hond mishandelt en toch nam ze het risico om haar eigen hond bij hem achter te laten; Betrokkene heeft zelf vastgesteld dat haar hond bij [M.] niet goed verzorgd en gehuisvest werd en toch heeft ze niets ondernomen om haar hond daar weg te halen; […] Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de hond in de toekomst gewaarborgd zal worden, waardoor een teruggave onverantwoord is; De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; VII-42.511-3/7 De hond heeft geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften.” IV. Onderzoek van het middel tot nietigverklaring
  7. Het verzoekschrift tot nietigverklaring zet onder de titel “uiteenzetting middelen” het volgende uiteen : “
  8. Spijt [Verzoekster] heeft veel spijt van haar beslissing om [de hond] bij dhr. [M.] achter te laten. Kon ze de tijd terugdraaien, had ze dit al lang gedaan. Toch heeft ze dit gedaan uit paniek. Ze zag geen andere uitweg dan [de hond] daar achter te laten. Hoewel haar financiële situatie met behulp van het OCMW […] terug op orde is, blijft een hondenpension een zeer kostelijk gebeuren. Bovendien is de omgeving bij dhr. [M.] vertrouwd voor [de hond]. Dhr. [M.] had ook beloofd goed voor de hond te zorgen. Het vertrouwen van [verzoekster] werd aldus zwaar geschonden. Echter liet haar medische situatie niet toe om de hond eerder weg te halen bij dhr. [M.]. [Verzoekster] geeft toe een inschattingsfout gemaakt te hebben en heeft enorm veel spijt hiervan. [De hond] zal nooit meer naar dhr. [M.] gaan en zal vanaf heden, indien er een teruggave kan komen, altijd bij [verzoekster] blijven. Met dhr. [M.] heeft [verzoekster] alle contact verbroken.
  9. Dierenvriend Als kankerpatiënt hebben de huisdieren voor [verzoekster] altijd enorm veel steun geboden. Er werd altijd goed gezorgd voor de huisdieren. Getuige hiervan een aantal verslagen van de dierenarts […] en naaste omgeving […].
  10. Opvolging OCMW – Kiné – medische situatie [Verzoekster] is gedurende jaren cliënte bij het OCMW […]. Via budgetbeheer werden de schulden van [verzoekster] afgelost en is haar financiële situatie er sterk op verbeterd. Verder biedt het OCMW […] ondersteuning in haar administratie en worden er af en toe huisbezoeken gedaan. Bovendien geniet [verzoekster] ook poetshulp van de gemeente uit, hetgeen een extra garantie biedt voor de hygiëne. [Verzoekster] gaat dagelijks wandelen en fietsen om haar gezondheid op [peil] te houden. Ze gaat ook regelmatig zwemmen en volgt kiné.
  11. [De hond] Voor [de hond] zelf is dit alles zeer traumatisch. Het is een heel hechte hond, die een vertrouwde omgeving zeer belangrijk vindt. Haar plaats is thuis, bij [verzoekster]. [De hond] verdedigt [verzoekster] wanneer mensen die het slecht voor hebben met haar in haar buurt komen. Er is sprake van een heel hechte band tussen [verzoekster] en [de hond]. Op het moment van de adoptie was er meteen een klik tijdens de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.362 VII-42.511-4/7 proefperiode. [Verzoekster] hield ook [de adoptiedienst op de hoogte] van hoe het met [de hond] ging.
  12. Tweede kans [Verzoekster] vraagt aldus een tweede kans te kunnen krijgen en erkent dat ze een fout gemaakt heeft, waar ze veel spijt van heeft. Elk contact met dhr. [M.] werd verbroken. [Verzoekster] zal nooit meer [de hond] wegbrengen, behoudens omwille van overmacht naar een hondenpension. De opvolging via het OCMW […] biedt veel ondersteuning voor [verzoekster]. [De hond] biedt voor [verzoekster] heel veel steun in haar zwaar medische situatie. [De hond] zal dan ook alle zorg krijgen die hij verdient. De naaste omgeving van [verzoekster] en de dierenarts getuigen bovendien dat [verzoekster] alle goede zorgen voor [de hond] zal bieden.
  13. Disproportioneel [Verzoekster] meent dat de beslissing van departement dierenwelzijn om [de hond] in volle eigendom aan het asiel te geven en een teruggave te weigeren, niet in verhouding staat met de inschattingsfout die zij gemaakt heeft om de hond tijdelijk bij dhr. [M.] te laten in het kader van haar revalidatie.”
  14. Artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat het verzoekschrift “een uiteenzetting van de middelen” moet bevatten. Onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan een voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden handeling wordt geschonden. De verplichting om minstens één “middel” uiteen te zetten is een essentiële vereiste omdat zij de Raad van State toelaat de gegrondheid van de grieven te onderzoeken in het kader van de opdracht die hem gegeven wordt door artikel 14, § 1, van de RvS-wet om uitspraak te doen over de beroepen tot nietigverklaring van bestuurshandelingen wegens overtreding van vormvereisten, wegens machtsoverschrijding of wegens machtsafwending.
  15. In de punten 1 tot en met 5 van haar “uiteenzetting middelen” duidt verzoekster geen rechtsregels of vormvereisten aan die zouden zijn overtreden. Verzoekster vraagt hierin in wezen een hervorming van de bestreden beslissing vanuit de verkeerde veronderstelling dat de Raad van State in tweede bestuurlijke aanleg de opportuniteit zou kunnen beoordelen van de bestemming die aan het in beslag genomen dier dient gegeven te worden. VII-42.511-5/7 In zoverre verzoekster onder “
  16. Disproportioneel” aanvoert dat de geringe ernst van haar tekortkoming niet in verhouding staat tot de getroffen maatregel, kan hieruit wel worden begrepen dat verzoekster de schending aanvoert van het proportionaliteitsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur.
  17. Het proportionaliteitsbeginsel vereist dat de relatieve ernst van de vastgestelde feiten niet kennelijk onevenredig is met de relatieve ernst van de maatregel die op grond van die feiten wordt getroffen. Er zal maar een dergelijke kennelijke onevenredigheid bestaan wanneer geen enkel redelijk handelend bestuur dezelfde maatregel zou hebben getroffen in het licht van de vastgestelde feiten.
  18. Verzoekster betwist niet de feitelijke vaststellingen van het bestreden besluit dat zij haar hond heeft achtergelaten bij de heer M. waarvan zij wist dat hij zijn eigen hond mishandelt, en ook vervolgens niets heeft ondernomen om het dier daar weg te halen hoewel zij kon vaststellen dat de heer M. haar hond niet naar behoren verzorgde. In het licht van deze feitelijke gegevens kon een redelijk handelend bestuur oordelen dat het welzijn van de hond onvoldoende gewaarborgd zou worden in geval van teruggave van het dier aan verzoekster. De verwerende partij handelde aldus niet kennelijk onredelijk bij het nemen van de beslissing om de hond in volle eigendom over te dragen aan het asiel waar hij verbleef. Het proportionaliteitsbeginsel is niet geschonden.
  19. Het enig middel is ongegrond. V. Kort debat
  20. In deze zaak volstond een kort debat. De zaak wordt op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief beslecht. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep. VII-42.511-6/7
  22. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.511-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.362 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.