id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.391 Rolnummer: A. 241778/VII-42493 Zaak: Arrest 260391 - Kansspelen - 04/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-17 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-06-11 03:19 Fiche Arrest nr 260.391 van 4 juli 2024 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.391 van 4 juli 2024 in de zaak A. 241.778/VII-42.493 In zake: de NV BETCENTER GROUP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 april 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 26 februari 2024 om geen convenant af te sluiten met de nv Betcenter Group voor het exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Anneessensstraat 31 te Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 28 mei 2024 een verslag opgesteld. VII-42.493-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Thomas Beelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV (wedkantoor), aan de Anneessensstraat 31 te Antwerpen. Zij beschikt daartoe over een kansspelvergunning F2, geldig tot 3 maart
- 3.
- In het kader van de hernieuwing van de voornoemde kansspelvergunning richt de verzoekende partij op 15 maart 2023 een aanvraag aan de stad Antwerpen tot het verkrijgen van een convenant in de zin van artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’. 3.
- Op 26 februari 2024 beslist de gemeenteraad van de stad Antwerpen om geen convenant af te sluiten. Dit is de thans bestreden beslissing. VII-42.493-2/7 IV. Onderzoek van de vordering
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
- Wat het spoedeisend karakter van de vordering betreft, wijst de verzoekende partij erop dat zij sinds de invoering van de convenantverplichting reeds tal van wedkantoren heeft moeten sluiten als gevolg van weigeringsbeslissingen van lokale besturen en dat deze sluitingen een enorm zware impact hebben op haar organisatie en personeel. De sluiting van het wedkantoor in kwestie heeft tot gevolg dat alle inkomsten, geraamd op een gemiddeld maandbedrag van 140.325,24 euro aan “hold” (d.i. de brutomarge op de organisatie van de kansspelen), wegvallen. In dit verband benadrukt de verzoekende partij dat zij in 2024 als gevolg van de gedwongen sluiting van meerdere wedkantoren “niet minder dan 25% [verliest] van de ‘hold’” en “een zeer zware vermindering van de omzet” zal hebben. Volgens de verzoekende partij zullen haar activiteiten door al die omstandigheden in 2024 verlieslatend zijn. Voorts benadrukt zij dat de diverse vaste kosten van het wedkantoor verder door haar gedragen zullen moeten worden, met name de huur van het pand, de personeelskosten, de kosten verbonden aan de uitbating, de energiekosten en de kosten van alle leveranciers. Deze vaste kosten worden door de verzoekende partij geraamd op 34.201,68 euro per maand. VII-42.493-3/7 De verzoekende partij stelt vast dat ze tijdens het afgelopen jaar reeds vijf wedkantoren in de regio Antwerpen heeft moeten sluiten, met alle onherroepelijke schadelijke gevolgen van dien. Door de stopzetting van deze wedkantoren zal zij haar bestaand cliënteel definitief verliezen aan concurrenten die in deze regio gevestigd zijn en die wel een convenant met het lokaal bestuur hebben kunnen afsluiten, aan online operatoren en/of aan de illegale goksector. Tot slot wijst de verzoekende partij nog op de imagoschade die ze heeft opgelopen door de sluiting van het wedkantoor. Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. VII-42.493-4/7 De Raad van State mag alleen rekening houden met hetgeen in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. Hij mag geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting door de verzoekende partij bijkomend nog wordt bijgebracht. De verwerende partij kan immers daarop niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.
- Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteit moet worden stopgezet, waardoor zij op een faillissement afstevent, of dat het voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van het bedrijf door de bestreden beslissing ernstig in gevaar wordt gebracht. Samen met de verwerende partij wordt vastgesteld dat de verzoekende partij nog steeds beschikt over meer dan 60 vestigingseenheden. Uit de door de Kansspelcommissie bijgehouden lijsten van verleende kansspelvergunningen, die kunnen worden geraadpleegd op haar website (www.gamingcommission.be), blijkt bovendien dat de verzoekende partij actueel nog over 40 actieve F2-vergunningen beschikt voor de exploitatie van wedkantoren, waarvan 8 in Brussel, 3 in Antwerpen, 2 in Vlaams-Brabant, 10 in Luik, 8 in Limburg, 4 in Henegouwen, 2 in Oost-Vlaanderen en 3 in West-Vlaanderen. Het ligt dan ook voor de hand dat de verzoekende partij, ondanks het verlies van de mogelijkheid om 17 wedkantoren verder te exploiteren, nog steeds aangemerkt moet worden als een belangrijke operator van (sport)weddenschappen op het Belgische grondgebied. De uiteenzetting in het verzoekschrift wordt niet gestaafd met stukken die aantonen of minstens aannemelijk maken dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de financiële toestand van de verzoekende partij in die mate aan het wankelen wordt gebracht dat een faillissement op korte termijn onafwendbaar is. VII-42.493-5/7 In redelijkheid mag ook aangenomen worden dat een marktspeler van een dergelijke omvang over voldoende financiële reserves beschikt om het verlies van inkomsten als gevolg van de sluiting van enkele lokale wedkantoren en de last van bepaalde vaste kosten en afschrijvingen, tijdelijk te ondervangen gedurende de normale doorlooptijd van een annulatieprocedure. Overigens worden in het verzoekschrift geen gegevens verstrekt over de financiële reserves waarover de verzoekende partij kan beschikken, zodat zij op dit punt niet heeft voldaan aan de stelplicht.
- Omtrent het beweerd verlies van cliënteel kan in de eerste plaats herhaald worden dat in dit geval niet valt in te zien hoe het wegvallen van een gedeelte van het bestaande cliënteel, zelfs in een bepaalde regio, de economische leefbaarheid van de verzoekende partij fundamenteel zou kunnen ontwrichten. Bovendien overtuigt zij niet dat er in de kansspelsector sprake zou zijn van een “onomkeerbaar” effect, zelfs bij de tijdelijke sluiting van één of meerdere van haar wedkantoren in één en dezelfde regio. In dit verband kan ook niet om de vaststelling heen dat de verzoekende partij nog steeds over de vereiste vergunningen beschikt om 3 wedkantoren op het grondgebied van de stad Antwerpen te exploiteren. In zoverre uitdrukkelijk wordt gewezen op het online aanbod van sportweddenschappen, maakt zij nog minder aannemelijk dat haar cliënteel definitief naar een concurrent zal overstappen aangezien zijzelf via het internet gelijkaardige weddenschappen aanbiedt. Voor de bewering dat haar cliënteel massaal toevlucht zal zoeken in het illegale aanbod van kansspelen, wordt geen enkel bewijs bijgebracht.
- Zij maakt tot slot niet aannemelijk dat de beweerde imagoschade, voortkomend uit de (tijdelijke) sluiting van het wedkantoor, van die aard is dat de bestreden beslissing, in afwachting van een uitspraak over het annulatieberoep, haar in een schadelijke toestand brengt die onmogelijk te verdragen valt. Bovendien kan de reputatie van de verzoekende partij steeds gezuiverd worden door een gebeurlijk annulatiearrest. VII-42.493-6/7
- De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.493-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.391 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.264 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.