← België

Arrest 260393 - Milieuvergunningen - 04/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.393 Rolnummer: A. 241018/VII-42366 Zaak: Arrest 260393 - Milieuvergunningen - 04/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-11 03:19 Fiche Arrest nr 260.393 van 4 juli 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.393 van 4 juli 2024 in de zaak A. 241.018/VII-42.366 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Lambert kantoor houdend te 9620 Zottegem Meersstraat 64 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV VAN ISRAËL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de stilzwijgende afwijzende beslissing van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme die na het arrest van de Raad van State met nr. 256.116 […] van 23 maart 2023, waarbij het besluit van de minister van 28 mei 2021 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de VII-42.366-1/5 beslissing van de toezichthouder van de stad Geraardsbergen van 16 maart 2021 houdende afwijzing van het verzoek tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel aan de nv Van Israël, ongegrond wordt verklaard, vernietigd werd, en die na te zijn aangemaand om een beslissing te nemen, geen nieuwe beslissing heeft genomen.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Auditeur Benny De Sutter heeft op 8 februari 2024 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft een verzoekschrift tot toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ingediend. De nv Van Israël heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 16 mei 2024 een geschreven advies opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Lambert, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Luna Ghekiere, die loco advocaat Bart De Becker, verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-42.366-2/5 Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Tussenkomst
  5. De nv Van Israël blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat het beroep wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek worden ingewilligd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  6. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak worden gebracht door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang. De verzoekende partij moet doen blijken van het rechtens vereiste, rechtstreeks, persoonlijk, zeker en actueel belang bij de gevraagde vernietiging. Het belang moet bestaan op het ogenblik dat het beroep wordt ingesteld en moet blijven bestaan tot aan de definitieve uitspraak. Dit belang kan weliswaar in de loop van het geding evolueren, maar de verzoekende partij moet aannemelijk maken dat de vernietiging in de gewijzigde omstandigheden haar nog een concreet voordeel oplevert. Dit voordeel moet in principe meer zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing.
  7. Op 30 januari 2024 heeft de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme een uitdrukkelijke beslissing VII-42.366-3/5 genomen over het bestuurlijk beroep dat de verzoekende partij heeft ingesteld tegen de beslissing van de toezichthouder van de stad Geraardsbergen van 16 maart
  8. Het bestuurlijk beroep wordt gegrond verklaard en de gemeentelijke toezichthouder wordt bevolen “conform artikel 67 van het Milieuhandhavingsbesluit aan het verzoek gevolg [te] geven door het opleggen van een bestuurlijke maatregel”. Met het ministerieel besluit van 30 januari 2024 heeft de verzoekende partij uiteindelijk verkregen wat zij met het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van de toezichthouder van de stad Geraardsbergen van 16 maart 2021 heeft nagestreefd, met name dat de minister als beroepsinstantie zou aannemen dat er wel degelijk sprake is van een milieumisdrijf en dat de gemeentelijke toezichthouder ertoe wordt aangezet om op grond van die vaststelling een bestuurlijke maatregel aan de tussenkomende partij op te leggen. De nietigverklaring van de bestreden stilzwijgende afwijzing van het bestuurlijk beroep tegen de in eerste aanleg genomen beslissing van 16 maart 2021, kan de verzoekende partij geen bijkomend voordeel meer verschaffen.
  9. Het beroep is niet ontvankelijk. V. Handhaving van de gevolgen
  10. Het verzoek van de verwerende partij tot handhaving van de gevolgen met toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is hoe dan ook zonder voorwerp, aangezien in deze zaak geen nietigverklaring wordt uitgesproken. VI. Kosten
  11. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. VII-42.366-4/5 BESLISSING
  12. Het verzoek van de nv Van Israël tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.366-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.393 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.