← België

Arrest 260394 - Milieuvergunningen - 04/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.394 Rolnummer: A. 240611/VII-42280 Zaak: Arrest 260394 - Milieuvergunningen - 04/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-06-18 03:57 Fiche Arrest nr 260.394 van 4 juli 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.394 van 4 juli 2024 in de zaak A. 240.611/VII-42.280 In zake: de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de stilzwijgende afwijzende beslissing van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme die na de vernietiging van de beslissing van de afdeling Handhaving van 1 oktober 2020 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de stilzwijgend afwijzende beslissing van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen als onontvankelijk werd afgewezen na het verzoek van Milieufront Omer Wattez vzw van 16 januari 2020 bij de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen, waarbij een exploitatieverbod van de polyvalente zaal in het provinciaal domein de Gavers te Geraardsbergen werd nagestreefd op het exploitatieadres Onkerzelestraat 280 te 9500 Onkerzele (Geraardsbergen) […] en die na te zijn aangemaand op 24 mei 2023 geen nieuw besluit heeft genomen”. Met hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij VII-42.280-1/4 tevens een schadevergoeding tot herstel. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 30 januari
  3. Op respectievelijk 26 en 22 april 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. VII-42.280-2/4 De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, met inbegrip van het verzoek om schadevergoeding tot herstel. In dat geval is het aan de schadevergoeding tot herstel verbonden recht niet verschuldigd. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Het onverschuldigde rolrecht met bijdrage ten bedrage van 224 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. VII-42.280-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.280-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.