← België

Arrest 260423 - Polders en Wateringen - 11/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.423 Rolnummer: A. 242326/X-18719 Zaak: Arrest 260423 - Polders en Wateringen - 11/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-05 13:45 Fiche Arrest nr 260.423 van 11 juli 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 260.423 van 11 juli 2024 in de zaak A. 242.326/X-18.719 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Messiaen kantoor houdend te 9051 Gent Kortrijksesteenweg 1084/401 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Kirsch kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55/10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de ISABELLAPOLDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Boullart kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 1 juli 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van 20 juni 2024 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen tot de afzetting van [D.V.] uit zijn functie als ontvanger-griffier van de Isabellapolder”. X-18.719-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 5 juli 2024 heeft de Isabellapolder gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juli 2024, om 10 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Ibe Delbeke, die loco advocaat Sven Boullart verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Middels de bestreden beslissing sluit de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen zich aan bij een advies van 25 april 2024 van de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen. Met dat advies gaf de deputatie zelf gevolg aan een voorstel van de algemene vergadering van de Isabellapolder van 28 november
  5. X-18.719-2/5 De belangen van de Isabellapolder zijn dus bij de voorliggende zaak betrokken. Er is reden haar verzoek tot tussenkomst in te willigen.
  6. Overeenkomstig artikel 71, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ moet, in het geval van een vordering tot schorsing volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid, het bewijs van de betaling van het rolrecht en de bijdrage bedoeld in artikel 66, 6°, “op de terechtzitting overgelegd” worden. Wordt dat bewijs niet vóór de sluiting van het debat geleverd, dan “wordt de vordering verworpen”. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ schrijft voor dat alle partijen op de terechtzitting moeten verschijnen of vertegenwoordigd zijn. Is de eiser niet aanwezig en niet vertegenwoordigd, dan “wordt de vordering tot toekenning van de schorsing […] afgewezen”.
  7. In de voorliggende zaak is geen bewijs van de betaling van het rolrecht en de bijdrage overgelegd, en al helemaal niet op de terechtzitting van 9 juli 2024, om 10 uur, waarop verzoeker immers noch aanwezig, noch vertegenwoordigd was.
  8. In een bericht van later op die dag deelt verzoeker mee dat hij zijn verzoekschrift “voor zover al mogelijk” intrekt en het “zo dadelijk” opnieuw neerlegt.
  9. Verzoeker vraagt niet het debat te heropenen, laat staan nog dat hij ter verantwoording overmacht aanvoert. Hij volstaat ermee te signaleren dat de kennisgeving van de vaststelling van de zaak voor de behandeling ter terechtzitting “niet werd gezien” en dat er door de Raad van State niet is gebeld toen werd vastgesteld dat hij niet verscheen of vertegenwoordigd was. X-18.719-3/5
  10. Dat verzoeker de beschikking vaststelling niet heeft gezien, is in strijd met de waarheid. De beschikking is hem ter kennis gebracht met een e-mail van 2 juli 2024, waarna er door hem op 5 juli 2024 van is “[k]ennisgenomen op het platform” (verklaring van ontvangst ondertekend om 12:28:19). Onterecht ook suggereert verzoeker dat de Raad van State hem moest hebben opgebeld zodat hij te elfder ure zijn verzuim om spontaan het nodige te doen, kon verhelpen. Van een onpartijdige Raad van State mag niet worden verwacht dat hij een in gebreke blijvende partij te hulp schiet tegen de belangen van de andere partijen in. BESLISSING
  11. Het verzoek van de Isabellapolder tot tussenkomst in de procedure wordt toegelaten.
  12. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  13. Verzoeker wordt verwezen in de betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. X-18.719-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Johan Lust X-18.719-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.423 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.