← België

Arrest 260424 - Andere contracten - 11/07/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.424 Rolnummer: A. 242207/XIV-39605 Zaak: Arrest 260424 - Andere contracten - 11/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-05 13:31 Fiche Arrest nr 260.424 van 11 juli 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Andere contracten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 260.424 van 11 juli 2024 in de zaak A. 242.207/XII-9509 In zake:

  1. I.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de BV DC BUSINESSEVENTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Simaey kantoor houdend te 8211 Aartrijke Brugsestraat 48 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BLANKENBERGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Emma Van Eenoo kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 19 juni 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de “[b]eslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge van 31 mei 2024 om de ‘Concessie exploitatie en organisatie van 9 avondmarkten’ te gunnen aan [J.M.]”. XII-9509-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juli
  5. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de eerste verzoekende partij, en die loco advocaat Karel Simaey verschijnt voor de tweede verzoekende partij, en advocaat Neil Braeckevelt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verwerende partij schrijft een openbare aanbesteding uit voor de gunning van een concessie voor de exploitatie en organisatie van negen avondmarkten. De waarde van de concessie wordt geraamd op 40.000 euro, btw niet inbegrepen. Het verloop van de procedure tot gunning van deze concessie wordt geregeld in een lastenboek. 3.
  8. Er worden drie offertes ingediend. XII-9509-2/8 3.
  9. De offertes worden beoordeeld aan de hand van het lastenboek en vervolgens als volgt gerangschikt: - J.M. 137/160 punten; - I.D. 131/160 punten; - BV DC Businessevents 105/160 punten. 3.
  10. Vervolgens beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Blankenberge op 31 mei 2024 om de concessie te gunnen aan J.M. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  11. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om uitspraak te doen over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie omtrent het ontbreken van het in rechte vereiste belang. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
  12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. XII-9509-3/8 Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de verzoekende partijen
  13. Met betrekking tot de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid, zetten de verzoekende partijen in het verzoekschrift het volgende uiteen: “[Enkel] middels een spoedprocedure bij UDN kan vermeden worden dat de concessieovereenkomst gesloten wordt. De betrachting om de concessie zelf te kunnen uitvoeren volstaat voor een vordering bij UDN. Er wordt slechts in ondergeschikte orde verder ‘geconcludeerd’, dit is in de hypothese dat de overeenkomst toch reeds gesloten zou zijn. Enkel middels een schorsingsprocedure bij UDN maken verzoekers kans op nuttige uitvoering van de concessie. Verweerster heeft nu voor de tweede maal de concessie toevertrouwd aan belanghebbende partij en, zoals verder zal blijken, al evenzeer flagrant onwettig als de eerste gunningsprocedure. De eerste, onwettige concessie liep van 1 januari 2022 tot mei
  14. Deze procedure werd stopgezet na het voor verweerster ongunstig auditoraatsverslag. Dat bewijst dat verweerster ondanks alles gevoelig is voor wettigheidskritiek. De tweede, evenzeer onwettige concessie loopt voor een relatief korte termijn van 1 juni 2024-31 december
  15. Bij een gewone vernietigingsprocedure en zelfs bij een gewone schorsingsprocedure dreigt het vernietigingsarrest van uw Raad niet voluit effect te hebben, in die zin dat een van de verzoekers zelf een deel van de concessietermijn zou kunnen uitvoeren. In dit [verband] wordt opgemerkt dat de helft van de oorspronkelijke concessietermijn verstreken is. Eerste verzoeker wijst er daarbij op dat hij geboren is op 13 maart 1952… Deze concessie zou hij nog graag afwerken om zijn carrière in schoonheid te kunnen eindigen! Verweerster mag niet beloond worden door onwettige na onwettige gunningsprocedure te voeren. Enkel middels een schorsingsprocedure maakt eerste verzoeker kans op eerherstel. Hoger werd toegelicht dat eerste verzoeker de concessiehouder van de avondmarkten in Blankenberge was vooraleer haar plaats, op flagrant onwettige wijze, werd ingenomen door belanghebbende partij. Onnodig om te zeggen dat zulks gepaard gaat met een aanzienlijk reputatieverlies. Dit wordt wellicht niet goedgemaakt door de eerste vernietigingsprocedure, nu verweerster de concessie heeft beëindigd nog vooraleer uw Raad zich kan uitspreken middels een vernietigingsarrest dat XII-9509-4/8 gepubliceerd wordt op haar website. Opnieuw dreigt een intrekking of stopzetting van de concessie, hetgeen dan betekent dat niemand in de buitenwereld – bv. de marktkramers met wie eerste verzoeker samenwerkte - kennis heeft van het feit dat de concessie ten onrechte is toegekend aan belanghebbende partij.” Beoordeling
  16. Vooreerst wordt opgemerkt dat de partijen niet betwisten dat artikel 15 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet) niet van toepassing is op voorliggende vordering.
  17. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat een verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aannemelijk maakt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen. XII-9509-5/8 Opdat aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan is, moeten feitelijke gegevens bijgebracht worden die eigen zijn aan de voorliggende zaak en die aantonen dat de uiterst dringende noodzakelijkheid eraan inherent is. Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, is daartoe vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om haar beslissing te verkrijgen, “op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (Parl.St. Senaat 2012-2013, 5-2277/1, 13).
  18. In zoverre wordt aangevoerd dat de vordering erop gericht is te verhinderen dat de concessieovereenkomst zou worden gesloten, wordt vastgesteld dat deze overeenkomst inmiddels onherroepelijk tot stand is gekomen. De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan in elk geval niet de schorsing meebrengen van de voormelde overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen. Bijgevolg kan het nadeel waardoor de verzoekende partijen stellen te worden bedreigd, namelijk het verlies van de mogelijkheid om de concessie zelf uit te voeren, niet worden geweerd door een schorsingsarrest van de Raad van State, aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst verhindert dat zij een nieuwe kans zouden krijgen om de betrokken concessie zelf uit te voeren.
  19. Aangezien de verwerende partij hoe dan ook geen verbod in acht moest nemen om de concessie te sluiten zolang de Raad van State geen uitspraak had gedaan over voorliggende vordering tot schorsing, zoals wordt opgelegd door artikel 11 van de in casu niet toepasselijke rechtsbeschermingswet, doet het voor het overige niet ter zake dat de handelwijze van de verwerende partij zou getuigen van een gebrek aan fair play of zelfs van kwaadwilligheid. XII-9509-6/8
  20. De bedenking dat de normale doorlooptijd van een annulatieprocedure of zelfs van een gewone schorsingsprocedure slechts toelaat een arrest te verkrijgen op een ogenblik dat de concessie reeds gedeeltelijk werd uitgevoerd, doet geen afbreuk aan de eerdere vaststelling dat het niet aan de Raad van State toekomt om het concessiecontract te schorsen. Hetzelfde geldt voor de ter terechtzitting geuite vrees dat het geschil mogelijkerwijze niet met een arrest ten gronde zal kunnen beslecht worden omdat de verwerende partij op enig ogenblik in de toekomst zal overgaan tot de intrekking van de bestreden beslissing.
  21. Een moreel nadeel kan in beginsel goedgemaakt worden door de morele genoegdoening die een vernietigingsarrest verschaft, tenzij de verzoekende partij aantoont dat er bijzondere omstandigheden zijn die de Raad van State ertoe zou aanzetten anders te oordelen. In dit geval kan niet worden ingezien dat het mislopen van de kans om op bepaalde delen van het openbaar domein een concessie uit te voeren om reden dat de ingediende offerte niet als beste werd gerangschikt, de eer en de reputatie van eerste verzoeker dermate heeft aangetast dat de grond van de zaak bij spoedeisendheid moet worden behandeld.
  22. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VI. Kosten
  23. Het is passend, gelet op het enig verzoekschrift en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. XII-9509-7/8 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Peter Sourbron XII-9509-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.424 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.