id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.432 Rolnummer: A. 242287/XII-9528 Zaak: Arrest 260432 - Overheidsopdrachten - 15/07/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-15 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-11 03:25 Fiche Arrest nr 260.432 van 15 juli 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 260.432 van 15 juli 2024 in de zaak A. 242.287/XII-9528 In zake: de NV TRAFIROAD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Lemmens en Ellen Gerits kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A/1 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door Advocaat Sophie Bleux kantoor houdend te 1000 Brussel Regentschapsstraat 58, bus 8 tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens, Matthias Stinissen en Tatyana Lebedeva kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 25 juni 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van verwerende partij van 7 juni 2024 waarbij de overheidsopdracht voor leveringen met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en vervangen van verticale verkeerssignalisatie’ met referte GAC_2024_02976 aan BV HR Groep Streetcare wordt gegund en niet aan [de] verzoekende partij.”. XII-9528-1/23 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juli 2024, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaten Sophie Bleux en Ellen Gerits, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaten Matthias Stinissen en Tatyana Lebedeva , die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Nadat de eerdere overheidsopdracht was afgelopen, beslist het college van burgemeester en schepenen van de Stad Antwerpen op 22 maart 2024 tot (her)aanbesteding van de overheidsopdracht voor het leveren, plaatsen en vervangen van verticale verkeerssignalisatie en verleent zij haar goedkeuring aan de organisatie van een openbare procedure met Europese bekendmaking voor de plaatsing van een ‘Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en vervangen van verticale verkeerssignalisatie’ (hierna: de opdracht), en, de plaatsing van de opdracht aan de hand van het bestek met nummer GAC_2024_02976, (hierna: het bestek), dat eveneens het contractueel kader bevat voor de uitvoering van de voornoemde opdracht. XII-9528-2/23 3.2. De opdracht is onderworpen aan de toepassing van: (
- i)de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), (
- ii)het koninklijk besluit van 18 juni 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit plaatsing 2017), (iii) het koninklijk besluit van 14 januari 2013 ‘tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten’ (hierna: koninklijk besluit van 14 januari 2013) en (
- iv)de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten van werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet). 3.3. Het voorwerp van de opdracht wordt in hoofdstuk I van het bestek omschreven als volgt: “Deze opdracht heeft betrekking op de volgende leveringen, zoals opgenomen in de Common Procurement Vocabulary (CPV): ° 34920000 Wegenuitrusting ° 34922000 Wegmarkeringsuitrusting ° 34942000 Signalisatie-uitrusting ° 34928470 Signaleringsborden ° 34992200 Verkeersborden ° 34992300 Straatnaamborden ° 45é290 Plaatsen van verkeersborden Meer details leest u in de Technische bepalingen. Deze overheidsopdracht beoogt het sluiten van een raamovereenkomst met één deelnemer. De sluiting van deze overeenkomst doet ten aanzien van de opdrachtnemer geen exclusiviteitsrecht ontstaan voor het uitvoeren van opdrachten zoals omschreven in dit bestek.” De technische bepalingen verduidelijken dat de opdracht in hoofdzaak de levering en/ of plaatsing omvat van de in hoofdstuk V van het bestek bepaalde zaken: “Verkeersborden en toebehoren 1) Leveren of leveren en plaatsen van nieuwe signalisatieborden van aluminium, al dan niet afgewerkt met pvc-vrij retroreflecterende folie type 1, 3.1 en 3.2. 2) Leveren van pvc-vrije retro reflecterende folie, type 1, en 3.1 , op rol en/of in vorm gesneden en afgewerkt als verkeersbord. 3) Leveren of leveren en plaatsen van verkeersspiegels op palen. 4) Het leveren van retroreflecterende aluminium latten XII-9528-3/23 5) Het plaatsen van nieuwe signalisatie- of informatieborden van dezelfde categorie, met toebehoren uit voorraad van het stadbestuur. 6) Het leveren of leveren en plaatsen van vlakke en afgeronde (type 250 of DOR) straatnaamborden, straatnamen op opaak wit folie volgens huisstijl van de stad Antwerpen. 7) Het leveren, plaatsen en eventueel vervangen van voorwegwijzers. 8) Het vervangen gedurende de waarborgtermijn van de geleverde producten die niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. 9) Het ter beschikkingstellen van arbeidskrachten om te werken in regie. In de eenheidsprijzen van werkuren is de verplaatsing van en naar Antwerpen in begrepen Steunen en toebehoren 10) Leveren of leveren en plaatsen van gegalvaniseerde en gecoate stalen palen en armaturen voor bevestiging van signalisatiemateriaal. 11) Leveren of leveren en plaatsen van gecoate aluminiumpalen. 12) Leveren of leveren en plaatsen van gecoate stalen muursteunen of galgen en armaturen voor bevestiging van signalisatiemateriaal. 13) Leveren en plaatsen van sokkels voor middelgrote en grote borden. 14) Leveren en plaatsen van vakwerk, inclusief het gieten van de sokkel voor heel grote borden. (…)” 3.4. Over de prijsvaststelling en prijsbestanddelen van de opdracht wordt bepaald dat de opdracht wordt gegund tegen een prijslijst. Inschrijvers dienen hierbij gebruik te maken van de inventaris gevoegd als bijlage aan het bestek. Deze inventaris bevat onder meer een omschrijving van de gevraagde leveringen, de eenheid (“EH”) en de hoeveelheid (“HV”). De hoeveelheden die in de inventaris worden weergegeven, zijn gebaseerd op een inschatting van de te leveren items gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst. Al naargelang de aard van de leveringen worden de eenheden in de inventaris uitgedrukt in meter (m), vierkante meter (m²), kubieke meter (m³) of in aantal stukken (st). De inschrijvers dienen respectievelijk de eenheidsprijzen en globale prijzen op te geven voor de gevraagde leveringen. Op basis daarvan wordt de totaalprijs per levering bepaald. De totaalprijs van alle leveringen, plaatsingen en producten die opgenomen zijn in de inventaris, vormt de basis voor de beoordeling van het prijscriterium. XII-9528-4/23 3.5. De gunning van de opdracht is gebaseerd op de volgende vier gunningscriteria, zoals vermeld in hoofdstuk III.10 van het bestek: Nr. Beschrijving gunningscriterium Gewicht 1 Prijs 60 Voor de beoordeling van dit criterium wordt de regel van drie toegepast op de totaalprijs van de producten die opgenomen zijn in de inventaris. Score = (prijs goedkoopste offerte / prijs gescoorde offerte) * 60 2 Kwaliteit 10 Een team van medewerkers van de stad Antwerpen zal aan de hand van de technische fiche en stalen dit criterium beoordelen rekening houdende met: ➢ Kwaliteit van de poedercoating (de mate waarin het oppervlak vandalisme- en graffitibestendig is ) ➢ Kwaliteit van de algemene afwerking/uitzicht (op basis van de ingediende stalen) Bovenstaande opsomming is niet limitatief en dient niet beschouwd te worden als subgunningscriteria in het kader van de regelgeving overheidsopdrachten. De opsomming wordt enkel meegegeven als leidraad. De volgorde van de opsomming dient evenmin geïnterpreteerd te worden als een volgorde van belangrijkheid die het bestuur hecht aan de verschillende aspecten. 3 Dienstverlening 5 De inschrijver voegt een nota toe waarin hij toelicht welke bijkomende dienstverlening met betrekking tot inventarisatie en locatiebepaling hij kan aanbieden. De aanbestedende overheid hecht bij de beoordeling van dit gunningscriterium onder andere belang aan volgende elementen: • De mate van gedetailleerdheid en accuraatheid; • De mate waarin de bijkomende dienstverlening een efficiënte werking bevordert; • De mate waarin de bijkomende dienstverlening de aanbestedende overheid ontzorgt. Bovenstaande opsomming is niet limitatief en dient niet beschouwd te worden als subgunningscriteria in het kader van de regelgeving overheidsopdrachten. De opsomming wordt enkel meegegeven als leidraad. De volgorde van de opsomming dient evenmin geïnterpreteerd te worden als een volgorde van belangrijkheid die het bestuur hecht aan de verschillende aspecten. XII-9528-5/23 4 Duurzaamheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen en 25 Transport 4.1. Duurzaamheid (op 15 punten) Met dit criterium willen we een beeld krijgen op de duurzaamheid van: • De gebruikte materialen (welke materialen, uit welke hernieuwbare grondstoffen, milieuvriendelijkheid,ecolabels,...); De duurzaamheid van de gebruikte materialen kan aangetoond worden via MKI (Milieukostenindicator)-score en bijbehorende LCA (Levenscyclusanalyse); • Het gebruik van gerecycleerde materialen: opgave van % aan gerecycleerde content (materialen met een hoger % aan gerecycleerde content worden hoger gescoord!); • Het productieproces; • Waar vindt de productie plaats; • Logistieke flow; • CO2 compensaties; • Mogelijkheid tot terugname van afgedankte materialen op het einde van de levensduur met het oog op recyclage/hergebruik (circulariteit). De inschrijver bezorgt een plan van aanpak waarin hij de mogelijkheid beschrijft om de materialen bij einde levensduur terug te nemen met het oog op hergebruik en/of recyclage en op welke wijze het hergebruik of recyclage zal uitgevoerd worden. De maatregelen moeten controleerbaar en concreet gemaakt worden met voorbeelden, concrete data, uit te voeren en/of al gevoerde acties, beleidsverklaringen, kwaliteitscriteria of certificaten en/of labels van de onderneming over duurzaamheid. (Deze opsomming is niet beperkend) 4.2. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) (op 5 punten) Welke milieu-ontlastende maatregelen worden aangewend bij de uitvoering van de opdracht? Beschrijf: • Maatregelen voor energie- en waterverbruik te minderen; • Op welke manier u werk maakt van het afvalbeleid in het bedrijf; • Een veilige en gezonde werkplek, • Milieuzorg- of milieumanagementsystemen (ISO, EMAS, …). Welke sociale maatregelen worden genomen? Hoe maakt de onderneming in deze opdracht werk van: • Een actief diversiteitsbeleid; • Inschakeling van werkzoekenden uit de kansengroepen op de arbeidsmarkt; • Medewerkersbetrokkenheid, • Samenwerking met de sociale economie, … . De maatregelen moeten controleerbaar en concreet gemaakt worden met voorbeelden, concrete data, uit te voeren en/of al gevoerde acties, beleidsverklaringen, kwaliteitscriteria of certificaten en/of labels van de onderneming inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen.(Deze XII-9528-6/23 opsomming is niet beperkend) Deze items worden niet beschouwd als subgunningscriteria. Ze geven enkel een niet-limitatieve indicatie van de aspecten die de aanbestedende overheid als “MVO” beschouwt. De inschrijvers worden beoordeeld op het totaalconcept. 4.3. Transport (op 5 punten) De stad Antwerpen voerde een lage-emissiezone in om, met het oog op de luchtkwaliteit, voertuigen die niet voldoen aan bepaalde milieunormen te weren in de kernstad binnen de ring. De stad Antwerpen streeft naar een vermindering van de CO2 uitstoot afkomstig van het verkeer. De inschrijver maakt een nota op waarin hij aantoont welke inspanningen hij levert om in zijn wagenpark de CO2 uitstoot te verminderen en beschrijft het logistiek plan. De offerte vermeldt het type voertuigen met type brandstof en milieuklasse van de voertuigen (euronorm en ecoscore) die zullen ingezet worden bij de opdracht/leveringen/diensten. Hieruit wordt de milieuvriendelijkheid van het voertuigenpark bepaald. De kandidaat inschrijver vult de tabel transport verplicht in […]. Ter staving worden de conformiteitsattesten en inschrijvingsbewijzen bijgevoegd. Het is ook belangrijk aan te geven of de chauffeurs een ecodriving opleiding kregen (opleidingsattesten bijvoegen). Transport wordt beoordeeld op basis van alle gegevens uit de tabel transport en ecodriving. Andere milieuvriendelijkere initiatieven scoren uiteraard extra op duurzaam transport. Steekproefsgewijs zal er controle uitgevoerd worden. Totaal gewicht gunningscriteria 100 Het bestek schrijft daarnaast een globale beoordelingsmethodiek voor, waarbij de aanbestedende overheid kiest voor “de regelmatige offerte die de economisch meest voordelige is vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, rekening houdende met de gunningscriteria”. 3.6. De opdracht wordt aangekondigd in het Bulletin der Aanbestedingen en in het Publicatieblad van de Europese Unie op 27 maart 2024. Op 16 april 2024 wordt een tweede aankondigingsbericht gepubliceerd met een algemene verduidelijking bij het bestek, voor wat betreft de aan te leveren stalen. XII-9528-7/23 De uiterste datum voor de ontvangst van de offertes wordt vastgesteld op 29 april 2024 om 10 u. 3.7. Op 29 april 2024 dienden twee inschrijvers – tijdig – een offerte in via e-tendering, met name de bv HR Groep Streetcare en de verzoekende partij. 3.8. Na ontvangst van de offertes (en bijkomend ontvangen verduidelijkingen) gaat de verwerende partij over tot het regelmatigheidsonderzoek van de ingediende offertes van de inschrijvers, zoals beschreven in het gunningsverslag. In het kader van het gevoerde prijsonderzoek verzoekt de verwerende partij beide inschrijvers om een verdere prijsdetaillering te bezorgen voor enkele inventarisposten, waaronder voor de posten 63 en 64, die betrekking hebben op de levering van vakwerken voor verkeersborden (die boven op de ronde steunpalen – zoals omschreven in de posten 58 tot en met 62 – worden geplaatst). Voor de posten 63 en 64 wordt aan de beide inschrijvers gevraagd te verduidelijken hoe de opgegeven prijzen zijn samengesteld, zoals de opgave van prestaties, kosten, die in de prijs werden verwerkt, overheadkosten, aangerekende winstmarge, enz. Beide inschrijvers bezorgen de gevraagde prijstoelichting en verduidelijkingen bij de voornoemde posten aan de verwerende partij. Op basis van de verstrekte prijstoelichting voor de posten 63 en 64 vermoedt de verwerende partij dat door de bv HR Groep Streetcare verkeerdelijk een eenheidsprijs in de inventaris werd opgegeven. De verwerende partij vraagt de voornoemde inschrijver om dit vermoeden (al dan niet) te bevestigen. Bij e-mail van 29 mei 2024 bevestigt de bv HR Groep Streetcare dat er inderdaad een totale prijs voor de volledige oppervlakte in vierkante meter werd opgegeven i.p.v. een prijs per vierkante meter en stemt in met een verbetering van deze fout in haar inventaris, c.q. offerte, middels een door de verwerende partij XII-9528-8/23 voorgestelde mathematische bewerking overeenkomstig artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017. Uit het verslag van nazicht van de offertes blijkt dat beide inschrijvers zich niet in een geval van uitsluiting bevinden, dat zij beide voldoen aan de kwalitatieve selectiecriteria en dat hun offertes regelmatig worden bevonden. 3.9. De verwerende partij geeft een inhoudelijke beoordeling overeenkomstig de hogervermelde gunningscriteria, wat aanleiding geeft tot de hiernavolgende scores, waarvan de inhoudelijke beoordeling in het verslag van nazicht van de offertes is opgenomen. Op grond van deze rangschikking wordt voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de bv HR Groep Streetcare . 3.10. Op 7 juni 2024 verleent het college van burgemeester en schepenen van Stad Antwerpen haar goedkeuring aan de gunning van de opdracht aan de bv HR Groep Streetcare op grond van de motieven in het gemotiveerde verslag van nazicht van de offertes, dat als een bijlage aan de beslissing wordt gehecht. Dit betreft is de bestreden beslissing. XII-9528-9/23 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4.1. Op 10 juli 2024, daags vóór de terechtzitting legt de verzoekende partij, uit eigen initiatief, een stuk met opschrift “ Betreft: Trafiroad Stad Antwerpen (Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en vervangen van verticale verkeerssignalisatie) – Zitting 11 juli 2024 – G/A. 242.287/XII-9.528” neer, dat zij op de terechtzitting aanduidt als zijnde een pleitnota. Daarin formuleert de verzoekende partij een repliek op de nota van de verwerende partij en voert zij een nieuw tweede middel aan. Op 11 juli 2024, met name de dag van de terechtzitting, maakt de verwerende partij per e-Deposit aan de Raad van State een repliek op de pleitnota van de verzoekende partij over. 4.2. Ter terechtzitting vraagt de verwerende partij om de pleitnota van de verzoekende partij uit het debat te weren. 4.3. Het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ (hierna: het koninklijk besluit van 5 december 1991) voorziet evenwel niet in de mogelijkheid om een dergelijk procedurestuk als repliek op de nota met opmerkingen in het administratief kort geding in te dienen, noch werd erom gevraagd door de Raad van State of het auditoraat. Het is de partijen wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid en/of de beoordeling van de middelen, aan de Raad van State ter kennis te brengen. Dit is ook het geval voor een nieuw middel, voor zover dat steunt op gegevens die de verzoekende partij pas kon kennen bij inzage van de stukken van het administratief dossier. In zoverre de door de verzoekende partij neergelegde pleitnota op dergelijke feiten betrekking heeft, wordt ze dan ook bij de zaak betrokken. In zoverre de pleitnota geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. Hetzelfde geldt voor het door de verwerende partij overgemaakte stuk, voor zover die een repliek bevat op de pleitnota van de verzoekende partij. XII-9528-10/23 V. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken 5.1. De verzoekende partij vraagt in het verzoekschrift de vertrouwelijke beh de nota, om in overeenstemming met artikel 87, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 mei 2011 ‘tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreffende de vertrouwelijke stukken’, juncto artikel 15 van het koninklijk besluit van 5 december 1991, uitdrukkelijk om de stukken die in de inventaris van het administratief dossier met een asterisk “(*)” worden aangeduid, als vertrouwelijk te behandelen. Zij verwijst hiervoor in de nota naar het feit dat het met name stukken (waaronder bijzonder de offertes die werden ingediend in het kader van de onderhavige opdracht) betreft die onweerlegbaar specifieke prijsgegevens, beschrijvingen van werkprocessen, commerciële gegevens en derhalve bedrijfsgevoelige informatie en zakengeheimen zouden bevatten. 5.2. De Raad van State stemt met toepassing van artikel 26 van rechtsbeschermingswet in met het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van deze stukken. Daargelaten de vaststelling dat het niet raadzaam lijkt reeds in de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid en dus zonder diepgaand onderzoek de vertrouwelijkheid te doen lichten, is, zoals zal blijken uit de beoordeling van het enig middel het lichten van de vertrouwelijkheid van de stukken 16, 17, 18 en 22 van het administratief dossier, zoals gevraagd door de verzoekende partij in haar pleitnota, bovendien niet noodzakelijk voor de oplossing van het geschil. In de mate dat bij het feitenrelaas en bij de bespreking van het enig middel voornoemde stukken ter sprake komen die door de verwerende partij als vertrouwelijk worden bestempeld, wordt enkel de inhoud ervan weergegeven XII-9528-11/23 zoals de voornoemde partij deze in haar procedurestukken vermeldt en waarbij zij dus in die mate zelf de door haar ingeroepen vertrouwelijkheid van de bedoelde stukken heeft gelicht. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met artikel 47 van de Rechtsbeschermingswet, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VII. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen 7. De verzoekende partij voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2016, van de artikelen 34 en 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017, van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel en van de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel, het transparantiebeginsel, het redelijkheidsbeginsel, de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel, doordat de verwerende partij (
- i)is overgegaan tot een ‘herrekening' van de prijzen opgegeven door de gekozen inschrijver voor posten 63 en 64 omwille van een naar eigen zeggen ‘materiële fout’ bij de prijsopgave en (
- ii)de offerte van de gekozen inschrijver, waarin borden vervaardigd uit biobased materiaal werden aangeboden, regelmatig heeft verklaard. De verzoekende partij onderscheidt in het enig middel vier middelonderdelen. XII-9528-12/23 In een tweede middelonderdeel laat de verzoekende partij in essentie gelden dat een aanbestedende overheid krachtens het patere legem quam ipse fecisti-beginsel gebonden is door haar opdrachtdocumenten en dat overeenkomstig de inventaris bij de posten 63 en 64 een prijs per meter (
- m)diende te worden opgegeven. Het gegeven dat de verwerende partij volgens het verslag van nazicht van de offertes de prijzen van de gekozen inschrijver bij de posten 63 en 64 heeft herrekend naar een prijs per vierkante meter is volgens de verzoekende partij in strijd met de maatvoering in de opdrachtdocumenten waardoor het patere legem quam ipse fecisti-beginsel werd geschonden. Hierdoor heeft de verwerende partij de inschrijvers ook ongelijk behandeld en de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang heeft gebracht, waardoor volgens de verzoekende partij eveneens het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur en zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, is geschonden. Evenmin heeft de verwerende partij op een transparante en zorgvuldige wijze gehandeld en heeft zij volgens de verzoekende partij daarentegen op kennelijk onredelijke wijze de prijzen van de gekozen inschrijver herrekend, zodat zij tevens het transparantie-, redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden. In de toelichting bij het tweede middelonderdeel benadrukt de verzoekende partij vooreerst dat uit het patere legem quam ipse fecisti-beginsel onder andere voortvloeit dat de aanbestedende overheid zich moet houden aan de voorschriften die zij heeft neergelegd in de opdrachtdocumenten. Dienaangaande laat de verzoekende partij gelden dat naast de onwettigheid van de herrekening van de posten, de verwerende partij de herrekening niet doorvoert in overeenstemming met de maatvoering zoals die is opgenomen in de opdrachtdocumenten en aldus blijft werken met verschillende maten en gewichten, zodat een schending van het gelijkheidsbeginsel voorligt. Volgens de verzoekende partij blijkt uit het verslag van nazicht van de offertes dat de verwerende partij de prijzen bij de posten 63 en 64 van de gekozen inschrijver omrekende naar een prijs per vierkante meter (m²), wat niet strookt met de inventaris die bij de opdrachtdocumenten werd gevoegd en waaruit volgt dat voor de posten 63 en 64 een prijs per meter (
- m)moest worden XII-9528-13/23 opgegeven. In de mate de verwerende partij de door de gekozen inschrijver opgegeven prijzen voor de posten 63 en 64 herrekent naar een prijs per m², schendt zij, volgens de verzoekende partij, de bepalingen van haar eigen inventaris en dus het patere legem quam ipse fecisti-beginsel en voert zij de verbetering, nog los van het feit dat de herrekening an sich onwettig is, op een foutieve wijze uit. Volgens de verzoekende partij vergelijkt de verwerende partij op die manier ook voor de posten 63 en 64 een offerte met eenheidsprijzen per vierkante meter (m²) met een offerte met eenheidsprijzen per meter (
- m)(nl. deze van verzoekende partij), hetgeen evident een correcte vergelijking van de offertes onmogelijk maakt en leidt tot een ongelijke behandeling in hoofde van beide inschrijvers. 8. De verwerende partij benadrukt in de nota dat de posten 63 en 64 in de inventaris betrekking hebben op de levering van vakwerken voor verkeersborden en dat hierbij werd bepaald dat de oppervlakte van de gevraagde vakwerken zich telkens tussen 5 en 9 m2 (post 63) en tussen 9 en 12 m2 (post 64) zal kunnen situeren, zodat de werkelijke oppervlakte van de (te leveren) vakwerken in de praktijk zal kunnen variëren. Aangezien de oppervlakte van een vakwerk kon variëren, moesten de inschrijvers volgens de verwerende partij een eenheidsprijs per vierkante meter opgeven in de inventaris, zodat in de praktijk de totale prijs van een (te leveren) vakwerk zo zal kunnen worden bepaald op basis van de werkelijke oppervlakte van een vakwerk (eenheidsprijs vermenigvuldigt met de totale oppervlakte van een vakwerk). De verwerende partij wijst er vervolgens op dat met het oog op de beoordeling en vergelijking van de offertes in de inventaris wel een vermoedelijke hoeveelheid werd opgenomen van de te leveren vakwerken gedurende de volledige looptijd van de opdracht (raamovereenkomst), die werd vastgesteld op 15 m². Inschrijvers moesten dus enkel de eenheidsprijs per vierkante meter invullen in de gele velden in de inventaris. Op basis van de opgegeven eenheidsprijs per vierkante meter (in de gele velden) en de vermoedelijke hoeveelheden (vastgesteld op 15 m²) werd de totale prijs verkregen voor de posten 63 en 64 in de inventaris. Voor deze berekening werd een beveiligde formule voorzien in het Excel-bestand, zodat de totale prijs automatisch werd berekend. De verwerende partij benadrukt dat er een prijs per XII-9528-14/23 vierkante meter moest worden opgegeven voor de posten 63 en 64, wat voor iedere zorgvuldige ondernemer zonder meer duidelijk was, nu de eenheid van deze posten niet alleen uit de expliciete omschrijving in de inventaris blijkt (de verwijzing naar “opp” en “m²”), maar tevens een standaard maatvoering betreft die door iedere gevestigde ondernemer is gekend. Hierbij kan volgens de verwerende partij worden verwezen naar vergelijkbare posten in de inventaris, waarbij de omschrijving eveneens melding maakt van een oppervlakte bij benadering die wordt uitgedrukt in de eenheid vierkante meter (m²), zoals de posten 1 t.e.m. 6 (leveren van verkeersborden met bekledingsmateriaal type 1 volgens 1.1.2.1.A. van dit bestek). Het feit dat er volgens de verwerende partij wordt verwezen naar een oppervlakte maakt dan ook dat er geen twijfel meer kan bestaan over de toepasselijke eenheid, c.q. maatvoering van de posten 63 en 64, die dezelfde is als voor onder meer de posten 1 t.e.m. 6 in de inventaris. De verwerende partij benadrukt dat het basiskennis wiskunde is dat de grootheid oppervlakte wordt uitgedrukt met de eenheid vierkante meter, samen met zijn decimale onderdelen en veelvouden zoals vierkante centimeter (cm2) en vierkante kilometer (km2). Over de eenheid van de posten die worden uitgedrukt in oppervlakte, waaronder de posten die betrekking hebben op vakwerken, kan volgens de verwerende partij hierdoor geen twijfel of enige discussie mogelijk zijn, nu voor deze posten enkel een prijs per vierkante meter kan worden opgegeven. De verwerende partij benadrukt vervolgens dat de verzoekende partij in elk geval niet betwist dat de prijsvaststelling van de posten 63 en 64 in haar offerte moet worden begrepen als een prijs per vierkante meter en verwijst in die zin meermaals naar “de oppervlakte van de verkeersborden” in haar verzoekschrift en dat ook in de technische fiches die werden gevoegd aan haar offerte wordt verwezen naar de oppervlaktematen van verkeersborden die worden uitgedrukt in vierkante meter. De bewering dat er een “prijs per meter” moest worden opgegeven voor posten die worden uitgedrukt in een oppervlaktemaat, is dan ook bezwaarlijk nog ernstig te noemen(en bovenal manifest foutief). Voor zover de prijsvaststelling van de verzoekende partij wel zou moeten worden begrepen als een prijs per meter, zou haar offerte volgens de verwerende partij afwijken van het bestek en getuigen van een andere, niet-toegelaten maatvoering en zou de offerte van de verzoekende partij, die XII-9528-15/23 onvergelijkbaar zou zijn, moeten worden geweerd omwille van een substantiële onregelmatigheid op grond van artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017. In het licht daarvan betwist de verwerende partij de manifest onjuiste bewering dat er met verschillende maten en gewichten werd gewerkt, nu zij omstandig aantoonde dat de prijzen van de gekozen inschrijver wel degelijk werden uitgedrukt in de juiste eenheid (prijs per vierkante meter) in de inventaris, zoals dit volgt uit het bestek. Tot slot laat de verwerende partij nog gelden dat enkel door deze zuiver materiële fout te verbeteren, overeenkomstig de mogelijkheid die daartoe is voorzien in artikel 34, § 2, van het van het koninklijk besluit plaatsing 2017, de offertes van de gekozen inschrijver en van de verzoekende partij konden worden vergeleken (en dus vergelijkbaar waren). De verbetering van deze zuiver materiële fout liet dan ook bij uitstek toe om een ongelijke behandeling van de inschrijvers te voorkomen, zonder dat er afbreuk werd gedaan aan de bepalingen van het bestek. Beoordeling 9. In het tweede middelonderdeel van het enig middel voert de verzoekende partij onder meer de schending van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel en van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016. 10. Het beginsel patere legem quam ipse fecisti waarop de verzoekende partij zich beroept, houdt in dat het bestuur en de organen die ervan afhangen ertoe verplicht zijn de algemene regels die ze zelf hebben vastgesteld, bij de concrete toepassing ervan te eerbiedigen. Het kan derhalve enkel worden ingeroepen wanneer het gaat om de (niet-) naleving van een rechtsregel. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie, zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, vereisen dat allen die zich in eenzelfde toestand bevinden op gelijke wijze worden behandeld. Het gelijkheidsbeginsel belet dat er een willekeurig onderscheid wordt XII-9528-16/23 gemaakt tussen burgers. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Dezelfde regels verzetten er zich overigens tegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van de aangevochten maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke verantwoording bestaat. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdende met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de terzake geldende beginselen. Het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. Artikel 4, eerste lid, van de wet overheidsopdrachten 2016 dat bepaalt dat de aanbesteders de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze behandelen en handelen op een transparante en proportionele wijze, kent een zelfde draagwijdte als deze zoals omschreven in de toelichting van de voornoemde grondwettelijke regels. 11. Ter adstructie van de aangevoerde schendingen laat de verzoekende partij in essentie gelden dat de inschrijvers ongelijk werden behandeld en de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang is gebracht doordat de verwerende partij de herrekening niet heeft doorgevoerd in overeenstemming met de maatvoering zoals die is opgenomen in de opdrachtdocumenten en aldus heeft gewerkt met verschillende maten en gewichten, zodat een schending van het gelijkheidsbeginsel voorligt. Volgens de verzoekende partij blijkt uit het verslag van nazicht van de offertes dat de verwerende partij de prijzen bij de posten 63 en 64 van de gekozen inschrijver herrekende naar een prijs per vierkante meter (m²), wat niet strookt met de inventaris die bij de opdrachtdocumenten werd gevoegd en waaruit volgt dat voor posten 63 en 64 een prijs per meter (
- m)moest worden opgegeven. XII-9528-17/23 12. Hoofdstuk III.3 van het bestek voorziet dat de opdracht tegen prijslijst wordt gegund op basis van een inventaris die bij het bestek is gevoegd. Hoofdstuk III.8 van het bestek vereist, onder meer, dat elke inschrijver de inventaris in de bij het bestek bijgevoegde formulieren invult. Verder geven de technische bepalingen van het bestek onder hoofdstuk “V.1. Algemeen” aan dat de inventaris dient te worden opgemaakt conform de lijst van genormaliseerde posten behorend bij het Standaardbestek 250 – versie 4.1. De door de verzoekende partij geviseerde posten 63 en 64 van de inventaris hebben betrekking op de levering van vakwerken voor verkeersborden (die boven op de ronde steunpalen – zoals omschreven in posten 58 tot en met 62 – worden geplaatst). Voor de beide voornoemde posten lijkt, op het eerste gezicht, geen vooraf gedefinieerde vaste oppervlakte per verkeersbord te zijn voorzien maar wordt enkel, per post, een schaal omschreven waarbinnen de oppervlakte zich per verkeersbord situeert. Het bestek specifieert onder hoofdstuk “V.2. specifieke technische bepalingen”, verwijzend naar het Standaardbestek – versie 4.1 (deel C), hoofdstuk X “Signalisatie”, bij 1.1.2.5.A.1.”Palen voor verkeersborden (post 56 t.e.m. 62)” in fine dat “ [d]e inventaris ook posten [voorziet] voor het leveren en plaatsen van vakwerk voor grote en heel grote borden, de voorschriften van het SB bestek 250 versie 4.1 gevolgd”. In de nota van de verwerende partij wordt een “vakwerk” omschreven als zijnde “een benaming voor een (stalen) constructie waarbij ronde buizen en/of palen worden verbonden tot een onwrikbaar geheel. Deze constructie dient als drager voor bijzondere borden die op maat worden gemaakt (nu deze geen standaardafmetingen hebben). Een vakwerk wordt voornamelijk uitgevoerd voor grote en heel grote borden.” De door de verwerende partij gegeven omschrijving lijkt op het eerste gezicht overeen te komen met de in het Standaardbestek 250 - versie 4.1, onder 1.1.2.5.C gegeven toelichting bij “vakwerksteunen”, zijnde dat “het vakwerk opgebouwd [is] uit niet vooraf verzinkte gelaste stalen buizen met XII-9528-18/23 dezelfde geometrische kenmerken als de ronde steunpalen behalve voor de dwarsverbindingen waarvoor een kleiner buisprofiel is voorzien [en dat] [d]e verbindingen tussen de delen van het vakwerk onderling zijn gelast”. Uit de “catalogus van de genormaliseerde posten”, bijgevoegd bij het voornoemde Standaardbestek blijkt dat voor de te leveren vakwerksteunen een meeteenheid in meter (
- m)wordt voorzien. Onder het hoofdding “Leveren van ronde gegalvaniseerde stalen steunpalen op maat gesneden en voorzien van kunststofhoedje volgens 1.1.2.5.A.1 van dit bestek” wordt, naast het gegeven dat een hoeveelheid van 15 wordt voorzien, aan de door de inschrijver in te vullen inventaris voor de posten 63 “100110716 -, vakwerken voor verkeersborden, opp: 5 13. Na ontvangst van de offertes (en bijkomend ontvangen verduidelijkingen) ging de verwerende partij over tot het regelmatigheidsonderzoek van de ingediende offertes van de inschrijvers, zoals beschreven in het verslag van nazicht van de offertes. Uit het door de verwerende partij weergegeven feitenrelaas, dat onder meer is gesteund op elementen van de stukken 18, 19, 20, 21 en 22, die door haar als vertrouwelijk worden bestempeld, blijkt dat
- i)in het kader van het gevoerde prijsonderzoek de verwerende partij de beide inschrijvers verzocht om een verdere prijsdetaillering te bezorgen voor enkele inventarisposten, waaronder de posten 63 en 64;
- ii)voor de posten 63 en 64, beide inschrijvers werden verzocht om een verdere prijsdetaillering te bezorgen en te verduidelijken hoe de opgegeven prijzen zijn samengesteld, zoals de opgave van prestaties, kosten, die in de prijs werden verwerkt, overheadkosten, aangerekende winstmarge, etc.; iii) de beide inschrijvers de gevraagde prijstoelichting bij de voornoemde posten bezorgden aan de verwerende partij;
- iv)op basis van de verstrekte prijstoelichting voor de posten 63 en 64 de verwerende partij vermoedde dat door de inschrijver bv HR Groep Streetcare verkeerdelijk een eenheidsprijs in de inventaris werd opgegeven voor de totale oppervlakte in vierkante meter (m²), XII-9528-19/23 i.e. een totaalprijs, i.p.v. een eenheidsprijs per vierkante meter (m²) voor de (te leveren) vakwerken;
- v)de verwerende partij zich hieromtrent richtte tot de voornoemde inschrijver met de vraag om dit vermoeden (al dan niet) te bevestigen;
- vi)bij e-mail van 29 mei 2024 deze inschrijver bevestigde dat er inderdaad een totale prijs voor de volledige oppervlakte in vierkante meter werd opgegeven i.p.v. een prijs per vierkante meter en vii) de inschrijver instemde met een verbetering van de voornoemde fout in haar inventaris, waardoor de opgegeven totaalprijs (in vierkante meters) werd gedeeld door de maximale hoeveelheid voor elke post (9m² resp. 12m²), rekening houdend met de verstrekte prijsdetaillering. 14. Uit het voorgaande blijkt dat met de verzoekende partij moet worden vastgesteld dat de in de offerte van de gekozen inschrijver voor de posten 63 en 64 opgegeven eenheidsprijs voor de volledige oppervlakte van 9 m², respectievelijk 12 m², door de verwerende partij werd herrekend en herleid naar een prijs per vierkante meter (m²), niettegenstaande in de bij het bestek gevoegde door de inschrijvers in te vullen inventaris voor de posten 63 “100110716 -, vakwerken voor verkeersborden, opp: 5 wordt gevraagd. Het argument van de verwerende partij dat het voor elke zorgvuldige inschrijver duidelijk moet zijn dat wel degelijk een prijs per vierkante meter (m²) moest worden opgegeven, mist, gelet op de in de bij het bestek gevoegde inventaris en de in het Standaardbestek 250 - versie 4.1 voor vakwerken voorgeschreven maateenheid per meter (m), elke grondslag. Om die reden kan evenmin het betoog van de verwerende partij, waarin zij stelt dat de eenheid van deze posten uit de expliciete omschrijving van de inventaris blijkt en ook een standaard maatvoering betreft die door iedere gevestigde ondernemer is gekend, worden bijgevallen, nu uit de omschrijving van een “vakwerk” zoals weergegeven in de nota van de verwerende partij en op het eerste gezicht overeenkomende met de dienaangaande gegeven toelichting in het Standaardbestek 250 - versie 4.1, als zijnde een (stalen) constructie waarbij ronde buizen en/of palen worden verbonden XII-9528-20/23 tot een onwrikbaar geheel, bezwaarlijk kan worden aangenomen, niettegenstaande het vakwerk dient als drager voor bijzondere borden waarvoor een prijs per vierkante meter (m²) wordt gevraagd, dat voor de buizenconstructie eveneens een prijs in een oppervlaktemaat wordt gevraagd, temeer nu zoals hoger reeds werd benadrukt zowel in het voornoemde Standaardbestek als in de inventaris bij het bestek, waarin de posten 63 en 64 vallen onder het hoofding “Leveren van ronde gegalvaniseerde stalen steunpalen op maat gesneden en voorzien van kunststofhoedje volgens 1.1.2.5.A.1 van dit bestek” (bestaande uit de posten 58 tot 64) een maateenheid in meter (
- m)wordt voorgeschreven. In zoverre de verwerende partij ter ondersteuning van haar betoog verwijst naar vergelijkbare posten waarvoor een prijs per vierkante meter wordt gevraagd, volstaat de vaststelling dat dit argument niet dienstig kan worden aangevoerd, nu de vergelijkbare posten waarop de verwerende partij doelt betrekking hebben op de levering van verkeersborden en niet het ondersteunende vakwerk, zoals bedoeld in de posten 63 en 64, betreffen. In zoverre de verwerende partij lijkt te alluderen dat de verzoekende partij voor de posten 63 en 64 in haar offerte eveneens een prijs per vierkante meter heeft opgegeven en dienaangaande verwijst naar de vermelding van “de oppervlakte van de verkeersborden” in haar verzoekschrift en in de technische fiches, gevoegd bij haar offerte, volstaat de vaststelling dat de verwerende partij met dit argument op het eerste gezicht niet aannemelijk maakt, laat staan aantoont, dat de verzoekende partij voor het vakwerk eveneens een prijs per vierkante meter (m²) zou hebben opgegeven, temeer nu door de verzoekende partij in het verzoekschrift uitdrukkelijk wordt aangegeven dat zij voor het vakwerk een prijs per meter (
- m)heeft opgegeven en uit de stukken geen indicaties blijken die anders zouden doen besluiten. Evenmin doet het betoog van de verwerende partij, waarin wordt voorgehouden dat de posten 63 en 64 slechts een marginaal aandeel in de totale prijs uitmaken, en het wel of niet verbeteren van deze posten in de inventaris van XII-9528-21/23 de gekozen inschrijver geen enkele impact heeft op de beoordeling van het prijscriterium en/of de rangschikking van de inschrijvers, los van de vraag in hoeverre het de Raad van State toekomt om een aandeel in de totale prijs op zijn “marginaal karakter” te beoordelen, op het eerste gezicht afbreuk aan de vaststelling dat de door de verwerende partij doorgevoerde herrekening naar een prijs per vierkante meter (m²) onmiskenbaar afwijkt van de opdrachtdocumenten en onregelmatigheden lijkt te bevatten met betrekking tot de voornoemde posten, waardoor een andere maatvoering werd gehanteerd dan diegene die werd opgegeven in het voornoemde Standaardbestek en de bij het bestek gevoegde inventaris en die wel door de enige andere inschrijver, met name de verzoekende partij, op het eerste gezicht werd gehanteerd en waarbij de voornoemde afwijkende maatvoering de vergelijkbaarheid van de offertes op het eerste gezicht lijkt aan te tasten. 15. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij, in de huidige stand van de rechtspleging, op het eerste gezicht aannemelijk maakt dat de door de verwerende partij doorgevoerde herrekening van de prijzen van de gekozen inschrijver bij de posten 63 en 64 naar een prijs per vierkante meter in strijd is met de maatvoering in de opdrachtdocumenten, waardoor het patere legem quam ipse fecisti-beginsel werd geschonden en dat door deze prijsherrekening de verwerende partij de inschrijvers ongelijk heeft behandeld en de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang heeft gebracht, waardoor het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, is geschonden. XII-9528-22/23 VIII. Besluit 16. Het enig middel is in de aangegeven mate ernstig gebleken. De schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dient dan ook te worden bevolen. IX. Kosten 17. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 7 juni 2024 waarbij de overheidsopdracht voor leveringen met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en vervangen van verticale verkeerssignalisatie’ met referte GAC_2024_02976 aan de bv HR Groep Streetcare wordt gegund. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien juli tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9528-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.432 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div