id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.561 Rolnummer: A. 238484/XIV-39144 Zaak: Arrest 260561 - Dossiers in verband met die geschillenberechting (fiscaliteit) - 03/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-05 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-17 05:27 Fiche Arrest nr 260.561 van 3 september 2024 Fiscaliteit - Dossiers in verband met die geschillenberechting (fiscaliteit) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.561 no lien 278522 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 260.561 van 3 september 2024 in de zaak A. 238.484/XIV-39.144 In zake : de NV TOYOTA FINANCIAL SERVICES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Meindert Gees en Hanna Biebauw kantoor houdend te 8500 Kortrijk Engelse Wandeling 2F5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën Rechtskundige dienst FOD Financiën North Galaxy - Toren B, 26ste verdieping met kantoren te 1030 Brussel Koning Albert II-laan 33, bus 15 alwaar woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep ingesteld op 23 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de federale overheidsdienst Financiën - Thesaurie van 21 december 2022 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 150.000 euro wordt opgelegd wegens het “niet tijdig meedelen van informatie aan het centraal aanspreekpunt voor rekeningen van financiële contracten.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.144-1/11 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hanna Biebauw, die verschijnt voor de verzoekende partij, en attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Met een brief van 10 mei 2021 deelt de FOD Financiën aan de verzoekende partij mee dat zij heeft vastgesteld dat de verzoekende partij op 20 april 2021 nog geen enkele informatie heeft meegedeeld aan het Centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (hierna: CAP). 3.
- De verzoekende partij beroept zich op technische problemen bij het rapporteren van informatie aan het CAP, waarbij de Thesaurie uitstel toestaat tot, uiteindelijk, 20 december
- XIV-39.144-2/11 3.
- Met een brief van 25 februari 2022 deelt de FOD Financiën aan de verzoekende partij mee dat die “ondanks [haar] belofte om de situatie met het centraal aanspreekpunt voor rekeningen en financiële contracten te regulariseren tegen 20/12/2021, moet[…] vaststellen dat [de verzoekende partij][…] nog geen enkele informatie heeft meegedeeld aan het CAP.” De verzoekende partij beroept zich andermaal op technische problemen bij het rapporteren van informatie aan het CAP. 3.
- Met een e-mail van 4 augustus 2022 vraagt de FOD Financiën aan de verzoekende partij om de situatie tegen uiterlijk 30 september 2022 te regulariseren. 3.
- Op 21 december 2022 legt de FOD Financiën aan de verzoekende partij een administratieve boete van 150.000 euro op, die steunt op inzonderheid de volgende motieven: “De Thesaurie heeft vastgesteld dat Toyota Financial Services Belgium, met ondernemingsnummer 0756.463.210, op 15 november 2022 nog geen enkele informatie had meegedeeld aan het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP). Toyota Financial Services Belgium werd met een aangetekend schrijven op 10 mei 2021 en een aangetekend schrijven op 25 februari 2022 op de hoogte gebracht dat het niet (tijdig) meedelen van informatie aan het CAP een inbreuk is waarvoor het basisbedrag van de administratieve geldboete minstens 50 000 euro en hoogstens 1.000.000 euro bedraagt. De Thesaurie heeft daarom besloten Toyota Financial Services Belgium voor deze inbreuk een administratieve geldboete van 150.000 EUR op te leggen. Verplichting om informatie mee te delen Iedere informatieplichtige is verplicht om onverwijld informatie met betrekking tot ieder van zijn cliënten mee te delen aan het CAP[…]: Leasingsmaatschappijen zijn informatieplichtigen […]. Het niet (tijdig) meedelen van informatie aan het CAP is een inbreuk waarvoor het basisbedrag van de administratieve geldboete minstens 50 000 euro en hoogstens 1.000.000 euro bedraagt […]. Relevante feitelijke gegevens Op 20 april 2021 stelde de Thesaurie vast dat het CAP geen enkele informatie bevatte met betrekking tot de cliënten van Toyota Financial Services Belgium. Op 10 mei 2021 bracht de Thesaurie Toyota Financial Services Belgium met een aangetekend schrijven op de hoogte van het mogelijk bestaan van een inbreuk op de in artikel 4 van de CAP-wet bedoelde verplichtingen en verzocht Toyota Financial Services Belgium om binnen de 30 dagen haar verweermiddelen te doen gelden bij de Thesaurie. Op 10 juni 2021 nam de Thesaurie contact op met Toyota Financial Services Belgium voor een update over de rapportering aan het CAP. XIV-39.144-3/11 Op 10 juni 2021 ontving de Thesaurie een mail van Toyota Financial Services Belgium waarin Toyota Financial Services Belgium zich engageerde de situatie te regulariseren tegen 31 juli
- In deze mail werd de Thesaurie geïnformeerd over de technische problemen die Toyota Financial Services Belgium tegenkwam bij het rapporteren. Op 6 september 2021 nam de Thesaurie contact op met Toyota Financial Services Belgium voor een update over de voortgang van de situatie. De thesaurie werd op 6 september 2021 geïnformeerd dat Toyota Financial Services Belgium in de fase testen was en dat de rapportering tegen 30 september 2021 gepland was. Op 4 november 2021 nam de Thesaurie contact op met Toyota Financial Services Belgium voor een update betreffende de rapportering van Toyota Financial Services Belgium aan het CAP. Op 7 december 2021 vroeg de Thesaurie naar de stand van zaken. Op 7 december 2021 werd de Thesaurie op de hoogte gebracht dat Toyota Financial Services Belgium technische problemen ondervond bij het rapporteren van informaties aan het CAP. Hierbij werd er een laatste uitstel tot 20 december 2021 gevraagd door Toyota Financial Services Belgium. Op 13 december 2021 werd het uitstel tot 20 december 2021 door de Thesaurie aanvaard. Op 25 februari 2022 verstuurde de Thesaurie Toyota Financial Services Belgium een aangetekend schrijven met betrekking tot het niet tijdig communiceren van informatie aan het CAP en verzocht Toyota Financial Services Belgium om binnen de 30 dagen haar verweermiddelen te doen gelden bij de Thesaurie. Op 8 maart 2022 ontving de Thesaurie een mail van Toyota Financial Services Belgium waarin stond dat Toyota Financial Services Belgium de rapportering als geregeld had beschouwd en beloofde de situatie te regulariseren. Op 25 maart 2022 vroeg de Thesaurie aan Toyota Financial Services Belgium als er verwarring ontstaan was tussen het CAP en een andere wettelijke verplichting (BECRIS). Hierbij bezorgde de Thesaurie een brochure over het CAP en het e-mailadres van de Nationale Bank van België ter informatie aan Toyota Financial Services Belgium. Op 2 juni 2022 vroeg de Thesaurie aan Toyota Financial Services Belgium een update over de stand van zaken. De Thesaurie werd op 2 juni 2022 geïnformeerd over de technische problemen van Toyota Financial Services Belgium die tegen het einde van juni 2022 opgelost zouden moeten zijn. Op 1 juli 2022 vroeg de Thesaurie een update over de situatie van de rapportering aan het CAP aan Toyota Financial Services Belgium. De Thesaurie werd op 1 juli 2022 op de hoogte gebracht van de mislukte testen van Toyota Financial Services Belgium. Op 1 augustus 2022 kreeg de Thesaurie een bevestiging van Toyota Financial Services Belgium dat de rapportering tegen 30 september 2022 voltooid zal zijn. Op 4 augustus 2022 besloot de Thesaurie een ultieme deadline tegen 30 september 2022 op te leggen om de informaties met betrekking tot de cliënten van Toyota Financial Services Belgium aan het CAP te communiceren. Op 22 november 2022 vroeg de Thesaurie een update aan Toyota Financial Services Belgium over de voortgang van de situatie omdat er geen enkele informatie aan het CAP meegedeeld werd. Op 13 december 2022 werd de Thesaurie door Toyota Financial Services Belgium gecontacteerd voor hulp bij het bekomen van het certificaat om toegang te krijgen tot het CAP. Beslissing om een administratieve boete op te leggen Op 20 april 2021 stelde de Thesaurie voor het eerst vast dat het CAP geen enkele informatie bevatte met betrekking tot de cliënten van Toyota Financial Services Belgium. De Thesaurie bracht Toyota Financial Services Belgium op de hoogte dat het niet-meedelen van deze informatie een inbreuk was waarvoor het basisbedrag ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.561 XIV-39.144-4/11 van de administratieve geldboete minstens 50 000 euro en hoogstens 1.000.000 euro bedraagt. Sindsdien heeft Toyota Financial Services Belgium zich meermaals geëngageerd om de situatie te recht te zetten, maar ondanks herhaaldelijke herinneringen en bijkomende informatie van de Thesaurie aan Toyota Financial Services Belgium, moest de Thesaurie bij opeenvolgende controles vaststellen dat het CAP nog steeds geen enkele informatie bevatte met betrekking tot de cliënten van Toyota Financial Services Belgium. Op 13 december 2022 vernam de Thesaurie van de Nationale Bank van België dat Toyota Financial Services Belgium nog geen UserID had aangemaakt om de rapportage aan het CAP te starten. Gelet op het feit dat de inbreuk inmiddels reeds meer dan anderhalf jaar voortduurt en dat Toyota Financial Services Belgium, ondanks herhaalde beloften, in de praktijk nog geen enkele actie heeft ondernomen om informatie over haar aan het CAP mee te delen, heeft de Thesaurie beslist om gebruik te maken van de mogelijkheid die de CAP-wet haar biedt om een administratieve boete op te leggen. De opgelegde administratieve boete Het niet (tijdig) meedelen van informatie aan het CAP is een inbreuk waarvoor de administratieve geldboete minstens 50.000 en hoogstens 1.000.000 EUR bedraagt[…]. Uit de memorie van toelichting bij de CAP-wet blijkt dat de wetgever bewust voor hoge boetes heeft gekozen om te vermijden dat informatieplichtigen de voorkeur zouden geven aan het eventueel oplopen van een lage geldboete eerder dan aan het dragen van de kostelijke investeringen die nodig zijn om hun informatieplicht in het kader van het CAP na te leven. Deze keuze is ingegeven door het feit dat het CAP een performant instrument beoogt te zijn in de strijd tegen het witwassen van geld, de financiering van het terrorisme, zware criminaliteit en belastingontduiking. Het is essentieel voor de informatiegerechtigden van het CAP[…] dat zij bij de uitvoering van hun taken erop kunnen vertrouwen dat de informatie in het CAP correct, volledig en up-to-date is. Bovendien moet worden CAP meedelen, waardoor de betrokken autoriteiten worden gehinderd in hun onderzoek. Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete moet de Thesaurie ervoor zorgen dat de boete in verhouding staat tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen en rekening houdend met alle relevante omstandigheden, met name met de ernst en de duur van de inbreuken, de financiële draagkracht van de informatieplichtige, eventuele vroegere inbreuken die gepleegd zijn door de informatieplichtige en de mate van medewerking van de informatieplichtige met de Thesaurie en de Nationale Bank van België[…]. Hiertoe hanteert de Thesaurie een indicatieve tabel voor het bepalen van het bedrag van de administratieve sanctie die is terug te vinden op haar website[…]. Wat betreft de aard en de ernst van de inbreuk is de Thesaurie van oordeel dat het totaal niet meedelen van informatie aan het CAP de meest ernstige inbreuk is die men tegen de CAP-wet kan plegen. Bovendien betreft het een voortdurende inbreuk die reeds meer dan anderhalf jaar aanhoudt. Aangezien de minimumboete van 50.000 wordt geacht te zijn voorbehouden voor minder ernstige inbreuken en de maximumboete 1.000.000 bedraagt, stelt de Thesaurie de standaardboete voor het totaal niet meedelen van informatie aan het CAP vast op 150.000 euro. Wat betreft de financiële draagkracht van Toyota Financial Services Belgium, is de Thesaurie, op basis van de informatie uit de jaarrekening die Toyota Financial Services Belgium op 15 december 2022 heeft neergelegd bij de NBB, van oordeel dat deze als ‘gemiddeld’ kan worden beschouwd. Dit wil zeggen dat het bedrag van de standaardboete niet moet worden verlaagd zodat ze niet meer bedraagt dan 10% van het eigen vermogen. Het eigen vermogen is evenmin groter dan 100 miljoen euro, die een verhoging van de boete zou rechtvaardigen. XIV-39.144-5/11 Dit is de eerste inbreuk van Toyota Financial Services Belgium. Er is dus geen sprake van herhaling die een verdubbeling van het bedrag van de boete zou verantwoorden. De Thesaurie beschouwt de samenwerking van Toyota Financial Services Belgium met de Thesaurie en de Nationale Bank van België als normaal, zodat deze samenwerking geen aanleiding geeft om de standaardboete te verhogen of te verlagen. Toyota Financial Services Belgium heeft in de meeste gevallen geantwoord op de berichten van de Thesaurie, evenwel zonder proactief te zijn. Toyota Financial Services Belgium heeft zich weliswaar geëngageerd om informatie aan het CAP mee te delen tegen bepaalde data, maar is geen van deze engagementen nagekomen. Tot slot heeft de Thesaurie geen andere verzwarende of verzachtende omstandigheden vastgesteld die een verhoging of verlaging van de standaardboete kunnen motiveren. In haar communicatie met de Thesaurie heeft Toyota Financial Services Belgium aangegeven dat zij een jonge organisatie is en dat Toyota Financial Services Belgium technische problemen ondervond bij het meedelen van informatie aan het CAP. De Thesaurie is er zich van bewust dat het meedelen van informatie aan het CAP technische uitdagingen met zich meebrengt, maar stelt vast dat veruit de meeste andere leasingsmaatschappijen en informatieplichtigen er ondanks deze uitdagingen wel in zijn geslaagd om tijdig informatie aan het CAP mee te delen. Het feit dat Toyota Financial Services Belgium op 13 december 2022 nog steeds geen UserID bij de Nationale Bank van België had aangemaakt om de rapportage aan het CAP op te starten, kan niet enkel worden verklaard door technische problemen of de jonge leeftijd van het bedrijf. Om deze redenen heeft de Thesaurie beslist om de hoogte van de administratieve geldboete op 150.000 EUR vast te leggen. […].” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoekende partij voert in het verzoekschrift in een eerste middel de schending aan van inzonderheid artikel 13, § 1, van de wet van 8 juli 2018 ‘betreffende de organisatie van een Centraal Aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het Centraal Bestand van Berichten van Beslag, Delegatie, Overdracht, Collectieve Schuldenregeling en Protest’ (hierna: de wet van 8 juli 2018). Het lid van het auditoraat vat de essentie van het middel, zoals uiteengezet in het verzoekschrift, als volgt samen in zijn verslag: XIV-39.144-6/11 “De Thesaurie stelde op 20 april 2021 vast dat de verzoekende partij geen informatie over haar cliënten had meegedeeld aan het CAP, wat een inbreuk is op artikel 4 van de CAP-wet. Deze wet verplicht informatieplichtigen om onverwijld bepaalde informatie aan het CAP te verstrekken. Ondanks verschillende contactmomenten met verzoekende partij, staat vast dat de vaststelling van de inbreuk dateert van 20 april
- Meer dan anderhalf jaar later, op 2[1] december 2022, werd besloten om een administratieve geldboete op te leggen, waarbij het basisbedrag tussen de €50.000 en €1.000.000 ligt. Deze beslissing werd echter genomen in strijd met artikel 13, §1 van de CAP-wet, die een ‘verjaringstermijn’ stelt voor het opleggen van dergelijke boetes. De bestreden beslissing erkent zelf dat de inbreuk al meer dan anderhalf jaar voortduurt en negeert de regelgeving omtrent de termijn waarbinnen een boete opgelegd kan worden. Dit is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.”
- Het lid van het auditoraat vat de essentie van het antwoord van de verwerende partij in de memorie van antwoord als volgt samen in zijn verslag: “De verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partij ten onrechte beweert dat de administratieve boete meer dan een jaar na het vaststellen van de inbreuk werd opgelegd. De dienst CFII van de Algemene Administratie van de Thesaurie controleert maandelijks, via een overzicht van de NBB, of informatieplichtigen hun verplichtingen tegenover het CAP nakomen. Dit maakt dat elke maand dezelfde voortdurende inbreuk kan worden vastgesteld. De eerste kennisgeving van een inbreuk aan de verzoekster gebeurde op 10 mei 2021 per aangetekende brief. Na een herinnering en antwoord van de verzoekster, waarin zij bevestigde dat ze zich bewust was van haar verplichtingen en deze uiterlijk op 31 juli 2021 zou nakomen, besloot de dienst CFII op 14 juni 2021 geen boete op te leggen, maar gaf de verzoekende partij tijd om aan haar verplichtingen te voldoen. Op 15 februari 2022 constateerde de dienst CFII echter dat de verzoekende partij nog steeds geen informatie had verstrekt aan het CAP. Na diverse correspondentie en uitstelverzoeken werd uiteindelijk op 22 december 2022 een administratieve boete opgelegd, omdat op 15 november 2022 en 13 december 2022 nog steeds geen informatie was verstrekt en de toegangscertificaten ontbraken. Deze boete werd opgelegd binnen de wettelijke termijn van een jaar vanaf de vaststelling van de inbreuk op 15 februari 2022, en niet vanaf de eerste vaststelling in mei
- Het argument dat de boete buiten de wettelijke termijn is opgelegd, houdt geen rekening met het voortdurende karakter van de inbreuk en de pogingen van de verzoekster om aan haar verplichtingen te voldoen. Een interpretatie die alleen rekening houdt met de eerste vaststelling zou de zorgvuldigheidsplicht, het redelijkheidsbeginsel en de rechten van verdediging schenden. Daarom is het eerste middel van de verzoekster ongegrond.” Beoordeling
- Het auditoraat heeft het eerste middel zoals uiteengezet in het verzoekschrift en het verweer van de verwerende partij, weergegeven in de zin als hiervoor (zie supra, punten 4 en 5). Partijen hadden in hun navolgende XIV-39.144-7/11 processtukken geen kritiek op deze samenvattende analyse. De beoordeling van het middel wordt daarom aan de hand van deze analyse verricht.
- De bestreden beslissing is genomen op grond van artikel 13, § 1, van de wet van 8 juli
- Die bepaling luidt: “Art.
- §
- De Administratie van de Thesaurie is belast met de controle op de naleving van de verplichtingen bedoeld in artikel
- Ze heeft toegang tot de gegevens van het CAP met het oog op de uitoefening van deze controle. De Administratie van de Thesaurie kan bovendien te dien einde de NBB verzoeken haar een lijst te bezorgen van de informatieplichtigen die de in artikel 4 bedoelde informatie aan het CAP hebben meegedeeld tijdens de periode die zij vaststelt, alsook de recentste datum van ontvangst van deze informatie of wijzigingen ervan door het CAP. Iedere informatiegerechtigde die het bestaan van onjuiste of ontbrekende gegevens vaststelt in de door het CAP geleverde informatie is ertoe gehouden deze gegevens aan de Administratie van de Thesaurie mee te delen, rechtstreeks of via tussenkomst van zijn centraliserende organisatie, hierbij gebruik makend van het door de Koning vastgestelde, beveiligde transmissiekanaal. Indien zij een inbreuk op de verplichtingen bedoeld in artikel 4 vaststelt, kan de Administratie van de Thesaurie, na kennis te hebben genomen van de verweermiddelen van de informatieplichtige en, in voorkomend geval, na deze laatste op diens verzoek te hebben gehoord, een administratieve geldboete aan de overtreder opleggen. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd wanneer een termijn van één jaar verstreken is, te rekenen vanaf de dag waarop de feiten die een inbreuk vormen, werden vastgesteld door de Administratie van de Thesaurie.” Artikel 4 van de wet van 8 juli 2018 bepaalt dat iedere informatieplichtige onverwijld aan het CAP de in die bepaling vermelde informatie meedeelt met betrekking tot ieder van zijn cliënten.
- Uit deze bepalingen volgt dat de administratie van de Thesaurie de mogelijkheid heeft om een administratieve boete op te leggen indien zij een inbreuk vaststelt op de verplichting voor de informatieplichtige om met betrekking tot ieder van zijn cliënten, onverwijld aan het CAP de in artikel 4 van de wet van 8 juli 2018 vermelde informatie mee te delen. Deze mogelijkheid vervalt evenwel wanneer een termijn van één jaar is verstreken, te rekenen vanaf de dag waarop de feiten die een inbreuk vormen, werden vastgesteld door de voornoemde administratie. Het verstrijken van de voormelde termijn van één jaar leidt derhalve tot het verlies van de bevoegdheid om alsnog een administratieve boete op te leggen. XIV-39.144-8/11 Artikel 13, § 1, vierde lid, van de wet van 8 juli 2018 sanctioneert aldus met een administratieve geldboete, het niet-naleven door de informatieplichtige van de in diens hoofd bestaande wettelijke informatieverplichting. Anders dan hoe de verwerende partij dit ziet, heeft deze inbreuk geen voortdurend karakter, maar een aflopend karakter: de strafbare gedraging bestaat niet uit een ononderbroken wederrechtelijke toestand die wordt gehandhaafd, maar uit het enkele feit van (op een bepaald tijdstip) niet onverwijld te voldoen aan de wettelijk gestelde informatieverplichting. Deze inbreuk is voltrokken op het ogenblik dat met betrekking tot ieder van de cliënten van de informatieplichtige, die wettelijk bepaalde informatie niet onverwijld aan het CAP is meegedeeld. De inbreuk ontstaat derhalve telkens weer als niet wordt voldaan aan deze wettelijke verplichting en zulks door de handhavende overheid wordt vastgesteld. De omstandigheid dat het plegen van de inbreuk blijvende gevolgen heeft, met name dat geen informatie is meegedeeld, doet hieraan geen afbreuk.
- Uit de niet-betwiste feiten van de zaak en in het bijzonder uit de bestreden beslissing zelf, blijkt dat de administratie van de Thesaurie op 20 april 2021 “voor het eerst vast[stelde] dat het CAP geen enkele informatie bevatte met betrekking tot de cliënten van [de verzoekende partij].” Deze datum waarop de feiten die een inbreuk vormen, werden vastgesteld door de voornoemde administratie, vormt derhalve de datum waarop de termijn van één jaar waarbinnen een administratieve geldboete kan worden opgelegd ingaat. De omstandigheid dat de administratie van de Thesaurie op latere tijdstippen nog heeft vastgesteld dat op die data nog steeds geen informatie was meegedeeld aan het CAP, is ter bepaling van die aanvangsdatum niet relevant, nu blijkt dat het de datum van 20 april 2021 is en niet één van die latere data, die in aanmerking is genomen als grondslag voor de bestreden administratieve sanctie. De bestreden beslissing is genomen op 21 december 2022, meer dan anderhalf jaar na het tijdstip waarop de feiten voor het eerst zijn vastgesteld en waarop de sanctie haar grondslag vindt. Hieruit volgt dat, zonder miskenning van artikel 13, § 1, laatste lid, van de wet van 8 juli 2018, de administratie van de Thesaurie geen administratieve geldboete meer kon opleggen voor feiten die door haar werden vastgesteld op 20 april
- XIV-39.144-9/11
- De argumenten van de verwerende partij leiden niet tot een andere conclusie. De omstandigheid dat de verzoekende partij de ontvangst van de ingebrekestelling betwist, betreft het bewijs van de feiten en is vreemd aan het verbod om na het verstrijken van de in artikel 13, § 1, van de wet van 8 juli 2018 bepaalde termijn van één jaar alsnog een administratieve geldboete op te leggen. Anders dan hoe de verwerende partij het ziet, belet het voorgaande op zich voorts niet dat de administratie van de Thesaurie een handhavingsbeleid voert en in het kader daarvan de mogelijkheid biedt om uitstel toe te kennen aan informatieplichtigen die te kennen geven zich in regel te willen stellen binnen een redelijke termijn. Indien zij in het kader van dit handhavingsbeleid evenwel de mogelijkheid wil behouden om een administratieve geldboete op te leggen, dient zij er enkel over te waken dat zij niet op een dusdanige wijze talmt dat de in artikel 13, § 1, van de wet van 8 juli 2018 bepaalde termijn van één jaar is verstreken. Tot slot betreft de kritiek dat de administratie van de Thesaurie nooit sanctionerend kan optreden als zij zou vaststellen dat een informatieplichtige nooit enige informatie verschaft – daargelaten nog of dat standpunt correct is –, kritiek op de wet en zulks overigens los van de vraag of het niet volstaat dat de administratie van de Thesaurie op een later tijdstip opnieuw vaststelt dat de informatieplichtige niet voldoet aan zijn verplichtingen, – wat een nieuwe vaststelling is van de feiten die een inbreuk vormen –, om op grond van artikel 13, § 1, van de wet van 8 juli 2018 sanctionerend op te treden.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de federale overheidsdienst Financiën - Thesaurie van 21 december 2022 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 150.000 euro wordt opgelegd wegens het “niet tijdig meedelen van informatie aan het centraal aanspreekpunt voor rekeningen van financiële contracten.” XIV-39.144-10/11
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Chantal Bamps, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.144-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.561 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div