id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.653 Rolnummer: A. 242921/X-18832 Zaak: Arrest 260653 - Sluitingen van vestigingen - 18/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-19 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-17 05:31 Fiche Arrest nr 260.653 van 18 september 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 260.653 van 18 september 2024 in de zaak A. 242.921/X-18.832 In zake : BV MRM EVENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Vanlangendonck kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 65 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Delacroix kantoor houdend te 1040 Brussel Bollandistenstraat 51 tegen : de GEMEENTE SINT-PIETERS-LEEUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 9 september 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing van 3 september 2024 van de Gemeente Sint-Pieters-Leeuw, betekend door email op 4 september 2024, waarbij [werd] beslist door tegenpartij ‘om vanaf heden geen horecavergunning’ te verlenen aan De Witte Hoeve”. X-18.832-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 september 2024, om 11 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philippe Vanlangendonck, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Korneel Persoon, die loco advocaat Jonas de Wit verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster baat sinds midden 2023 De Witte Hoeve te Sint-Pieters-Leeuw uit, een etablissement dat, naar zij verklaart, al sedert 1973 wordt gebruikt als “trouw- en banketzaal”. Met ingang van 1 januari 2022 is in de gemeente een reglement ‘betreffende de uitbating van horecazaken’ van toepassing. Het vereist dat elke horecazaak beschikt over een door de burgemeester te verlenen horecavergunning. De horecavergunning mag enkel worden verleend na een administratief onderzoek. Horecazaken die al worden uitgebaat vóór de inwerkingtreding van het reglement, X-18.832-2/9 krijgen een termijn van één jaar “om de nodige maatregelen te nemen en alle vereiste vergunningen aan te vragen”. Na verwittigingen om zich in regel te stellen met de verplichting van een horecavergunning, beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw op 17 juni 2024 om verzoeksters horecazaak te sluiten totdat de uitbater over een horecavergunning beschikt. Op 25 juni 2024 laat de burgemeester toe dat de evenementen gepland in het weekend van 28 tot 30 juni 2024 alsnog kunnen plaatsvinden, onder voorwaarden. Ook evenementen op 5, 6, 7 en 11 juli 2024 laat de burgemeester bij besluit van 2 juli 2024 toe. Omdat verzoekster de sluiting van 17 juni 2024 niet naleeft, besluit de burgemeester op 16 juli 2024 tot de verzegeling van de horecazaak en op 19 juli 2024 tot nog een bijkomende verzegeling van een tussendeur. Er worden drie zegelverbrekingen vastgesteld. Op 25 juli 2024 vraagt verzoekster een horecavergunning aan. Om de uitbater toe te laten tekortkomingen in verband met de brandveiligheid te verhelpen, heft de burgemeester de verzegeling op van 30 juli 2024 tot en met 6 augustus
- Van de opheffing wordt misbruik gemaakt om een privéfeest te organiseren. Met de thans bestreden beslissing van 3 september 2024 weigert de burgemeester een horecavergunning te verlenen aan De Witte Hoeve. Er mogen geen horeca-activiteiten meer plaatshebben. X-18.832-3/9 IV. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Voorwaarde van een ernstig middel A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- In een eerste middel wordt de “[s]chending van verworven rechten” aangevoerd. Het wordt als volgt toegelicht: “Als de horeca-activiteit (zoals het verhuren van zalen voor feesten) al sinds 1973 ononderbroken doorgaat, kan dit worden geïnterpreteerd als een verworven recht. Met andere woorden, het etablissement werkt al tientallen jaren legaal en het zou verkeerd zijn om een etablissement te sluiten dat al zoveel jaren onafgebroken bestaat. Het horecabedrijf wordt al sinds 1973 uitgeoefend, en volgens de regels van de verworven rechten moet de voortzetting van deze activiteit worden toegestaan.” Beoordeling
- Verzoekster maakt niet aannemelijk, noch beweert zij zelfs maar, dat het reglement ‘betreffende de uitbating van horecazaken’ voor onwettig moet worden gehouden. Meer bepaald doet zij niet aannemen dat het reglement niet ook van toepassing is en mag zijn op horecazaken die bestaan van vóór de invoering van het reglement. X-18.832-4/9
- Met de bestreden beslissing doet de burgemeester op het eerste gezicht niets anders dan toepassing maken van dat reglement, naar aanleiding van de aanvraag van een horecavergunning die verzoekster overeenkomstig hetzelfde reglement deed.
- Het middel is in dit licht niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Een tweede middel, afgeleid uit de schending van het vertrouwensbeginsel, luidt voluit: “Het beginsel van het gewettigd vertrouwen wordt in dit geval toegepast door het feit dat de notaris die het etablissement verkocht, bevestigde dat de lokale overheid toestemming gaf voor deze horeca-activiteit en dat de brandweer in eerste instantie een gunstig advies had gegeven, waardoor een situatie ontstond waarin verzoek[st]er geldige redenen had om aan te nemen dat de activiteit legaal was en voldeed aan de regels van de lokale overheid. Er is sprake van een schending van het vertrouwensbeginsel, aangezien de verkoper en de lokale autoriteiten (zoals de brandweer) aanvankelijk instemden met de uitoefening van de horecazaak.” Beoordeling
- Verzoekster brengt geen enkele verkoopakte bij en evenmin enig bewijs van welke verklaring van een notaris ook.
- Voorts is verzoekster er verschillende keren op gewezen en is het haar bekend dat zij een horecavergunning behoeft. Zoals zij kan opmaken uit het reglement ‘betreffende de uitbating van horecazaken’, waarvan zij zelf een afschrift bijbrengt, is een brandveiligheidsonderzoek slechts één van de onderdelen X-18.832-5/9 van het onderzoek op grond waarvan de burgemeester over het al dan niet verlenen van de horecavergunning beslist. Het brandveiligheidsadvies van 13 augustus 2024 waaraan verzoekster refereert, is niet gelijk te stellen met een horecavergunning, noch waarborgt het dat de burgemeester een horecavergunning geeft.
- Het middel is niet ernstig C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- Met betrekking tot een derde middel – “Onregelmatigheden in de procedure” – wordt het volgende uiteengezet: “Het blijkt duidelijk dat in casu […] de procedure die tot sluiting van de inrichting heeft geleid, niet correct, willekeurig en discriminerend is gevolgd. Aangezien de toegang tot de inrichting sinds 1973 niet is gewijzigd en er zich sinds 1973 geen problemen hebben voorgedaan, is het duidelijk dat er door een gebrek aan objectiviteit en onpartijdigheid sprake is geweest van onregelmatigheden of fouten bij de beoordeling van veiligheids-, stedenbouwkundige of milieucriteria. Het feit dat de brandweer aanvankelijk een gunstig advies uitbracht, maar dat toch tot sluiting werd besloten, wijst duidelijk op een procedurefout en/of een onvolledige beoordeling. De beslissing tot sluiting van het horecabedrijf lijkt gebaseerd op een onregelmatige of onvolledige procedure, gezien het aanvankelijk positieve advies [v]oor bestaande vergunning afgeleverd van de brandweer.” Beoordeling
- Overeenkomstig het reglement ‘betreffende uitbating van horecazaken’ omvat het brandveiligheidsonderzoek dat in het kader van het verlenen van een horecavergunning moet worden uitgevoerd “alle aspecten van brandveiligheid, zoals voorzien in de wetgeving en de Zonale reglementen en X-18.832-6/9 richtlijnen van brandweerzone Vlaams-Brabant West, zoals vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad van 29.10.2020”.
- In het brandpreventieverslag van 13 augustus 2024 waarnaar verzoekster verwijst wordt, niettegenstaande er een bezorgdheid in wordt uitgedrukt “over de aanrijroute via de smalle straat” en de moeilijkheden die dat zal meebrengen bij het aanrijden van de voertuigen van de brandweer, toch geconcludeerd dat er geen tekortkomingen werden vastgesteld en dat tot maximum 180 personen mogen worden toegelaten. Het brandpreventieverslag resulteert in de beslissing van de burgemeester van daags nadien om verzoeksters inrichting een brandveiligheidsattest A (“Aantal toegelaten personen: 180”) uit te reiken bij “toepassing van de politieverordening houdende maatregelen ter preventie van brand en ontploffing in publiek toegankelijke inrichtingen, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Sint-Pieters-Leeuw van 29/10/2020”.
- Hoe een en ander matcht met het negatief advies dat de brandweer vervolgens op 28 augustus 2024 geeft en waarin de bestreden beslissing mee steun zoekt, is niet alleen verzoekster maar vooralsnog ook de Raad van State niet duidelijk. In dat advies heet het immers ineens “dat in geval van een incident de veiligheid van de bezoekers en het personeel ernstig in het gedrang komt” en dat “de te nemen veiligheidsmaatregelen niet kunnen worden gerealiseerd zonder ingrijpende aanpassingswerken”.
- Wat er ook van zij, dit negatief advies inzake de moeilijke doorgang voor de hulpdiensten op de smalle toegangsweg is maar één van de bezwaren in de adviezen waarop de bestreden beslissing berust. De andere bezwaren die de burgemeester tot de bestreden beslissing hebben aangezet – van X-18.832-7/9 de politie, de dienst Omgeving, de financiële dienst – worden door verzoekster in haar verzoekschrift niet tegengesproken en ontkracht. Deze vaststelling volstaat voorlopig om het middel niet ernstig te bevinden. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
- In een vierde middel betoogt verzoekster: “In dit geval lijkt het besluit tot sluiting niet in verhouding te staan tot het nagestreefde doel (bijvoorbeeld veiligheid of naleving van stedenbouwkundige normen). In vergelijking met andere, minder radicale oplossingen die perfect mogelijk zijn (zoals, in voorkomend geval, bepaalde inrichtingswerken zoals een inrichting die verhindert dat een voertuig wild kan parkeren op de toegangsweg, die dan 100% vrij zou blijven), moet de afsluiting als buitensporig worden beschouwd. De sluiting van het horecabedrijf is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, aangezien minder ingrijpende maatregelen, zoals het uitvoeren van aanpassingswerken, mogelijk waren.” Beoordeling
- Op het eerste gezicht blijkt niet dat verzoekster geen nieuwe aanvraag om een horecavergunning mag indienen. In zoverre zij dan ook meent dat met het uitvoeren van inrichtings- of aanpassingswerken kan worden tegemoetgekomen aan de bezwaren die de burgemeester in aanmerking nam, belet niets haar die werken onverwijld uit te voeren en een nieuwe aanvraag te formuleren om alsnog een horecavergunning te verkrijgen.
- In dit licht komt ook het vierde en laatste middel tenminste in de huidige stand van de procedure niet ernstig voor. X-18.832-8/9 E. Conclusie
- Bij gebrek aan een ernstig middel is alvast één van de grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.832-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.653 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.305 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div