← België

Arrest 260687 - Dierenwelzijn - 20/09/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.687 Rolnummer: A. 238746/XII-9571 Zaak: Arrest 260687 - Dierenwelzijn - 20/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-26 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-17 05:19 Fiche Arrest nr 260.687 van 20 september 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 260.687 van 20 september 2024 in de zaak A. 238.746/XII-9571 In zake: E.W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Brigitte Vander Meulen kantoor houdend te 8700 Tielt Tramstraat 68 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van 13 februari 2023 van de Vlaamse Regering in de persoon van de Vlaamse minister van onderwijs, sport, dierenwelzijn en Vlaamse Rand, (DWZ/EVA/25/1.5/001b-KX.4341) waarbij
  2. met toepassing van artikel 2 § 8 van het K.B. van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren besloten werd om de toegekende erkenning met nummer HK10301340 voor het uitbaten van een hobbykwekerij voor honden op het adres Kleine Ruiseledestraat 9 te 8700 Tielt, met ingang van 15 april 2023 in te trekken.
  3. verder in toepassing van artikel 5 § 4 tweede lid van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, een verbod wordt opgelegd om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen en dit tot 15 april
  4. XII-95 Dit betekent dat [verzoekster] tussen 15 april 2023 en 15 april 2025 geen overeenkomstig artikel 5 § 1 van de voornoemde wet erkenningsplichtige inrichting mag beheren noch er een direct toezicht mag uitoefenen op de dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 256.967 van 29 juni 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 16 mei
  6. Op 28 juni 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. XII-95 III. Beoordeling
  8. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-95 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-95 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.687 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.