id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.700 Rolnummer: A. 241690/X-18651 Zaak: Arrest 260700 - Sluitingen van vestigingen - 20/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-24 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-17 05:21 Fiche Arrest nr 260.700 van 20 september 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 260.700 van 20 september 2024 in de zaak A. 241.690/X-18.651 In zake:
- G.V.
- I.W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bram Vangeel en Ineke Michielsen kantoor houdend te 2440 Geel Diestseweg 155 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE MEERHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV I.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evert Lintermans kantoor houdend te 2270 Herenthout Itegemse Steenweg 18 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tinneke Huyghe kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van verwerende partij van 21 maart 2024, waarbij X-18.651-1/4 een uitbatingsvergunning werd verleend aan [I.G.] BV om een horecazaak/zomerbar uit te baten te 2450 Meerhout, […] vanaf 22 maart 2024”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 259.606 van 23 april 2024 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 29 april 2024 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op 19 juni 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’(hierna: algemeen procedurereglement). Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het algemeen procedurereglement kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van X-18.651-2/4 de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- In het arrest 259.606 van 23 april 2024 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij, hebben een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Wel liet de verwerende partij weten dat de bestreden beslissing op 28 juni 2024 werd ingetrokken.
- In de gegeven omstandigheden is er geen reden om de bestreden beslissing nietig te verklaren, maar past het om het beroep als onontvankelijk te verwerpen bij gebrek aan voorwerp. De kosten komen ten laste van de verwerende partij.
- Door de intrekking van de bestreden beslissing heeft de opgelegde schorsing opgehouden uitwerking te hebben. Een opheffing van de schorsing overeenkomstig artikel 17, § 10, van de Raad van State-wet is hierdoor niet meer nodig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. X-18.651-3/4 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.651-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.700 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.606 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div