id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.720 Rolnummer: A. 241534/VII-42453 Zaak: Arrest 260720 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-26 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-17 05:13 Fiche Arrest nr 260.720 van 23 september 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 260.720 van 23 september 2024 in de zaak A. 241.534/VII-42.453 In zake : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2600 Antwerpen Koninklijkelaan 16/000 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. F.D.C. 2. R.V.B. 3. G.V.B. 4. M.L. 5. D.V.O. -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het cassatieberoep, ingesteld op 26 maart 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2324-0466 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 15 februari 2024 in de zaak 2223-RvVb-0502-A. II. Verloop van de rechtspleging 2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 4 juni 2024. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna : cassatieprocedurebesluit). VII-42.453-1/6 Het verslag is aan de partijen ter kennis gebracht. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2024. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Konstantijn Roelandt, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Feiten 3.1. De NV Luminus vraagt een omgevingsvergunning voor het bouwen en exploiteren van vier windturbines op het grondgebied van de gemeenten Westerlo, Hulshout en Heist-op-den-Berg. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent op 19 mei 2022 een vergunning voor drie van de vier windturbines. 3.2. Tegen deze beslissing worden bestuurlijke beroepen ingediend bij de verzoekende partij. De verzoekende partij beslist op 12 januari 2023 om de gevraagde vergunning voor de vier windturbines te verlenen. VII-42.453-2/6 3.3. De verwerende partijen stellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) een beroep in tot vernietiging van de beslissing van 12 januari 2023. Met het bestreden arrest vernietigt de RvVb de beslissing van 12 januari 2023, stelt hij zijn arrest in de plaats van de nieuw te nemen beslissing en weigert de omgevingsvergunning. IV. Onderzoek van het enig cassatiemiddel Uiteenzetting van het middel 4. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 37, § 2, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ (hierna: DBRC), van de artikelen 63 en 64, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: OVD), en van artikel 33 van de Grondwet (houdende het beginsel van de ‘scheiding der machten’) : “Doordat, de [RvVb] in het bestreden arrest toepassing maakt van artikel 37, § 2 [DBRC] en [zijn] arrest in de plaats stelt van de door de Vlaamse Minister nieuw te nemen beslissing om de reden dat de Vlaamse Minister de vergunning moet weigeren wegens de niet-naleving van de MER-regelgeving daar in de project-m.e.r.-screeningsnota geen rekening werd gehouden met de impact van de tijdelijke bronbemaling op de omgeving in de uitvoeringsfase; En doordat, volgens de RvVb deze onoverkomelijke legaliteitsbelemmering niet hersteld kan worden door de Verzoekende partij in graad van bestuurlijk beroep omdat een gebrek aan project-m.e.r.-screening in graad van beroep niet verzoend kan worden met de uitdrukkelijke bevoegdheid van de overheid in eerste bestuurlijke aanleg om te oordelen over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag en om te beslissen of er een milieueffectenrapport opgesteld moet worden; Terwijl, artikel 63 [OVD], gewijzigd door artikel 86 van het [d]ecreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof (hierna :’het Stikstofdecreet’), het de vergunningverlenende overheid in beroep mogelijk maakt om de vergunningsaanvraag in haar geheel te onderzoeken, met inbegrip van de project-m.e.r.-screening, en aan de aanvrager te verzoeken om onvolledigheden recht te zetten; VII-42.453-3/6 En terwijl, artikel 64, eerste lid [OVD], ingevoegd met artikel 87 van het Stikstofdecreet, aan de vergunningaanvrager de mogelijkheid biedt om ook in graad van bestuurlijk beroep wijzigingen aan zijn aanvraag aan te brengen en gegevens of documenten aan het dossier toe te voegen; En terwijl, het ingevolge de scheiding der machten tot de uitsluitende bevoegdheid en recht van het orgaan van actief bestuur behoort om een in beroep gewijzigde aanvraag te beoordelen teneinde tegemoet te komen aan de wettigheidskritieken inzake de project-m.e.r.-screening; Zodat, de RvVb met het bestreden arrest het bestaan en de inhoud van de artikelen 63 en 64, eerste lid, OVD miskent/schendt door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.