id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.736 Rolnummer: A. 240674/XIV-39533 Zaak: Arrest 260736 - Overheidsopdrachten - 23/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-02 Raadplegingen: 130 - laatst gezien 2026-06-18 18:54 Fiche Arrest nr 260.736 van 23 september 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 260.736 van 23 september 2024 in de zaak A. 240.674/XIV-39.533 In zake:
- de NV IBENS
- de NV DETOO ARCHITECTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Lemmens, Cédric Vandekeybus en Karolien Van Butsel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Debièvre en Jeffrey Roegiers kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 c bus 113 Tussenkomende partijen:
- de NV BOUWBEDRIJF DETHIER
- de BV OSK-AR ARCHITECTEN
- de BV KARMA-ARCHITECTEN samen vormend een tijdelijke maatschappij bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Elise Myin en Vybe Gesquière kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 januari 2024, strekt tot nietigverklaring van de tenuitvoerlegging van de beslissing van GO! Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap van 20 november 2023, waarbij de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp ‘Overijse - Nieuwbouw voor de XIV-39.533-1/4 Basisschool ’t Kasteeltje – Design & Build’ wordt gegund aan de tijdelijke maatschap die de tussenkomende partijen vormen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 258.496 van 18 januari 2024 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 11 april
- Op 19 juni 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. XIV-39.533-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de Raad van State niet komt tot de vernietiging van de bestreden beslissing. Overeenkomstig artikel 17, § 10, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt derhalve de bij arrest nr. 258.496 van 18 januari 2024 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging ervan opgeheven. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De bij arrest van de Raad van State nr. 258.496 van 18 januari 2024 bevolen schorsing wordt opgeheven.
- De verzoekende partijen worden, ieder voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 450 euro. XIV-39.533-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.533-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.736 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.496 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.