← België

Arrest 260739 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 24/09/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.739 Rolnummer: A. 237084/X-18230 Zaak: Arrest 260739 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 24/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-09-30 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-17 05:13 Fiche Arrest nr 260.739 van 24 september 2024 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 260.739 van 24 september 2024 in de zaak A. 237.084/X-18.230 In zake: de VZW H.O.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Thomas Fiers kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “
  2. Beslissing van 20 mei 2022 van het afdelingshoofd over de afrekening van de subsidie aan verzoekende partij voor het tewerkstellen van personeelsleden in een gewezen DAC statuut voor het begrotingsjaar 2021, doch enkel in de mate beslist wordt tot de terugvordering van het bedrag van € 10.413,46 en in de mate (impliciet) beslist wordt om het bijkomend door verzoekende partij gevraagde bedrag van € 12.952,75 niet toe te kennen […];
  3. Beslissing van 23 juni 2022 van de Administrateur-Generaal van het Agentschap Wonen-Vlaanderen om het beroep tegen de beslissing van 20 mei 2022 niet te aanvaarden en om over te gaan tot de terugvordering van het bedrag van € 10.413,46”. X-18.230-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 29 april
  5. Op 10 juni 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep als onontvankelijk ratione materiae voorgesteld, met dien verstande dat de kosten ten laste van de verwerende partij dienen te worden gelegd omdat zij ten onrechte aangaf dat een beroep bij de Raad van State kon worden ingesteld. X-18.230-2/4
  8. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. De kosten, met uitzondering van een rechtsplegingsvergoeding aangezien verzoekster niet als een in het gelijk gestelde partij te beschouwen is, zijn ten laste van de verwerende partij. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter X-18.230-3/4 Karin Meerschaut Johan Lust X-18.230-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.