id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.756 Rolnummer: A. 239014/X-18386 Zaak: Arrest 260756 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 24/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-04 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-17 05:14 Fiche Arrest nr 260.756 van 24 september 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 260.756 van 24 september 2024 in de zaak A. 239.014/X-18.386 In zake : B.E. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luk Delbrouck kantoor houdend te 3500 Hasselt Maastrichterstraat 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE LANAKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 mei 2023 strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van de burg[em]eester te Lanaken van 10 maart 2023 waarbij ter vrijwaring van de openbare orde de lachgasflessen die d.d. 20 maart 2020 door PZ Lama [politiezone Lanaken-Maasmechelen] in beslag werden genomen waarvan verzoeker de eigenaar/bezitter is, vernietigd worden en waarvan de kosten conform artikel 1382 BW ten bedrage van 6020,62 euro teruggevorderd worden van de oorspronkelijke bezitter/eigenaar.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.386-1/7 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Violette Kerkhofs, die loco advocaat Luk Delbrouck verschijnt voor verzoeker, en advocaat Charlotte Cams, die loco advocaten Chris Schijns en Jef Goffings verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 20 maart 2020 neemt de politie van de politiezone Lama 67 lachgasflessen tussen 2 en 15 kg bestuurlijk in beslag, ter vrijwaring van de openbare veiligheid en rust. Verzoeker, die toen een event-bureau had, is er de eigenaar of bezitter van. De flessen zijn, minstens hoofdzakelijk, afkomstig van een Nederlands bedrijf. Volgens de politie staat het ontegensprekelijk vast dat het de bedoeling is om van het lachgas een oneigenlijk gebruik te maken, meer bepaald voor het creëren van een roeseffect. Dit is een inbreuk op (toentertijd) artikel 40bis van de politieverordening omtrent de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties. X-18.386-2/7 Met een bestuurlijk verslag van 13 oktober 2021 licht de politie de burgemeester van Lanaken over de inbeslagname van het lachgas in. Meegedeeld wordt dat de politiezone de lachgasflessen voorlopig bewaart en dat het, rekening houdend met de openbare veiligheid en orde en ter voorkoming van verder misbruik, aanbevolen is de goederen te laten vernietigen. Op 28 november 2022 keurt de gemeenteraad een retributiereglement voor de vernietiging van lachgasflessen goed. Meer bepaald wordt met ingang van 29 november 2022 een retributie gevestigd “op de vernietiging van de lachgasflessen/-capsules in het kader van het oneigenlijk lachgasgebruik”. Met een brief van 10 januari 2023 nodigt de burgemeester verzoeker uit “om [zijn] verweer in te dienen ten opzichte van het voornemen om de vernietiging van de lachgasflessen op basis van art. 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet uit te voeren”, waarbij de kosten van de vernietiging ten bedrage van 6020,62 euro van de oorspronkelijke bezitter teruggevorderd zullen worden. Verzoeker dient zijn verweer op 24 januari 2023 in. De burgemeester beslist op 10 maart 2023, onder verwijzing naar artikel 63 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ en de artikelen 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, dat de inbeslaggenomen lachgasflessen waarvan verzoeker de bezitter of eigenaar is, vernietigd worden ter vrijwaring van de openbare orde en dat de kosten voor de vernietiging ervan, ten bedrage van 6020,62 euro, van hem teruggevorderd worden. IV. Ontvankelijkheid Exceptie
- Volgens de verwerende partij voldoen de middelen in het verzoekschrift niet aan het vereiste van een voldoende duidelijke omschrijving van X-18.386-3/7 de geschonden rechtsregel én van de wijze waarop de rechtsregel geschonden is. “[I]ndien daaruit zou volgen dat de verwerende partij zich niet naar behoren kan weren”, moeten de middelen en zelfs het verzoekschrift an sich als onontvankelijk verworpen worden. Beoordeling
- Zoals hierna zal blijken, voldoet alleszins het tweede middel aan de vereisten die in de exceptie in herinnering worden gebracht. De verwerende partij heeft in de memorie van antwoord aan dit middel een verweer van vijf bladzijden besteed.
- Het verzoekschrift is dus niet onontvankelijk bij gebrek aan ontvankelijke middelen. V. Onderzoek van het tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker leidt een tweede middel af uit de schending van artikel 63 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’, van de artikelen 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur met inbegrip van het redelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en de zuinigheidsplicht”. Toegelicht wordt dat de burgemeester enkel tot de vernietiging van het lachgas kan beslissen wanneer dit proportioneel is en noodzakelijk voor de openbare orde. Aangezien verzoekers bedrijf al jaren geleden is stopgezet, vraagt hij niet om de teruggave van het lachgas. Eveneens kan hij “vanuit de achterliggende feitelijkheden” volgen dat een teruggave aan de oorspronkelijke eigenaar niet aan de orde is. Maar “een verkoop van de economische goederen aan een onderneming dewelke het gas aanwendt voor één van haar vele legale doelen kan bezwaarlijk worden afgewezen vanuit enige noodzaak voor de bescherming X-18.386-4/7 van de openbare orde”. Lachgas is een legaal product en de vernietiging ervan is niet noodzakelijk voor de openbare orde “aangezien louter het oneigenlijk gebruik als roesmiddel tot overlast leidt”. De bestreden beslissing heeft zware financiële gevolgen, terwijl een verkoop van de gasflessen de overheid zou verrijken. Gelet op de zuinigheidsplicht, als toepassing van het redelijkheidsbeginsel, moet de overheid die verschillende keuzemogelijkheden heeft, de beslissing nemen die haar financiën niet nodeloos bezwaart. Het garanderen van de openbare rust en veiligheid kan, evenzeer als door een vernietiging, bereikt worden “door middel van een doorverkoop aan een bedrijf dat – en dit zowel voor wat betreft het lachgas als de flessen – een legaal doel zal nastreven met de inbeslaggenomen goederen”. Beoordeling
- De bestuurlijke inbeslagname van verzoekers lachgasflessen, met het oog op de openbare veiligheid en rust, is slechts een voorlopige maatregel. Hij behoeft een vervolgbeslissing waarmee het uiteindelijke lot van de inbeslaggenomen goederen wordt bepaald.
- Waarom de burgemeester er in de bestreden beslissing ter wille van de openbare orde finaal toe komt tot de vernietiging van de inbeslaggenomen lachgasflessen te beslissen, verantwoordt hij als volgt: “Het is noodzakelijk dat de burgemeester concrete en afdoende maatregelen neemt om de verstoring van de openbare orde te voorkomen. Dit gebeurt door de vernietiging van de inbeslaggenomen lachgasflessen. Hoewel de burgemeester in artikel 135 Nieuwe Gemeentewet niet wordt beperkt in de keuze van bestuurlijke maatregelen, is de vernietiging van het lachgas de enige afdoende maatregel. Zo zullen de risico’s voor de openbare orde hernemen wanneer de lachgasflessen worden teruggegeven. Bovendien blijven de gevaren inzake het bezit van lachgas evenzeer gelden. Hetzelfde geldt indien het lachgas terug verkocht wordt aan de initiële eigenaars of verkopers, die het op hun beurt opnieuw verkopen aan de oneigenlijke gebruiker. Aangezien lachgasflessen regelmatig opnieuw gevuld worden, eventueel met andere gevaarlijke gassen, is het hergebruik van een lachgasfles door andere ondernemingen geen optie. Het dient dus X-18.386-5/7 als afval beschouwd te worden en op een correcte manier vernietigd [te] worden.”
- Naar hieruit blijkt, kiest de verwerende partij voor de verwerking van de inbeslaggenomen lachgasflessen als afval omdat zij geen heil ziet in een teruggave van de inbeslaggenomen flessen aan verzoeker of aan degene van wie verzoeker de flessen verkreeg, namelijk de oorspronkelijke eigenaar of verkoper. Ook de overdracht van deze lachgasflessen aan “andere ondernemingen” vindt de verwerende partij geen optie.
- Het is een zienswijze die in de concrete omstandigheden van de zaak niet strijdig wordt bevonden met de in het middel aangevoerde rechtsregels. Verzoeker is uitdrukkelijk uitgenodigd geworden om zijn zienswijze te geven over het voornemen van de burgemeester om de lachgasflessen te vernietigen. Hij heeft een uitgebreid verweer ingediend, waarop in de bestreden beslissing uitgebreid is geantwoord. In dat verweer heeft hij op geen enkel moment ook maar enigszins doen gelden of laten verstaan dat het overdreven zou zijn de lachgasflessen te vernietigen, in plaats van ze aan derden te verkopen. Voorts blijkt uit verzoekers procedurestukken duidelijk dat hij niet van oordeel is dat de flessen aan hem moesten worden teruggegeven en dat hij “vanuit de achterliggende feitelijkheden” kan volgen dat de flessen ook niet aan de oorspronkelijke Nederlandse eigenaar gegeven worden. Naar het oordeel van de Raad van State blijft, in het licht van een en ander, de verwerende partij dan ook binnen de grenzen van wat als redelijkerwijze denkbaar te beschouwen is, door namelijk in de aangevochten beslissing niet te besluiten om met de lachgasflessen, afkomstig uit het buitenland en waarvan verzoeker zelf toegeeft dat ze zich bij hem “in het illegale circuit bevonden”, te gaan leuren en er een eventueel geïnteresseerde koper voor te zoeken, maar door er de voorkeur aan te geven ze te laten vernietigen door een afvalverwerker. Verzoeker overtuigt er niet van dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen, enerzijds, “de ernst van de feiten” en, anderzijds, de X-18.386-6/7 bestreden beslissing tot vernietiging en de ermee beoogde openbare rust en veiligheid.
- Het tweede middel wordt verworpen. Aangezien in het auditoraatsverslag alleen dit middel werd onderzocht, is er reden tot het opstellen van een aanvullend verslag. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- Het bevoegde lid van het auditoraat wordt ermee belast een aanvullend verslag op te stellen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Johan Lust X-18.386-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.756 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.321 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div