id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 Rolnummer: A. 242268/XII-9527 Zaak: Arrest 260771 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen - 24/09/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-02 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-17 05:14 Fiche Arrest nr 260.771 van 24 september 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 no lien 278906 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 260.771 van 24 september 2024 in de zaak A. 242.268/XII-9527 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik Bertels kantoor houdend te 2860 Sint-Katelijne-Waver Mechelsesteenweg 354 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdende te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. De vordering, ingesteld op 14 juni 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Nederlandstalige multi-disciplinaire kamer van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg van 19 april 2024 waarbij het visum van verzoeker wordt ingetrokken en een procedure wordt gestart om de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van verzoeker vast te stellen om het beroep als kinesitherapeut uit te oefenen. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-9527-1/9 Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2024. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Erik Bertels, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Karo De Paepe, die loco advocaat Franky De Mil verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 5 maart 2024 wordt de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg (hierna: de federale toezichts-commissie) door de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Mechelen, op de hoogte gebracht van de door verzoeker gepleegde feiten. Deze feiten situeren zich tussen 28 februari 2018 en 20 september 2022 en zijn door verzoeker gepleegd in zijn hoedanigheid van kinesist ten aanzien van patiënten die zich met fysieke klachten tot hem hebben gewend, alsook ten aanzien van een studente kinesitherapie die stage loopt in de praktijk waar hij werkzaam is. Bij vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 14 december 2023 wordt verzoeker voor deze feiten schuldig bevonden en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met probatie-uitstel voor een termijn van 5 jaar met tal van voorwaarden. XII-9527-2/9 Tegen dit vonnis van 14 december 2023 tekent verzoeker op 19 december 2023 hoger beroep aan, dat gevolgd wordt door een volgberoep vanwege het openbaar ministerie. 3.2. Op 2 april 2024 roept de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de federale toezichtscommissie verzoeker op om te worden gehoord op 19 april 2024, in het kader van de procedure ter controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van verzoeker die vereist is voor de uitoefening van het beroep van kinesitherapeut. 3.3. Op 11 april 2024 vraagt verzoeker inzage in het dossier. Daartoe stuurt de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de federale toezichtscommissie op 12 april 2024 aan verzoeker een downloadlink, die hij dezelfde dag gebruikt. 3.4. Op 19 april 2024 hoort de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de federale toezichtscommissie, dewelke is samengesteld uit elf leden waaronder een vertegenwoordiger van het beroep kinesitherapeut, verzoeker achter gesloten deuren. 3.5. Op 19 april 2024 beslist de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de federale toezichtscommissie om het visum van verzoeker in te trekken en wordt de procedure naar zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid om het beroep als kinesitherapeut uit te oefenen, opgestart. Dit is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4. Op 18 september 2024, daags voor de terechtzitting, legt verzoeker, op e Ter terechtzitting verzet de verwerende partij zich tegen het neerleggen van de “toelichtende memorie” en het toevoegen van de nieuwe ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 XII-9527-3/9 stukken aan het dossier. 5. De toepasselijke procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid tot de neerlegging van een “toelichtende memorie” na het auditoraatsverslag. In zoverre deze toelichtende memorie de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. In zoverre verzoeker in zijn mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de toelichtende memorie, die er derhalve de schriftelijke neerslag van vormt, nieuwe argumenten ter adstructie van de spoedeisendheid ontwikkelt waarvan hij – zoals te dezen – niet aantoont dat hij die niet in zijn verzoekschrift kon ontwikkelen, zijn zij niet ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd. Een overeenkomstige beoordeling geldt wat de bij de toelichtende memorie gevoegde overtuigingsstukken betreft. De thans overgelegde stukken betreffen luidens de bijgevoegde inventaris de stukken 6 tot 13 en strekken op het eerste gezicht tot adstructie van verzoekers betoog betreffende de grondvoorwaarden van de schorsing, met name prima facie het spoedeisende karakter van de vordering. Betreffende stukken worden door verzoeker gekwalificeerd als volgt:
- i)fiscale fiche 281.50 voor de inkomsten van het jaar 2022 voor de prestaties geleverd in de groepspraktijk D.C. (stuk 6);
- ii)fiscale fiche 281.50 voor de inkomsten van het jaar 2023 voor de prestaties geleverd in de groepspraktijk D.C. + bijhorende rekeninguittreksels (van 01.01.2023 tot 31.12.2023) (stuk 7); iii) uitbetaling van een bedrag van 12.065,00 euro van het pensioenspaarplan van verzoeker (stuk 8);
- iv)inkomsten jaar 2023 uit de privépraktijk van verzoeker (stuk 9);
- v)ontvangsten uit de privépraktijk van verzoeker gedurende het jaar 2024 (stuk 10);
- vi)ontvangsten uit de groepspraktijk van verzoeker bij D.C. gedurende het jaar 2024 + bijhorende rekeninguittreksels van het jaar 2024 (stuk 11); vii) rekeninguittreksel waaruit blijkt dat verzoeker een maandelijks bedrag van 812,84 euro aan hypothecaire lening moet betalen (stuk 12) en viii) rekeninguittreksel met vermelding van betaling van een bedrag van 15.943,00 euro aan de FOD Financiën en betaling van een bedrag van 16.000,00 euro aan verzoeker door zijn ouders (stuk 13). Wat deze ter adstructie van de spoedeisendheid aangevoerde stukken betreft, verzuimt verzoeker enig inzicht te ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 XII-9527-4/9 verschaffen waarom hij deze stukken niet bij zijn verzoekschrift, waarin het spoedeisend karakter van de vordering moet worden uiteengezet en gestaafd met verifieerbare gegevens én stavingstukken, doch pas bij de “toelichtende memorie” kon voegen. 6. Uit wat voorafgaat, volgt dat de bijgevoegde stukken 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13, wat de voorliggende vordering betreft, uit het debat worden geweerd. V. Schorsingsvoorwaarden 7. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker 8. Ter verantwoording van de spoedeisendheid laat verzoeker gelden dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel berokkent aangezien het voor hem onmogelijk wordt om zijn beroep verder uit te oefenen en hij bijgevolg geconfronteerd wordt met een aanzienlijke terugval in zijn inkomsten. Derhalve kan volgens hem het resultaat van de procedure ten gronde niet worden afgewacht “op straffe dat verzoeker zich op dat ogenblik bevindt in een toestand met onherroepelijke schade tot gevolg” en is de zaak in die zin spoedeisend. Beoordeling XII-9527-5/9 9. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding . Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Het komt er voor een verzoekende partij, die beweert dat de zaak spoedeisend is, dus op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe in haar inleidend verzoekschrift aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen, betrokken op de omstandigheden van haar zaak, die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed of automatisch bewezen geacht, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. XII-9527-6/9 Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. 10. Ter verantwoording van de spoedeisendheid laat verzoeker gelden dat het hem, door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, onmogelijk wordt gemaakt om zijn beroep verder uit te oefenen en hij aldus geconfronteerd wordt met een aanzienlijke terugval in zijn inkomsten, waardoor hem een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel wordt berokkend. Verzoeker beroept zich aldus op een financieel-economisch nadeel. Een dergelijk nadeel verantwoordt evenwel in de regel de spoedeisendheid niet. Het voorgaande neemt niet weg dat op grond van bijzondere redenen er toch van spoedeisendheid sprake is wanneer daaruit blijkt dat verzoeker niet kan wachten op een uitspraak ten gronde. Het komt aan verzoeker toe om concrete, op zijn situatie betrokken (verifieerbare) gegevens aan te brengen om de spoedeisendheid aan te tonen. Hoewel het zich laat verstaan dat de intrekking van zijn visum voor verzoeker ingrijpende gevolgen heeft op financieel vlak en een aanzienlijke terugval in zijn inkomsten op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast, dan nog is vereist dat verzoeker, wil hij de spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantoont aan de hand van verifieerbare gegevens én stavingstukken, dat het door hem aangevoerde financieel nadeel onomkeerbaar is en dat de omvang cq impact van een financieel en economisch nadeel bijgevolg, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat verzoeker de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt, niet zal kunnen overbruggen. Verzoeker beperkt zich te dezen echter tot het louter poneren van zijn vermeende nadeel dat hij zelf situeert in “een aanzienlijke terugval in zijn inkomsten”, zonder enige verdere duiding. Dit volstaat op zich niet om de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 XII-9527-7/9 behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden, nu hij, bij gebrek aan enig concreet, precies en dienstig gegeven ter staving van zijn aangevoerde betoog, niet doet blijken dat hij zich thans in een toestand zou bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen ten gevolge van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht. Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoeker niet overtuigt dat het aangevoerde nadeel veroorzaakt door de bestreden beslissing van die aard is dat het inhoudt dat hij daardoor niet de procedure ten gronde kan afwachten. Conclusie 11. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XII-9527-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig september tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9527-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.771 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div